home
agenda en tips
redactie
uitgeverij
links

(over) literatuur:
literatuur
recensies
tweedehands boeken

(over) veganisme:
veganisme FAQ
recepten
uit het nieuws
achtergronden bij uit het nieuws
schoenen

weblogs:
balthasarsblog
haasblog
mirjamsblog
mopperblog
nielsblog

mirjamsschrijfsels:
artikelen
columns
recensies
boek

andermensschrijfsels:
joop boer

andere projecten van (medewerkers van) De Zeepkist :
www.nielsdebeer.nl
www.voedselencyclopedie.nl
www.leefbarewereld.nl

onderwerpen balthasarsblog:
Interregnum
De nieuwe heup - 2
Eefde IJssel
Joint care
Van Nieuw naar Oud

Van Oud naar Nieuw
Kerstcontrasten
Peperdure Pracht Poppenkast
Brokkelblog
Verzadigde stoelen
Binnenkant kaft
Atlas van Nederland, een bijdrage
De winter tegemoet
Een woensdag in oktober
Eén dag naast Van Gogh
Keukenweek
Aggiornamento
Verval IX: De staaroperatie
Wij leven met de dieren
Een zomeravond op het landgoed
Proef-fietsen
'We leven in een herfsttij'
'Holland is een eiland'
Stilte in Doodloopstraat
Brand in het hooi
Overstapservice - maand 3
De poëzie van Wislawa Szymborska
Johan of de kleine geschiedenis van een jubileumwandeling
Dat is de kunst!
Mozart te Laren (Gld.)
Nieuwe telefoons
Thuistaal
Op controle
Overstappen maar
Jeder stirbt für sich allein (Alleen in Berlijn)
Betreft: werkzaamheden aan het spoor
Almost April
De woorden van vandaag
Van de mattenklopper en de tijgertjespoes
Apeldoorn revisited
Droomland: een reconstructie
55-plus
Januarituin
Hoe ik mijn verjaardag vierde

Rites de passage
Winter van buiten en van binnen
Eerbied voor de gewoonste dingen
Blokkades
Karton
'Zoo lag ik in den Hemel'
De wereld volgens Peter Vos
'In de schaduw van gisteren'
De zon in moeders kamer
De hoorns van Haydn en ander geluk
'En dan: wat is natuur nog in dit land?'
'Onder het vergrootglas tijd'
Turkse pil
Weet je nog wel, oudje?
Lamento
Paul Verhoeven, zomergast
Bij ons in de dorpsstraat
Hallo Bandoeng, hier Radio Kootwijk
Zomeropruiming
Arendsoog van vader op zoon
'Die VOC-mentaliteit, tóch!'
Jan - even weg - Blokker
Brandende bielzen
Gezichtsscherpte
Komkommerkruid
Paard-met-ruiter
Tafel
Close reading
Zomaar een dinsdag
Zilvergrijze toekomst
Reizen met de OV-chipkaart
'De verwondering is de belangrijkste missie van de dichter'
Buitenlamparmatuuronderdeel
Flarden 6 - HIER ZIT VIER
Onderhoudswandelingen
Flarden 5 - TONNIE
Boekenweek 2010
Flarden 4 - SJAKIE
Ontwinteren
Flarden 3 - TEJO
Het witte lint, en erger
Flarden 2 - JAAK
Aanvulling
Flarden 1 - ADJE
Pleisterplaats De Zwarte Boer
Je kunt toch nieuwe bakken!
In het vijfde Balthasarsjaar

Nieuwjaarswens - Op de wijze van 'De marsch van den braven Kapitein'
IJs en weder dienende
Klimaat van bewusteloosheid
Afscheid van buurman J.
Hermitage Amsterdam
Klaaszaterdag
Zondagavondkeuze
Ons Joséeke
Grijs eitje
Weekendje Meinweg
Familieportret
De schepper geschapen
Olland Kermis
Zaterdagochtend in de boekhandel
Over muziek, de dood en de negende
Luidrucht en lijdzaamheid
Dit is een plek om terug te keren
Opa Malta
Vroegindeweij
Over de kapotheid der dingen
Tussen poesiealbum en necrologie
Van de hoed en de rand
Een man in de tuin
Er-Op-Uit
Taart voor de Opwindvogel
Net als in de film, take 2
Het nu als glazen bol
Opnieuw een bruine bladzijde
En zij lagen langs 's Heeren Wegen
Onvergeeflijk mooi
Oude vrienden
Wegens vakantie gesloten
Halfstok
Ach en wee
Keizer Street Blues
Dagboek, week 16
Groeigeweld
Willem Elsschot
Brouwers-klacht
Dwaallichten
Het blauwe monster
Standvastig, soepel, maar met mate
Metsen?
Overstappen
Young@Heart
Werkplekken
Dubbeljoe
Het lek is boven water
Eenletterwoordenboek
IJs en weder dienende

Boven allen wensch
Godbewaarme
Kerstkind 1899
Het ei wil wijzer zijn dan de kip
Alstublieft, uw nieuwe zorgpolis!
De Plaatselijke Middenstand
Café met rooi' gordijnen
Over een aangezegde dood
Vraye historie ende al waer
Filmhuis De Keizer
Zwembad
Therapeutisch wandelen
Blad hark blad hark
Wij liggen
Appels en peren
GK 85
O, die maïs! & O, dat lapje vlees!
Hoe ik lid werd van de 'Subcommissie prijzen'
Sjöwall en Wahlöö
Wit voetje
Iets heel moois
Boodschappen doen
Op fietse
Rode hoedjes
De wandelaar
Zomerspecial
Pizza salami
Verval IX
Zoetrood geneurie
Heterdaadje
Dag Joop
Jongens waren we
De Rode Loper
Het Wilde Westen
Uitkomst nul
Van Gogh te Eefde
Aaibare kunst
De Goede Dood
Schijndels roem

1ste kwart 2008
4de kwart 2007
jul/aug/sep 2007
apr/mei/jun 2007
ja/fe/ma 2007
okt/nov/dec 2006
aug/sep 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
2005

balthasarsblog

15 februari 2012
Interregnum

Heb zojuist een paar oude blogjes (vooral 2008 en 2009) gelezen, en tja, sommige vond ik best goed, sprankelend nu en dan, met leven en eigen werk erin. Vooral de voorjaarsblogjes (april, oja zeker, april, dat was het) spoten als vers gras de grond uit, die winter is vergangen, van deredomdeine en hupfaldera, kom mee naar buiten allemaal en zie me daar die paardebloemvelden nou toch eens aan! April... maar nu, nu is het nog even februari, een beetje niemandstijd (interregnum!): een elfstedentocht is nog maar nét afbesteld, de vorst zit nog diep in de grond, maar mevrouw B. loopt op krukken haar nieuwe heup uit te proberen. Want 'heup doet leven,' zoals vriend B. ons onlangs mailde. En ja, 'm'n nieuwe heup zit gebeiteld', repliceerde mevrouw B. gevat. Nog 'even' revalideren en dan kan ze weer 'alles' aan. Kortom: we moesten in 2012 maar eens vroeg aan het voorjaar beginnen, nieuw leven, perspectief, uitzicht met zandkorrel. - Toepasselijk gedicht: 'Die winter is vergangen', uit de blokfluitbundel van James Arden, De jonge blokfluiter - Mijn tweede leerboek, Muziekuitgeverij IXIJZET, Amsterdam [z.j.].

DIE WINTER IS VERGANGEN

Die winter is vergangen.
Ik zie des Meien schijn.
Ik zie de bloemkens hangen.
Des is mijn hert verblijd.

Zo ver aan genen dale
daar is't genoeglijk zijn.
Daar zinget die nachtegale
als menig woudvogelijn.


Maar eerst moeten we nog even pet en hoed afnemen voor de Poolse dichteres Wislawa Szymborska, die op 1 februari jl. op 88-jarige leeftijd in haar slaap overleed. Ik heb de afgelopen jaren menig keer een gedicht van haar in de balthasarsblog opgenomen, steevast afkomstig uit de Nederlandse verzamelbundel Uitzicht met zandkorrel (vertaling Gerard Rasch). Szymborska kreeg in 1996 de Nobelprijs voor de literatuur. En hoewel ze in haar hele leven slechts zo'n 350 gedichten publiceerde, was ze wereldberoemd en zeker in Nederland erg 'geliefd'. Van de verzamelbundels Uitzicht met zandkorrel en Einde en begin alleen al werden zo'n 100.000 exemplaren verkocht. Haar gedichten zijn bijzonder toegankelijk, nieuwsgierig, optimistisch en staan op Wikipedia te boek als 'speels', 'ironisch' en 'verrassend'. - Ik citeerde van haar o.a. 'Gesprek met een steen', 'Theaterimpressies', 'Gelukkige liefde', 'Recensie van een ongeschreven gedicht', 'Het getal pi', 'Uitzicht met zandkorrel', 'Het korte leven van onze voorouders', 'De eerste foto van Hitler', 'Het schrijven van een c.v.', 'Hemel', 'Einde en begin', 'Een kat in een lege woning', 'Niets cadeau'.
Ik zou zeggen: lees (nog eens) de bundel Uitzicht met zandkorrel of Einde en begin, je zou er bijna Pools voor gaan leren! - Toepasselijk gedicht voor vandaag: 'De drie wonderlijkste woorden', uit de verzamelbundel Einde en begin (vertaling Gerard Rasch), Meulenhoff/deVolkskrant, 1999.

DE DRIE WONDERLIJKSTE WOORDEN

Wanneer ik het woord Toekomst uitspreek,
vertrekt de eerste lettergreep al naar het verleden.

Wanneer ik het woord Stilte uitspreek,
vernietig ik haar.

Wanneer ik het woord Niets uitspreek,
schep ik iets dat in geen enkel niet-bestaan past.


Op 28 december jl. besteedde ik in de balthasarsblog enige aandacht aan de nieuwe dichtbundel van Frank Koenegracht, Lekker dood in eigen land, en sindsdien citeerde ik daaruit de gedichten 'Epigram' ('Mijn vriend kocht een mechanisch vogeltje') en 'Brief aan mijn moeder' ('Moet je horen, mamma, luister je?'). En ik beloofde dat ik daar dit jaar nog eens duchtig aandacht aan zou besteden. Zo gezegd zo gedaan: ik stelde een 'Dossier Frank Koenegracht' samen voor ons leesclubje hier, en daagde de leden uit om zelf een gedicht in de geest van Koenegracht te schrijven, t.w. 'een bedrieglijk eenvoudig feitelijk gedicht, over een concrete gebeurtenis of voorstelling, met een onverwachte pointe, het liefst in spreektaalstijl'. De eerste reacties van leesclubleden waren enthousiast, ze hadden er funeraal veel zin in! Tot ik van een lid een mailtje kreeg met de noodkreet dat het boekje nergens te krijgen was wegens 'tijdelijk niet leverbaar'. Dus ik bel meteen de afdeling Verkoop van Uitgeverij De Bezige Bij en ik vraag hoe het zit.
- De bundel is in herdruk meneer. Volgende week hopen we te weten wanneer het boekje weer leverbaar is. We denken aan 'weken'.
- Goed, meneer Bij, dan bel ik u volgende week nog even terug over de precieze data, want ik moet weten of onze leden vooruit kunnen met hun voorbereidingen op onze bespreking in april.
Nou, als dat geen succes is: de tamelijk onbekende dichter/psychiater Frank Koenegracht komt in november 2011 met een nieuwe bundel gedichten en tekeningen, en binnen twee maanden moet de boekhandel nee verkopen, een díchtbundel! Enfin, 100.000 exemplaren van zijn dichtwerken zal ie niet verkopen, onze Koenegracht, maar het is toch leuk dat onze leesclub zo dicht op het spoor van een nieuwe ster zit. - Toepasselijk gedicht hier: 'Epigram', uit de bundel Lekker dood in eigen land, De Bezige Bij, 2011.

EPRIGRAM

Als je dood bent op een dag
blijven de lampen rustig in hun fittingen
en ook de wc kan je gewoon doortrekken.
Wel voorzichtig want
het vlottertje werkte al niet goed.
Alles doet het nog: bijvoorbeeld
de overdrijvende wolkenvelden
en de matige tot krachtige tijdelijk harde
tot zeer harde wind uit uiteenlopende richtingen.


Bij de opdracht die ik mijn leesclubleden gaf, kan ik natuurlijk niet achterblijven. Zie daarom de 'ready made' hieronder, 'in de geest van Koenegracht'. Maar eigenlijk is het natuurlijk ondoenlijk om jezelf in één blog te plaatsen met dichters als Szymborska, Koenegracht en de Jonge Blokfluiter. Edoch, niet versaagd, de lente naakt (zoals de Comedian Harmonists vóór 1940 al zongen: 'Veronica, der Lenz ist da, die Mädchen singen tralala').

READY MADE

Bij de recensie
van de theatervoorstelling ‘Woest water’
stond een foutief foto-onderschrift.
(Vkr, 27/12/11)

Op de foto
staat niet Gijs Naber als jongen Sil,
maar Lukas Smolders als zeekoe.
(Aanvullingen en verbeteringen, 29/12/11)

Ik denk dat Gijs en Lukas
echt niet blij zijn
met deze correcties.


naar boven

8 februari 2012
De nieuwe heup - 2

In de arm
Drie jaar geleden liet mevrouw B. dan eindelijk heupfoto's maken. 't Was niet best gesteld met het kraakbeen op de gewrichten, en de ruimte tussen de heuponderdelen was flink geslonken, aan beide zijden.
- 'Opereren dus maar?'
- 'Dacht het niet!' sprak mevrouw B., 'eerst maar 's aangepaste fysio doen, en flink wat bewegen...'
Maar intussen kwam ze wel steeds vaker bij mij in de arm lopen om de pijn te vermijden. En dat hield ze zo'n 2,7 jaar vol. Toen begon de pijn bij lopen en liggen welhaast exponentieel toe te nemen. En nu draait sinds een maand het circus-van-de-nieuwe-heup dus op volle toeren: ziekenhuisopname, opereren, een nieuwe heup inzetten (aan de rechterkant omdat ze daar het meeste last ondervond), en tenslotte: revalideren maar. Zoals ik al eerder meldde gaat dat bij elkaar toch algauw zo'n maand of vijf, zes duren.
- 'En dan straks ook nog de linkerheup?'
- 'Dat zit nog,' spraken de orthopeed, de fysiotherapeut, en inmiddels ook mevrouw B. in koor, want misschien is dat niet nodig.
Dus hoop ik dat mevrouw B. niet over een tijdje bij mij aan de linkerkant in de arm komt lopen... tenzij dat 'op vrijwillige basis' gebeurt natuurlijk, dan graag!

Kop in kom
Toen de afspraak voor de operatie eenmaal gemaakt was, ging het pijlsnel. Voor ze het goed en wel besefte, lag mevrouw B. aan de papegaai in het ziekenhuisbed. Met een heupwond van bil tot dijbeen van zo'n 30 centimeter. Die opening was nodig om de heup 'vrij te leggen', de kop van het heupgewricht af te zagen, de titaniumprothese in het dijbeenbot te hameren, en de kunststofkom in het bekken te nestelen. Het enige wat de patiënt daarna nog hoeft te doen, is voorkomen dat de kop uit de kom schiet voordat het gewrichtskapsel voldoende hersteld en aangegroeid is. Een gigantische opdracht die samengevat kan worden in de 90 graden-regel: voorkom te allen tijde (en dat minimaal 6 weken lang) dat de hoek tussen bovenlijf en dijbeen kleiner wordt dan 90 graden. Daarover krijg je uitgebreide voorlichting met talloze praktijkvoorbeelden. ('Je zit rechtop aan tafel en wilt de krant pakken die 50 centimeter van je vandaan ligt. Je helt licht voorover, en... je zit fout!') Oftewel: je kunt voorlopig een heleboel niet meer, je hebt vooral in het begin een hulpcoach nodig, en je moet een offensief ontketenen naar praktische oplossingen (toiletverhoger, superlange schoenlepel, spullen in de kleerkast louter op horizontale reikhoogte, voordeur niet op het onderslot maar op het bovenslot, enzovoort enzoverder). Oja, en pas als je trappen kunt lopen met één kruk, mag je naar huis. Maar wel binnen vijf dagen, want dan is je bed nodig voor de volgende lichting strompelaars.

Rugslaap
Een aparte kriem is dat de heupgeopereerde uitsluitend op de rug (of op de buik, maar er zijn er weinig die dat kunnen) mag slapen, dus niet op de linkerzij noch op de rechterzij om 's even lekker knus in elkaar te kreukelen. Daar wordt de ouder wordende mens extra stijf en moe van. Na elke plasbeurt dus maar even lopen met de stok, en wat kleine oefeningetjes draaien. En dan weer proberen ongeschonden in bed te komen: het 'goede' been onder het spierverlamde been in gestrekte houding, een mooie draai naar rechts, en nu nog even het gewonde been in de juiste spreidstand zien te brengen. Met de helping hand (grijper van een meter lang, en anders een karweitje voor de coach) het dekbed over je heen zien te krijgen, en dan maar mooi en braaf stilliggen op de rug. Hèhè..., en (terecht) nog eens hèhè.
En dan de volgende ochtend:
- hoe krijg ik m'n bedsokken uit?
- hoe was ik mijn benen, m'n voeten?
- hoe doe ik m'n onderbroek aan?
- en m'n huisbroek?
- hoe krijg ik m'n kousen aan?
- en jee, die telefoon haal ik zo snel niet
- en o, wat zou ik graag eens even op de bank gaan liggen - maar dat kan niet!
- maar gelukkig, daar is de fysiotherapeut. Wat?! Moet ik al naar buiten? Maar dat durf ik nog helemaal niet.

Carnavalskraker
Bij het schrijven van dit stukje zat het alsmaar in m'n hoofd: het refrein van de Bossche carnavalskraker uit 1973 van Antoine Uitdehaag (jazeker, dezelfde als die beroemde toneelregisseur) en Jan Tervoort: 'Komde gij aon munnen errum?' (In gewoon Nederlands: 'Kom je bij mij in de arm?') - Okee, achter die carnavalsvraag zat natuurlijk een hele andere gedachte dan het ontwijken van een heupprobleem. Maar toch, ik heb het altijd een heel sympathiek liedje gevonden, en de eerste twee regels mag ik nog altijd graag kwelen 'als het zo te pas komt'. - En oja, die twee, Uitdehaag en Tervoort, vormden toentertijd de cabaretgroep 'Hoeraak'. Vind ik ook nog steeds mooi gevonden, en het komt hier wel 'te pas', niet? (En laat u door dat min of meer Bossche dialect niet uit het veld slaan, er zit niet één moeilijk woord bij!)

KOMDE GIJ AON MUNNEN ERRUM?

Refrein:

Komde gij aon munnen èrrum,
want bij jou voel ik me wèrrum.
Ik loop zo lang te snakke,
maor nou heb ik jou te pakke.
Het hele jaar al dat gekèrrum,
ge hoort alleen nog maar ochèrum.
Maor nou word ik subiet een bietje wèrrum,
komde gij aon munnen èrrum.


naar boven

30 januari 2012
Eefde IJssel

VAN ONZE CORRESPONDENT / EEFDE - De laatste tijd bijna dagelijks in het nieuws: de kapotte sluis in het Twentekanaal bij Eefde, bij de Balthasars om de hoek. In de nachtelijke ochtend van 3 januari 2012 kwam daar een van de sluisdeuren met apokalyptisch geraas naar beneden gedonderd, ketting gebroken, Leiden in last. Wat zeg ik, heel goederenvervoerend Oost-Nederland ligt sindsdien plat. En na ruim drie weken onderzoek weet Rijkswaterstaat het nu zeker: de reparatie gaat nog minstens acht weken duren, want er zijn geen sluisdeurkettingen in voorraad, die moeten op maat en met de hand gemaakt worden. Er worden noodmaatregelen getroffen, veiligheidshalve voor een half jaar. - Het gemor over de onhoudbare toestand in het Twentekanaal heeft nu ook de minister van verkeer en waterstaat bereikt. Of ze er maar voor wil zorgen dat die tweede sluis bij Eefde, waar nu al jaren over gepalaverd wordt, als de sodemieter in uitvoering genomen wordt. De minister beraadt zich, heet het, terwijl de ondernemers hun advocaten laten uitzoeken wie er voor de miljoenenschade op gaat draaien. - Jaja, Eefde, waar Twentekanaal en IJssel samenvloeien, staat weer op de kaart. En dat is voor het eerst sinds de afschaffing van het radio-ochtendprogramma 'De waterstanden van hedenochtend' (1934-1996).

Plaats delict
Wie precies wil weten hoe het allemaal zo gekomen is, en wat de stand van zaken vandaag is, die googlet dat in vijf minuten bij elkaar, inclusief filmpjes en reacties. Zelf hou ik daarnaast de regionale pers in de gaten, voor de grimmige geruchten en de wanhopige verhalen van gedupeerden. Maar persoonlijke inspectie, daar gaat toch niets boven. Zo kwam ik zeer onlangs 'voor ene korte wandeling naar Almen' rond half elf nog over de sluis. De drukte aan 'baasjes' en andere werkmensen (en het bijbehorende aantal auto's, busjes, sleden, trucs, zandwagens, shovels, enzovoorts op plaatsen 'die vrijgehouden moeten worden op last van de brandweer') is voor de zoveelste keer fors opgevoerd. De rode noodkraan die ze inmiddels in elkaar gezet hebben, stelt het Weense Riesenrad met gemak in de schaduw. Hier gaan ze de gevallen sluisdeur (90.000 kilo) dus provisorisch mee op en neer hijsen om de 42 voor de sluis wachtende schepen 'te bevrijden'. De kraan met zijn drie wijduitstaande vleugels mag dan enorm zijn, hij ziet er tegelijk meccano-fragiel en breekbaar uit. Opgevouwen past hij met gemak in de lege waterbak van de sluis (140 x 20 x 10 m). Ik ben benieuwd hoe lang die kraankettingen het gaan houden.
Ik zag ook dat de firma Boels ('Wij verhuren alles') onlangs een pipowagen naast de brug gestald heeft met een 'Hier inschrijven'-loket. Waar dat loket voor dient is voor de argeloze burger niet te achterhalen, want toen ik me ook maar eens wilde melden bleek het loket gesloten. En de crowd aan 'baasjes' had het te druk met elkaar om ook mij nog eens te woord te staan. (Wordt vervolgd, want de brug over de sluis is nu ook voor voetgangers weer voor een week gesloten 'wegens werkzaamheden'. Ja, dat haalt je de koekoek.)

Meervoudige moord?
Auto's kunnen sinds 3 januari niet meer over de sluis naar Eefde. Dat scheelt weliswaar veel sluipverkeer, het scheelt ook flink wat klanten bij de acht winkelbedrijven die Eefde rijk is: de bloemen, de bakker, wereldwinkel, drogist, vissersport, kapper, fysiotherapie, benzinepomp, Café restaurant 'De Sluis' en wellicht ook de C1000 betalen een flinke prijs voor de toeristische trekpleister die de werkzaamheden rond de sluis natuurlijk ook zijn. Maar die toeristen komen allemaal van één kant: uit Eefde zelf! Okee, dat restaurant mét aangelegen friettent kan zich misschien net redden, de drogist, de pomp, de kapper en de bloemist verkopen inmiddels tot 40% minder. Daar gaan klappen vallen, mensen! Dus ook daar 'beraadt' men zich, hoewel het ongetwijfeld op 'force majeur' en 'ondernemersrisico' uit gaat draaien. - Eefde opnieuw op de kaart of Eefde opnieuw van de kaart? Feit is dat het water de winkeliers aan de lippen staat, een mix van Twentekanaalwater en IJsselwater. - TOT ZOVER ONZE CORRESPONDENT TE EEFDE.

Naschrift van de redactie
Hoewel wij naarstig gezocht hebben naar een aantrekkelijk gedicht over de perikelen rond de sluis van Eefde, zijn wij daar tot op heden niet in geslaagd. Wel stuitten wij natuurlijk op het befaamde 'Radiobericht' van Ida Gerhardt, uit haar bundel Het levend monogram (1955). Ware de calamiteit te Eefde de calamiteit te Grave geweest, voilà, dan zou heel Nederland zijn berichtgeving over de sluis en de gevallen deur gelardeerd hebben met dit 'radiobericht' uit 1955. Dat wij dat hier en nu ook doen is terecht en vanzelfsprekend: Ida Gerhardt was tientallen jaren een Eefdese, woonachtig aan de Deventerweg, en idolaat van de IJssel. En ware het gedicht over Grave niet over haar prilste jeugd gegaan, dan had ze later ongetwijfeld een dergelijk gedicht over de sluis van Eefde geschreven. Dat althans is de mening van: KEES KLEP, EENMALIG HOOFDREDACTEUR VAN DE EEFDESE KOERIER.

RADIOBERICHT

Te Grave beneden de sluis
voorbij de zware deuren
mag mij het water sleuren
en kantelen met geruis.
- Grave beneden de sluis.

'Wij geven de waterstand.'

O God, hoe kon het gebeuren -
gesloten het venster, de deuren,
gebannen uit liefde en huis.
- Grave beneden de sluis.

'Wij geven de waterstand.'

Grave, dat is groen land
en water, dat draagt mij thuis.

'Grave beneden de sluis.'
Grave, beneden de sluis.


naar boven

21 januari 2012
Joint care

De afgelopen weken is Huize Balthasar door twee vileine gebeurtenissen overvallen. Gebeurtenissen die de voorspellende waarde van de voorgaande balthasarsblog meteen tot nul reduceerden.
1. Door een vermoedelijke hackersactie was het niet mogelijk om met nieuwe tekst op de site van De Zeepkist tot het internet door te dringen. De blog van 9 januari was daardoor pas op 19 januari zichtbaar. - Ergerlijk, maar overkomelijk.
2. Mevrouw B. werd door de orthopeed 'veroordeeld' tot de aanschaf van een nieuwe rechterheup. Wat nogal wat gedoe en consternatie teweeg bracht en brengt in de wigwam van de Balthasars. U begrijpt dat.
Aan 1 maak ik verder geen woorden vuil, omdat ik de achtergronden daarvan totaal niet begrijp. Aangaande 2 zal ik u op de hoogte brengen van de rol van de 'coach', want dat ben ik vanaf deze week voor mevrouw B. Mevrouw B. zelf wou ik maar liever in de luwte laten, te druk met het oefenen van lopen met twee krukken.

De patiënt
We zaten aan het bureau van de orthopeed, en kregen de gemaakte bekkenfoto's uitgelegd: verdwenen kraakbeen, geslonken tussenholtes, wilde botaangroeisels - allemaal oorzaken van de ondervonden pijnen. En geen kans op verbetering of genezing, alleen vervanging van de heupkoppen en -kommen kan uitkomst brengen. Zodra je daar ja tegen zegt, ben je patiënt. En mevrouw B. zei ja.
We hebben nog een plaatsje over twee weken, we werken uitsluitend in joint care (groepsaanpak, jaja, een modern ziekenhuis gaat met z'n tijd mee, ook op talig gebied), en u hebt een coach nodig. U verblijft samen met drie andere patiënten vier à vijf dagen in het ziekenhuis, tot u zich zelfstandig kunt bewegen, inclusief de trappen op en neer. En thuis moet er ook het nodige geregeld worden. Dat gaat de assistente u allemaal haarfijn vertellen, Bovendien krijgt u enkele 'boekwerken' mee waar alles maar dan ook alles in staat. Het beste met u mevrouw, meneer.
Ach, ik zou dit verhaal net zo lang kunnen maken tot u zich zelf een patiënt waant. Maar ik geef er de voorkeur aan om u de komende weken steeds wat kleine brokjes toe te werpen, tot het beeld min of meer compleet is en u weet wat u te wachten staat mocht u zelf ooit bij een heuppatiëntschap betrokken raken.

De coach
Bij 'coach' denk ik altijd meteen aan een strenge baas met een titel uit het vroegere welzijnswerk. Iemand kortom, die het voor het zeggen heeft en net doet of de ander ook mee mag praten. Maar ik zit er weer eens naast. De moderne 'coach' is een ziekenhuisterm voor de klusjesman, het manusje-van-alles, de regelneef desnoods of de oppasser van de patiënt. Als hij (of zij natuurlijk) er maar voor zorgt dat de patiënt (die zelf even niets tot heel weinig uit kan voeren) zich op alle wenken bediend weet: kousen aantrekken, potje koken, wc'tje schrobben, wasje draaien, pen en boek aanreiken, helping hand kortom in optima forma.
Dat begint al met de voorbereidende beschietingen in het ziekenhuis, als er dus nog helemaal niet gezaagd, geotterd en geboord is: mee naar alle voorlichtingssessies, kennismaken met de andere joint care-patiënten en hun coaches, prik- en plaspoli, kruk- en trapoefeningen. Behalve dat je thuis voor 'alles' moet zorgen, moet je ook op het ziekenhuishuiskamerwhiteboard noteren wanneer je team-dienst hebt, aan- of afwezig bent, en altijd waar je bereikbaar bent. Al met al komt het nu wel bijzonder goed uit als je als coach alle huishoudelijke en helping taken in de vingers hebt.

De tweede coach
Ja, op de formulieren moet je ook melden wie er als 'tweede coach' in het groepsgenezingsproces zal optreden, iemand dus die de 'eerste coach' in voorkomende gevallen kan vervangen. Wij zijn er gelukkig in geslaagd om zo iemand te vinden, onze bovenstebeste overbuurvrouw J., wat zouden we moeten zonder haar? - Wat je ermee aan moet als je een eerste noch tweede coach in de aanbieding hebt? Dan is de patiënt veroordeeld tot verpleeg- of opvanghuis!
Inmiddels is onze tweede coach al behulpzaam geweest bij het ophalen van toiletverhogingen (die zag ik me nog niet per fiets om de nek hangen) en ziekenhuiskrukken. Want o, o, o wat een gelukkie dat onze 'tweede man' een auto heeft, en bereid is om die in te zetten! Ook handig als de patiënt uit het ziekenhuis komt, of er weer eens 'even' heen moet. (Wist u trouwens dat het heel handig is om een plastic zak op de bijrijdersstoel te leggen? Dan kan de heup-patiënt gemakkelijk de auto in en uitdraaien!)

En daarna...
Zes weken op krukken, dan drie maanden nader revalideren, en na pakweg 'n halfjaar-totaal moet de patiënt patiënt-af zijn: volledig hersteld en weer actief op alle fronten. Tja, en dan moet die andere heup dus nog. Of niet? Dat maakt 'de patiënt' zelf wel uit. Als die geen ja zegt, gebeurt het niet. We wachten het voorlopig rustig af. Tot die tijd hebben we wel wat anders aan ons hoofd, heup, handen. Maar we zijn vol goede moed, en als altijd in voor een goed gedicht.
Dat komt deze keer van Frank Koenegracht, met een 'Brief aan mijn moeder' (uit de bundel Lekker dood in eigen land). Het is een ontroerend gedicht waarin de dichter zijn moeder wijst op een aanbieding van de thuiszorg. Laten we het opdragen aan die patiënten die zelf geen eerste en/of tweede coach voorhanden hebben, en op andersoortige hulp aangewezen zijn. Het gedicht ontzet en troost tegelijk, vindt u niet?

BRIEF AAN MIJN MOEDER

Moet je horen, mamma, luister je?
Ik lees hier over een aanbod
waarbij zeer oude moeders met
meestal zeer oude zonen die
om niet tastbare redenen niet meer
bij ze willen slapen
een zwaan ter beschikking wordt gesteld
door de thuiszorg.
Het gaat om Hollandse zwanen.
Ze zwemmen overdag rond,
maar 's avonds worden ze opgeborgen
in prachtige vitrines.
Ze worden thuisbezorgd en in je bed gelegd.
Ze slaan hun linkervleugel om je heen: dat
is tegen angst voor duizeligheid en ze leggen
hun snavel op het andere kussen:
dat is tegen eenzaamheid.

's Ochtends worden ze weer opgehaald.
Nou, doe het maar, mamma.
Je bent er immers voor verzekerd.


naar boven

9 januari 2012
Van Nieuw naar Oud

Bij het begin van alweer het zevende balthasarsblogjaar lijkt het me aardig om eens van nieuw naar oud te kijken, om te zien wat ons te wachten staat tot aan 31 december 2012 aan toe. Ik doe dat aan de hand van een paar prangende data, te beginnen met 31 december.

31 december
31 december? Maar dat hebben we toch net gehad? Ja, kijk, dat zit zo. Ik heb een zus die op oudjaar jarig is, 31 december, als niemand tijd, zin of gelegenheid vindt om naar haar feestje te gaan, u kent dat wel, oliebollendag, Joep van het Hek alreeds geprogrammeerd, geen treinen in de avonduren en de naaste buren alvast voor middernacht uitgenodigd, nee, dat is geen dag om iemands verjaardag te gaan vieren. Daar klaagt mijn zus dan ook haar hele leven al over, dat haar verjaardag niet meetelt, dat zij zodoende wel steeds ouder wordt maar nooit 's in het zonnetje staat. Terwijl alle anderen (broers, zussen, kinderen, dikke vrienden) altijd wel hun verjaardag kunnen vieren, volop in de belangstelling staan en (veel) cadeautjes krijgen. 5 augustus bijvoorbeeld vindt ze zo'n dag (zus M wordt 79), of 6 mei (broer J wordt 70) of 30 augustus (broer T wordt 83). Maar 31 december? Nee. - En daarom begin ik dit vooruitzicht met 31 december, ik begin met mijn oudjaarszusje eens in de verjaardagsspotlights te zetten, een feestje voor haar op 9 januari in plaats van op oudjaar 2012 als ze 76 wordt. Dat wordt dus zingen van: Haal de vlaggen van de zolder, / trek je beste spullen aan, / want ons M. die is jarig / en we komen allemaal! - Zo goed, Mien, voor dit jaar dan?

7 juni
Elke eerste donderdag van de maand loopt ons clubje 'VoetVolk GoedVolk Sinds 2001' een dagwandeling van ongeveer 15 km door Nederlandse bossen, beemden en velden. In een straal van grofweg 150 km rond Zutphen. Nu eens in de Achterhoek, dan weer in Limburg, soms in Brabant, Utrecht of aan de kust. Dat doen we nu al ruim 10 jaar, 120 VoetVolk-wandelingen schat ik, maal 15 km (gemiddeld): wij hebben er inmiddels al zo'n 1800 VV-kilometers opzitten! En dan vergeet ik gemakshalve nog de verkenningstochten die mevrouw B. en ik 'door de maand' voor het VV maken, en alle andere tochten om ons lijf lenig of vrienden te vriend te houden. Beslist, die 1800 VV-kilometers kan ik voor onszelf gerust met 3 à 4 vermenigvuldigen, zeg zo'n 6000 à 6500 wandelkilometers in de afgelopen 10 jaar, 3 paar wandelschoenen tot nu toe, 400 wandelingen à gemiddeld 50 treinkilometers (20.000 km) en 2 pleisterplaatsen per keer (800 restauraties minimaal), om een beetje moe van te worden doch fit te blijven, niet? Per VV-wandeling zijn er zo'n 7 lopers, de leeftijd schat ik gemiddeld op 60 jaar, doorgaans is het droog en goed wandelweer (2% regendagen), de vertering kost een tientje per man per keer behalve als we ons na een warme zomerwandeling na afloop tegoed doen aan een biertje en een snackje op een zonnig terras in Zelhem of daaromtrent. - Een keer per jaar (op de VV-verjaardag: de eerste donderdag van juni) organiseren wij een 'jubelwandeling' ergens in het land, met officiële lunch en nazit. Daar lopen gemiddeld zo'n 20 mensen in mee. Dit jaar valt feestje nummero 11 op donderdag 7 juni 2012.

23 september
Zutphen kent al 7 jaar lang een spectaculair 'huiskamerfestival'. Kleinkunst in de breedste zin van het woord, zolang het maar te doen is in een historisch Zutphens binnenstadspand. Op zo'n festivaldag kom je op ten minste 6 verrassende lokaties: trap omhoog, trapje omlaag, trap buitenlangs, provisorische bühne, geleende stoelen, mini-opera met kostuums, brutale roodkapjes op zolder, mini-opera zonder kostuums, percussiegeweld in de loft van de wethouder, elektriciteitsbuisbeesten, zwartwitfilm met explicatie, Boy Edgar-prijswinnende saxofonisten, parketballet, klavecimbelgeweld (in de werkplaats van de klavecimbelbouwer), Leine, Jan Rot op de woonboot, 6 keer andere kunst aan de wanden, trotse pandjesbazen, spinaziesoep in het advocatenkantoor. En natuurlijk ben ik benieuwd wat er dit jaar allemaal te kiezen valt. Het bestuur van het 'Huiskamer Festival Gast in Zutphen' (Suzanne Hoyink, Tom de Ridder, Laetitia Glaubitz, John Lith en Elma Strijks) schrijft mij in hun laatste mail: "Met genoegen kijken wij terug op het uitverkochte festival van 2011. De voorbereidingen voor de 8de editie zijn in volle gang. Contacten met veelbelovende artiesten zijn gelegd en we bruisen van de ideeën om u ook in 2012 weer te kunnen verrassen met een spannend programma." - Het volgende 'Huiskamerfestival Gast in Zutphen' vindt plaats op zondag 23 september 2012. Echt iets voor onze Middelburgse vrienden, die inmiddels al toegezegd hebben.

6 januari
Ik eindig vandaag maar eens met het gedicht Op mijn 72ste, van de inmiddels 82-jarige Remco Campert. Een relativerende waarschuwing tegen al te driest pessimisme van 70-minners. 'Nieuwe herinneringen' heet de bundel waar het gedicht uit komt. Kijk, en dat vind ik dan weer zo optimistisch van die Campert. Alsof je op je 70-ste voor de zoveelste keer opnieuw kunt beginnen, en daarna op je 75e, op je 80-ste, enzoverder tot aan de 100-min of misschien daar nog wel overheen. Optimist tot in de kist, dat lijkt mij ook wel wat! Nu nog even waar maken. - En oja, op 6 januari jl., Driekoningen, werd ik zelf 72. Echt.

OP MIJN 72STE

Zal ik steeds vaker snotteren
als bij zoet sentiment
in de bioscoopzaal
haar ogen breken
haar hand laat los
de camera zoomt uit

het doodsbericht van onbekenden
hooguit een keer in de verte gezien
of over gelezen in de krant
kan me al ontroeren nu ik
voor mijn doen natuurlijk!
oud ben en besef
hoe dun het koord was
waarop ik feestelijke salto's maakte

nog loop ik met tragere benen
over de blakerende landweg
sta stil bij het heldere water
van de beek van vroeger
toen ik alles wist
wat er te weten viel


naar boven

28 december 2011
Van Oud naar Nieuw

Van Oud
Dit wordt het veertigste en laatste balthasarsblogje van het jaar 2011. Januari begon dapperdapper met 'Hoe ik mijn verjaardag vierde' (valpartijen op glibberend ijs, warmhartig brouwerscafé met in bierbeslag gefrituurde patatten), vorige week schreef ik tot slot van het jaar over het gesjochte kerstkonijn 1954 en over mijn vader op zijn ene vrije dag per jaar. Tussendoor kochten we 'even' een nieuwe televisie, werd ik aan staar geopereerd (beide ogen!), en ontmoetten mevrouw B. en ik Anton Tsjechov in augustus 'op het land'. Ach, bekijkt u zelf de volledige lijst 2011 in de linkerkolom hiernaast eens - niet omdat er een echte reden voor zou zijn, maar gewoon omdat iedereen zich toch weleens wil hernemen aan het einde van het jaar? Of herleest u anders eens de acht gedichten die ik dit jaar citeerde uit de prachtuitgave Buddingh' gebundeld (Nijgh en Van Ditmar, 2010, 1120 pagina's!). Een echte aanrader! Vooruit, voor de echte liefhebber zal ik ze hier even noemen, alle acht: Nieuw partijlied / Poëzie no easy job / Boodschap / Vandaag eens geen gedonder aan mijn hoofd / Ha, wat tintelde dat! / Are we downhearted? Not we / Geen schaartje / Weggooivers voor Reg ten Zijthoff. - Wat een titels! Wat een dichtwerk! En dan zijn er natuurlijk nog die andere zesendertig gedichten (waaronder enkele van Balthasar zelf, zei hij bescheiden). Jaja, deze blog bezorgt u elk jaar (naast de faits divers uit het leven van een gepensioneerde letterknecht) ook nog eens een volledige poëziebloemlezing aan huis, 'helemaal gratis!', niet gek toch?

naar...
Aan het einde van 2010 wenste ik u dat 2011 maar goed mag beginnen én goed mag eindigen! Op deze wens kreeg ik verscheidene reacties, waarvan de aardigste misschien wel van die van W. en B. uit H. is. B. schreef me: 'Al sinds geruime tijd zijn W. en ik trouwe lezers van de balthasarsblog. We hebben nog niet eerder gereageerd, maar vanmiddag zei W. naar aanleiding van de volgende zin: "U wens ik dat 2011 maar goed mag beginnen én goed mag eindigen!", dat we toch maar eens moesten laten weten dat we de wedervaren van de familie B. in tuin en omgeving altijd met genoegen volgen en ons daar heel precies bij kunnen voorstellen hoe dat allemaal gaat. De geciteerde zin kunnen wij boemerangsgewijs vanuit H. retourneren naar E. Helaas maken wij (en dat zal voor jullie ook wel gelden) tegenwoordig te vaak mee dat het begin nog wel deugt, maar dat het einde soms zelfs niet gehaald wordt.' - Dat laatste werd vrijwel meteen daarna de harde waarheid voor mijn oudste zus, die inmiddels al een klein jaar in haar 'Droomland' (zie 4 februari 2011) verkeert. En dan was er ook nog buurman Eppe natuurlijk - die met dat litteken van navel tot kin, dat iedereen mocht zien ook als je dat niet echt wilde - die als Berend Botje met stille trom vertrok en nooit weerom kwam. Om Guido Gezelle nog maar eens te citeren: Is ‘t daar al meê? Ja ‘et. (Is daarmee alles gezegd? Ja.)

Nieuw
Zoals bekend ('Een woensdag in oktober', 18/10/2011) bezochten wij onlangs de overzichtstentoonstelling 'Even terugschouwen' van de Belgische schilder Roger Raveel. De 90-jarige Raveel is ervan overtuigd dat zijn kunst het nog wel een eeuw uit zal houden. Een van zijn 'schilderijen' bij voorbeeld is een drieluik met spiegels, een raampartij en een levensechte vogelkooi. In die kooi zitten twee gele kanaries. Veel bezoekers proberen die kanaries tot zingen te verleiden door zelf voor de kooi te gaan staan fluiten. Ja, denk ik dan, die kunst zal overleven. - Of dat ook het geval zal zijn met de dichtkunst van Frank Koenegracht, dat zou ik (nog) niet durven zeggen. Twee weken geleden kocht ik zijn nieuwste bundel 'Lekker dood in eigen land' (De Bezige Bij, en wat mij betreft alvast een nominatie voor de mooiste titel van 2011/2012!). Het hart van het boekje wordt gevormd door 16 schitterende tekeningen (eigen werk van multitalent Koenegracht). Op de andere pagina's staan 30 gedichten, die ik nog grondig moet lezen, maar waarvan ik al wel het oordeel van Piet Gerbrandy kan volgen. Die schreef over Koenegracht in de Volkskrant: 'Dat is wat bij veel van deze gedichten gebeurt: je schiet in de lach en voelt tegelijkertijd een steek in de onderbuik, een soort kramp die veroorzaakt wordt door een mengeling van schrik, pijn en plaatsvervangende schaamte.' Ja, mensen, aan Koenegracht gaan wij denk ik volgend jaar eens duchtig aandacht besteden. Hieronder alvast het gedicht Epigram, over 'een mechanisch vogeltje / uit China ter grootte van een mus'. Een hilarisch maar ook schrijnend gedicht om de drempel van het jaar 2011 naar 2012 mee over te gaan! - En jazeker: "U wens ik van harte dat 2012 maar goed mag beginnen én goed mag eindigen!"

EPIGRAM

Mijn vriend kocht een mechanisch vogeltje
uit China ter grootte van een mus
en zette het volgens voorschrift in een kooi,
waar het voortaan zou wonen en zingen.
Het aardige, nu, van dit vogeltje was
dat het alleen zong bij lawaai.
Als je in je handen klapte begon het te
kwinkeleren, maar ook bij deuren dichtgooien,
echtelijke ruzies, en hoesten.
Vreemd vogeltje. De oorzaak kon hem niet schelen,
alsof het antwoord gaf
op vragen, niet gesteld.
Maar op een kwade dag begon mijn vriend zomaar
te hoesten, met deuren werd daardoor niet meer
geslagen, de echtelijke ruzies gingen minder ver.
Plus kwam daarbij dat in een andere kamer werd
gehoest buiten het bereik van de kooi
en mijn vriend aan een touwtje het licht aanstak,
zodat de stilte toenam en
het vogeltje begon te zwijgen.
Later, toen het stil was in het hele huis en in alle kamers,
zong het vogeltje nog wel eens
zonder tastbare reden een stukje, niet het hele liedje.
Alsof het iets vroeg.


naar boven

23 december 2011
Kerstcontrasten

2011
Hieronder een korte beschrijving van Kerstmis 1954. Ik was toen 14 jaar (bijna 15), ik zat in de derde klas van het lyceum, afdeling gymnasium, en zong (nog steeds) in het koor van de kathedrale basiliek van Sint-Jan in Den Bosch. Ik woonde met vader, moeder, opa en 12 broers en zussen op een bovenhuis in de binnenstad, beneden was de timmerwerkplaats ('voor betimmeringen en lijkkisten'). - Waarom moet ik de oude koeien van toen zo nodig nog eens van stal halen, over 'die goeie oude tijd' is immers al zoveel en zoveel beter bericht? Gewoon, ik had even sterk de behoefte aan een tastbaar contrast met kerstmis 2011: eurocrisis, superdonker herfstweer, bankencrisis, tegenvallende kerstomzetten, het complete restant van de katholieke clerus in diskrediet wegens kindermisbruik, drukte bij de voedselbanken alom, twee BNN'ers die kannibalisme 'bespreekbaar' menen te moeten maken met vlees uit eigen bil, een gewone krant die teruggerekend 182,38 gulden per kwartaal kost, Hans Spekman die de PvdA nieuwe ideologische veren denkt te kunnen geven, kinderen van rond de 45 die letterlijk aan de bedelstaf dreigen te raken, hogescholen die de diploma's praktisch cadeau doen (om op grond van een pervers bekostigingssysteem maar geld te kunnen toucheren van de overheid), zon op 08.45 uur, zon onder 16.28 uur, en o nog zoveel meer waar een normaal mens gedeprimeerd van zou kunnen raken. Maar gelukkig heeft de HEMA lichttherapie in de aanbieding, althans, daar denken ze over heb ik gehoord, geloof ik. - En dat contrast met 1954, tja, dat zult u zelf moeten destilleren uit de gegeven 'omgevingsfactoren'. - Er is een roos ontsprongen...

1954
Om twee uur 's nachts komt moeder ons wekken in de bitterkoude slaapkamer. Met m'n kleren onder de arm daal ik de trap af naar de warme woonkamer. Even het hoofd onder de koude kraan, en dan vlug aankleden voor de kachel. Eten mag niet, nuchter moet je blijven. Het is een dik kwartier lopen naar de kaarsverlichte kathedraal. Ik haast me naar de kooromgang, terwijl de rest van de familie ternauwernood nog een plaatsje kan vinden achter in de rechter zijbeuk. Iedereen houdt z'n winterjas en handschoenen aan, want de kerk is niet verwarmd, anders dan door een overmacht aan kaarsen en het samengedromde kerstvolk. Het orgel speelt Jesus, joy of man's desiring, om klokslag drie uur neemt de eerste pontificale hoogmis met drie heren een aanvang en wordt ons koor door een religieuze aandrift bevangen, we zingen de kerststerren van de hemel. Na de drie verplichte missen wensen we elkaar gemeend een 'zalig kerstmis', en willen we nog maar één ding: naar huis, naar de kachel, naar het kerstontbijt met balkenbrij en eigengebakken krentenbrood. - O kerstnacht, schoner dan de dagen...
Tegen zevenen zitten we vol en begint het gevecht tegen de slaap. Maar... vader en opa zijn kerstkinderen, en het eerste verjaarsbezoek wordt al vroeg verwacht. Om half elf moet ik de volgende kerstmis zingen, en bij alle drukte thuis kunnen ze me daar best even missen. Als ik om kwart over twaalf thuiskom, is mijn vader met drie broers in de werkplaats aan de slag. Bij Johan de Deo zijn twee sterfgevallen waarvoor stante pede een kist gemaakt moet worden. Het werk verloopt in alle opgewektheid die past bij een hoge feestdag en nog twee verjaardagen toe, uit de distributieradio kweelt belcanto van het zuiverste soort. Nog vóór het kerstdiner is de kistenklus geklaard, op een tweede beitsbeurt na, maar dat kan na het eten. Het konijn wordt door moeder met vaste hand en onbetwiste gerechtigheid verdeeld, voor de begeerde kop wordt strak aan de kinderhiërarchie vastgehouden. Ik ben pas over drie jaar aan de beurt. - Hoe lijt dit kindeke hier in de kou...
Om vier uur moet ik weer in de kathedraal zijn: het lof zingen, met nog enkele kerstliederen toe. De assistent-dirigent vindt dat de jongens-sopranen en -alten niet alert genoeg zijn, en deelt links en rechts wat stevige 'aanmoedigingen' uit. Dat helpt. De heren tenoren en bassen knikken instemmend en doen er hier en daar nog een schepje bovenop. Na het lof deelt de plebaan chocoladerepen uit aan ons jongens, de heren ontvangen een sigaar de man. De plebaan is dan ook een Susante, van de fabrikanten van Elisabeth Bas uit Boxtel. - Komt herders speelt op uw feestschalmeien...
Na een simpele avondboterham is het met z'n allen kerstliedjes zingen geblazen bij de kerststal onder de kerstboom op de dressoirkast (die bij ons toen nog gewoon 'het buffet' heette). En dan niet van vlugvlug even De herdertjes lagen bij nachte en hups naar bed, nee, het hele repertoire, met alle kaarsjes in de brand, het grote licht gedoofd, en voor de groten een kerststerretje tijdens het Stille nacht, heilige nacht.... Na deze gezinssamenzang wordt de jongste door vader naar de kaarsjes in de boom getild om die uit te blazen, terwijl de rest zingt: Fuutfuit, fuutfuit, fuutfuit: puntjepuntjepuntje ( = naam jongste) blaast er de kaarsjes nu uit.

1972
Diep in november 1972 lag ik met een griepje in bed. Daar was ik ontevreden over, want ik wilde niet ziek zijn, van ziek zijn werd ik altijd 'n beetje depri, alsof het maar niks was met mij, dat het tijd werd om eens een daad te stellen, iemand te worden, dat soort van gepieker dus. Toen, op die zieke novemberdag in 1972, besloot ik te gaan dichten, om te beginnen maar eens met een kleine 'afrekening' met m'n jeugd. En zo schreef ik 16 'gedichten' (door mij vooralsnog bescheiden 'notities' genoemd) over het leven in het bovenbeschreven gezin, jaren vijftig. Ik noemde de bundel van 16 gedichten (vader, moeder, opa, ik, 12 broers en zussen) 'Lijkkisten en betimmeringen', met als ondertitel 'Notities aan de binnenkant'. Onderstaand 'gedicht' is het vierde, het sluit vrijwel naadloos aan bij mijn kerstbeleving 1954 hierboven. - Ook achteraf vind ik de benaming 'notities' beter dan gedichten, en dan nog: het zijn toch vooral notities zoals die in de jaren zeventig wel vaker voor 'gedichten' gehouden werden.

TUSSEN BALKENBRIJ EN KAARSJESLUCHT

met kerstmis
gingen
ze
bij bosjes
dood
mijn vader
werkte
zich kapot
tussen
balkenbrij en kaarsjes-
lucht
zijn
ene vrije dag
per jaar
was
goed besteed


naar boven

17 december 2011
Peperdure Pracht Poppenkast

Het Maarten van Rossum-pad voert je via 308 schitterende wandelkilometers van Ommen naar Den Bosch, of omgekeerd natuurlijk. Op enig moment loop je van Maartens Roofkasteel Cannenburch bij Vaassen via de westelijke omtrekken van de stad Apeldoorn naar 'het gemoedelijke dorp' Beekbergen, of omgekeerd natuurlijk. Te midden van dit traject kruis je het oranjebolwerk Paleis Het Loo en De Koninklijke Stallen. Zo doende zijn wij al menig keer aan dit royale landgoed en de nabijgelegen 'naald' voorbijgewandeld. Het werd tijd om de boel binnen ook eens te gaan bekijken. Toevallig was het deze week voornamelijk hondenweer (en geen wandelweer), en konden we er alle tijd voor nemen. En het was er fraai, heel fraai zelfs. Okee, het getuigde tevens van 'schandelijke decadentie' zoals een recente bezoeker in het logboek bij de permanente tentoonstelling 'Nederland & Oranje - vijf eeuwen samen' schreef. Daar staat tegenover dat wij over gratis toegangskaarten beschikten via de postcodeloterijactie van buurvrouw J.

Paleis Het Loo - Nationaal Museum
Het entreegebouw (Koen van Velsen, Architectuurprijs Apeldoorn 2011) is van moderne snit, een peperkoek: plat, veel glas, kassa's, een toiletgroep, je bent er gauw op uitgekeken. Da's goed, want je komt toch voor het paleis en de stallen, en 's zomers voor de tuinen natuurlijk. En daar krijg je bij de kassa een handig plattegrondje voor, dat we bij 'Grand Café - Prins Hendrik Garage' eens op ons gemak gingen bestuderen. Eerst heb je links een hele batterij koetshuizen en stallen, dan een lange laan met hoge bomen en Peynet-bankjes naar het paleis zelf, en achter het paleis tenslotte de koninginnetuin, de koningstuin, de benedentuin, de boventuin, de colonnades en de 'rustplaatsen' (hehe, even op adem komen).
De hele bedoening stamt oorspronkelijk uit de 17e eeuw, is sindsdien aanzienlijk verbroddeld geraakt, maar is rond 1980 ingrijpend verbouwd en gerestaureerd tot wat het nu is: een pracht van een rijksmonument in uitstekende conditie, ach, kijk zelf even op Wikipedia en vooral ook op www.paleishetloo.nl. - 'Het totale bezoek kost u zo'n drie uur,' zeggen ze in de info op de site ('Nu ook met video in het Nederlands, Frans, Duits of Engels!'). En daar zijn dan de tijdelijke tentoonstellingen nog niet bij inbegrepen. Wij 'deden' Het Loo in 'n dikke vier uur, inclusief 1 permanente en 2 tijdelijke tentoonstellingen, een macht aan serviezen, aankleedpoppen, lage en hoge ridderordes, familieportretten en een koffiebezoekje aan de aantrekkelijk imposante balzaal. Aaah, wie ben ik dat ik dit doen mocht?! Maar toen was de toverbal ook op, en stonden we weer op straat in de striemende regen van Apeldoorn.

'Schandelijke decadentie!'
Nog nooit heb ik zo'n eindeloze stoet aan sjezen, landouwers, koetsen, arresleden, T-Fords en Mercedessen bij elkaar gezien. En paardentuigages, rijkostuums, livreien, neppaarden in menigvoud. In tuigkamers met sjieke houten loopbruggen. En een onafzienbare reeks enkele paardenboxen, dubbele paardenboxen, drinkbakken, ruiven, oogkleppen, kokardes, leidsels, en zweepjes natuurlijk. En ook: de witte lijkkoets van prins Hendrik en prinses Wilhelmina alsmede een door prins Claus zelf in elkaar geknutselde trapauto voor Willem-Alexander in felrode tinten. Een bonte stoet, en ja decadent, dat was het.
In een aanpalende reeks stallen bevond zich 'ineens' een interactieve historische tentoonstelling van Nederland en Oranje. Technisch goed gedaan, jochie!, met visuele en textuele aanraakschermen, de halve Atlas van Stolk, de Vaderlandsche Geschiedenis van Willem van Oranje tot Maxima en Amalia aan toe. En tussendoor mondjesmaat maar onafwendbaar de toenemende invloed van burger en politiek, Willem Drees en Juliana voor het Amerikaanse Congres. - En dan was er natuurlijk nog dat logboek bij de ingang, met veel kinderhandschriften over 'zo mooi' en 'zo intresant' en 'bedankd voor de speurtocht'. En tenslotte, van eergister, dus die kreet: 'Wat een schandelijke decadentie! Verwerpelijk!!!' En dat was het natuurlijk óók. Troelstra striked back!

'Het heeft Hare Majesteit behaagd...'
In de oostelijke vleugel van Het Paleis zijn de 'Kunstkabinetten' en 'Het Kanselarijmuseum der Nederlandse Orden' ondergebracht. Een eindeloos belegen boel in lange gangen en zijkamertjes die je onmiddellijk verzoent met de gedachte zekerheid dat jíj (gelukkig!) nooit voor zo'n 'lintje' in aanmerking zult komen. Wie dat wél deed was oud-minister en oud-secretaris-generaal van de Navo Joseph Luns (1911-2002), de meest gedecoreerde 'burger' die Nederland ooit gekend heeft. 'Zijn totaal aan onderscheidingen weegt meer dan 7 kilo,' zoals een muurtekst vol trots vermeldt. Het was zo'n beetje de belangrijkste mededeling die ik daar in die hele lange gang aangetroffen heb.
En dan heb je in de kelder van het paleis nog een soort van snoep- en museumwinkel, de 'Paleiswinkel'. Dorado voor oranjeklanten en Haagse dametjes: posters met het volledige Wilhelmus in kleurige coupletten, stapels kijkplaatjesboeken (waaronder het zwaarwichtige 'Ridderorden en onderscheidingen'!), video's, bouwplaten, gouden koetsjes, stropdassen (laat Claus het niet merken!),en 'cadeauartikelen Máxima'. Ik zocht er naar een afbeelding van het 'Knipmes' van 'Blauw Bloed'. Mooi niet gevonden!

'Ik leef in een land...'
En van de zomer wil ik die historische tuinen dus nog wel eens zien, die schijnen 'het echte kunstwerk van Het Loo' te zijn. Ongetwijfeld ook 'schandelijk decadent', met artistieke fonteinen en luxe rustplaatsen en tuinlieden zonder tal. Echt iets voor Maarten van Rossum-wandelaars met rugzakjes en zonneklepjes en stevige wandelschoenen, om er hun meegebrachte lunchtrommeltjes leeg te eten en te genieten van dit 'landschap wijd en zijd'. - Ach, had Pieter Jelles dit nog eens mee mogen maken...
Als vervolg op al deze historische pracht en praal van het Nederlandse Vorstenhuis hieronder het gedicht in het land der koningen van Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr. In een toelichting op het gedicht schrijft hij: 'Op 30 april 2009 besluit de Nederlander Karst T. een aanslag te plegen op het Koninklijk Huis. Hij rijdt daartoe met een Suzuki Swift op volle snelheid door een menigte toeschouwers. Zeven slachtoffers komen om bij het Apeldoorns drama. Na Pim Fortuyn en Theo van Gogh vormt het de derde politieke aanslag in zeven jaar tijd.' - De auto kwam tot stilstand tegen het monument 'De Naald', in het zicht van Paleis Het Loo. Begin respectievelijk einde van een tijdperk?

IN HET LAND DER KONINGEN

ik leef in een land
waar de dierenvriend besluit
uit goedheid een andere mens neer te knallen

ik leef in een land
waar de vrome gelovige besluit
uit eerbied het mes in de ketter te planten

ik leef in een land
waar onze jongens uit gekkigheid soms
de conducteur in elkaar stampen

ik leef in een land
waar een keurige man, achtendertig, blond
de vrijheid neemt om door anderen heen te rammen

en in dit rood, rood schemerland
waar de grenzen totaal werden opgeheven
waar de mondigheid totterdood wordt beleden
en waar zestien miljoen koningen leven

daar ontstaat vanzelf een nieuwe orde
daar zal langs feestelijk afgezette lanen
een laatste koningin haar laatste onderdanen
als beesten overreden zien worden


naar boven

6/8/9 december 2011
Brokkelblog

[ 1 ]
Langzamerhand verzeilen we in wat wel de donkere dagen voor kerst genoemd worden. Melancholie en somberheid liggen op de loer, vooral in de vroege ochtend ben ik daar goed in. Buiten gieren de natte hagelwinden, binnen zit ik een wattenhoofd leeg te snotteren, pakken papieren zakdoekjes puilen de prullenmand uit. En daarnet duikelden alweer de eerste nieuwjaarswensen op de deurmat. Alsmede de verse voorjaarscatalogus van biologisch tuinzadenbedrijf De Bolster. Jaja, de wereld draait doorrr, ook al is het dan niet altijd met even grote overtuiging. De laatste maand van het jaar is de dulste en de donkerste, maar wij noemen hem feestmaand, klassieke bezweringsformule. - Terwijl ik dit tik verschijnt er een hoge regenboog tegen de loodzwarte wolken op een bedje (zeg maar lits jumeaux) van Van Goghiaans fel zonlicht. De berkenstammen in de achtertuin fluoresceren helderwit, een zilveren meeuw krijst en zwenkt door het zwerk. Het is kermis in de hel, ik zet de verwarming een cijfertje hoger.

[ 2 ]
[ En meteen na deze eerste alinea gaf ik de pijp aan Maarten en dook het ziekbed in, hoewel ik een direct verband tussen boven beschreven weersomstandigheden en 'ziek naar bed' niet hard kan maken. Nu, donderdag 8 december, ben ik weer even terug achter het scherm. Danku, het valt allemaal nogal mee. De volle prullenmanden zijn geleegd, de neuspartij is ingesmeerd wegens huidirritatie, de ogen prikken nog steeds, dat wel, maar dat kan ook best van 'nadestaaroperatie' zijn. Ik neem nog een paracetamolletje voor de pep. En een nieuwe afspraak met de oogarts is tussen twee haakjes vorige week reeds gemaakt. Nogmaals, danku. ]

[ 3 ]
De laatste jaren heeft m'n decembermaand aanzienlijk aan glans verloren, terwijl andere maanden (april!, september!) er juist fors op vooruitgegaan zijn. De oudtijdse trucs om de laatste maand van het jaar van de ondergang te redden met liturgisch licht en kunstmatige warmte zijn vals geworden reclames. - [ Hier had ik een cultuurfilosofische beschouwing gedacht over de adventsrol van de maand, het in gewijde eerbied en aandacht toewerken naar het kerstfeest, met z'n bijbehorende geuren en smaken in en om het huis, en met de kerstvakantie als ongeëvenaard toetje: het komende jaar biedt nog legio mogelijkheden om het slechte kerstrapport in een voldoende paasrapport te doen verkeren. Versus: de huidige stimorolwereld van opgeklopte mindfulness en hogere fopkunst (lees vooral ook het pas verschenen boek Mark Rutte is lesbisch van Raoul Heertje), Amy Winehouse en de Ajax-soap als opening van het journaal. - Maar het blijft gewoon donker, koud en nat mensen. Daar helpt geen 'Mag ik voor u bidden?' of ander moedertjelief van De Zutphense Lichtkring aan. December is weer ploeteren geworden, aftellen naar de 'Wende'. Pas in januari gaat het de goede kant op, met Driekoningen als het ware keerpunt, waarneembaar vroeger licht in de ochtend, uitzicht met zandkorrel en tuingereedschap. ] - Dus zet ik morgenochtend nog in het duister de grijze container met vieze snotlapjes aan de straat, en constateer met enige grimmigheid dat het eigen gezondheidsrisico weer met 50 pietermannen verhoogd is, van 170 naar 220 euro de man. Oftewel van 374 naar 484 guldens, als u dat na de eurocrisis gemakkelijker denkt te kunnen betalen. Maar gelukkig wonen wij in een rijk land, met ongeveer één miljoen armoedzaaiers als lastige reminder (bron: Sociaal en Cultureel Planbureau, 7 december 2011, Radio 1-journaal tijdens het kortstondige ziekbed).

[ 4 ]
Behalve bedreigingen biedt december ook kansen, kent u die uitdrukking ('ManagementBoek.nl', zietuwel)? Je kunt nu [ 9 december inmiddels, bijna beter!, al met al een brokkelig blogje, dat wel ] voordelig van zorgverzekeraar veranderen omdat je vegetariër geworden bent ('let op de radioreclames!'), je kunt je alsnog dan wel opnieuw gratis aanmelden bij het belmenietregister (bedrijven waar je vroeger 'bij' geweest bent, mogen je nog steeds lastig vallen tijdens het avondeten: 'Omdat u vroeger klant bij ons was, mag ik u een bijzonder voordelige aanbieding doen, schikt u dat?'), idem maar dan inclusief 'de goede doelen' ('toets 3'), je kunt nu met een glimlach de plaatselijke volleybalclub sponseren door hun oneetbaar taaie oliebollen aan de deur te kopen en tot vogelvetbollen te promoveren, je kunt nu eens op tijd een nieuwe agenda aanschaffen en daar meteen alle verjaardagen in schrijven die er dit jaar bij ingeschoten zijn, je kunt..., je kunt...

[ 5 ]
Terwijl iedereen tegenwoordig toch 'je kan' zegt, en 'u heeft' en 'hun hebben' en straks dus 'de meisje'. Maar daar hoef je niet aan mee te doen hoor, je kunt gewoon je eigen gedachten blijven volgen, je eigen naad naaien, ook in december. Feestmaand? Dat zullen we dan nog wel 's zien!
Blijf tegendraads, en doe als Rutger Kopland in het gedicht 'een lege plek om te blijven XII'. Lees hieronder maar, of lees het niet. Daar krijg je spijt van. Of niet.

EEN LEGE PLEK OM TE BLIJVEN - XII

Geef mij maar de brede, de trage rivieren,
de bewegingen die je niet ziet maar vermoedt,
de drinkende wilgen, zinloze dijken,
een doodstille stad aan de oever.

Geef mij maar de winter, het armoedige
landschap, de akker zonder het teken van
leven, de kracht van krakende heide.

Geef mij maar de kat als hij kijkt voor
hij springt, om te vechten, te vluchten,
te paren, te jagen, als hij kijkt.

Geef mij maar een paard in galop, maar
op zijn zij in het gras. Geef mij

maar een vraag en geen antwoord.


naar boven

28 november 2011
Verzadigde stoelen

Reacties lokt de Balthasarsblog nauwelijks uit. Zo'n soort blog is het dan ook niet, deze uitkijkpost op de faits divers in het leven van een gepensioneerde letterknecht. Voor grote gebeurtenissen moet u elders zijn, voor weidse vergezichten trouwens ook. Ik schrijf en citeer slechts een paar facetten van mijn eigen levensavond bij elkaar in een poging om de tijd te rekken en Douwe Draaisma's credo 'dat het leven sneller gaat als je ouder wordt' kritisch te beproeven. Een doodenkele keer kijk ik naar voren, zoals vanmorgen toen ik met de beste bijbedoelingen de site van de NVVE (Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde) en die van De Einder in Rosmalen bezocht. Twintig jaar in het verleden kijken is voor een 71-jarige een peuleschil, twintig jaar in de toekomst kijken een bananenschil. En om die voorziene uitglijer draaglijk te houden is het misschien wel verstandig om een paar 'wilsverklaringen' op papier te zetten. Dat kan, leer ik op de sites, met behulp van 'een formulierenset' van de NVVE, De Einder en soortgelijke instituties - maar je kunt natuurlijk ook zelf een 'testament' formuleren (notaris niet nodig). Daar is een 'brochure' als hulpje voor beschikbaar (€ 9,50 storten op banknummer 5596402 van De Einder, ovv 'brochure' en je adres).
En dat alles onder het motto: een testament brengt de dood niet dichterbij, maar geeft je meer regie over het onvermijdelijke einde. Volgens de gangbare theorieën schijn je daar 'rustiger in je hoofd' van te worden. Nooit weg, als je het mij vraagt, kun je je weer richten op andere dingen. De formulieren en de brochure zijn besteld, later dus meer over dit toekomstgerichte experiment.

Zul je altijd zien: denk je na over je levenseinde, schiet je vroegste jeugd je te binnen (zal wel een natuurlijk afweermechanisme zijn, teken van leven). Het is een avond aan het einde van oktober 1944, ik lig in mijn vierjarigenbedje op zolder mijn onnozele slaap te slapen. Tot de wereld met een enorme knal uit elkaar spat, groter dan alle grote knallen van de laatste dagen bij elkaar. Op mijn gekrijs volgen jagende voetstappen op de trap, ik word uit bed gehaald, gesust en bemoederd. In de armen van m'n oudste zus kijk ik door het raam in de achtergevel: vuurballen knetteren door de lucht en spatten in duizend sterren uit elkaar. - 'We zijn bevrijd, Balthasar! De oorlog is afgelopen! Dit zijn geen granaten, dit is vuurwerk, feest! Je hoeft niet bang meer te zijn, menneke!'
Of dit allemaal precíes zo verlopen is, kan ik niet meer achterhalen. Maar dit is wat ik me ervan herinner, mijn eigen oerknal als bitterzoete oorsprong.

Het gezin waar ik uit stam bestond oorspronkelijk uit zestien mensen, vader, moeder en opa inbegrepen. Van die zestien zijn er inmiddels acht overleden, we zijn ruim in de tweede helft, en we staan op verlies. Mijn broer van tachtig wilde onlangs zijn verjaardag niet vieren, want 'je gaat anderen toch niet lastig vallen met je ellende' zoals hij het formuleerde. Zelf begin ik nog elke dag met een korte ochtendgym, de kranten en de agenda van de week: morgen naar de film The Artist, woensdag mevrouw B. naar de begrafenis van tante Marietje, donderdag lopen we in weer en wind de wandeling De Lage Vuursche, van Baarn naar Hollandsche Rading, zaterdag Shoba jarig. - Maar natuurlijk kan elke dag de laatste zijn, net zoals in het hele voorgaande leven. Daar kun je dus beter maar niet op gaan zitten wachten. Vandaar die aanvraag bij de NVVE of De Einder, voor 'wilsverklaringen' en voorzieningen voor als 'het' je overkomt, en voor de broodnodige gemoedsrust.
En tot die tijd: met Koos van Zomeren naar Tirol en weer terug, het leven ervaren zoals het is, vreugde en verdriet, jongelingschap, ouderdom. Maar vooral: nieuwe dingen denken.

VERTREK UIT TIROL
Koos van Zomeren, uit: 'Ik heet welkom'

We waren in de bergen, waar
je je kunt bezeren aan
gedachteloos gesteente, tot
bloedens toe geschaafde schenen
jongensachtig.

's Morgens in de vroegte
in het ene dal of het andere
zag ik tegen de muur van een
boerenbedoening vier stoelen
staan, vier lege keukenstoelen op
een rijtje wachtend op de zon,
stoelen die verzadigd waren van
het zitten, het zitten
te bidden
het zitten te eten
het zitten te kaarten
het zitten te zwijgen.

En hier, in dit voorbijgaan, de ene
moeder net gestorven, teruggeroepen
voor het sterven van de andere - hier
dacht ik voor het eerst: want alles
op de aarde is als hout begonnen.


naar boven

20 november 2011
Binnenkant kaft

Mijmeringen tijdens het opschonen van de bibliotheek.

Taalschrift
Het is zaterdag 9 mei 1950, ik zit in de vierde klas van de Lagere Aloysius School, frater Bellarmino geeft ons een moeilijk dictee met woorden als 'bisschop' erin, ik nader de onderste schrijfregels van de laatste bladzij van m'n taalschrift, en verheug me al op een nieuw schrift, en liefst meteen ook maar een nieuwe kroontjespen, en steek m'n vinger op: 'M'n schrift is vol, meneer, krijg ik een nieuw?' / 'Ga maar door op de binnenkant van de kaft, Balthasar. Er is nu geen tijd voor een nieuw schrift.' - Ik verbijt m'n teleurstelling, en schrijf verder op de grove binnenkant van de groengrijze kaft zonder lijntjes. M'n pen blijft haken aan een papiervezel, en produceert een nare inktvlek in m'n werk. De tranen schieten in m'n ogen, een koppige boosheid ook, terwijl ik met m'n vloeiblad probeer de schade te beperken. Als je schrift vol is moet je dat altijd meteen melden, en dan krijg je een nieuw schrift. Zo is de regel, maar waarom nu dan niet? M'n schrift is toch vol?
De rest van het dictee past op de binnenkant kaft. 's Maandags krijg ik het nagekeken taalschrift terug, én een nieuw schrift met m'n naam in zwierig fratersschoonschrift op het etiket. Voor het dictee heb ik een tien, voor schrijven een zevenmin (een vol punt en 'n plusje minder dan bij het vorige dictee) vanwege de inkvlek. Plus de vermaning om de volgende keer tijdiger te melden dat m'n schrift (bijna) vol is.

Mailbox
Zo kreeg ik eergister van m'n 'System administrator' het alarmerende bericht dat m'n e-mailbox '(bijna) vol' is. En bij vol 'kunt u geen e-mail meer verzenden of ontvangen'. - Ruimte maken dus. Maar wat kan er weg? Wat zet zoden aan de dijk? Die mail met 25 foto's van het uitje in de Biesbosch? Het complete dansje van I. op de Duitse bruiloft? De tien fases 'wording van een schilderij' van kunstenaar Shoba? De hele rubriek 'Voetvolk' dan maar? Zware beslissingen liggen in het verschiet, eigenlijk niet te doen. Maar het moet, m'n box moet (bijna) leeg of ik blijf eeuwig verstoken van in- en uitgaande post, ja, en wie ben je dan nog?
'Ach wat,' zegt m'n dochter luchtig als ze m'n perikelen door de telefoon voorgelegd krijgt, 'dan zet je de boodschappen die je wilt bewaren toch gewoon op een usb-stick? Staat dat niet bij de suggesties van die system administrator? Vast iemand van jouw leeftijd: wel mee willen spelen in de grote wereld, maar denken dat het niet nodig is om je in de spelregels te verdiepen.' - Ik schaam me diep maar ben ook himmelhoch blij: er is dus wel degelijk nog leven na het opschonen van de mailbox. I.'s Duitse dansje kan worden gered en de 'Haagse kippen tijdens de Meijendel-wandeling 2008' blijven vooralsnog in stock. Goed dat er binnenkant-kaften bestaan, ook al weet ik dan niet (meer) hoe je met een usb-stick werkt.

Boekenkast
Lastiger dan een vol taalschrift of een volle mailbox is een uitpuilende boekenkast, je volle leven. Enige tijd nog kun je je behelpen met boeken op andere boeken te leggen, met boeken in dubbele rijen te zetten, en met wankele stapels bovenop de kast. Het is allemaal uitstel van executie. Als je nog jong(er) bent schaf je extra kasten aan, maak je meer plaats of koop je desnoods een ander huis. Maar als je wat oud(er) bent, zit dat niet meer zo glad. Dan is het opschonen geblazen, kinderen wegdoen, jezelf verwezen, je tijdklok horen tikken, aftellen. - Je nadert simpelweg de onderste regels van de laatste bladzijde in je laatste taalschrift.
Maar. Daar is nog de 'binnenkant kaft', onvermoed uitstel, extra bergruimte, hulp van buiten. Dat zijn de boekenkasten van dochterlief M., hier geparkeerd omdat zij aan het verhuizen is, en er vooralsnog geen ruimte voor heeft. Die kasten zijn hoger en breder dan onze eigen kasten. En dus liggen onze eigen kasten nu onttakeld op zolder, naast de dozen met boeken van M. Onze dubbele rijen en wankele stapels zijn nu voor het grootste deel weer keurig op hoge brede planken ingepast. Niettemin hebben we al wel (een beetje) moeten oefenen in het 'opschonen', de eerste pijn zit in vijf dozen voor het goede doel.
Toen al het werk gedaan was, schoot me - te laat, te laat - alsnog de methode-Du Perron te binnen. Die houdt in dat je alle bladzijden uit een boek scheurt die je onder de maat vindt. In Du P.'s boekenkast stonden dan ook voornamelijk hele 'dunne' boekjes. Ik was blij dat ik 'te laat' was, want om deze methode toe te passen ontbreken mij de moed, de tijd en het oordeelsvermogen. Het zal wel elk jaar 'vijf dozen opschonen' worden, want er is nu echt geen binnenkant kaft meer over.

Weemoedige of vrolijke gedichten waarin mensen met kloppend hart boeken wegdoen, ken ik niet spontaan. In zo'n geval ga ik dan driftig op zoek in de poëziekast. Er moet toch wel een gedicht zijn dat een beetje in de buurt komt? Even bij Campert kijken, bij Komrij, bij Wislawa Szymborska, die schrijven toch over van alles en nog wat? En bijna altijd verzeil ik dan uiteindelijk bij de dikke rode pil met het verzamelde werk van C. Buddingh' ('Buddingh' gebundeld', Amsterdam 2010). Een groot genot om door te jachten, te blijven haken, gefrappeerd te worden. In dit geval kon ik niet voorbij komen aan pagina 573, in de rubriek 'Verspreide gedichten 1960-1969'. Daar trof mij het 'Weggooivers voor Reg ten Zijthoff'. Geniet u even mee? Vrolijk, maar weemoedig tevens.

WEGGOOIVERS VOOR REG TEN ZIJTHOFF

laatst dacht ik, angstig: een borstbeklemming?
maar nee: mijn binnenzakken zaten weer eens te vol
en nu je weer een winterjas moet dragen
drukt die inhoud dan wat zwaar tegen de gevoelige hartstreek
ik ze leeggemaakt: een paar brieven, bundeltjes bankbiljetten,
girootjes, postcheques, ook een heel pak gedichten:
er moest iets worden weggegooid, maar wat?
ik heb er heel lang over nagedacht, vanzelfsprekend,
maar ten slotte zijn het toch de gedichten geworden


naar boven

7 november 2011
Atlas van Nederland, een bijdrage

Het feestje was in het café bij de brug, met uitzicht op de kade met meeuwen en zondagmiddaggewemel. Toen het nog niet druk was kon je er goed praten, oude bekenden begroeten, een paar nieuwe mensen leren kennen. Algauw ging ons tafelgesprek over werken voor en na je zestigste, over de rol van je woonplaats daarbij, en over nieuwe boeken. Over een atlas van Nederland vooral, pas verschenen, en de hemel ingeprezen omdat die zulke interessante inkijkjes geeft in allerlei demografische en sociologische trekjes van het Nederlandse volk. Maar dat het nog beter kon, met eigen inbreng van 'gewone mensen', met insteken als: 'Kunt u mij een overzicht geven van de verhuftering in de samenleving sinds het in verval raken van de ideologische veren?' of items van vergelijkbare strekking. - Door het toenemende cafélawaai verdunde het groepsgesprek algauw tot een-op-een-praatjes in de hoogste volumestand, en kwam de atlas niet verder uit de verf. Wie weet kan onderstaande 'zondag 6 november 2011'-bijdrage ooit nog meegenomen worden?

Van het dorp...
Sinds tien jaar wonen wij op een dorp in Oost-Nederland, met uitzicht op een boemelspoorwegovergang en massaal geboomte in de aanpalende tuinen. Ons straatje is van het dromerige soort, met grassprietjes tussen de klinkers en om tien uur 's avonds het geluid van uitgelaten honden. Iets verderop doorsnijdt de N348 soms met geweld de dagrust, de PKN heeft er minstens 200 vrijwilligers op een gemiddeld kerkbezoek van 50, en het voornaamste nieuws van de plaatselijke bode betreft de nieuwe sponsorshirtjes van Junioren 3b. Elke dinsdagavond rond zevenen meldt zich de collectant van dienst, jantje beton, het roode kruis, de volleybalclub. Kortom, wie wat te doen heeft kan zich in dit dorp aangenaam concentreren. Ik bijvoorbeeld ben hier al bijna zes jaar zonder dwang of prestatie bezig om het begrippenpaar 'werk en vrije tijd' toepasselijk te herdefiniëren, ongeveer 900 geprinte A4'tjes tot nu toe. Aangenaam niets doen, noemen sommigen dat, buiten de werkelijkheid staan. Toch schrijft de kalender maandag 7 november 2011, halfvier in de middag, wintertijd, het is bewolkt en 10 graden. Volgens de krant verloor Ajax gister met 6-4 van FC Utrecht, wat wereldnieuws schijnt te zijn maar waar ik nog niet van op de hoogte was.

...naar de stad...
Wat misschien nogal vreemd is, want gister gingen wij dus die jarige vriendin, oudcollega ook, bezoeken. In Amsterdam! Aan de De Wittenkade, nabij brug 132. Binnen drie uur te bereiken, af huis. Via de moderne gemakken van het internet hadden wij ons voorzien van een plattegrondje van het desbetreffende stadsdeel, voor wandelaars best te belopen vanaf het Centraal Station. Op dat station was het ronduit hectisch, daarbuiten druk, iets verderop wat minder druk, en in de Willemsstraat al erg rustig. En overal volle coffeeshops, koopzondagpubliek, beleefd en aardig volk, geschikte automobilisten die zonder uitzondering stopten voor zeebrapaden en oversteekplaatsen. Het was absoluut prettig wandelen door zondags Amsterdam, een zekere reputatie ten spijt. In een 'tentje' aan de Noordermarkt veroorloofden wij ons een straf kopje koffie, en vroegen meteen maar even naar de bekende weg, brug 132. De twee diensters konden ons in de verste verten niet helpen, zelfs niet aan de gracht die langs hun markt bleek te lopen. Wij spelden ons plattegrondje, liepen een stukje om, rondden een doodlopende gracht en bereikten zonder noemenswaardige vertraging het einddoel aan de De Wittenkade. Van de aanstaande afstraffing van Ajax was gedurende die hele wandeling (nog) niets te merken, want om drie uur waren wij op het feestje.

...en weer terug
Rond half zes, op de terugweg naar Amsterdam CS, sprongen me vooral de avondwinkels in het oog ('Goedkoper dan u denkt'), de volle coffeeshops, de lege Chinese restaurants. De hectiek op het station had er nog een tandje bijgezet, de 'mededelingen voor de reizigers' hadden nu een permanent karakter. 'Let op omroepbericht' meldden alle vertrekborden, doven zoeken het zelf wel uit. Wij werden naar 8b gedirigeerd, maar daar wilde de trein naar Moskwa via Kobnhavn maar niet voldoende onder stoom komen om het perron vrij te maken. Toch bereikten wij met slechts 20 minuten vertraging wereldstation-in-wording Arnhem, dat na vandaag die kwalificatie wel weer diep in de kelderkast kan opbergen: in de centrale liep hier en daar een verdwaalde reiziger, bij de SmullerS werden wij met open armen als klant begroet en de trein naar Zutphen vertrok gewoon op de aangegeven tijd en plaats. In Z. haalden wij onze fietsen uit de stalling ('Winterbeurd 23,50 excl. onderdeelen') en reden door het donker van de herfstavond naar ons dorp. - Brandpunt flitste ons voorbij, Met het oog op morgen vielen wij in slaap. En nog steeds waren wij volkomen onkundig van de afgang van Ajax, wereldclub.

Na bovenstaande ervaringen op zondag 6 november 2011 is het me onmogelijk om op een ander gedicht te komen dan op 'toen wij nog jong waren', van Gerrit Kouwenaar, uit de bundel 'totaal witte kamer' (afd. 'een glas om te breken'). Dit gedicht schreef Kouwenaar n.a.v. de dood van schrijver en dichter Bert Schierbeek (1918-1996). Over reizen gaat het, en over roestige treinen, wijn en olijven onder kwijnende palmen. En over het nu, jaren later, wanneer de tijd van het lot is verstreken... Een piepjong gedicht is het, vol levenswijsheid, en weemoed ook. Iets voor die Atlas-in-wording van Nederland?

TOEN WIJ NOG JONG WAREN

Toen wij nog jong waren en de wereld nog oud was
en wij in een ver land op hoge bergen stonden
en in het dal diep beneden een lange roerloze
roestige trein zagen, onbestaanbaar alleen
in het oog van een hevige leegte, riep jij
terwijl je de hemel een kushand toewierp
ik ben een reisgids kinderen
leer mij lezen

en ’s avonds op het plein onder kwijnende palmen
waren er wijn en olijven en een ritselend zwijgen
uit klagende kelen en het donker was week
op het scherp van de snede, en jij
jij kocht het ondraaglijke lot van een blinde
en riep het oor drinkt

nu is het dus later, een avond na jaren, de dood
stille trein is vertrokken, de tijd van het lot
is verstreken, je reisgids ligt open

onder eendere oudere bomen drink ik
de hese stem van je woorden, hoor ik je stilte –


naar boven

26 oktober 2011
De winter tegemoet

Komend weekend gaan Nederland en ik en jullie weer over van de zomertijd op de wintertijd. Net op tijd, of misschien toch ietsje te laat, als je de momentane ochtenddonkerte en bijbehorende friste in aanmerking neemt. Nog niet zo lang geleden vond deze excercitie een maand eerder plaats. Dat vond ik altijd net ietsje te vroeg, als je het ochtendlicht en de bijbehorend aangename temperatuur in aanmerking nam.

Changement...
Maar het is niet zozeer om die reden dat wij deze week ons zomerdekbed vervangen hebben door het dubbele winterdek. Okee, natuurlijk heeft het met de temperatuur te maken. Maar het is groter, breder, algemener. Je groeit er als het ware - ook mentaal - naar toe met eerst een dun dekentje erbij, dan een iets warmer nachthemd, een gekleder piamaatje, je gaat 'gewicht' missen en je stopt je hoofd steeds dieper onder het laken terwijl je je benen zo weinig mogelijk verplaatst om geen warmte aan de nieuwe omgevingskoude te verliezen. Al die 'lapmiddelen' bij elkaar wijzen uiteindelijk maar één richting in: het winterdekbed, diep onder de wol, op zoek naar snelle warmte met als culminatiepunt dat volle uur extra bedtijd in de nacht van zaterdag op zondag aan het einde van oktober. Een extraatje waar de zomertijd aanvankelijk weinig substantieels tegenover weet te stellen. - Ik geef toe: wij hebben ondanks allerlei voorzieningen een koud huis, we slapen aan de noordkant, en ik word ook overigens met elk pensioenjaar koukleumeriger. Zo heb ik mevrouw B. al menigmaal voorgesteld om overtrekjes te (laten) breien voor onze wc-brillen, maar zij vindt dat onhygiënisch en mal. Enfin, sometimes you win, sometimes you lose. Ik overweeg nu lieslange winterkousen, op z'n minst voor de nacht want dan zijn de brillen het ijzigst.

...de décor
Toen ik - lang, lang geleden - nog bij mijn vader en moeder en broers en zussen thuis woonde, moet het allemaal een fors aantal factoren kouder geweest zijn, ook al herinner ik me dat niet als zodanig. Maar toch, een spouw in de muren: hadden we niet, laat staan spouwmuurisolatie. Dubbel glas: nooit van gehoord. Centrale verwarming: één kachel in de huiskamer zul je bedoelen, en dat was het. Thermisch ondergoed bestond zelfs in sprookjes niet. - Laat 't me zo zeggen: op onze zolder kon je tussen de dakpannen door naar buiten kijken, op de slaapkamerramen ontwikkelden zich bij vorst de meest fantastische ijsbloemen, de kolenkachel had een bereik van maximaal drie meter, een wollen trui droeg je op de blote huid, en voor op de fiets (maar die had ik niet) had je gebreide wanten en oorkleppen of een bivakmuts. Ooit buiten op een bevroren plee gezeten? Daarom hadden wij voor 's nachts een emmer op de gang staan. En om het plaatje compleet te maken: ik heb nog met jas en wanten aan in de jongste klassen van de lagere school gezeten als er geen kolen waren om de kachel te stoken. Ook toen al gold: alles gaat altijd door, en zo was het. Ik denk dat ik het dáár vandaan heb.
Zo besloten mevrouw B. en ik afgelopen januari onze uitgeschreven winterwandeling te gaan proeflopen. Het was kerstliederenweer, de rijp lag op de daken, de sloten waren toegevroren, het ijsgeworden sneeuwdek in de buitenwijkse straten was zonder prikstok en schoenijzers onbegaanbaar. Maar wij togen richting De Posbank nabij Rheden, en vielen er de ijshellingen aan met de moed van de overlevers voor wie 'alles altijd doorgaat'. Na vier vergeefse pogingen en even zovele meldingen dat de hele Posbankomgeving voor alle verkeer gesloten was, besloten wij tot een alternatieve wandeling in de directe omgeving van onze woonstee. Want tja, alles gaat immers altijd door! Op de afgesproken dag glibberden 18 dapperen met ons door onbetreden veld en beemd, er waren slechts vijf valpartijtjes zonder noemenswaardige schade, en aan het eind wachtte ons de stamppot en de Glühwein. We waren weliswaar enigszins trots op onze prestatie van het type gekkenwerk, maar een volgende keer toch maar niet meer doen. Het is geen 1946 meer of daaromtrent. De wereld steekt definitief anders in elkaar, en ik ben dan wel (óók definitief) op weg naar het einde, het mag gerust een tandje minder, nu en dan. Want alles gaat dan wel altijd door, als de kruik breekt blijken er wel degelijk grenzen aan zelfs de hoogste wenselijkheid.

De onlangs overleden dichteres Ellen Warmond (1930-2011, pseudoniem voor P.C. van Yperen) ken ik van de middelbare school, en van enkele mooie bundelingen als 'De schalmei' (samengesteld door Aldert Walrecht). De goede H.J.M.F. Lodewick schreef in zijn leerboek over Warmond: 'Zij demonstreert in haar eerste bundels vooral haar levensangst, maar geleidelijk aan wordt haar poëzie weerbaarder. Wat ons dan treft is het streven naar open- en eerlijkheid, de tendens de schone schijn weg te nemen en tevreden te zijn met wat aan reële kern overblijft.' - Kijk, die visie op het leven, die sprak en spreekt me aan. In het gedicht 'Changement de décor' (uit haar allereerste bundel 'Proeftuin', 1953) is ze (dus) nog wat aan de sombere kant, net als veel van haar tijdgenoten. Ze wist toen nog niet zo goed hoe ze een vuurpeloton op andere gedachten moest brengen. Later wel. Via changement de décor, door optimisme de plaats van het vuurpeloton te laten innemen!

CHANGEMENT DE DÉCOR

Zodra de dag als een dreigbrief
in mijn kamer wordt geschoven
worden de rode zegels van de droom
door snelle messen zonlicht losgebroken

huizen slaan traag hun bittere ogen op
en sterren vallen doodsbleek uit hun banen

terwijl de zwijgende schildwachten
nachtdroom en dagdroom haastig
elkaar hun plaatsen afstaan
legt het vuurpeloton van de twaalf
nieuwe uren bedaard op mij aan.


naar boven

19 oktober 2011
Een woensdag in oktober

Als elke dag, plannen genoeg
Vandaag had ik zin om na de fysiofitness de tweede helft van het gras te maaien, het gevallen blad te ruimen, daarna een blog te schrijven over de faits divers van een gepensioneerde, en de buurkranten te lezen. Voor Een vrouw op de vlucht voor een bericht van David Grossman zou misschien ook nog wat tijd overblijven, maar secondenlijm kopen ging vandaag absoluut niet gebeuren. Dan liever even neuzen in Kind van een vreemde, de Nederlandse vertaling van Hollinghurst's grote roman The Stranger's Child, dat tot verbijstering van de gehele Engelse (én mondiale) literaire wereld niet werd toegelaten tot de shortlist van de Booker Prize 2011. Oja, en dan L. nog even bedanken voor het boekje Wandelen langs monumenten van Brabant Wonen in 's-Hertogenbosch, nostalgie en historische waarheid op dwars A5-formaat! Tenslotte het 'reisje' van morgen nog even voorbereiden, een bezoek aan het MMKA (Museum voor Moderne Kunst Arnhem) met deze keer als totem de 90-jarige Belg Roger Raveel, met Even terugschouwen. Oja, en niet vergeten de vijf gedichten over Raveel te lezen, in Een man in de tuin, de dichtbundel van Rutger Kopland uit 2004 (Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam).

Voorbeeld van een blogje
Vanmiddag werd wat een van m'n laatste maaibeurten van het seizoen had moeten worden ruw onderbroken door driedubbel donderend geraas vanuit de hemel. Een inktzwarte wolkeneenheid verdreef in razend tempo het herfstzonnetje, en liet onder zwaar kanongebulder een stortvloed aan pijpestelen en hagelstenen op me los. Ik vluchtte mevrouw B.'s kleine broeikas binnen met de grasmaaier nog in de aanslag, en rukte m'n druipende zonneklep af (jaja, onlangs pas aan staar geopereerd, dus dan is het zonlicht nogal gauw te fel nietwaar). - Ach wat, het werd al minder, toch? Even de hand door de schuifdeur naar buiten steken. Oei, toch nog maar even wachten. Enfin, wat te doen onder het klaterende regenglas?
Ik begon het kasje schoon te vegeren (vegeren is vegen met een handveger), stapelde de plastic en aardewerken pot-onderzetters in twee groepen en in orde van grootte op elkaar, en borg het kleine tuingereedschap in het plantentafeltje. Ik ordende de volle, de halfvolle en de lege potgrondzakken en zette de groene watergieters buiten (die moeten leeg vóór de vorst toeslaat, vorige winter waren drie van onze gieters met ijs kapotgevroren, eeuwig zonde). Met grote halen van de handveger maaide ik de laatste cohorten huisjesslakken van de kasribben, en harkte met het handharkje de kiezels onder de oppottafels in het gelid. Ik keek eens tevreden rond in de opgeruimde kas en peilde nog een keer de buitenomstandigheden. Het werd al minder en minder, maar droog worden deed het niet. Ik zette de zonneklep weer op, sloot m'n jackrits tot aan de kin, en bracht de handmaaimachine (en daarna ook de kruiwagen met bladhark en veger en snoeischaar, de afgetuigde drooglijnen en de wasknijpers) naar de grote schuur, en ik dacht: 'Maaien van het te natte gras is voor vanmiddag van de baan, het gevallen blad moet nu ook maar een dagje wachten.' Ik dacht dat natuurlijk wat onsamenhangender, maar goed, een lezer moet het ook kunnen volgen. Enfin en al doende, sloot ik de schuur en de kas, en begaf me in versnelde pas naar huis. Wat te doen met de vrijgevallen tijd? Alsnog die secondenlijm gaan kopen?

Raveel en Kopland, kunstenaars
Maar ik las de dichtbundel van Rutger Kopland, 'Een man in de tuin'. In de afdeling 'Raveel' gaan vijf gedichten over de beeldende kunstenaar Roger Raveel, die een eigen museum heeft in Machelen-aan-de-Leie, in België. Tik op Google www.rogerraveelmuseum.be in, en verwonder je over de prachtkunst van deze Belgische kunstenaar die in Nederland (nog) te onbekend is. Dóen, je kunt er geen spijt van krijgen. Bovendien is zijn kunst net zo gemakkelijk te 'begrijpen' als de gedichten van Kopland.
Hieronder gedicht III uit de afdeling 'Raveel' in de bundel 'Een man in de tuin' van Rutger Kopland. Lees het, en accepteer m'n gelijk over Rutger Kopland en Roger Raveel, of accepteer het niet, en accepteer dat dan, en opnieuw. Soms is de waarheid onbegrijpelijk.

III

Zoals zijn beelden laten zien
hoe toevallig en eenmalig de dingen zijn

het gezicht van een vader de rug van een vrouw
een stoel aan een tafel - al die dingen

even zijn ze gezien een moment en ze zijn
al verleden en nog zijn ze zichtbaar

niet vast te houden en weg als een glimp van
wat was en wat is en ook dat niet

zo moet een gedicht zijn moet het iets zeggen
en dat niet zeggen en dat opnieuw zeggen


naar boven

5 oktober 2011
Eén dag naast Van Gogh

Vóór de AH to go op station Arnhem stonden zo'n vijfentwintig mensen met ingepakte kunstwerken, rugzakjes en schoudertassen. Een jongen in een kek blauw jekkie checkte hardop zijn deelnemerslijst. Er ontbraken er nog twee, maar ja, het was nu eenmaal tijd: 'Dus we gaan nu naar de bus, aan de achterzijde van het station. En dan rijden we rechtstreeks naar het Kröller-Müller Museum in Otterlo waar jullie allemaal verwacht worden voor het WKC.' Ik voegde me bij de groep, begroette Shoba als m'n eigen zoon, en maakte kennis met de rest. Er waren maar 'n paar introducés bij, zoals ik, de mensen zonder ingepakte kunst.
Maandagmorgen half tien in het mooiste museum van Nederland, normaal gesproken gesloten, maar nu stroomde de hal van heinde en verre vol met kunstenaars, introducés, hotemetoten, suppoosten en UWV-medewerkers, bij elkaar zo'n tweehonderd man, inclusief twee baby's en twee rolstoelers. De kunstwerken werden ingeleverd, de badges opgespeld, de rugzakjes in bewaring gegeven. Shoba en ik kozen een plekje achterin de grote conferentiezaal, dichtbij de toiletten. Het tweede UWV Wajong Kunst Congres - WKC kon wat ons betreft beginnen.

UWV, Wajong en kunst
De uitnodiging die het UWV in augustus in Shoba's mailbox postte, was meteen al het eerste snoepje: 'De doelstelling van het UWV Wajong Kunstcongres is om kunstenaars met een Wajonguitkering perspectief te bieden en hen maatschappelijk te laten participeren. Middels deze kunstexpositie wil UWV u als beeldend kunstenaar de kans geven uw eigen werk te exposeren en te laten beoordelen door een vakkundige jury. Een uitgelezen kans om uzelf te profileren en tijdens de expositie één kunstwerk ten toon te stellen. De jury beoordeelt niet alleen dat kunstwerk, maar ook andere kunstwerken uit uw portfolio. De jury kiest drie kunstenaars uit die in aanmerking komen voor het exposeren van hun werk binnen de UWV-kantoren.'
Daar hadden Shoba en heel wat andere Wajongkunstenaars kennelijk wel oren naar. Want kunst maken op je zolderkamertje is één, maar kunst onder de mensen brengen is een heel ander verhaal. Laat staan geld verdienen met je kunst, hoe zou dat dan in godsnaam moeten? - 'Verschillende organisaties zullen aanwezig zijn op een Infomarkt. U kunt bij een stand van UWV terecht met vragen over uw Wajong-status of mogelijkheden verkennen om u verder professioneel te ontwikkelen en te participeren. Galeries, kunstuitleners, kunstenbonden en opleidingsinstellingen zullen ook vertegenwoordigd zijn.' - Tot grote teleurstelling van Shoba bleek dit snoepje in de praktijk van de dag nogal veel wikkel en weinig inhoud te hebben. Hij kon zelfs niet eens aan de beurt komen omdat er erg veel vraag, maar slechts weinig aanbod was. Maar goed, het was ook pas het tweede WKC van het UWV.

Achter de schermen
Terwijl de congresgangers met wisselende instemming een vloed aan toespraakjes, filmpjes en 'workshops' over de definitie van kunst over zich heen kregen, werd er achter de schermen hard gewerkt door de jury en een batterij museummedewerkers. In het befaamde Rietveld-paviljoen werd een complete tentoonstelling ingericht van de tientallen ingeleverde kunstwerken en portfolio's. De jury beoordeelde alle de werken, en stelde een steekhoudende argumentatie op schrift die later op de dag tot een prijsuitreiking zou leiden. En tot vele teleurstellingen uiteraard.
Om het aandeel KMM zelf aan deze dag een flinke boost te geven, verzorgden de conservatoren inspirerende rondleidingen door het gebouw en door 'het hart' van het museum: de door mevrouw Kröller-Müller zelf aangekochte collectie schilderijen en beelden. En het hart daar weer van waren natuurlijk de werken van Vincent van Gogh, die Shoba voor het eerst of bij herhaling ontroerden en begeesterden. Bovendien was het gewoonweg 'eng' om tijdens die rondleiding te moeten ervaren wat er - omwille van de tijd - allemaal overgeslagen moest worden: werken van wereldklasse genoeg voor een hele week intensief KMM-bezoek! Gaat dat zien, gaat dat zien!

De expositie
Het was werkelijk een genoegen om op deze prachtigste nazomerdag de tentoongestelde kunstwerken in het open Rietveld-paviljoen van het Kröller-Müller Museum te ervaren. Kunststukjes van hoog, laag en midden-gehalte, veel kleur ook, en goede bedoelingen naast professioneel werk, toch zeker een stuk of zeven die me raakten (maar later geen van alle tot de prijswinnaars bleken te horen). Een nieuwe Van Gogh werd niet gesignaleerd, en er werden zeker geen 'zaken' gedaan. Alle introducés waren druk en begaan met hun eigen kunstenaar en protégé. De jury liet zich niet zien, de hotemetoten wel. Die vonden alles prachtig.
Shoba was aanvankelijk zeer tevreden over zijn opgehangen werk, ging ermee op de foto, en roemde zelf de kwaliteiten ervan. Maar verbaasde zich gaandeweg over de geringe belangstelling voor zijn 'Wat doe ik hier?' Misschien is het hier toch niet de goed plek? Iedereen die een beetje uit zijn doppen kijkt, kan toch zien dat de kwaliteiten van mijn werk recht overeind blijven in de vergelijking met de andere kunstwerken? - Ik kon deze observaties en wankelmoedigheden zelf op meerdere plekken horen en zien. De onzekerheid had nu overal genadeloos toegeslagen, de drie kwartier begonnen al te lang te duren.

Ach ja, de prijzen
Alle de werken zijn van waarde, betoogde de jury. Sommige kunstenaars zouden er wellicht nog een tandje bij moeten zetten, maar zeker de kwaliteit van de uitverkoren werken was hoog en hoopgevend, 'n enkele keer zelfs verrassend. Zeiden ze. En ze bekroonden 1 pentekening, 1 berenpop, 2 foto's, en 1 strip-collage. Er viel geen enkel schilderkunstig werk in de prijzen, terwijl die met 80% toch ruim vertegenwoordigd waren op de expositie. Dat kon niet iedereen begrijpen. Maar Wajongers zijn geen protestanten, ze klapten lang en hard voor de jury, en namen toen een pilsje of een glaasje anders. Volgend jaar beter.
In de bus terug naar treinstation Arnhem werd voor het eerst die dag herkenbaar genetwerkt, portfolio's gingen over en weer, er werden afspraken gemaakt, er werd gedebatteerd. Shoba kreeg zowaar enig uitzicht op een eigen atelierruimte in een leegstaand ziekenhuis, voor een vriendenprijsje. De stemming kwam er weer een beetje in, het was een beste dag geweest. En we keken nog eens door de UWV Kalender 2012, met alle afbeeldingen van de ingezonden Wajong-werken. Mooi cadeau.

Thinking out of the box
Het programma van het UWV Wajong Kunst Congres beloofde voor 11.15-12.00 uur een 'inspirerende workshop van Gordon Dale, Art Coach, verbonden aan de University of Cambridge, School of arts en humanities'. Dale bleek een soort Emiel Ratelband van de kunst, hij kon hard roepen, betrok iedereen voortdurend bij alles, vond alle opmerkingen beautiful, en wat we vooral van hem moesten leren was 'think out of the box', je fantasie laten werken, bekijk het eens van de onderkant. Uiteindelijk bleek hij niet een beroerd Nederlands sprekende Engelsman, maar een beroerd Engels sprekende Nederlander met een pruik op die zijn gehoor toch maar mooi bij de neus genomen had, liedjes had laten zingen en schouderklopjes had leren geven.
Als inspirerend verbaal voorbeeld van buiten het doosje denken roemde Gordon Dale Paul van Ostaijen, met zijn beroemde gedicht Oote oote boe. Nou is dat gedicht natuurlijk niet van Paul van Ostaijen (ook al was dat een groot taalkunstenaar), maar van Jan Hanlo. Dat liet ik Dale weten, en hij wist niet hoe hij zich uit moest putten in excuses en amicale aanrakingen. Juist door dat laatste werd ik niet overtuigd, sterker, de hele rest van zijn verhaal donderde er ook door van zijn voetstuk. - Hoe dan ook, voor de liefhebbers hieronder het enige echte OOTE van Jan Hanlo, recht voor zijn raap, en niks geen doosjes om uit te springen. In ons collectieve geheugen zitten overigens niet meer dan drie of vier eerste regeltjes van het 'gedicht', blijkbaar al genoeg om Jan Hanlo voor de eeuwigheid te bestemmen. De rest is toegift.

OOTE

Oote oote oote
Boe
Oote oote
Oote oote oote boe
Oe oe
Oe oe oote oote oote
A
A a a
Oote a a a
Oote oe oe
Oe oe oe
Oe oe oe oe oe
Oe oe oe oe oe
Oe oe oe oe oe oe oe
Oe oe oe etc.
Oote oote oote
Eh eh euh
Euh euh etc.
Oote oote oote boe
etc.
etc. etc.
Hoe boe boe boe
Hoe boe boe boe
B boe
Boe oe oe
Oe oe (etc.)
Oe oe oe oe
etc.
Eh eh euh euh euh
Oo-eh oo-eh o-eh eh eh eh
Ah ach ah ach ach ah a a
Oh ohh ohh hh hhh (etc.)
Hhd d d
Hdd
D d d d da
D dda d dda da
D da d da d da d da d da da
da
Da da demband
Demband demband dembrand dembrandt
Dembrandt Dembrandt Dembrandt
Doe d doe d doe dda doe
Da do do do da do do do
Do do da do deu d
Do do do deu deu doe deu deu
Deu deu deu da dd deu
Deu deu deu deu

Kneu kneu kneu kneu ote kneu eur
Kneu kneu ote kneu eur
Kneu ote ote ote ote ote
Ote ote ote
Ote ote
Boe
Oote oote oote boe
Oote oote boe oote oote oote boe


naar boven

25 september 2011
Keukenweek

Maandag
Als je 10 jaar in een huis woont, begin je dat zo'n beetje aan alles te merken. Huishoudelijke apparaten houden er om de beurt mee op, de nog van de vorige eigenaren overgenomen traptreebedekking is om verschrikkelijk niet meer aan te zien, die temperatuur-comfort belovende muurisolatie moet er nu beslist eens van komen, en het straatwerk bij voordeur en achterterras vertoont allengs de trekken van een maanlandschap. En zo ben je doorlopend in de weer om je huis een beetje 'bij de tijd' te houden of te brengen.
Vorige week was de keuken aan een flinke opfrisbeurt toe, of eigenlijk was dat natuurlijk al veel langer het geval maar het was er gewoonweg nog niet van gekomen. Het zijn van die klussen waar het strammer wordende lijf steeds meer tegenop ziet. Kijk, leuke nieuwe voorraadbussen uitzoeken voor koffie en pasta's zit natuurlijk aan de genoeglijke kant, vetgeworden plafonds en muren wassen en witten valt toch meer in de categorie ongewenste activiteiten, even wachten nog, jaja, het gaat er beslist van komen hoor, nee echt, maandag begin ik. - En zo geschiedde. We maakten een plan. Ik inspecteerde de voorraden en hulpmiddelen. Het werd avond en het werd morgen: de eerste dag was goed.

Dinsdag
Veel van de noodzakelijke klusjes blijken achteraf en telkens weer gemakkelijk, zelfs prettig: kleurtje uitzoeken voor de granolmuren, rollertjes en kwastjes bijkopen, verfjes mixen voor de deuren en de kozijnen. En natuurlijk het overleg over dat ene extraatje dat de keuken ineens weer een heel nieuwe uitstraling moet geven, deze keer het zwart maken van de horizontale zichtlijnen van de vanillekleurige keukenkastjes. - Nou, dat wordt blitsen hoor! Zo'n eerste echte ochtend van 'de klus' die houdt alleen maar beloftes in.
Maar dan het eigenlijke werk: ontvetten maar! De reclame en je oude familieleden zweren bij Sint-Marc, ouderwets drogisterijartikel. Heerlijke dennengeur, belabberd resultaat. Over op het beproefde schildersrecept: water met ammoniak. Verstikkende dampen, maar puik resultaat. En hup, dan neem ik de bovenkant kastjes toch gelijk even mee! 'Even', nou ja: drie keer wassen, drie keer naspoelen en drogen. Maar dan heb je (had ik) ook wat: vetvrije bovenplanken waar straks een paar leuke dingen op kunnen staan. - Het werd avond en het werd morgen: en ook de tweede dag was goed.

Woensdag
Na de eerste plafondlaag 'extra dekkende muurverf voor vochtige ruimtes' was m'n nek stijf, de rechterschouder ontzet, het linkerbeen in een hevige spierkramp. Maar wat een resultaat!
- Dat hoeft echt geen tweede keer, B. Het plafond is prachtig.
- Vind je het heus goed genoeg, M.?
- Het is heus goed genoeg.
En met de granolmuren van hetzelfde laken een pak, nu met fraai zilvergrijs. Mooi genoeg, M.? / Mooi genoeg, B.! / O, o, o, wat zijn we weer tevreden, he! - Een mooi einde van de tweede, pardon derde, dag waarop bovendien de langskomende timmerman nog gauw even kans zag om de klemmende deuren vaardig in het gareel te schaven. Avond en ochtend, het was een puike derde dag.

Donderdag
Houtwerk schuren is niet m'n favoriete bezigheid, maar is nochtans 'noodzakelijk voor een goed eindresultaat'. De hele ochtend verstofte ik de deuren en kozijnen, zoog ik stof en waste ik alles met water en ammoniak na. Voor de middagboterhammen trakteerde ik onszelf op witte sesambroodjes vegetarische hamburgers met heerlijk zacht gebakken uien, ketchup en majo toe. Gezeten op het achterterras, tussen de uitgespreide verfspullen op oude onderlegkranten, en het buitengezette keukengerei.
Tja, en dan begint het lakwerk he! Secure arbeid voor trefzekere handen. En gelukkig heb ik daar ervaring mee al sinds ik op m'n 16e de volledige zomervakantie besteedde aan het verven van keuken, balkon en trappen in het ouderlijke huis. En ook de beloning zal ik nooit vergeten: een zilverkleurig schakelbandje voor mijn eerste polshorloge (schrijve: 17 harde 1956-guldens). Bovendien had ik een schoonvaderschilder die op verloren zondagmiddagen wel zei: 'Heb je even 'n kwastje voor me?' ('En een oude broek,' vulde m'n schoonmoeder aan), en dan deed ie de logeerkamer 'even' of de kast of de tuindeuren. Met een blokkwast of een hemapenseeltje, altijd goed. Zéér instructief, en inspirerend! - Enfin, het eerst waren de twee keukendeuren aan de beurt. In romig gebroken wit, in een omlijsting van zelfgemixt lichtvanille. Asteblieft! Avond en morgen, en ook de nacht was goed, de vierde dag.

Vrijdag
Deurposten en raamkozijnen, in dat 'lichtvanille' dus. En niks afplakken met tape uit angst voor verf op het glas: alles uit de hand en berestrak (of daaromtrent). Nou ja, ik weet natuurlijk niet of het een professionele beoordeling zou doorstaan, m'n schoonvader is helaas al jaren de hemel 'bij de tijd' aan het verven. Ik moet op m'n eigen oordeel vertrouwen, en vlak anders mevrouw B. niet uit!
En dan 's middags dus die zwarte randjes, met rondlopende kantjes; lastig maar toch uit de hand en binnen het uur gereed. Okee, die moeten straks nog een keer, voor het volle zwart. Maar hoe dan ook: vrijdagmiddag 15.00 uur, en de hele klus geklaard. Kwasten schonen, alle spullen opruimen, een laatste keurende blik: nú begrijp ik waarom alle schilders op vrijdagmiddag fluitend naar huis gaan. En als het kan een uurtje eerder. - Het is een genot om te zien dat 'alles goed is', avond en morgen, de vijfde dag.

Zaterdag
Tijd voor dat andere schoonmaakwerk: keukenkastjes soppen, alles eruit, soppen, herinrichten, overtollige spullen afvoeren. Mevrouw B. zal me roepen als ze me nodig heeft, zij wil óók alle armslag (zo groot is de keuken nou ook weer niet). Ze roept me niet. Intussen begin ik maar aan het maaiwerk in de tuin, dat is ook al te lang geleden. We zweten ons allebei de zaterdag door, de lampen weer geïnstalleerd, de klok heropgehangen, alles blinkt en schittert de week uit. - Morgen en avond, de zesde dag. En zij zagen dat het goed genoeg was.

Zondag
Hehe, eindelijk de zevende dag, lekker uitrusten met Hildegard von Bingen en Rówwen Hèze, de kranten van een hele week lezen, en dan ergens een hapje eten, filmpje pikken. En op tijd naar bed natuurlijk, want: volgende week weer een drukke agenda, de aarde rondkuieren, kind en kraai bezoeken. Even nagaan of alles nog wel goed is.
Op zoek naar een genesisachtig gedicht dat een beetje aansluit bij mijn wat luchthartige verslag van een weekje keukenwerk, kom ik veel gezwijmel en godsdienstigs tegen maar niks speels. Tenslotte stuit ik (natuurlijk) op het gedicht Genesis van de dichteres Ida Gerhardt, uit de bundel 'Het sterreschip' (1979). Ook wel 'het ultieme gedicht over de ouderdom' genoemd. En hoewel ik natuurlijk middenin dat proces zit (dik 71 inmiddels), om het opfrissen van een keuken nou te vergelijken met 'oud worden als het eindelijk vermogen ver af te zijn van plannen en getallen', nóu... nee! Dan liever zo'n halve ready made van Cees Buddingh'. Slaat misschien ook nergens op, maar het hád mij kunnen gebeuren, tijdens dat weekje verven van de keuken! - En dan had ik moeten constateren dat het niet goed was...

GEEN SCHAARTJE

'hé, dat lijkt wel een schaartje,
wat daar op de grond ligt,' dacht ik,
'een stoffig, grijsgroen schaartje'

maar toen ik beter keek zag ik
dat het geen schaartje was,
maar een elastiekje, ineengekringeld
in de vorm van een schaartje


naar boven

13 september 2011
Aggiornamento

Vandaag, lieve balthasarsbloglezers, beginnen we maar eens met een voetnoot. Voor iedereen die denkt: aggiornamento, aggiornamento, moet ik die kennen? komt hierna en allereerst dus mijn zelfgeschreven stukje wikipedia. - Graag gedaan.
Het Italiaanse begrip 'aggiornamento' werd in de jaren zestig van de vorige eeuw internationaal en algemeen bekend door Paus Johannes XXIII. Die riep in 1962 het IIe Vaticaans Concilie bijeen om de verstofte katholieke kerk te moderniseren en 'bij de tijd te brengen'. Met zijn initiatief bracht de eenentachtigjarige Johannes XXIII groot enthousiasme teweeg, ook buiten de katholieke kerk. Aggiornamento werd min of meer synoniem met modernisering, geloof in de toekomst, maakbaarheid. Maar dat liet 'de reactie' natuurlijk niet op zich zitten, zoals we inmiddels wel weten. Anno 2011 lijkt de wereld heel wat conservatiever (om het begrip 'reactionairder' niet te gebruiken) dan in 1968 of daaromtrent. Maar er zíjn geschiedfilosofen die zweren bij de geschiedenis als een golfbeweging. En dan is er dus weer hoop, het lijkt het leven zelf wel. - Met een geloof of de katholieke kerk heeft onderstaand stukje overigens niets te maken. Het gaat eenvoudigweg over einde en begin, over de ongelijke strijd tussen veroudering en vernieuwing. Uiteindelijk leg je het af, maar daar moet je je nooit bij neerleggen - tenzij om 'met een aar tussen je tanden lui naar de wolken te gapen'.

Als je in de groei bent, moet je om de zoveel tijd een nieuwe broek,
anders loop je voortdurend 'met hoog water', en dat is een vorm van 'sociale schande' die je er natuurlijk niet bij kunt hebben op die leeftijd. Althans, zo verging het in mijn verleden. Tegenwoordig is de (afgrijselijke!) driekwart broek erg in, 'hoog water' heeft het dus helemaal gemaakt sinds de tijden van olim ('vroeger' in hedendaags Nederlands), en het begrip 'sociale schande' is navenant verbleekt geraakt. Maar daar wou ik het eigenlijk helemaal niet over hebben. Ik wou alleen maar zeggen dat je gedurende je hele leven bezig bent met je aan te passen aan veranderende omstandigheden, aan het ouder worden, aan slijtage, aan vernieuwingen - want zolang je dat doet (je aanpassen, bedoel ik), ben je nog bij de tijd, of heb je zelf in elk geval dat idee.
Zo begon mijn computer bijvoorbeeld de laatste tijd steeds meer nukken te vertonen, in mijn beleving dan (om die modekreet nu eindelijk ook maar eens te gebruiken). Hij werd steeds trager, hij liep om de haverklap vast, de printer muntte uit in lekkages, en ik kon de letters op het scherm praktisch niet meer ontcijferd krijgen. Intussen weet ik natuurlijk ook wel dat dat maar voor een deel aan het vergrijzende materiaal ligt, en voor minstens de andere helft aan een verouderende Balthasar. Daar ging ik dus allemaal wat aan doen, natuurlijk, sprak vanzelf. De oogarts verdrijft inmiddels mijn staar met nieuwe ooglenzen én een leesbril, ik deed stiekem een korte cursus oefenen in geduld, en ik stelde bij voorbaat mijn persoonlijke verwachtingen bij.
En de pc (als term inmiddels ook al lang en breed achterhaald en buiten de tijd), met al z'n randapparatuur, z'n gezucht en gekreun? Die kwam uit de test tevoorschijn als te korte broek, verouderde snit, fraai als old timer, edoch (in aangepaste terminologie) rijp voor het museum.

Allereerst kwam er een nieuwe printer,
toen de lekkende cartridges door de tafel heen het onderliggende vloerkleed in begrafenisstemming hadden gebracht. Twaalf jaar geleden kostte dat print-apparaat (tevens kopiëer- en scan-machine) nog een dikke 1200 gulden. Wat zou me die vervanging nu wel niet gaan kosten? Zegge en schrijve 49 euro, plus nog eens 5 euro voor een kabeltje! Eenzelfde kwaliteit, eenzelfde degelijkheid? Nee, maar tot nu toe wel dezelfde resultaten. En dat voor amper 10 euro per jaar, als ik veronderstel dat het apparaat 5 jaar meegaat. - En de inktcartridges zijn nog goedkoper ook dan bij de afgedankte HP-mastodont.
Zou alle apparatuur dan misschien zoveel goedkoper geworden zijn? Ik haalde een folder bij de computerwinkel. Platte monitoren: van 119 tot 200 euro. 119 euro voor een volwaardig scherm? En dan ook nog eens in breedbeeld, en met ingebouwde speakertjes? Mijn ongeloof was een betere kerk waard.
Welnu, dan gooien we ook de computer zelf nog maar in de strijd. Maar: 'Helemaal niet nodig, meneer. U komt eenvoudigweg capaciteit te kort, met al die programma's die hij moet draaien. We zetten er 2 giga in, en u kunt weer tijden vooruit.' En zo is het! Ik dans weer heen en weer tussen Google en Outlook, Word staat weer altijd open, en voor de balthasarsblog werken in een html-bestand (o, veroudering, o, tempo doeloe) is opnieuw een genoegen.
Mailt mijn dochter me intussen: wanneer koop je nu eindelijk eens een laptop, man? Het ene aggiornamento ingehaald door het volgende.

Slechts een paar maartjes nog
Huize Balthasar barst inmiddels haast uit zijn voegen van de afgedankte apparaten (2 televisies toetermodel, 1 degelijk verouderde computer, 1 beeldscherm toetermodel, 1 toetsenbord zwart of wit, 1 kingsizemodel printer uit de vorige eeuw, 1 videoapparaat van nog veel vroeger), en wie weet wat de dag van morgen nog voortbrengen zal (2 fauteuils, 2 vloerkleden, 2 overjarige luchtbedden, 2 afgedankte fietsen, enzovoort enzoverder)? Want voor de eenvoudige fietser is het nog een heel geregel om daar allemaal van af te komen hoor. En of 'het milieu' nou zo blij is met het type 'voortschrijdend inzicht' van telkens weer vervangend nieuws?
Tussen haakjes: het installeren van de nieuwe aankoop heet bij verkopers altijd een fluitje van een cent te zijn. Mij kost het tranen met tuiten, handenvol ingekochte handigheid, slapeloze uren en heftige gevoelens van 'uit de tijd geraken'. Maar o,o,o wat een geluksgevoel als 'alles' het uiteindelijk blijkt te doen.
Totdat vervolgens alles in een mum van tijd natuurlijk weer aan vervanging toe is. - Ach, kon ik zelf eens wat 'extra geheugen' ingebouwd krijgen! Dan keek ik misschien wel uít naar het volgende aggiornamento.

In de woorden van de dichter
Een oneindig aantal dimensies dieper (dan bovenstaand blogje) schreef de Poolse dichteres Wislawa Szymborska (1923) over 'einde en begin' (1993) en de tijd daartussenin. Mijn aggiornamento is bij haar veeleer een herstelproces, met veel verdriet over wat verloren ging, en grote aarzeling bij wat komen zal. Een gedicht dat me (opnieuw) aan het denken zet. Daar moet ik even bij gaan liggen.

EINDE EN BEGIN

Na elke oorlog
moet iemand opruimen.
Min of meer netjes
wordt het tenslotte niet vanzelf.

Iemand moet het puin
aan de kant schuiven
zodat de vrachtwagens met lijken
door kunnen rijden.

Iemand moet waden
door het slijk en de as,
de veren van de canapés,
de splinters van glas
en de bloederige vodden.

Iemand moet een balk aanslepen
om de muur te stutten,
iemand het glas in het raam zetten,
de deur in de hengsels tillen.

Fotogeniek is het niet
en het kost jaren.
Alle camera's zijn al
naar een andere oorlog.

De bruggen moeten terug
en de stations opnieuw.
Van het opstropen
gaan mouwen aan flarden.

Met een bezem in de hand
vertelt iemand nog hoe het was.
Iemand luistert en knikt
met een nog niet afgekletst hoofd.

Maar om hen heen
duiken al gauw lieden op
die het begint te vervelen.

Soms zal iemand nog
onder een struik
doorgeroeste argumenten opgraven
en naar de vuilnishoop brengen.

Zij die wisten
waarom het hier ging,
moeten wijken voor hen
die weinig weten.
En minder dan weinig.
En tenslotte zo goed als niets.

In het gras, dat oorzaak
en gevolg overwoekert,
moet iemand liggen die
met een aar tussen zijn tanden
lui naar de wolken gaapt.


naar boven

31 augustus 2011
Verval IX: De staaroperatie

- Echt, heb jij een tweede huis in Hongarije, Ka? En hoe ga je daar dan naartoe?
- Met de auto, heerlijk. 15 uur achter mekaar, zonder overnachting. En dan zijn we d'r al.
- 15 uur! Vreselijk. In m'n laatste vakantie heb ik wel 2 uur achter het stuur gezeten. Een ramp, en dat is het.
- Nou, vind ik niet hoor. En dan heb ik ook nog m'n dementerende moeder naast me, die moet geregeld plassen. Pauzes genoeg dus, en...
- Intussen zijn we ook nog gewoon met uw oog bezig hoor, meneer Balthasar. Kunt u het allemaal wel hebben zo?
- Nou, dokter Oftalmos, ik voel momenteel water langs m'n oor m'n nek in stromen, kan dat kloppen?
- Dat is goed ja. We zijn nu bezig het lenszakje leeg te zuigen, en daar komt inderdaad nogal wat water bij kijken. En dan gaan we zometeen...
- En als we 'n uur daar zijn vraagt ze al: wanneer gaan we nou 's naar huis?
- ... zometeen de nieuwe lens plaatsen. Hebben ze u die bij de voorbereidingen laten zien?
- Jazeker. En ik was verbaasd hoe groot...

De opticiën
Al meer dan een halfjaar is het knudde met lezen: die letters lijken wel steeds kleiner te worden, en waziger ook, in elkaar overvloeiend, en het is net of m'n oogsprong steeds krapper wordt, dus ik maar met tranende ogen m'n hoofd steeds heen en weer bewegen alsof ik naar een potje tafeltennis zit te kijken. Toch maar weer 's naar de opticiën gaan. Raar eigenlijk, ik heb deze glazen nog geen jaar, wat zeg ik, de laatste twee jaar heb ik zeker drie keer 'n nieuw glas gekregen. Is dat wel goed? Morgenvroeg even laten meten, dan ben ik toch in de stad.
- Ach Wilco, wil je m'n ogen nog 's even checken? Ik heb het gevoel dat m'n bril niet meer klopt. Ik kan er steeds slechter mee lezen, ook op straat. Die fietsknooppuntenbordjes bijvoorbeeld, ik moet er praktisch pal vóór gaan staan wil ik de nummers kunnen ontcijferen. Ik word zo nog een gevaar op de weg.
- [ Leest u even de onderste regel. Die daarboven dan? Zo beter of slechter? Kijkt u even recht vooruit, in het lampje. U mag weer achterover leunen. ]
- Tja, wat ik zo meet, meneer B., daar kan ik u geen bril op adviseren. Vorige keer gingen we richting de plus, en nu weer richting de min. Vorige keer was uw gezichtsscherpte ongeveer 85, ik meet nu 55. Bovendien lijkt het wel of ik wat sinaasappelstructuur op uw netvlies waarneem. Dat gejojo, en dan nog uw klachten... beginnende staar, schat ik. Daarom kan ik u maar één ding aanbevelen: laat de oogarts er eens naar kijken voor we hier verder gaan.

De oogarts
- Meneer Balthasar? Was dat niet een van de drie Koningen, Balthasar?
- Zeker. De andere twee waren Kaspar en Melchior. Eigenlijk waren het een soort van wijzen, niet zozeer koningen.
- U bent goed op de hoogte!
- Allicht, ik ben op Driekoningen geboren, 6 januari 1940, 06-01-1940, ziet u wel? Scheelt u weer een controlevraag naar de geboortedatum!
- Goed, wat zijn de klachten, meneer Balthasar?
- [ Zie hierboven. Daarna: druppeldedruppel, grote pupillen, priemende lampjes, de scanscan en de grafische verbeeldingen ervan op het scherm. Tenslotte het afrondende gesprek. ]
- Inderdaad, inderdaad. U hebt een goeie opticiën. Staar, aan beide ogen, daar kunnen we wat aan doen. En ik zie ook verkleuringen op de gele vlek. Dat zijn een soort ouderdomsvlekken, degeneratieverschijnselen zeg maar, en daar kunnen we helaas niks aan doen, ja, in de gaten houden, dat is al. Zullen we dan het rechteroog maar eerst opereren? Goed, dan gaat mevrouw Cecil de afspraken met u regelen. En hier is het recept voor de oogdruppels. Ik zie u in de OK. Dag meneer B., dag mevrouw B. Oja, bijna vergeten, mag ik het computerbonnetje van u, anders loop ik zometeen weer achter terwijl ik niet achter loop, dankuwel. Die nieuwe systemen ook!
- Ik loop de afspraken nog even met u na, meneer B. Drie dagen voor de operatie begint u dus met duppelen, tot en met de eerste controle na de operatie. Vervolgens... En dan... Wie kan... Tenslotte geef ik u nu de brochure 'De staaroperatie' mee, daar staat verder alles in wat u moet weten. En belt u ons nog vóór de operatie op als iets u niet duidelijk is. Zijn er nu nog vragen? Natuurlijk, u kunt de druppels nu met het recept bij de ziekenhuisapotheek gaan halen. Sterkte en succes.
- Dank u wel, mevrouw Cecil. Dag dokter Oftalmos. Tot over twee weken.

De operatie
Om half negen lig ik in de operatiestoel, als bij de tandarts. Gelukkig kon ik nog net van tevoren even plassen, want de OK-assistente begint me meteen in te pakken, te druppelen en te bemoederen. Ik ben een ingebakerde baby met een groene koksmuts op die alles maar over zich laat komen, de voetjes zijn intussen al lekker warm, en de pleister met een grote R op m'n voorhoofd trekt een beetje bij de wenkbrauw. Ik kom te weten dat de dokter me zometeen een spuit in de oogzenuw komt geven, en dat dat het vervelendste moment van de hele operatie is. Oja, en in de OK krijgt u een grote doek over uw hoofd, via deze stang ziet u wel, het is net een tentje. Door de gaatjes in de stang krijgt u lucht toegevoerd, anders zou het wel erg benauwd worden natuurlijk. U bent dan wel plaatselijk verdoofd, maar van de operatie kunt u niks zien. De dokter zal u het een en ander vertellen.
En dan laat ze me de kunstlens zien die ze erin gaan zetten. Ik verbaas me over het geel doorzichtig plastic lorgnetje ter grootte van een ouderwetse cent, met twee harmonica-oortjes opzij. - 'En dat moet allemaal door dat kleine sneetje van 2,7 mm?' / 'Ongelooflijk, niet? En weet u wat het is: ze willen hier op termijn zelfs nog terug van 2,7 mm naar 2,25 mm! Wat zegt u me daarvan?!' - Daar had ik natuurlijk geenzins en niemendal van terug, 2,25 mm! Dat is geen sneetje meer, dat is een speldenprik.
Na twee spuiten is m'n oog genoeg ontzenuwd om het mes (nou ja, mes!) erin te zetten. De dokter rijdt me de OK in, en dan begint zo'n beetje de intro van dit blogje. De dokter en zijn assistente keuvelen er lustig op los, maar weten de klus in minder dan een halfuur te klaren: 'Zo, het is klaar hoor,' zegt ie met een tikje tegen m'n schouder. En meteen daarna word ik teruggereden naar de baakster, en buigt de dokter zich alweer over de volgende patiënt.
De baakster pelt me af, en pleistert een wit kapje op m'n oog. Dat moet tot de volgende ochtend blijven zitten. En meteen daarna, zo tegen half negen, zal de dokter me bellen om te vragen hoe het gaat. - 'En dan begint u weer met druppelen, vier keer per dag. Tot de controle volgende week. Dag meneer B., het beste met u. O, en past u op met drempels en deurklinken en zo, want met één oog zie je geen diepte. U zult nog wel 's mistasten, denkt u daaraan.'

Een week later
De staaroperatie is de meest uitgevoerde operatie in Nederland: elk jaar 185.000 keer. Routine dus, fluitje van een cent, niksandehanda, en zo is het in de meeste gevallen natuurlijk ook. Er zijn wel hindernisjes natuurlijk, maar ach, wat stellen die nou helemaal voor? Okee, het glas in je bril spoort voor geen meter meer met je nieuwe lens, je rechter- en je linkeroog sporen niet meer met elkaar, lezen is een regelrechte kriem, en je gekwelde hersenen zorgen voor een aanhoudende lichte hoofdpijn. Je laat een vensterglaasje in je bril zetten, je koopt bij de Hema een leesbrilletje voor 5 euro. Het helpt allemaal geen bal: je bent enige tijd visueel gehandicapt en je moet je een beetje behelpen. En slapen met een kapje op je oog ligt ook niet echt lekker, dat kan ik wel zeggen. Maar verder? Druppelen maar, en je ziel in lijdzaamheid bezitten. Zo'n ingreep moet je nou eenmaal een beetje tijd gunnen.
Over een maand het andere oog.

NA DE STAAROPERATIE

Na de staaroperatie kun je goed in de verte kijken.
Maar dichtbij is het helemaal niks.
Dat komt door het accommoderen.
Of liever: door het gebrek eraan.

Accommoderen is volgens Van Dale
'de lens van het oog wijzigen
overeenkomstig de afstand waarop men ziet.'
Een kunstlens kan dat echter niet.

Die blijft 'in de verte kijken'
ook als jij dichtbij wilt zien.
Daarom heb je toch weer een brilletje nodig
voor dichtbij en soms ook om goed ver te zien.

Echter: het zicht wordt helder en klaar
omdat de mist is gedaan,
het overvloeien over is
en het sneetje in je oog verdwenen is.


naar boven

22 augustus 2011
Wij leven met de dieren

Dag zomer!
Moest ik in het recente verleden verslag doen van onze domestic problems met de steenmarter, de veldmuis, de woelrat, de brulkikker, de plaatselijke eekhoorn en de buurhonden, het afgelopen voorjaars- en zomerseizoen bracht weer geheel andere beesten prominent in beeld. Lange slierten slijmerige nachtsporen van naaktslakken op deuren, ramen en tuinmeubilair bij voorbeeld, 's morgens de opvallend agressief diepe vogelgaten in het gras van de zonneweide, en 's avonds menigvuldig zwart gedans van tegen de vloerplinten aanschurkende minipadjes. Welkom in het buitenleven en deszelfs lagere dierenrijk, augustus 2011, en geen woord gelogen hoor! Op naar de herfstwebben.

Kort nog even over de mug
'O, maar als de temperatuur omhoog gaat, dan krijgen we die beloofde muggenplaag écht nog wel, hoor,' meldde Jeanette van de fitness vanmorgen toen we het tijdens ons wekelijkse conditieuurtje over wespen hadden en over muggen en steekvliegen, en andere specimina uit het dierenrijk die de zwetende mens gerust door de kleren heen steken en van jeukende bulten en opgezette schouderpartijen voorzien. Oja, en dat muggen 's avonds op het licht afkomen is een fabeltje hoor, net als het preventief insmeren met citrosekt of autanella: allemaal onzin, volgens Jeanette. Echte remedies werden er jammer genoeg niet aangereikt. Want als er íemand over prooikwaliteiten beschikt... enfin, daar heb ik u al 's eerder mee lastiggevallen. - Maar gelukkig is de Wageningen Universiteit nu bezig met experimenten in grote muggententen. Ongetwijfeld allemaal ten behoeve van martelaren zoals ik.

DeslakdeslakdeslakdeslakdeslakdeslaK
Het was een goed slakkenjaar, het was geen goed slakkenjaar. Het hangt er maar vanaf hoe je je belangen inschat. De belangen van mevrouw B. lagen de afgelopen periode toch voornamelijk bij de moestuin. En die heeft er van langs gehad hoor! In geen enkel van de afgelopen tien jaren waren ze met zovelen, de naaktslakken. De weersomstandigheden van dit kalenderjaar zorgden voor een regelrechte plaag, hoe goed je de dieren in het algemeen ook gezind bent, je kunt het niet anders noemen. En ze lusten alles hoor, die grote bruine glibberlijven! Geen erwt, geen boon, geen blad, geen wortel bleef gespaard, hoe waakzaam mevr. B. ook tekeer ging. Elke ochtend deed ze haar vroege slakkenronde, en tegen de duisternis de uitlaatronde. Scores van 70 à 80 langbruine moestuinvreters per dag, een paar duizend over de hele periode gemeten. En allemaal met de hand gevangen en gehuisvest in de groene compostcontainer, steen erop tegen de ontsnappingswoede en de vermenigvuldigingsdriften. Volgende dag: zelfde verhaal. De daaropvolgende dag, wéér. Enzovoort, ad infinitum. Onze groenecontainerophaaldienst draait overuren: 2012 wordt een extra goed compostjaar!
Ook voor de paardrift van de huisjesslak was het een topseizoen. Nooit eerder zijn er zoveel piepkleine, knettergrote en allesdaartusseninliggende bolletjes, grotjes, complete huizen, zuigmonden en ogen op steeltjes waargenomen op onze muren, ramen, deuren, plafonds én in de moestuin. Een vriendelijk en vrolijk gezicht, dat is het ware buitenleven, zegt u? Mwa, zeg ik u, mwa! - De zomer van 2011 mag dan als een van de natste de boeken ingaan, je kunt net zo goed zeggen dat de zomer van 2011 de gladste was, dat de zomer van 2011 aan de H. Slak geofferd is. Volgend jaar graag terug naar normale verhoudingen, ja!

Het minipadje
Ze blijken gek op ons avondlicht, de onderdeurtjes met het zwarte kabotseken an. Ze hupsen via de tuindeuren de huiskamer binnen, en hebben een voorkeur voor onze lichtgekleurde vloerplinten. Die omarmen ze als een gekruisigde kristus, in hun poging om hogerop te komen. Voor ons het sein om ze maar weer eens buiten te zetten en de deuren te sluiten. - Kom je in de keuken: zelfde verhaal. Naar buiten met jullie.
Hadden we vorig seizoen nog slechts één verdwaalde kikker in de kelder, nu zitten er telkens minimaal drie padjes binnen. Je zet ze buiten, en hup, even later weer twee in de keuken. Wat je niet weet is of het twee verse padjes zijn, dan wel een paar van de eerder gestrafte drie. Toch moet het welhaast een complete brigade zijn, want er zitten er ook in het cv-hok, in het boekhuis, in de schuur en in de twee kruidentuintjes. En gistermorgen nog vond ik er een dood, languit liggend op het kleed van het boekhuis, alle armen en benen in volle overgave gestrekt, het zwarte velletje grijs uitgeslagen - en vanmorgen weer een. Hoe kan dit gebeuren?, dacht ik nog, hoe kan dit gebeuren? Maar een antwoord heb ik niet.

Hallo herfst!
En geen woord gelogen hoor, dat zei ik al. Ook niet over het aanstormende maar dubieuze genot van de spinneninvasie! Het eerste blad, de eerste eikel, de eerste beukennoot zijn al gevallen, eigenlijk al in ruime mate, jazeker, de herfst is nakende, supervroeg dit jaar. En ik heb het ook al gevoeld aan de eerste ochtendlijke winddraden in mijn minuscule stekeltjeshaar, een onloochenbaar spinnenteken.
Eén voorbeeld nog van wat ons in de herfst te wachten staat: 'miriaden vliegen en torren rond de gloeilamp'. Lees er het gedicht 'Hoera! De herfst komt' van de dichter H.H. ter Balkt maar op na, voor het gemak hieronder geciteerd.
Over dat gedicht is H.H. ter Balkt in de loop van de jaren zelf overigens anders gaan denken. Om dit te laten zien neem ik hier een stukje over uit de Volkskrant van 27 december 2002. De criticus Arjan Peters had toen een interview met Ter Balkt naar aanleidng van diens P.C. Hooft-pijs 2003: "In zijn verzamelbundel In de waterwingebieden, gedichten 1953-1999 krijgt de lezer een indruk van de ontwikkeling van Ter Balkt, ook al heeft de dichter veel werk gewijzigd of zelfs weggelaten. Het beroemde gedicht 'Hoera! De herfst komt' ontbreekt bijvoorbeeld. In een interview met de Volkskrant zegt hij hierover: 'Veel te apocalyptisch. Heb ik ook uit de verzamelbundel gehouden. Ik bén geen onheilsprofeet. Ook niet toen ik dat schreef. Vol verbazing zit ik ernaar te kijken. Heb eindeloos geprobeerd het te veranderen, maar het ging niet. Wat een dreiging. En overal werd het geciteerd! [...] Naar de hel met dat rot gedicht.'" - Enfin, wat dunkt u zelf?

HOERA! DE HERFST KOMT

De roodkoperen kont van de kunst
Wordt door velen gekust,
Zo komen ook op de 60watts gloeilamp
Vliegen en torren af bij miriaden

Denkend: waar ’t licht is is ’t lekker
De schrik van de torren ontlaadt zich
In miniscule stippen, hun altaren
Die zij bouwen op het glas van de gloeilamp

Hoera! de herfst komt! veel duister
Veel lampen veel vleugelslag
Lezer onder je gloeilamp hef je hoofd op:
De trekvogels gaan, de uiltjes komen.


naar boven

7 augustus 2011
Een zomeravond op het landgoed

Van een weduwe en een ongelikte beer
Geel oplichtende zonnetjes in het gras en tussen de bomen wezen ons de weg naar de plaats van handeling. 'n Kleine honderd campingstoelen stonden in vier uitwaaierende rijen opgesteld voor het klassieke tuinhuis, dat voor de gelegenheid gehuld was in de rouw van kransen en donkere linten. Tussen tuinhuis en auditorium bevond zich een lange tafel met enkele stoelen, terzijde van het tuinhuis scharrelde een toom zwarte kippen en een bontgekleurde haan rond. Een huisknecht met een groot dienblad glazen liep naar de ongeziene dranktafel achter het tuinhuis, en een sterk op Sjef van Oekel gelijkende persoon vertrad zich op het weidse gazon aan de zuidzijde van het landhuis. Wij zetten ons op de eerste rij, met de avondzon in de nek en het vest tegen de verwachte avondkilte op schoot. Van links, uit de zijvleugel van het landhuis, kwam zacht klaaglijk geschrei onze kant op geslierd. De haan kraaide er eens fier doorheen, en nog eens. Loeka (Van Oekel) schreed naderbij met een blad waterservies en zette een band schettermuziek op. En vrijwel meteen weer uit. Rond zijn lippen speelde een guitig samenzweerderig lachje. Uit het niets kwam van rechts een witte scooter het speelveld opgedenderd. - Tsjechovs eenakter 'De Beer' was begonnen voor wij er erg in hadden.
Uit 't Woudbericht: "Een jonge weduwe heeft zich na de dood van haar overspelige echtgenoot opgesloten op haar landgoed. Zij wil bewijzen dat trouw tot in de dood bestaat. Een naburige landeigenaar komt haar bezoeken om per direct een achterstallige schuld op te eisen." - De schuldeiser gedraagt zich aanvankelijk als een ongelikte beer. Dat pikt de weduwe niet. Maar het slot van het liedje is natuurlijk dat de twee verliefd op elkaar worden, en samen op de scooter de eeuwigheid in rijden. - En zo was Tsjechovs eenakter 'De Beer' alweer voorbij voor wij er goed en wel erg in hadden.

Overpeinzingen tijdens een pauze op het landgoed
* Toneelgroep 't Woud Ensemble is vooral bekend van de theaterfestivals. Maar dit jaar kozen ze voor kleinschalig toneel op historische lokaties in heel Nederland. 't Woud werkt volkomen zelfstandig, de kaartjes zijn zodoende wat aan de prijzige kant. Maar wat je dan krijgt?! Tsjechov op een avond op het landgoed in de zon! Mooier toneel bestaat niet. Gaat dat zien! - Op verzoek speelt 't Woud de eenakters van Tsjechov zelfs bij u in de tuin: info@woudensemble.nl.
* De Russische medicus Anton Tsjechov (1860-1904) schreef honderden korte verhalen en meer dan tien toneelstukken (wie kent ze niet, de klassiekers 'De meeuw', 'Drie zusters', 'De kersentuin'?). Om u een indruk te geven van deze uitzonderlijke Russische schrijver, citeer ik een stukje wervende tekst uit mijn Prisma-uitgave 'Anton Tsjechov - Verhalen' (1956): "Het eigenlijke talent van Tsjechov gaat verder dan een weergaloos vindingrijke vertellersgave. Zijn verhalen, dikwijls zonder intrigue of pointe, schijnbaar op een willekeurig punt beginnend en afbrekend, zijn waarachtige verdichtingen van menselijke ervaring, waarin de triviale werkelijkheid van een weggelopen hondje, van een afgewezen verzoekschrift, van een doodgewone ontmoeting van twee mensen, tot een poëtisch feit van de eerste orde wordt, onherhaalbaar, en geladen met alle smart van het menselijk bestaan." - Nou dan!
* Landgoed Het Haveke te Eefde nabij Zutphen (14 hectares landschapspark, kilometerslange wandelpaden, vakantiewoning, trouwlokatie, evenementen) dateert uit de vijftiende eeuw, "toen Herman ter Havick het landgoed aan zijn vrouw schonk als huwelijkscadeau". Het park is overdag vrij toegankelijk, en de heer en mevrouw B. zijn daar dan ook regelmatig te vinden voor een korte onderhoudswandeling.

Over een aanzoek, een afwijzing, een ja-woord
Na de pauze moet je er altijd weer even inkomen. Ik deed dan ook m'n vest aan tegen de kilte, en riep het meegekregen Woudbericht te hulp, dat over 'Het huwelijksaanzoek' meldde: "Deze eenakter gaat over de verwoede pogingen van drie personages die, belemmerd door eigenbelang, bij elkaar proberen te komen. Ivan Lomov, een jonge vrijgezel, heeft eindelijk de moed gevonden om af te stappen op zijn buurman om naar de hand van diens mooie dochter te dingen. In eerste instantie lijkt er geen wolkje aan de lucht, totdat deze liefdesdans ontaardt in een grote chaos." - Hilarische scènes over betwiste schapenweitjes en jachthonden met een te korte beet, met veel gekift en gelammenteer over zonen van tantes van overgrootmoeders die zus en zo op schrift bepaald zouden hebben, over welles-nietes-welles-nietes, en zoals bijna altijd bij Tsjechov tot besluit omhelzingen en gespeeld geluk, eind goed al goed en binnen een halfuur uit en thuis!
De drie Woud-acteurs waren nu sterk van rol gewisseld. Met spetterend spel, vandikhout dit en dat, en niks geen subtiliteiten. Alles volkomen geloofwaardig, sterk komisch, en enthousiast van spel. Kortom, het hele Prisma-citaat van hierboven ten voeten uit. - De avond op het land begón puntgaaf, en eindigde puntgaaf. Het publiek beloonde de acteurs met een warm applaus, en de acteurs deden wat terug met een dienblad vol glaasjes wodka. De wodka ging er in één keer in, iets kapot gesmeten werd er niet. Pardon, dat laatste is natuurlijk Grieks!

Tsjechov en Gezelle, tijdgenoten
Gingen Tsjechovs verhalen over de kleine gebeurtenissen in de rijkere kringen, zijn Vlaamse tijdgenoot en dichter Guido Gezelle (1830-1899) beschreef toch vooral de rijkdom van de armoede. Zeker is dat ze allebei geen onderwerp te min vonden, alhoewel de priester Gezelle nogal vaak in Goddelijke Kringen verkeerde - Tsjechov beschreef altijd 'de realiteit', wat tamelijk nieuw was in die dagen. Beide schrijvers wisten in zeer kort bestek een kabbelend gebeurtenisje te laten exploderen in een onverwachte wending. Een goed voorbeeld bij Gezelle is het gedicht 'Boerke Naas', de kleine geschiedenis van een 'vergimmes' slim keuterboertje, die zijn overvallende struikrover uiteindelijk listig de baas wordt.
Hardop lezen, en het altijd 'lastige' Vlaams verkeert in groot genoegen!

BOERKE NAAS

Wie heeft er ooit het lied gehoord,
het lied van Boerke Naas?
’t En ha, ’t is waar, geen leeuwenhert,
maar toch, ’t en was niet dwaas.

Boer Naas die was twee runders gaan
verkoopen naar de steê
en bracht, als hij naar huis toe kwam,
zes honderd franken meê.

Boer Naas, die maar een boer en was,
nochtans was scherp van zin,
hij ging en kocht een zevenschot,
en stak daar kogels in.

Alzoo kwam Naas, met stapkes licht,
en met de beurze zwaar;
hij zei: ‘Och ‘k wilde dat ik thuis
en in mijn bedde waar!’

Al met nen keer, wat hoort boer Naas,
juist bacht [= achter] hem in den tronk [=struikgewas]?
Daar roert entwat, daar loert entwat:
’t docht Naasken dat ’t verzonk!

En, eer dat ‘t veintjen asem kreeg,
zodanig was ‘t ontsteld,
daar grijpen Naas twee vuisten vast,
en ‘t ligt daar, neêrgeveld.

’t En hoorde noch ’t en zag bijkan,
’t en voelde bijkans niet,
’t en zij dat ’t een pistole zag,
en zeggen hoorde: ’… Ik schiet!’

‘Ik schiet, zoo gij, op staanden voet,
niet al uw geld en geeft;
en g’hebt, van zoo gij roert, me man,
uw laatsten dag geleefd!’

Boer Naas, die alle dagen vijf
zes kruisgebeden [= met de armen uitgestrekt] bad,
om lang te mogen leven, peist [= bedenkt]
hoe hij in de nesten zat!

‘Wat zal ze zeggen,’ kreesch boer Naas,
‘wanneer ik ’t huiswaard keer?
Hij heeft het weêrom al verbuisd! [= opgezopen]
die zatlap, nog nen keer!’

‘Hoort hier, mijn vriend, believe ’t u,
toogt dat gij mij minzaam zijt,
och, schiet ne kogel deur mijn hoed
en spaart mij ’t vrouwverwijt!’

‘k Zal zeggen, als ik thuis geraak:
men heeft mijn geld geroofd,
en, letter [= weinig] schilde ’t of ik had
nen kogel deur mijn hoofd!’

De dief, die meer van kluiten hield
als van boer Naas zijn bloed,
schoot rap ne kogel deur end deur
de kobbe [= bol] van z’nen hoed.

‘Bedankt!’ zei Naas, en greep zijn slep:
‘schiet nog een deur mijn kleed!’
De dief legt aan en Naasken houdt
zijn piteleerken [= slipjasje] g’reed.

‘Schiet nog een deur mijn broek,’ zei Naas,
‘toen [= dan] peist [= denkt] me wijf, voorwaar,
als dat ik, bij mirakel, ben
ontsnapt aan ’t lijfsgevaar.’

De rover zegt: ‘Nu zal ’t wel gaan,
waar is uw beurze, snel:
‘k en heb noch tijd noch kogels meer…’
‘Ik wel,’ zegt Naas, ‘ik wel!’

Zijn zevenschot haalt Naas toen uit
en spreekt: ‘Is ’t dat ge u niet,
in een-twee-drie, van hier en pakt,
gij galgendweil, ik schiet!’

‘Ik schiet, van als [= zodra] gij nader komt,
uw dommen kop in gruis,
en, zoo gij Naas nog rooven wilt,
laat uw verstand niet thuis!’

En loopen dat die rover dei,
de beenen van zijn lijf,
zoo snel dat ’t onbeschrijflijk is,
hoe snel ook dat ik schrijf!

Hier stoppe ik. Dichte een ander nu
ne voois [= wijsje] op boerke Naas;
’t is waar, ’t en was geen leeuwenhert,
maar toch, ’t en was niet dwaas!


naar boven

27 juli 2011
Proef-fietsen

'DE VLOER OP' IN VIJF BEDRIJVEN - SYNOPSIS

DRAMATIS PERSONAE
- Balthasar
- Mevrouw B.
- Onnozele Brunabeheerder Nijmegen
- Olijke fietspointbeheerder Nijmegen
- Twee bedachtzme visserkes langs de stadsgracht Nijmegen
- Trage dienster bij Bäckerei Derks Kranenburg
- NS-servicemedewerkster Arnhem
- Peijnenburgkoekuitdeler
- Ongeïnteresseerde fietspointbeheerder Arnhem (dubbelrol)
- VVV-medewerkster Arnhem (dubbelrol)
- Mevrouw Selexyz Arnhem
- Dienster Eetcafé Sint Jan

Eerste bedrijf: Het Plan
* Regieaanwijzingen: Wandelclub VoetVolk vindt het 's zomers te warm voor de groepswandeling op de vaste eerste donderdag van de maand. Daarop komt de marsleiding met het voorstel om dan maar een fietstocht te organiseren. Vanwege de bereikbaarheid voor alle deelnemers wordt station Nijmegen het start- en eindpunt. De heer en mevrouw Balthasar zullen de tocht aan de hand van fietsknooppunten uitzetten en in de praktijk beproeven.
* Clausen die in dit bedrijf voor kunnen komen:
- Ja, lunchen in Kranenburg! Komen we dit jaar tóch nog even in het buitenland!
- We moeten onder de veertig kilometer zien te blijven. Weet je nog hoe H. de vorige keer al na 25 km begon te piepen dat z'n achterwerk het niet meer trok?
- Niet door de Ooij-polder, we gaan daar geen zonnesteken riskeren zeg!
- Als we om half elf sharp starten, kunnen we om vier uur nazitten op de Waalkade.

Tweede bedrijf: Proef-fietsen in het Rijk van Nijmegen
* Regieaanwijzingen: Het is warm weer. De ritsbroeken kunnen aan en daarna 'af'. De B.'s nemen broodjes en koffie mee. Ze gaan fietsen huren op station Nijmegen. In het begin is er nog volop enthousiasme. Maar gaandeweg wordt de tocht een sof.
* Clausen die in dit bedrijf voor kunnen komen:
- Kun je hier dan nérgens fietsen huren? Weet hier dan níemand iets?
- Mooi zeg, dit eerste stuk langs het water. Maar wat is het hier druk!
- Waar zijn die verdomde knooppuntenbordjes nou weer? Geef de kaart 's! Nee, de goeie!
- Shit, deze weg loopt écht dood. Terug naar de tunnel en langs de snelweg dan maar!
- Eerst even aan m'n rookverslaving werken.
- Dit is wel heel veel heel saai boerenland met verkeer en vals plat, is het niet?
- Zo'n lange helling met die drie versnellinkjes, daar ben ik helemaal gaar van!
- Levensgevaarlijk, die afdaling met al die scherpe bochten, dat gaan we niet doen, B. Dus. Zie je ons dat al doen dan, met twaalf man en twee krakkemikkige oudjes op deze wegen zonder fietspaden?

Derde bedrijf: Plan B
* Regieaanwijzingen: Balthasar en mevrouw B. buigen zich thuis opnieuw over de kaart. Uitgangspunt is nu Arnhem. Ze zijn het er roerend over eens dat Nijmegen een brug te ver was. Ze willen nu langs spoor- en waterwegen fietsen om hellingwerk zoveel mogelijk te vermijden. Wolfheze lijkt de 'natuurljke' pauzeplaats. Ze krijgen er steeds meer zin in.
* Clausen zijn onder andere:
- Dat lijkt me prachtig, praktisch de hele terugweg langs de Nederrijn.
- Maar heen langs het spoor? Ik heb zo m'n twijfels.
- O, maar we kunnen ook zo, kijk, hier, langs Zijpendaal en Groot-Warnsborn. En dan bovenlangs over die groene fietsroute richting nummer 70, maar daarvóór dan scherp linksaf over de Wolfhezerweg, zie je wel?
- Ik tel nu 18 plus 17 is 35 kilometer. Kunnen we in Oosterbeek nog even gaan zoeken naar een leuke tweede pleisterplaats.
- Schitterend. Morgen gaan we, de weersverwachting is goed.

Vierde bedrijf: Eindstation Arnhem
* Regieaanwijzingen: het weer is somber, tegen de verwachting in. Uitdagend trekken de B.'s de ritsbroeken weer aan, want: 'dat zullen wij dan nog wel 's zien!' - Maar Arnhem wordt het Waterloo van de VoetVolk-fietstocht. (Hoe, dat wordt aan jullie fantasie overgelaten, B.'s. Jullie kennen station Arnhem, toch!) Bovendien begint het onbedaarlijk te plenzen. Het echtpaar B. houdt de moed erin, maakt er 'het beste van' en belandt uiteindelijk in de prachtige Selexyz-boekhandel, ze eten een stijlvol broodje bij de La Place en kopen een paar nieuwe schoenen.
* Clausen die in dit bedrijf voorkomen:
- Station Arnhem, wat krijgen we nou? Is me die grote ondergrondse hal ineens open. Wat een plein!
- Dus dit hebben ze de laatste 15 jaar onder en achter die schotten bekokstoofd! Immens zeg! Dit wordt groots! Allure!
- En heb je het gezien: tot september twee keer overstappen om in Den Bosch te komen. Ze breken hier oude perrons compleet af.
- Maar wel gratis Peijnenburg ontbijtkoek en NS-koffie vanwege de overlast, daar zullen die tienertoerders op afkomen!
- Kun je hier wel met de fiets door het station naar de achterzijde, want ik zie nergens fietsgoten op die nieuwe trappen.
- Nieuwe NS-service: draag uw eigen fiets over uw eigen schouder over onze trappen. Tevens goed voor hart en bloedvaten.
- Borg van 50 euro per fiets, élke fiets. Ook als het er vijftien zijn.
- Ik zie hier geen fietsen met versnelling staan?
- Die hebben wij ook niet. In Arnhem hebben we uitsluitend fietsen met terugtraprem. Ja, meneer, wíj maken de regels niet!
- De Arnhemse VVV treurt met u mee: Arnhem kent geen fietsen met versnelling in de verhuur, ook niet in de hele binnenstad, en je kunt niet met je fiets door het station naar de achterzijde. En ja, de treinverbindingen blijven nog een paar maanden brokkelig van karakter. Wilt u misschien een folder over het Museum voor Moderne Kunst of gaat u liever naar het Spoorwegmuseum? Dan moet u in Utrecht wezen.

Vijfde bedrijf: Van de schoenmaker en zijn leest
* Regieaanwijzingen: de marsleiding van het VoetVolk laat de fietstocht in het Rijk van Nijmegen en Arnhem vervallen. Het wordt wandelen als het wandelweer is, het wordt niks als het geen weer is. En alles geheel en al op vrijwillige basis. Nu alleen nog even een bericht aan de VV-meelopers opstellen. B. zet zich achter de computer en verzint een 4 augustus-mail.
* Quotes:
- die zijn geheel en al voor rekening van B. Zie aldaar.

Troost-fietsen
Hieronder 'Op fietse', het troostnummer van de Drentse popgroep Skik, uit 1997. Tekst en muziek zijn van Daniël Lohues. Even hardop reciteren, beter nog: meezingen. En u bent er weer helemaal bovenop!

OP FIETSE

Ik trap de fietse deur 't buulzand hen
Op 'n zandpad tussen Slien en Erm
En as ik dalijk even in Diphoorn ben dan fiets ik deur
Langs Ermerzand gao'k op Veenoord an
Neij Amsterdam en dan langs 't Dommersknaal
En as ik dalijk dan de kassen zie dan fiets ik deur
Want ik wul aal wieder ik wul alles zien
De leste mooie dag van 't jaor misschien
Alhoewel 't met de winterdag ok donders mooi kan wezen
Ik wul aal wieder deur naor Weiteveen
Want achter op 't veld daor mag 'k graag wezen
A'k hier zo fietse en 't weijt nie slim dan giet 't haost vanzölf

Wie döt mij wat, wie döt mij wat
Wie döt mij wat vandage
'k Heb de banden vol met wind, nee ik heb ja niks te klagen
Wie döt mij wat, wie döt mij wat
Wie döt mij wat vandage
Ik zol haost zeggen, jao 't mag wel zo

Ik trap de fietse deur 't buulzand hen
Op 'n zandbank langs de Duutse grens
Ik denk da'k dalijk even kieken gao in 't buutenland
De gruppe over, op naor Schöningsdorf
Ik stao even te kieken bij'n iemenkörf
En ik stao hier even te denken wat za'k nou doen links of recht deur
Want ik wul aal wieder nog naor Hebelermeer
'n Kaorte he'k nie neudig want ik ken 't hier
Want a'k daor dalijk over 'n slootie gao dan ben 'k weer terug in Nederland
Ik wul aal wieder nog naor Barger-Compas
Naor Klazienaveen-Noord en 't Oostersebos
A'k hier zo fietse en 't weijt nie slim dan giet 't haost vanzölf

Wie döt mij wat, wie döt mij wat

En nou gao'k over Barger-Oosterveld
Over 't schoelpattie kört daor bij de Honeywell
En dan recht deur tot de brugge van Oranjedorp
'n Stukkie Bladderswieke en dan de Herendiek
En a'k pastoorse bos en de toren zie dan fiets ik deur want 't weijt nie slim
't giet vandaag vanzölf

Wie döt mij wat, wie döt mij wat


naar boven

19 juli 2011
'We leven in een herfsttij'

Soms komt een mens er niet onderuit: even wat 'klagen', vertellen wat je overkomen is, zonder opsmuk weliswaar, maar toch: niemand die erom gevraagd heeft. Deze week heb ik die behoefte. Maar niemand hoeft dit te lezen. - Nou, alleen het slotgedicht van Cees Buddingh' dan!

Dik, hard, rood en jeukend
Ik kan rustig stellen dat ik - net als velen - aantrekkelijk ben voor mieren, horzels, steekvliegen, muggen, bijen, wespen, kortom voor alle mosquito-achtige deltaduikers en kruipend gedierte dat zich voortspoedt in onze tuinen, en overal elders waar het warm, zweterig en overdag is. Hoewel, ook 's nachts word ik menigmaal beproefd door muggen, vliegen, nachtuiltjes en wat zich maar illegaal in onze slaapkamer bevindt en op zoek is naar prooibloed of deerlijk kalende hoofdhuid. Ja, ik ben zogezegd een lekker hapje, en jaja, dat meestal achterblijft met dikke bulten en onuitstaanbare jeuk. Behalve als ik me vantevoren ruimhandig ingesmeerd heb met citrosekt, citronella, autan, similasan of weet ik welke middelen me ook maar aangeraden worden. - De laatste jaren, met meer tuin, meer buitenwerk en meer lijfelijk zweet, ben ik er alleen maar aantrekkelijker op geworden. Voor de vijand, voor de vijand alleen!
In het verleden heb ik ook wel eens brandwonden opgelopen door een bezwete aanraking met de bereklauw, dat was toen uiteraard nieuw voor me. En onthutsend. Het duurde nog een aardig tijdje voor de blaren geheel verdwenen waren. En sinds afgelopen zaterdag heb ik weer wat nieuws: een dikke, harde, rode, jeukende linkerarm. Opgelopen tijdens het grasmaaien, in de zon en bezweet, toen ik in aanraking kwam met onze werkelijk uitzinnig bloeiende blauwe hortensiastruik. Bij nadere beschouwing bleek die hele struik vol te zitten met bijen van de buurman, ja, die heeft achterin zijn tuin bijenkasten staan. Normaal gesproken 'doen die bijen niks', net zo min als andermans honden tijdens de wandeling of fietstocht. Maar deze keer leek het logisch dat m'n dikke, harde, rode, jeukende arm te danken was aan zo'n buurbij die natuurlijk dacht dat mijn zweet de nectar was. Tot ik vanavond ergens op het internet de volgende mededeling aantrof onder de zoekterm 'huidirritatie bij hortensia's': "Gevoelige mensen kunnen contactallergie ontwikkelen door aanraken van hortensia’s door het blauwzuur dat er in voorkomt. Met name contact met de zaadmantel kan een hevige huidirritatie veroorzaken. Na een week verdwijnt de kwaal vanzelf weer." - De buurbij ten onrechte verdacht? Hortensia's voortaan gevaarlijke planten? Ik een gevoelig mens? Drie vragen zonder antwoord. En nog vijf dagen te gaan.

Met het oog op morgen
De opticiën, 30 juni 2011: "Het beste advies dat ik u kan geven, is even langsgaan bij de oogarts. Ik meet nu alweer een andere correctie dan vorig jaar, u lijkt nu richting de min te gaan, vorige keer was dat nog richting de plus. En dan de gezichtsscherpte: die is teruggelopen van 90/85 naar 55, en ik meen ook iets van een sinaasappelstructuur waar te nemen op het netvlies. Samengeteld met uw eigen klachten over neveligheid en afnemend leesvermogen, en dan nog dat jojoën omhoog en omlaag, dan zegt mijn ervaring: ik kan u momenteel geen stabiele brilcorrectie aanbevelen. Ik denk dat er sprake is van beginnende staar. Bovendien zijn uw glazen nog geen jaar oud, dat wordt wel een dure aangelegenheid op deze manier. Als ik u was zou ik een afspraak maken met de oogarts." - Ik stond een beetje paf, en belde de oogarts.
De oogarts, 19 juli 2011: "Uw gezichtsscherpte houdt inderdaad niet over, aan beide ogen. Dat kunnen we verhelpen met staaroperaties. Bovendien constateer ik op enkele plaatsen een kleurverandering op de gele vlek, ook weer bij beide ogen, dat zijn een soort ouderdomsvlekken waar we niets aan kunnen doen. Het beste wat ik u kan adviseren is een staaroperatie aan beide ogen, eerst rechts. Het verouderingstempo van de plekken op de gele vlekken moeten we de komende jaren in de gaten houden." - Totaal verbluft maakte ik een afspraak voor de eerste operatie, volgende maand.

Lofzang op het blaasvoetbalspel
Nee, een gedicht dat precies over huidirritaties en staaroperaties gaat, ken ik niet. Geklaagd over het verval van de mens wordt er overigens genoeg, door sommige dichters, daar moeten we het dus zeker niet zoeken. Andere dichters gooien het over de boeg van dapperdapper ontkennen of stoer over iets anders beginnen. Dat is al beter. Maar als het je wat sip om de mond wordt is het beste toch Cees Buddingh'. Die haalt de hele wereld en de complete geschiedenis erbij om je af te monteren en op te monteren, om je tenslotte te vragen of het niet beter is om een lofzang te zingen op het blaasvoetbalspel. Kijk, daar heb je wat aan: relativeren maar! - Het volgende gedicht komt uit de bundel Het houdt op met zachtjes regenen (1976), en vraagt om enig doorzettingsvermogen. Maar dan heb je ook wat!

ARE WE DOWN-HEARTED? NOT WE!

Wat kun je zeventiger jaren twintigste eeuw
nog bezingen in een ode. De zon?
Bron van alle leven, natuurlijk, maar krijg je huidkanker
van als je er te lang in ligt (zeggen ze). De maan?
Iets te populair bij de heren generaals.
De natuur? Ach, mooi rond je tweede huis, maar zou u er
echt weer in een berenhuid in rond willen dolen? De sterren?
Het vaderland? Piet Hein? Joop de Uyl?
Nee, ik vrees dat de keuze van onderwerpen
zoetjes aan even schaars wordt als schoorsteenvegers,
en daarbij: als je K. ter Laan mag geloven
(Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid)
of de grote Van Dale, is een ode
'een lyrisch gedicht aan een verheven onderwerp gewijd',
en juist dat verhevene heb ik, sceptisch baasje,
nooit zo erg zien zitten.

Ja, wat hadden ze het op dat punt nog makkelijk, die oude barden:
goed was goed, kwaad was kwaad, God was God,
als je Piet zei wist iedereen wie Piet was, Geert-Jan was altijd
een schavuit en van Klaar kreeg je steevast de kous op de kop.
Een vorst was een vorst was een vorst was een vorst was een vorst,
een held deed het nooit eens van angst in zijn broek - en wat waren
ze nog dik gezaaid, bijna even dik als heldinnen:
heel de schepping sloot als een bus,
nergens één speld (die ze toen nog niet hadden)
tussen te krijgen - nu ja, de praktijk
had vaak erg weinig van de theorie,
maar theoretiseren was alles - en mocht je toevallig
geen held zijn, gewoon een kind van tienduizenden,
dan kwam je, op schrift althans, niet voor in het stuk.
(Iemand wie dat niet zinde stak er zelfs nog eens
een tempel voor in de fik.)

Maar de wereld, die eenmaal de mens tot extasen van angst
en ontzag bracht, vervult hem vandaag
hoofdzakelijk met argwaan: van kosmos verwerd hij tot korstmos
op de geëpileerde kont van zijn universum
(dank je, Lucebert), al het staal waarmee hij zich bepantserde
sloeg als roest in zijn ziel en ingewanden neer.
Trouwens, ziel? Walter Mehring (in
The Lost Library) citeert
een anatoom: 'Ik heb ik mijn leven
meer dan tienduizend secties verricht, maar een ziel
ben 'k niet één keer tegengekomen.' Zo, dat weten
we dan ook weer. Of sputtert u nog tegen? Ga uw gang.
Maar u snapt, naar ik hoop, toch ook wel waar ik heen wil: de dichter
is een straathond geworden - en straathonden zijn
per definitie niet zo bijster verzot op het hogere,
ze gaan meer af op hun neus - en wat daarin opstijgt
geurt zelden naar viooltjes.

Goed, we zullen dus moeten roeien met de riemen
die we niet hebben, maar dat
is juist weer een uitdaging - en wie kunnen we, na Iwan
Karamazow, nog anders uitdagen dan onszelf?
Of we negentig zijn of pasgeboren, we leven
in een herfsttij, maar ach, ook de herfst kan prachtig zijn:
al dat goud, bruin en geel, wie zou 't willen ruilen voor 't groen
van een Chinese lente?
We zijn wat we zijn, omdat we niet anders
willen zijn. De rest is gelul, (zoals Shakespeare
het zo treffend heeft gezegd), en zo, 'unsere Sache
auf Nichts gestellt', hobbelen we verder over de heirbaan
van ruimte en tijd. (En weten wij veel
wat dat inhoudt?) Hector is dood. Agamemnon is dood.
Helena is dood. Maar wat zou u denken van een lofzang
op het blaasvoetbalspel?


naar boven

12 juli 2011
'Holland is een eiland'

Voorafje
De foyer van Schouwburg 'Het Park' aan de Westerdijk in Hoorn gaf uitzicht op het water van Het Hoornse Hop. In de smalle grensstrook tussen water en schouwtoneel lagen bergen grote keien, sommige welhaast van hunebedgrootte. Die stenen lagen daar niet goed, vond Hoorn. Daarom had de gemeente een keienmanipulator met shovel ingehuurd om de stenen te verleggen, te schikken en te vlijen als het ware tegen de buitenmuren van de stadsschouwburg. Sisyphusarbeid op de vrijdagmiddag, bleek: de ene steen ontsnapte voortdurend uit de wijdgesperde shovelbek, de andere kei rolde steeds en eigenzinnig naar een onbedoelde lekkerder plek. En telkens en telkens scheerde de shovelbek vraatzuchtig maar rakelings langs het schouwburgraam, millimeterwerk. We vermaakten ons zeer, de keienverlegger en ik, maar sieren deed míj dat niet. - Op enig moment moest ik deze Hoornse topattractie verruilen voor een andere: het was tijd voor de Junius-herdenking, tenslotte was ik daar voor gekomen. Eitje, na de voorstelling van Sisyphus.

Heb je daar nou nog wel eens wat aan, aan dat Latijn?
Ik ga hier een lans breken voor het boek van Nico de Glas. Who the hell is Nico de Glas? Voor diegenen die in zo'n geval niet meteen doorprikken naar Google: Nico de Glas zat bij mij op school, op het lyceum, afdeling gymnasium, alfa, in de jaren vijftig van de vorige eeuw; we zijn nu 71, ietwat op ons retour en Nico was van meet af aan briljant in de klassieke talen (en dan bedoel ik geen negens, tíenen!) en een absolute nitwit op het terrein van de wiskunde (en dan bedoel ik geen drieën, núllen!). Die Nico nu heeft een kleine drie jaar van zijn pensioentijd gestoken in het 'hertalen' van een 16e-eeuws boek over Holland en Holland, dat uiteraard in het Latijn geschreven werd, destijds immers de taal van de wetenschap. De auteur was de Hollander Hadrianus Junius (geboren Adriaan de Jonghe), het boek heette Batavia. In het Nederlands van Nico de Glas werd dat: Holland is een eiland. Het boek is anderhalve week geleden verschenen, is uitgegeven door Uitgeverij Verloren en kost het kapitaal van 45 euro (512 pagina's, dat dan weer wel). Maar ja, van dat prachtboek van Nico werden maar liefst 400 exemplaren gedrukt, of Uitgeverij Verloren er ook zin in had! En dan is mijn exemplaar nog niet eens bij de boekhandel gearriveerd... maar dat ligt natuurlijk aan mijn trage mij. - Koop dat boek, roep ik tot al mijn oud-klasgenoten en andere fervente balthasarsbloglezers. Nico is een must, ik heb delen van de vertaling in statu nascendi gezien!

Meeleveren, die toespraak!
Voor de presentatie van het boek werd ik op 1 juli 2011 door de vertaler naar Hoorn uitgenodigd, de stad waar Junius (1511-1575) geboren blijkt te zijn, en waar ze een actieve Vereniging Oud Hoorn hebben die 500 jaar Junius natuurlijk niet onopgemerkt kon laten passeren. Het werd zodoende een gezellige middag met enkele geleerde, maar - gelukkig voor de gemiddelde toehoorder - populair verwoorde inleidingen. Er was een mooi kamerkoor met liederen uit de tijd van Junius en Willem van Oranje, en er was vooral een aangenaam ontspannen relaas van Nico de Glas over 'de Batavia van Hadrianus Junius', de twee Hollanden, het eigenzinnige Latijn van omgevallenboekenkast Junius, en de hilarische lotgevallen van steenvanrosetteduider Nico de Glas. Bij een volgende druk van Holland is een eiland dient de uitgever naar mijn mening de toespraak van de vertaler integraal op te nemen, 'los inleggen' kan natuurlijk ook en dat kan meteen! Weet de lezer tenminste waar ie écht aan begint met het boek van Nico de Glas en Hadrianus Junius - die in de loop van de tijd wel 'de tweede Erasmus' is gaan heten, en die zich ook nog eens botanisch onsterflijk wist te maken: de duinstinkzwam, oftewel de Phallus Hadriani, is naar hem vernoemd door Linnaeus.

Hoorn op vrijdagmiddag
Nadat ik in de drukte van het bonte Junius-gezelschap de gevierde vertaler gedurende wel driekwartseconde de hand had kunnen drukken (evenwel zonder de kans om hem met zijn levenswerk te complimenteren, dat moet hier dan maar), liet ik de schouwburgviering voor wat ie was, en dook ik onder in het Hoorn van de vrije vrijdagmiddag. In de Kerkstraat werd aan het Gebouw De Oude Stoel een gevelsteen met Junius-inscriptie onthuld, in de Boterhal was het een en al krakeel van Junius-adepten die de gratis biografie op kwamen eisen, en de Junius-straat kreeg een nieuw straatnaambordje omdat de hooggeleerde Junius-kenner Van Miert ontdekt had dat op het oude bordje Hadrianus Junius een jaar te vroeg gestorven was. In de straatmenigte meende ik ook nog een oud-burgemeester van Hoorn te ontwaren, maar dat kan evengoed een projectie van ons gezamenlijke verleden geweest zijn: er liepen daar in Hoorn op vrijdagmiddag wel meer optochtfiguren uit de tijd van de rolkragen en pofmouwen rond.
Bij een luxe snackbar veroorloofde ik mij een broodje oude kaas met een kop dito koffie, ik stak mijn parapluutje eens op tegen een voorbijwaaiende regenwolk, en sloeg tenslotte bij de HEMA linksaf in de richting van het station. Daar reed mijn trein naar Amersfoort blijmoedig aan mijn neus voorbij, wat mij op een bezoekje aan de plaatselijke KIOSK kwam te staan. Ik stond vanzelfsprekend bij de verkeerde kassa om een kartonnetje verse koffie af te rekenen, en men liet mij daar ook rustig staan, om andere mensen te helpen. Ach ja, veel vrijdagmiddagbezoekers hadden natuurlijk haast om Hoorn de rug toe te keren, stad tenslotte ook van Jan Pieterszoon Coen, die andere grote zoon van Hoorn!

Achterafje
Zaterdag 2 juli had de Volkskrant in het katern Wetenschap een groot Junius-artikel onder de kop: "Hoorn gaat 'tweede Erasmus' aan vergetelheid ontrukken". Een en al aandacht voor de biografieschrijver Dirk van Miert. Over Nico de Glas en zijn geprezen vertaling van de Batavia geen woord. - Ik dacht, dat moest ik maar eens een klein beetje goedmaken. Schrale troost voor Nico, die natuurlijk groter podium verdient. Bij voorbeeld in een paginagroot artikel in Het Historisch Nieuwsblad of een interview in het zondagochtendradioprogramma OVT. - Ze zullen me daar bij Uitgeverij Verloren toch wel een afdeling PR hebben?
De dichter K. Michel ontving begin dit jaar de Awater Poëzieprijs 2010 voor zijn bundel Bij eb is je eiland groter. Wat staat er allemaal in die bundel van K. Michel? Dat heeft uitgeverij Augustus in zijn promotie zo onder elkaar gezet dat er waratje wel een nieuw gedicht ontstaan lijkt te zijn. Aanrader voor auteur én uitgever die nét een boek uitgebracht hebben onder de titel Holland is een eiland? Kom op, Uitgeverij Verloren, kijk eens naar Augustus, hieronder!

BIJ EB IS JE EILAND GROTER

Wat zit erin?
Nieuwe vormen, nieuwe thema’s en motieven en nieuwe ritmes.

Zo is er een heus 'douchelied'
Een lang vertellend gedicht over het bezoek van Karl Marx aan Zaltbommel in 1864
Een gedicht in dicteestijl
Een gedicht met twee voetnoten (waarin een poes kritiek op de tekst levert)
Een bijna verlegen ode aan de forens
Een liefdevol portret van een gezelschap demente mensen
Een slaapliedje
Een weemoedige blik op de liefde en een rooskleurige
Een gedicht waarin 'Darwins blues' wordt gezongen door een bioloog

Enkele gedichten zijn wandtegelig
Sommige zijn breed vertellend
Het douchelied is uiteraard zangerig
En springerige ritmes komen ook veel voor


naar boven

6 juli 2011
Stilte in Doodloopstraat

Nog één keer Halbe Zijlstra
De belofte van vorige week maakt schuld: Ramsey Nasr moet weliswaar nog even wachten, maar vandaag gaat het 'dus' over de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker. Inderdaad, weer over kunst dus, ondanks of misschien wel omdat staatssecretaris Halbe Zijlstra zijn kunstkorting van 200 miljoen euro zonder slag of stoot door de tweede kamer kreeg. Mij gaat het niet zozeer om dat bedrag, maar wel om de uitgesproken achterliggende gedachte: we zullen hullie van dat elitegedoe wel 's even een toontje lager laten zingen (en hup, ook nog eens een flinke btw-verhoging eroverheen, dat zal ze leren!), het geld kunnen we immers wel beter besteden: aan de 'begeleiding' van risicovoetbalwedstrijden met z'n hooligans bijvoorbeeld. Het dédain ten aanzien van alles wat beschaafd, intellectueel, ontwikkeld of kunstzinnig is, druipt uit alle poriën van dit gedoogkabinet (zoals eens het wijwater uit de boeken van Arendsoog droop - alleen de eerste drie delen, toen was het wijwater gelukkig op). Wat zou Zijlstra toch bedoelen als ie 'beoog[t] het Nederlandse onderwijs via straffe maatregelen weer in de wereldtoptien te manoeuvreren'? Meer beschaving, meer intellectuelen, meer ontwikkelden, meer kunstliefhebbers? Ik ben bang dat het uitsluitend om de posítie op de wereldranglijst gaat, níet om wat dat wellicht inhoudt.

Ingrid Jonker (1933-1965)
Enfin, laten wij tot de kunst en tot Ingrid Jonker terugkeren. Zij leefde een kort en tamelijk getroubleerd leven, was moeilijk in de omgang met anderen, en had politiek het hart duidelijk op de goeie plaats. Zij probeerde tevergeefs de gunst van haar vader te verkrijgen (een conservatief parlementslid en minister, fel aanhanger van de apartheidpolitiek), en was uitputtend veeleisend in haar liefdesrelaties. Door kenners werd haar dichterstalent al vroeg onderkend, maar door haar kritische houding tegenover het apartheidsregime lukte het haar jarenlang niet om dichtbundels gepubliceerd te krijgen. Uiteindelijk zocht ze zelf de dood in de zee bij Kaapstad. Volgens sommige bronnen reageerde haar vader op het bericht van haar dood met de uitspraak 'Voor mijn part gooien ze haar weer terug.' - Achteraf leken verschillende van haar gedichten op een zelfgekozen einde te preludiëren, zoals 'Korreltjie sand' uit de bundel 'Rook en oker' (1963). Zie het einde van deze balthasarsblog.
Ingrid Jonker brak pas echt bij een groter publiek door toen Nelson Mandela in 1994 haar gedicht 'Die kind wat doodgeskiet is deur soldate by Nyanga' (geschreven n.a.v. rassenrellen in 1960) reciteerde tijdens zijn inauguratierede als president van Zuid-Afrika: Jonker was toen al bijna 30 jaar dood. Ook in Nederland geniet Ingrid Jonker onder poëziekenners grote bekendheid, met dank aan de inspanningen van Henk van Woerden (scenarist van de VPRO-documentaire 'Korreltje niks is my dood' uit 2001) en Gerrit Komrij (met zijn vertalingen van Ingrid Jonker uit het Afrikaans naar het Nederlands in 'Ik herhaal je' (2000/2007) en zijn bloemlezing 'De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten' (1999)).
Mandela had niet de ruimte om het hele gedicht 'Die kind...' te citeren. En ik hier eigenlijk ook niet. Daarom geef ik hier het tweede deel van het gedicht, in de vertaling van Gerrit Komrij:

Het kind is niet dood
noch bij Langa noch bij Nyanga
noch bij Orlando noch bij Sharpeville
noch bij het politiebureau van Philippi
waar het ligt met een kogel door zijn hoofd

Het kind is de schaduw van de soldaten
op wacht met geweren pantserwagens en knuppels
het kind is aanwezig bij alle vergaderingen en wetgevingen
het kind loert door de vensters van huizen en in de harten van moeders
het kind dat alleen maar wilde spelen in de zon bij Nyanga is overal
het kind dat een man is geworden trekt door heel Afrika
het kind dat een reus is geworden trekt door de gehele wereld

Zonder pas


Black butterflies
En nu is daar dan die film bijgekomen: 'Black Butterflies' (2010) van Paula van der Oest, met o.a. Carice van Houten als Ingrid en Rutger Hauer als haar vader. Het eerste halfuur zag ik de film niet zitten: ik kon maar geen verbinding gelegd krijgen tussen de actrice Carice van Houten, de figuur van Ingrid Jonker en de gedichten van Jonker. Na dat eerste halfuur - waarin de nadruk wel erg eenzijdig op Carice van Houten en het vermeende seksleven van Ingrid Jonker lag - ging het beter, het laatste deel van de film was ronduit goed, zodat ik toch nog met een brok in de keel het filmhuis verliet.
De film was 'English spoken' en niet 'Afrikaans gespreek'. Dat voelde niet als een bezwaar, behalve dan waar het om de gedichten van Ingrid Jonker ging. Ook de Engelse Mandela-versie van 'Die kind wat doodgeskiet is deur soldate by Nyanga' was even schakelen geblazen. Tja, het Afrikaans en het Nederlands liggen nou eenmaal op 'n bijzondere wijze dicht bij elkaar. Bovendien vermag het Afrikaans ons nogal te vertederen, door z'n woordkeus en zinsgrammatica. Ik geef 'n voorbeeld uit het gedicht 'Mamma' om dat toe te lichten:
- mamma is niet meer 'n mens nie / net 'n 'n / sy trek aan / sy gaan na die haarkapper / sy loop in die strate / haar voet haak vas / sy spreek die psigiater / nes 'n gewone mens
Dat wordt in het Nederlands van Komrij:
- mamma is niet langer een mens / niets dan 'n ding zonder naam / zij kleedt zich aan / zij gaat naar de kapper / zij loopt op straat / haar voet blijft haken / zij bezoekt de psychiater / net een gewoon mens

Poëzie hardop
Wat altijd weer het meeste tot de verbeelding spreekt, dat zijn de woorden van de dichter zelf. Zie hierboven. En zie hieronder, in het schijnbaar zeer eenvoudige gedicht 'Korreltjie sand'. Het leven in een nutchell, tot en met het einde aan toe, het leven is een korreltje zand.
En altijd weer: hardop lezen dat Afrikaans! Dan zal het waratje wel lukken, en krijg je zo'n beetje vanzelf de 'eigenaardigheden' van het Afrikaans door. - Voor het gemak en het juiste begrip, geef ik telkens de Nederlandse vertaling van Gerrit Komrij in de tweede helft van de regel. Geniet van Ingrid Jonker! En schaf bijvoorbeeld die bundel aan: Ik herhaal je, Uitgeverij Podium, Amsterdam (negende druk, 2007), met vertaalwerk van Gerrit Komrij en een uitvoerig nawoord van Henk van Woerden.

KORRELTJIE SAND - KORRELTJE ZAND

Korreltjie korreltjie sand - Korreltje korreltje zand
klippie gerol in my hand - steentje gerold in mijn hand
klippie gesteek in my sak - steentje gestopt in mijn zak
word korreltjie klein en plat - wordt korreltje klein en plat

Sonnetje groot in die blou - Zonnetje groot in het blauw
ek maak net 'n ogie van jou - ik maak 'n echt oogje van jou
blink in my korreltjie klippie - schijn in m'n korreltje steentje
dit is genoeg vir die rukkie - eventjes 't is er maar eentje

Kindjie wat skreeu uit die skoot - Kindje dat krijst uit de schoot
niks in die wêreld is groot - niks in de wereld is groot
stilletjes lag nou en praat - stilletjes lacht het en praat
stilte in Doodloopstraat - stilte in Doodloopstraat

Wêreltjie rond en aardblou - Wereldje rond en aardblauw
korreltjie maak ek van jou - korreltje maak ik van jou
huisje met deur en twee skrefies - huisje met deur en twee kiertjes
tuintjie met blou madeliefies - tuintje met blauwe madeliefjes

Pyltjie geveer in verskiet - Pijltje veert weg in 't verschiet
liefde verklein in die niet - liefde verkleint tot het niet
Timmerman bou aan 'n kis - Timmerman bouwt aan een kist
Ek maak my gereed vir die Niks - Ik maak me gereed voor het niks

Korreltjie klein is my woord - Korreltje klein is mijn woord
korreltjie niks is my dood - korreltje niks is mijn dood

naar boven

28 juni 2011
Brand in het hooi

'Het is plicht dat iedere jongen...' en elk weldenkend mens zich op zijn eigen manier verzet tegen de allengs dwingender dictatuur van de platheid, zoals die met name door de PVV in steeds brutalere opties gevestigd wordt. Laatste nieuwsitems in deze arena, o.a.: uitsluitend nog Jan Smit, Frans Bauer en André Rieu op alle Nederlandse radiozenders; Rosenmöller van de buis met z'n linkse praatjes, en rap 'n beetje; 'ook kleinkinderen van migranten zijn allochtoon' en dus de schuld van onze onvrede en agressie; en dan Verhagen met zijn duit in het zakje: 'dat u bang bent voor alles wat buitenlands is, is terecht en daarom moet u bij het CDA terugkeren'. Enfin, zo kan ik nog wel even doorgaan, tot het voor de onderbuik volkomen onontkoombaar, wat zeg ik: volkomen gerechtvaardigd, is dat de bruine horden hier het land eens even in het enig gewenste gareel komen trappen, dat namelijk van de ontevreden, rancuneuze blanke kleinburger die kotst op beschaving en intellectuele ontwikkeling. Geestesziek? Naar de buurvrouw ermee, en anders... 'lösen'! Rechterlijke macht? Vooringenomen links tuig. Ontwikkelingshulp? Híer met dat geld! Kunst? Onzin en entartete eliteluxe!
Mijn bijdrage vandaag? Een recente ervaring met grote kunst, het boek 'De wolken', uit de nalatenschap van schrijver, dichter, schilder, filmer Hugo Claus (1929-2008). Uiting van troost en verzet, voedsel voor geest en ziel.
(Een volgende keer in dit verband: over de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker (1933-1965) en de film 'Black Butterflies' (met het gedicht Die kind wat doodgeskiet is deur soldate by Nyanga). En daarna over Ramsey Nasr, dichter des Vaderlands, met zijn Slotakkoord van de Mars der beschaving, vlammend betoog aan het adres van Rutte en zijn trawanten.) - Maar nu eerst over Hugo Claus, die 'berg in het landschap van de Nederlandse literatuur' (uitspraak van Harry Mulisch). En ik introduceer hem in het kader van deze blog met een uitspraak op p. 55 van het onderhavige documentaire boek: 'Anekdote. Ik ga met Paul Vandenbosch, Frans auteur, eten in een restaurant. Waarop Vlaamse studenten op mij afkomen en mij vragen waarom ik godverdoeme gien Vloms kan klappen laaik iedereén. In Vlonderen, Vloms, menier Claus! Waarop ik natuurlijk de kelner in het Frans heb gevraagd ze er uit te zetten.'

Uit de geheime laden van Hugo Claus
Alweer over een boek? Alweer over een boek. Want wat voor een boek! De wolken, met als ondertitel 'Uit de geheime laden van Hugo Claus'. Toets de volledige boektitel in op Google en ontvang 'ongeveer 10.700 resultaten (0,16 seconden)', waaronder tig recensies. Het boek kwam uit in mei 2011, meteen toen ik me meldde bij de boekhandel bleek het al in herdruk, en nu lees ik de tweede druk, juni 2011. En dat lezen, dat kíjken!, dat schatgraven, is een overweldigende ervaring. Zeker voor een lezer die Hugo Claus vanaf midden jaren vijftig gevolgd heeft, en minstens zo'n 15 titels in de kast heeft staan (van de godmagweten hoeveel honderd titels aan dichtbundels, romans, novellen, verhalen, toneelstukken, essays, filmscenario's en libretti). Voor piepjonge lezers ligt dat waarschijnlijk toch een stuk lastiger.
De wolken is de door Mark Schaevers (en de weduwe van Claus, Veerle de Wit) bijeengeklauwde greep uit de overvolle nalatenschap van de Vlaamse reus. Geen biografie, maar een baaierd aan ingrediënten voor een biografie; geen systematische ordening, maar de overdadige diversiteit van de schatkist waaruit je maar moeilijk kiezen kunt. Ongepublliceerde verzen, dagboekpagina's, correspondenties, lezingen, talloze aanzetten, invallen en observaties, en tenslotte de allereerste ideeën voor wat zijn laatste grote werk had moeten worden: Wolken, in een steeds kriebeliger Alzheimer-handschrift. - Plus dat het boek vele foto's geeft, tekeningen van het multitalent zelf, en interessante fac simile's van brieven, toneelstukken en dagboeken. - Ik lees het boek van a naar b, van begin naar eind, met een uitzondering voor het beeldmateriaal: dat heb ik allereerst en volledig genoten. En elke pagina smaakt naar meer, meer, en naar de rest van die 'geheime laden'.

'Wolken' of 'De wolken'?
Het lijkt een detail, maar voor mij is het dat niet. Samensteller Schaevers (en uitgever De Bezige Bij natuurlijk) koos voor 'De wolken'. Maar de schets van het omslag/titelpagina die Claus op het eind van z'n leven maakte (p. 223) heeft duidelijk als titel 'Wolken', daar is geen twijfel over mogelijk. 'De wolken' zijn álle wolken, is allesomvattend, de uiterste pretentie. 'Wolken' zijn sómmige wolken, een voorbijdrijvend veld, deze wél, andere níet, er kan altijd nóg een deel volgen. Ik stem voor de schets van HC (en zijn ironische 'bescheidenheid'), en niet voor het finale totaal dat het voorliggende boek suggereert. Dat, tussen haakjes, nog maar een 'kleine' selectie uit die grote schatkist bevat - bekijk het DWDD-filmpje op www.boeken-over-boeken.nl maar, en hoor en zie het Veerle de Wit zelf uitleggen.

In de woorden van de dichter
Hugo Claus was een Belg, een Vlaming, maar hij was misschien toch vooral wel een Nederlandse auteur. Hij schreef in elk geval in een eigen Nederlands. In de opvatting van Wikipedia wordt dat: "In 1969 ging zijn toneelstuk Vrijdag met Kitty Courbois in de hoofdrol in Amsterdam in première. Dit was het eerste toneelstuk waarin zijn mengtaal van dialect en Standaardnederlands naar voren kwam. Het was alsof Claus tegenover zijn Hollandse fans een Vlaamse identiteit wilde affirmeren. En de 'Hollanders' spraken in zijn regie onberispelijk 'Vlaams'."
Op p. 80-86 van De wolken staat een lezing van Claus over zijn poëzie, 'wellicht voor een schoolpubliek'. De verhandeling eindigt met de Oostakkerse gedichten, 1956. Lees in elk geval p. 86 van die lezing, en je wilt nog maar één ding: die Oostakkerse gedichten (her)-lezen! Om u op gang te helpen hieronder alvast het gedicht 'Bitter smaakt' uit die beroemde bundel, p. 14 van mijn Bezige Bij Poëziepocket 1, 1985. - Kandidaatslachtoffer van het nieuwe denken in Nederland?

BITTER SMAAKT

Bitter smaakt het kruid der herinnering 's morgens in de mond.

Kanonnen, fosforen rotsen,
Kalken stoppelrapen omsluiten mijn woning en wie
Waken er niet, onkuise wachters op het teken
Van het braambos, van de hoorn,
Van de gehelmde weerhaan van de haat?

Eén stap en slingerapen glijden,
Schuiven binnen op vingers
En breken baan in de ruststand van mijn bloed. En wonen er gezwind
En wonen er traag. Tot het brandt in het hooi van alle woorden,
Tot het brandt in het verleden veld, de verdronken dagen en
Hun gistend koren.


naar boven

18 juni 2011
Overstapservice - maand 3

De Winkelexpert
- Met Balthasar, goedemiddag.
- Met Thijs de Winkelexpert te Z. Na twee maanden heb ik eindelijk uw problemen van de dubbele rekeningen en de krakkemikkige overstap kunnen bespreken met KPN en UPC. Er blijkt nogal wat misgegaan te zijn in de communicatie tussen die twee. U krijgt schriftelijk bericht van UPC over bevestiging, contract en overstapservice naar hun totaalpakket. Kunt u meteen ook een UPC-emailadres nemen. En wat betreft die dubbele rekeningen: dat had UPC natuurlijk met KPN moeten regelen. Is niet gebeurd. Maar nu gaat KPN u opbellen om u hun diensten op te laten zeggen. Dan komen er geen dubbele rekeningen meer. Ja, dat moet met uw persoonlijke stem, nee, wij konden dat niet voor u regelen.
- O, dus KPN kan aan mijn stem horen dat ik het ben, en dan sturen ze geen rekeningen meer? Knap én tricky hoor.
- Dat is het. U wordt straks dus gebeld door KPN.
- Vandaag nog, op zaterdag?
- Vandaag nog, meneer B.

KPN-callcenter
- Met Balthasar, goedemiddag.
- Met KPN. Waarmie kon ik oe van dienst zijn, menier?
- Nou, u belt mij toch? Dus u...
- Met KPN. Waarmie kon ik oe van dienst zijn, menier?
- Nou, ik denk wel dat ik weet waar dit over gaat. U bent gebeld door Thijs de Winkelexpert te Z. Over mijn dubbele rekeningen en de half mislukte overstap van KPN naar UPC-totaalpakket. En nu zou u ervoor kunnen zorgen...
- Met KPN. Waarmie kon... Rinkeldekinkel. Holderdebolder. Hoornhaakgeklander. En van je tuuttuuttuut. Tuuttuuttuut.
- Hallo KPN, bent u daar...
- Tuuttuuttuut. Tuuttuuttuut.

De Winkelexpert
- Met Thijs, de Winkelexpert te Z.
- Thijs, met Balthasar. Die KPN heeft me gebeld. Maar dat was geen succes. Ze vroegen deze menier wat ze voor mie konden doen. Toen ik amper aan m'n verhaal begonnen was, werd de verbinding bruut verbroken. Sindsdien niks meer van gehoord. Dat gaat zo niet lukken, Thijs.
- Ik zal m'n contact bij de KPN 's bellen, hoe we hier mee verder moeten. Ik bel u terug.

De Winkelexpert - nog 's
- Dat schijnt bij KPN vaker voor te komen, meneer B., slechte ervaringen met het callcenter waar ook ter wereld, m'n contact zelf weet niet eens waar dat ligt. Daarom heb ik het volgende voor u afgesproken, en dat is misschien ook wel veel beter. U belt zelf met de KPN-klantenservice, 0900-0244, menu 1, keuze 4 beëindiging abonnementen, menu 2, keuze 3 overige abonnementen. En dan kunt u alles bespreken.
- Is het zo eenvoudig, Thijs? Dan had dat twee maanden geleden toch ook wel gekund?
- Eh... Dus u belt zelf de KPN, meneer B.?
- Doe ik Thijs, vandaag nog. Ik heb genoteerd: 0900-0244, menu 1, keuze 4, menu 2, keuze 3, en dan komt alles in orde. Bedankt Thijs!

KPN-klantenservice
- 0900-0244. Dit nummer kost 10 eurocent per minuut.
- KPN-klantenservice, met ... (naam niet verstaan). Waarmee kan ik u van dienst zijn?
- Dat zal ik u vertellen, meneer hoewasuwnaamookalweer? Danku, meneer Jansen. - Okee, ik zal het kort houden, want de problemen duren nu al meer dan twee maanden, en ik word er een beetje moe van...
- Tjee, meneer B., wat vervelend voor u. En mag ik dan nu even uw postcode en huisnummer? - Ik zie hier dat u... U had dus telefoon van KPN, nummerbehoud, UPC, en nu hebt u dus nog internet basis van ons?
- Nee, meneer Jansen, ik heb nu internet van UPC.
- Aha, en dat abonnement wilt u dus opzeggen, inclusief uw emailaccount. Per direct of over een maand?
- Als dat betekent dat ik ook m'n planet-emailadres kwijt ben terwijl ik nog geen UPC-adres heb, dan lijkt me dat niet erg handig. Kan ik dat adres niet houden? En wat kost dat dan?
- Natuurlijk kunt u dat adres houden, meneer. Als u alleen uw email-account wilt houden, dan kost dat 2 euro 50 per maand. En dat verrekenen we dan neem ik aan met de dubbele rekeningen die u ontvangen hebt.
- Geweldig, dan doen we dat toch? Blijf ik van heel wat werk verschoond. Ik hou m'n oude emailadres. En ik hoef niet al die moeite te doen om alles en iedereen van een nieuw adres op de hoogte te stellen. Dat is me wel 2,50 per maand waard. Plus dat ik zo natuurlijk ook nog een beetje bij KPN blijf!
- Inderdaad, en op onze site kunt u altijd zien welke diensten we u nog meer kunnen leveren, meneer B.
- U komt in aanmerking voor de Bonus 2011, meneer Jansen.
- Dankuwel, meneer Balthasar, u ook een prettig weekend.
- Gedaan op zaterdag 18 juni 2011, de dag van Het Licht.
- ?...? Tuuttuuttuut.
- Halleluja! Toch?

Relativeren maar!
In zijn bundel 'Tot het ons loslaat' nam Rutger Kopland het gedicht Bericht van het eiland Chaos op. Een schrijnend verslag van schone schijn, folders met glanzende foto's versus de barre werkelijkheid. Niet dat ik het overstappen van de ene naar de andere 'aanbieder' Het Nieuwe Chaos zou willen noemen, feit is dat dit soort veranderingen (bij ons) telkens weer in vervelende verrassingen uitmonden. Het beste is natuurlijk om hier sterk relativerend tegenover te staan, het kan altijd erger, zo is het leven nou eenmaal! Of je kunt er op een licht ironische toon verslag van doen, bijvoorbeeld in een balthasarsblogje, dat lucht ook heerlijk op. Zodoende eindig ik toch nog een tikje opgewekter en minder 'in chaos' dan Rutger Kopland, maar ja, die hield er wel een mooi gedicht aan over!

BERICHT VAN HET EILAND CHAOS

Hoe lang zijn we hier nu al, vrienden,
het was ooit bedoeld als vakantie,
maar wat het nu is -

We zagen de folder: Chaos, dames en heren,
Uw eiland; de glanzende foto's,
de helblauwe Chaotische baai,
het krijtwitte vissersdorp Krisis.

We lazen dat het eiland wordt geprezen
om zijn zeer diepe rust,
de laatste bewoners worden zelfs
gelukkig genoemd onder hun plataan.

Wij dachten dat het een grap was
en gingen er heen, maar of het zo is -
we zitten op de kade
iedere dag

en aan onze voeten ligt een van de honden
iedere dag, bang dat we weggaan.

Wij zien hoe de Hagia Katastrophi
daar voor anker ligt, langzaam
helemaal wordt bescheten door de meeuwen,
ligt te wachten op passagiers.

Hoe lang al, onze geschiedenis wordt
hoe langer hoe vreemder.

Mocht dit bericht jullie ooit bereiken
of mocht dit niet zo zijn.


naar boven

13 juni 2011
De poëzie van Wislawa Szymborska

AFWEZIGHEID

Het scheelde niet veel
of mijn moeder was getrouwd
met meneer Zbigniew B. uit Zdunska Wola.
En hadden zij een dochter gehad - ik was het niet geweest.
Misschien had ze een beter geheugen voor namen en gezichten,
en voor elke, slechts één keer gehoorde melodie.
Herkende ze feilloos van een vogel welke het was.
Had ze uitstekende cijfers voor natuur- en scheikunde,
en slechtere voor Pools,
maar schreef ze heimelijk gedichten
meteen al stukken interessanter dan die van mij.

Het scheelde niet veel
of mijn vader was in diezelfde tijd getrouwd
met juffrouw Jadwiga R. uit Zakopane.
En hadden zij een dochter gehad - ik was het niet geweest.
Misschien was ze standvastiger in wat ze wilde.
Sprong ze onbevreesd in het diepe.
Geneigd tot overgave aan collectieve emoties.
Voortdurend gezien op meerdere plaatsen tegelijk,
maar zelden over een boek gebogen, vaker op de speelplaats,
een balletje trappend met de jongens.

Misschien hadden de twee elkaar zelfs wel ontmoet
op dezelfde school in dezelfde klas.
Maar zonder een paar te vormen,
zonder enige verwantschap,
en op de groepsfoto ver uit elkaar.

'Meisjes, komen jullie hier staan,'
zou de fotograaf hebben geroepen,
'de kleintjes vooraan, de grotere daarachter.
En mooi lachen, als ik een teken geef.
Alleen even tellen,
zijn jullie er allemaal?'

'Ja meneer, allemaal.'


Zo'n vijftien jaar geleden kocht ik bij Boekhandel Heijnen in Den Bosch de verzamelbundel Uitzicht met zandkorrel van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska (1923). Ze had net de Nobelprijs voor literatuur gekregen, en Volkskrantcriticus Michael Zeeman had een laaiend enthousiaste en diepgravende recensie geschreven over die net verschenen dichtbundel. De naam van de dichteres kon ik amper uitspreken, maar haar teksten kwamen moeiteloos tot me: toegankelijke en aangrijpende gedichten, over herkenbare situaties uit het dagelijkse leven. (Met de complimenten aan Gerard Rasch, vertaler.) Gaandeweg de balthasarsbloggen heb ik er menigmaal uit geciteerd, de trouwe lezer kan het beamen. En mijn dochter M. die in het geheel niets met poëzie zegt te hebben, bekende mij laatst dat gedichten van Wislawa Szymborska daar de enige uitzondering op vormen. Dat leek me een tweede klinkende recensie.
In alle toonaarden suggereert WS dat je naar haar werk moet kijken, en naar het werk alleen. Haar persoon zelf is oninteressant vindt ze, en ze is dan ook allergisch voor interviews of andere berichten over haarzelf. Wat we van haar weten is dat ze een onconventionele vrouw is, wars van uiterlijk vertoon of eigendunk, en die tijdens de uitreiking van de Nobelprijs (december 1996) 'telkens op de verkeerde momenten een buiging maakte'. Daar heeft ze niet onder geleden meldt ze, wél onder de druk die het winnen van de Nobelprijs kennelijk met zich meebrengt. Wislawa Szymborska is nu 88 jaar, en nog steeds verschijnen er met enige regelmaat nieuwe bundels van haar hand: Dubbele punt in 2007, Hier in 2009.

Einde en begin
Dat is niet alleen de titel van haar 'verzamelde werk' in het Nederlands (Uitgeverij Meulenhoff), het is ook de titel van de documentaire film die Albert Jansen ter gelegenheid van Poetry Ínternational 2011 maakte over Wislawa Szymborska, haar thema's en haar woonplaats Krakow. Die film is met de onwillige medewerking en het nodige gemor van WS tot stand gekomen, en wordt dinsdag 14 juni 2011 op Nederland 2 uitgezonden in het VPRO-programma 'Het uur van de wolf' (23.00 uur). Het is, in de woorden van de VPRO-gids, 'een associatieve reis gebaseerd op een aantal kerngedichten en informele ontmoetingen met de Poolse dichteres. Het is tevens een reis door Polen; in haar gedichten geeft ze op zeer persoonlijke wijze commentaar op de Poolse geschiedenis.' En omdat WS sinds 1996 praktisch in een afgeschermde privé-wereld leeft, is deze documentaire een 'unieke' inkijk in haar leven en werk. Ik ben er nieuwsgierig naar.
Het lijkt praktisch ondoenlijk om mensen via een blogje enthousiast te krijgen voor een dichter. Daar kan eigenlijk alleen het lezen van het werk voor zorgen, maar zo veel ruimte biedt een blogje nou ook weer niet. Zo nu en dan een blog-afsluitend gedicht van WS: dat helpt allicht. En die documentaire van morgen? Die helpt hoop ik ook. Plus natuurlijk het gedicht dat ik vandaag hieronder plaats. Op dit moment weet ik nog niet wélk gedicht! Er zijn er zo veel die ervoor in aanmerking komen... Daar ga ik het komende halfuur over beslissen, het komende pracht-halfuur, u zou willen dat u met me mee kon lezen. Ik begin de lezing met de gedichten die ik al eerder in de balthasarsblog plaatste (en beperk me daarbij tot de jaren 2009 en 2010), t.w.: Het korte leven van onze voorouders (24/8/2009), Gelukkige liefde (2/8/2009), Gesprek met een steen (22/5/2009), De eerste foto van Hitler (7/7/2010), De twee apen van Bruegel (5/6/2010).
En het werd tenslotte, o onmogelijke opgave!, het werden er tenslotte twee: Afwezigheid en Eigenlijk elk gedicht, resp. het eerste en het laatste gedicht uit de bundel 'Dubbele punt' (De Geus, 2007 - vertaling Karol Lesman). Het gedicht Afwezigheid blijkt inmiddels aan het begin van dit stukje terecht gekomen te zijn, tja, dat verrast mij eigenlijk ook!

EIGENLIJK ELK GEDICHT

Eigenlijk elk gedicht
zou de titel 'Het moment' kunnen hebben.

Een enkele frase is voldoende
in de tegenwoordige,
verleden of zelfs toekomende tijd;

iets hoeft maar
door woorden gedragen
te gaan ritselen, blinken,
overvliegen, voorbijstromen
of ook vasthouden
aan zogenaamde onveranderlijkheid,
maar met een bewegende schaduw;

er hoeft maar sprake te zijn
van iemand naast iemand
of van iemand naast iets;

van aap noot mies
of was het mies niet aap;

of van andere miezen
apen of geen apen
uit andere abc-boeken
omgebladerd door de wind;

een auteur hoeft maar binnen het blikveld
voorlopige bergen te plaatsen
en vergankelijke dalen;

bij die gelegenheid
melding te maken van de hemel
alleen in schijn eeuwig en statisch;

er hoeft onder de schrijvende hand
maar een enkel ding te verschijnen
dat iemands ding wordt genoemd;

er hoeven zwart-op-wit,
of desnoods op voorhand,
om een belangrijke dan wel banale reden,
maar vraagtekens te worden geplaatst,
en bij wijze van antwoord -
een dubbele punt:


naar boven

4 juni 2011
Johan of de kleine geschiedenis van een jubileumwandeling

[ Ook zonder enig overleg was iedereen ervan overtuigd: daar gaat B. een blogje over schrijven. En ja, wie ben ik dan... ]
We zaten met z'n zeventienen op het terras van Brasserie Oppe Windraak, we genoten onze besproken lunchpauze tijdens de Limburgse jubileumwandeling, maar keuken noch bediening waren op de mooie hemelvaartsdag en deszelfs toeloop van fietsers, wandelaars, motorrijders en afspraken berekend. Opstand dreigde alom, maar wij hadden Johan. Die pakte op z'n halve vrije dag de dagelijkse werkdraad gewoon op, en noteerde en serveerde bestellingen alsof ie de baas van het brasseriespul was. Z'n optreden werd in onze kring met luid gejuich begeleid, maar aan de beurt waren we vooralsnog niet, collega komt zo bij u meldde Johan routineus.
Halverwege z'n zelfgekozen shift moest Johan afhaken: wilde hij op tijd op z'n (echte) werk zijn, dan moest hij nú de bus en de trein halen, met een lege maag weliswaar maar met de waardering van de uitbaatster en het applaus van zijn wandelvrienden in de knip. Onze geplande lunchpauze liep uiteindelijk met meer dan een uur uit de klauw tot een ware oefening van geduld. En daarna misten we ook nog eens een afslag in het glooiende geelwitgroene korenveld, maar 'de gezondheid van de keizer [was] beter dan ooit', dat moet gezegd.

[ Tien minuutjes, dan komt alles eraan hoor, we doen ons best! ]
Of we iets wilden drinken vooraf, de waardin zelf, toen nog vol goede moed. Koffie, thee, espresseo, jus, gewoon of versgeperst? Ja, versgeperst natuurlijk, 7 keer. 'Dan tel ik dus: 5 plus 4 plus 2 plus 7 is 18 bestellingen. En u bent met... 17. Mag ik dan nu even de handen omhoog voor de koffie, voor de thee, voor de espresso, voor de jus versgeperst? 18! Hoe kan dat nou? Opnieuw! Telt u even mee mevrouw.' - Enfin, we kwamen er niet uit, en riepen in koor dat we die 18e bestelling zelf wel zouden verdelen en betalen, écht, het begon allemaal een beetje lang te duren. Dus mevrouw monkelend aan de slag: een blaadje met twee kopjes koffie, terug naar de keuken, een tweede blaadje met twee kopjes koffie, naar de keuken, dan een blaadje met één koffie en één thee in een schattig koffiepotje. Enzoverder tot aan de jus versgeperst, die gerust op zich liet wachten, wachten, wachten, maar wij hadden Johan. Met 7 jus versgeperst en de verklaring voor de vertraging was hij opnieuw onze held: de keuken beschikte uitsluitend over grote handsinaasappelen, die pasten niet in de sinaasappelpers, wat neerkwam op het ware handwerk dus, en tja, dat kost tijd beste mensen. Bovendien bood de keuken maar plaats aan 2 koks, dus kon hij helaas...

[ Ja, als u ook allemaal iets anders wilt... ]
Van ons pauze-uur was inmiddels 45 minuten verstreken. Zullen we de bestelling voor soep en broodjes dan maar zelf opnemen? Johan noteerde 2 tomatensoep, 5 maal soep van de dag - maar wat ís de soep van de dag? laat je nou maar verrassen mens - , de broodjes-gezond, de tosti's, de kroketten-brood, met en zonder boter of salade. En hij naar de keuken. En terug: 'Mensen, de soep van de dag is kippensoep.' Daar wilden de vegetariërs onder ons niet van weten, dus doe maar uiensoep dan, 5 keer uiensoep in plaats van soep van de dag. Johan weer naar de keuken met de nieuwe bestelling. Onze gereserveerde tijd zat erop, en Johan moest nu écht weg. De stemming in het gezelschap werd allengskens onrustiger. Ik begon uit te rekenen welke trein we misschien nog konden halen voor onze borrelafspraak na afloop. De 3 motorrijders hielden het na een zwijgend halfuur voor gezien en hesen zich weer in hun lederen pakken, op weg naar een eetbaar alternatief.
Klikklak, klikklak. Daar daagde hulp voor een brasserie in nood: dochterlief met hoog opgetast kapsel kwam kittig en vrolijk aangestapt. 'Goedemiddag samen! Ik kom er zó aan, hoor!' En binnen 5 minuten werden er 3 broodjes kaas uitgeserveerd. En 1 broodje ham. En 1 tomatensoep. Toen viel dochterlief stil.

[ En nou is de magnetron ook nog 's kapot gegaan, ziet u? ]
Ik ging eens een kijkje nemen in het binnenste van de brasserie. Niet om te mekkeren natuurlijk - 'U houdt ons maar op, had u niet eenvoudig 1 soort soep en 1 soort broodjes af kunnen spreken?' - ik kon het verweer van mevrouw Windraak moeiteloos uitschrijven. Nee, gewoon even supporteren en tegelijkertijd naar het vervolg informeren. Dochter stond werkeloos bij de kassa en verwees me meteen naar 'ons moeder' in de keuken, de baas. En die had haar woordje klaar: Ja, als u allemaal iets anders wilt... En dan ook nog 7 verse jus... En nou is de magnetron ook nog 's kapot gegaan. Ziet u? Tien minuutjes, dan komt alles eraan hoor, we doen ons best!
Ik was snel weer buiten en meldde m'n hongerige lotgenoten dat het volledig onze eigen schuld was, vooral die van mij, maar 'nog tien minuutjes, we doen ons best.' En oja, dat de magnetron ook nog eens kapot gegaan was. En jammer dat Johan er niet meer was. Maar vanaf dat moment druppelden de broodjes, de soepjes, de andere broodjes, weer een soepje, en 4 maal uiensoep ons gezelschap binnen. 4 keer uiensoep? We hebben toch 5 uiensoep besteld! We lieten het zitten en één van ons begon toch nog wat nijdig aan zijn eigen meegenomen proviand, de schouderklopjes en aanbiedingen van anderen ten spijt. Na bijkans twee volle lunchuren hervatten wij overhaast onze tocht door het schitterende Limburgse landschap in zomertooi. Niks geen maïs hier! En jammer dat Johan dit nou net moest missen! - En toen liepen we dus ook nog een flink stuk verkeerd, maar u wilt vast niet weten hoe dát nou toch kon. Op de markt van Sittard zat tout Midden-Limburg ontspannen op het terras, wij haalden op het nippertje een trein, zwaaiden 6 achterblijvers toe, en kwamen weer helemaal tot onszelf in een lege coupé. O, o, o, wat een geweldige dag zeg! En dat was het!

[ Na de zevende voetval het wonder van de engelenpies en de zwevende kout ]
Vanuit de trein overlegde ik mobiel met de uitbater van de nazit. Dat we later waren. en of ze de tent een uur langer konden openhouden. Oja, ze waren vol begrip, en heetten ons alvast hartelijk welkom, de hapjes stonden klaar, ook al was het dan voor een danig uitgedund gezelschap... want behalve Johan moesten er nog 4 naar hun werk: babysitten maar liefst, en rap 'n beetje!
En het eerste pilsje na een dag van wandelen op Limburg's Eerste Heilige Communiedag, toen Johan de Kok ons de helpende hand bood terwijl Brasserie Windraak slagzij maakte, dat eerste pilsje dat door de droge mond en de verstofte keel gleed als engelenpies op Rosa's bruiloft, dat eerste pilsje nogmaals geleek in mijn beleving in alles op de grote verbazing van dichter C. Buddingh' dat het water veranderd was in brandewijn toen hij plotseling moest niezen. Okee, niet iedereen zal deze gedachtengang van mij onmiddellijk scherp kunnen volgen (dat komt nog), maar zo'n dag was het nou eenmaal, de ochtend en de middag en vooral de lunchpauze bij Ma Baker in aanmerking genomen. En daarom past het gedicht 'Ha, wat tintelde dat!' van Cees Buddingh' precies bij deze jubileumwandeling, met z'n zeventienen door het Limburgse landschap, en via de via dolorosa naar een verlate felicitatiedronk op tien jaar VoetVolk GoedVolk Sinds 2001. Leest u het bewijs hieronder even mee?

HA, WAT TINTELDE DAT!

Hij wandelde langs de rivier - goed, het was
wel geen erg mooie dag misschien, maar hij had
al zo lang binnen gezeten, hij snakte
gewoon naar wat frisse lucht

Plotseling moest hij niesen
hatsjie! oesjasjee! nog voor hij zijn zakdoek
had kunnen pakken rook hij
tot zijn grote verbazing dat het water
was veranderd in brandewijn

Hij stak er zijn vingers in, likte ze af:
mmmm, exportkwaliteit! hij schepte
met beide handen en dronk en dronk -
(nee, engelenkoren hoorde hij niet zingen)

Hij deed zijn schoenen en sokken uit en liet
zijn benen in de koele glinstering bengelen,
ha, wat tintelde dat! hij plukte een grasje,
kauwde erop en was zelfs haast blij
dat hij zijn veldfles niet had meegenomen


naar boven

26 mei 2011
Dat is de kunst!

Gister keek ik door de nieuwe VPRO-gids, die voor volgende week. Op bladzij 25 las ik het 'Brands met boeken'-kadertje ('Achteruitlopen') van Wim Brands. Het stond, net als de rest van de artikelen, in het teken van het thema 'Vrije gedachten'. Aan de hand van een voorbeeld betoogde Brands dat je even ontspannen - een eindje lopen, het oud papier voor zaterdag alvast verzamelen, je hoofd leegmaken dus - een goede voorwaarde is om daarna de taak waar je in vastgelopen was, in een mum van tijd af te handelen. Ik heb vandaag een soort van wattenhoofd, het probleem waar ik mee wakker werd heb ik nog niet op kunnen lossen, en het beloofde retourtelefoontje dat ermee samenhangt heeft me nog steeds niet bereikt. Daarom sluit ik deze tekst nu voor een halfuurtje af - even de afwasmachine uitruimen en de snijbonen voor vanavond prepareren - om daarna deze blog 'in een mum van tijd' af te schrijven en het veronderstelde probleem tot een onnozelheidje terug te brengen. Vanwege de tijdwinst, dat snapt u, daar doe ik het voor; dat ruim voor vijf uur de bonen gesneden, de balthasarsblog geschreven én de probleempjes verdwenen zijn. Fluitenderwijs. Nog goed voor het humeur ook!
[ . . . ]
Zo, daar ben ik weer, met deze volkomen overbodige mededeling. Zie het maar als een simpele poging om er weer in te komen en de draad van hierboven weer op te pakken. (Dit noemt men een cliché of ook wel een stoplap. Die kunnen écht niet, in een serieuze tekst. Maar natuurlijk weer wel als ze met opzet aangewend worden. Taal is net gelijk mode.) Intussen blijkt op de radio, die ik tijdens het uitruimen aan had gezet, generaal Radko Mladic opgepakt te zijn en de toetreding tot de EU van Servië een stuk dichterbij gekomen. De opgetrommelde deskundigen buitelen alweer over elkaar heen en het zogenaamde rumoer rond de eerstekamerverkiezingen is weer naar haar fluisterhoekje teruggebracht. Wat er in zo'n halfuurtje niet allemaal voor gewichtigs kan gebeuren! Behalve dan natuurlijk dat de helft van de snijbonen mals en de andere helft een stuk taaier bleken te zijn. Dat wordt gefaseerd koken straks: eerst de taaie bonen opzetten, en tien minuten later de rest pas. Benieuwd of tegen die tijd meneer Mladic reeds in Den Haag (Joegoslavië-tribunaal) of Scheveningen (waar het speciale gevang is) is aangeleverd dan wel of de cyankalicapsule nog steeds tot de basisuitrusting van het topgeboefte blijkt te behoren.
[ . . . ]
Nog maar even een hoofdleegmaak-pauze genomen, om de 'mum van tijd' nog wat te laten verschrompelen en de theorie van Wim Brands ten tweede male te tarten. Potje gekookt, slechte snijbonen gegeten (volgens mevrouw B. ben ik op de markt genept, en hebben ze me diepgevroren bonen van vorig jaar in de maag gesplitst, nou, dat is ze dan godsgruwelijk goed gelukt want de randen van onze bordjes lagen na het eten vol groene taaislijmsliertjes), op de radio gehoord dat de opiniemakers er nog niet uit zijn of Mladic per helikopter dan wel per automobiel zijn opwachting in Scheveningen zal maken en wanneer dat zal zijn. WNL-nieuwsradio wist te melden dat het de Serven allemaal niets zal helpen, deze uitlevering, want dat de EU aan één Griekenland genoeg heeft en dat 'het huishoudboekje' van Servië 'nog lang niet op orde is'. Van deze PVV-ontspanning dreigde mijn hoofd eerder vol dan leeg te stromen met zorgen en stress, en ik was blij dat ik weer achter mijn blog en mijn eigen probleempjes kon gaan zitten. Wim Kok, pikte ik nog even mee, vond het een dag van gerechtigheid en de opgespoorde Dutchbatter van weleer vond het allemaal te laat, veel te laat. Maar onze premier Rutte vond het een bewijs dat het uiteindelijk niet loont om zulke zware misdaden te begaan. Ik wist niet hoe snel ik me van deze radioclichés vandaan moest sleuren om de tekst van deze blog 'aus einem Guss' op het HTML-scherm te pletteren. In dit opzicht heeft de ontspanning/inspannings-theorie van Wim Brands zijn gelijk volkomen bewezen. Mijn probleempjes zijn geminusculiseerd, mijn tekst is af, en het is nu precies een half uur vroeger dan toen ik aan deze blog begon!
[ . . . ]
In de derde ontspannings- en leegmaakpauze pakte ik de rode pil van de dichter Cees Buddingh' (Buddingh' gebundeld) erbij die ik hier al enkele weken onder handbereik heb liggen. In de index (p. 1107 t/m 1117) zocht ik naar een gedicht om de nieuwe dimensie die WB aan de relativiteitstheorie heeft toegevoegd mee te onderstrepen. In één blik was ik klaar, bladzij 327, een titel die ikzelf had kunnen bedenken (maar dat heb ik vaker bij Buddingh'): 'Vandaag eens geen gedonder aan mijn hoofd'. En dan tóch met twee benen op de grond blijven, dat is de kunst, de dichtkunst van CB, en de vrije-gedachtekunst van WB.

VANDAAG EENS GEEN GEDONDER AAN MIJN HOOFD

zeker: het is weinig opwekkends
wat de avondbladen ons melden

(om van de ochtendbladen nog maar te zwijgen)

maar de zon schijnt
en ik loop door de wereld
op mijn eerste en mijn laatste benen


naar boven

17 mei 2011
Mozart te Laren (Gld.)

La ci darem la mano
Het is dinsdagmiddag, wisselvallig weer, ik heb geen drive voor tuinwerk dat kan wachten, en heb een extra vest aangedaan wegens de kilte. Ik zet de computer aan, en kijk naar de dvd 'Aangenaam klassiek 2005' met het beroemde duet La ci darem la mano ('Reich' mir die Hand, mein Leben'). Bovenaan m'n blog prijkt sinds gister 'Mozart te Laren' als titel, maar verder was ik nog niet gekomen. Ik loop onze cd-rekjes door: toch zeker 15 stuks met daarop muziek van Mozart (waaronder drie uitvoeringen van het Requiem). Ik blader in 'Het psalmenoproer' van Maarten 't Hart op zoek naar de pagina's die gaan over Mozart's bezoek aan Holland. Uit de kast met 'historische boeken' trek ik 'Mozart' uit de serie 'Groten van alle tijden' (Mondadori 1969), en verlies me in alle daarin opgenomen historische prenten met verklarende bijschriften. De cassettebandjes met de volledige filmmuziek van 'Amadeus', waar heb ik die ook alweer gelaten?, ik blader nog eens door het luxe uitgevoerde programmaboekje van de muziekvoorstelling 'Wolfgang Amadeus Mozart' van het Plaatselijk Projectkoor, waar wij afgelopen vrijdag naartoe geweest zijn. Sindsdien wil dat La ci darem la mano maar niet uit m'n hoofd, ook al was de projectkooruitvoering half en half onder de maat vanwege een slecht gecaste tenor. Overbuurvrouw J. die in dat projectkoor zingt, hebben we na afloop van het concert getrakteerd op wijn en lekkere kaas, en op een aards gesprek over het spirituele. - En intussen dendert Mozart maar 'door munne kop', nu al drie dagen lang: Lacrimosa dies illa, Ave verum corpus, Confutatis maledictis, Laudate dominum, In diesen heiligen Hallen - en tussendoor telkens weer dat La ci darem la mano als eeuwig meanderende achtergrond voor de eenvoudige muziekgenieter: Reich' mir die Hand, mein Leben, hét liefdeslied uit de opera Don Giovanni op een libretto van Lorenzo da Ponte.

Ave verum corpus
In mijn katholieke jeugd heb ik ruim tien jaar gezongen in het koor van de kathedrale basiliek van Sint-Jan in Den Bosch ('Die Sangheren Onser Lieve Vrouwe', minimaal twee repetities per week en twee optredens per zondag). Dat klinkt plechtig, en dat was het ook, vaak. Van eenvoudig gregoriaans tot achtstemmige missen, van Palestrina tot Herman Strategier, van Christiaan Bach tot Badings... de toenmalige dirigent Frans van Amelsvoort had het behoorlijk hoog in z'n bol, gelukkig. Hier ging een wereld voor mij open waar ik van huis uit geen zicht op had. Op het repertoire van FvA stond natuurlijk ook Mozart (1756-1791), met als publiekstrekker het alom bekende Ave verum corpus, waarvan ik de tekst nu nog van buiten ken. Later, toen ik een blauwe maandag de viool probeerde, heb ik het nog eens samen met mijn geliefde broer C. in huiskamerdecor uitgevoerd. Toen ik in militaire dienst moest, bleef mijn viool in de kist. Maar C., die speelde voort.
Edoch. Op de Isabella-kazerne te V. hadden we een fanatiek katholieke luitenant die overal (vermeend) militair zangtalent opspoorde, en daarmee een soldatenkerkkoor bevolkte. Ik werd (helaas) gespot, en moest meezingen of ik wilde of niet: 'Dit is een dienstbevel!' Bij een bepaalde gelegenheid werd ik 'uitverkoren' om bij een soldatenmis solo het Ave verum corpus te vertolken. Door de zenuwen, m'n onwil, en een slechte voorbereiding werd het een flop, nou ja, een matige uitvoering, nou ja, ik kreeg wel complimentjes maar niet van harte, nou ja, het was een gedoe om gauw te vergeten. Het Ave verum corpus heb ik lange tijd nadien niet meer zonder gêne kunnen aanhoren. Tot aan C.'s uitvaart, waarbij 'zijn' gemengd koor het Ave verum corpus met zo'n passie en waardering voor hém zong dat bij mij alle vorige edities uit het brein gebannen werden. Tegenwoordig denk ik alleen nog maar aan broer C. zodra ik de passage 'natum de Maria virgine' (geboren uit de maagd Maria) hoor - wij hebben allebei 'Maria' als derde doopnaam terwijl onze moeder zelf ook Marie heette, dat zal het zijn, ook al ben ik dan voor geen cent katholiek meer en kon het C. toen al evenmin een cent schelen.

Lacrimosa dies illa
Zo, dat moest ik eindelijk eens kwijt. Goed dat Mozart te Laren (Gld.) me daar de gelegenheid voor bood toen het Ave verum corpus als slotnummer klonk van het concert van voornoemd projectkoor in het Kulturhuus (voormalige protestantse kerk) te Laren. Er waren daar een dikke 200 bezoekers, een koor van 70 'man' en nog eens zo'n 20 muzikanten en solisten: bij elkaar een volle kerk van 300 mensen dus. Er had wel een raampje méér open gekund. Buiten was het fris genoeg! En van dat Ave verum corpus had ik het nog eens extra warm gekregen. Maar er ging geen raampje extra open, zomin als er in een toegift voorzien was. Nou ja, ik was welvoorzien, en wilde na anderhalf uur kerkelijk zitten wel weer eens naar buiten.
We reden met buurvrouw J. en medekoorlid E. naar huis. Er was geen 'gezellige nazit met een hapje en een drankje' te Laren, dus namen we de avond in de auto nog even door. Het koor presteerde boven verwachting, het orkest was een samenraapsel van goed en slecht, de pianist verdiende een betere piano, de solisten waren goed of sof, het programma nogal religieus en niet van de lichtvoetigste Mozart. Een stukje Zauberflöte bijvoorbeeld had misschien wat meer evenwicht kunnen brengen. Kortom: een auto vol deskundigen in een door de bank genomen tevreden stemming. Na een kwartier viel de duisternis, de stemmen verstilden, iedereen zong nog wat na in zijn eigen hoofd. Ik haakte aan Lacrimosa uit het 'Requiem': Lacrimosa dies illa - Die dag is een dag vol tranen. Mooie muziek, treurige tekst, een goede typering van de avond? Maar nee, gelukkig kabbelde die mano er weer doorheen, La ci darem la mano - Reich mir die hand, mein Leben, en zij leefden nog lang en gelukkig. Nou nee, dat nou ook weer niet, Mozart werd 35 jaar. Maar wat voor jaren: hij schreef 700 werken voor de eeuwigheid, één breed uitgemeten Krönungsmesse. Het Plaatselijk Projectkoor kan nog járen met Mozart vooruit, al dan niet te Laren (Gld.).

Oja, en neemt u voor de volgende tekst van Lorenzo da Ponte de muziek van Mozart er even bij, desnoods via YouTube, uitvoeringen te over.

La ci darem la mano
REICH' MIR DIE HAND, MEIN LEBEN

Don Giovanni
Reich' mir die Hand mein Leben,
Komm' auf mein Schloss mit mir;
Kannst du noch widerstreben?
Es ist nicht weit von hier.


Zerlina (für sich)
Ach soll ich wohl es wagen?
Mein Herz, o sag es mir!
Ich fühle froh dich schlagen,
Und steh' doch zitternd hier.


Don Giovanni
Lass' nicht umsonst mich werben!

Zerlina
Masetto würde sterben!

Don Giovanni
Glück soll dich stets umgeben!

Zerlina
Kaum kann ich widerstreben.

Don Giovanni
Komm', o folg' mir!
O komm, o komm!


Zerlina (überwältigt)
Wohlan!

Don Giovanni und Zerlina
So dein zu sein auf ewig,
Wie glücklich, o wie selig,
Wie selig werd' ich sein!


Don Giovanni
O komm!

Zerlina
Wohlan!

Don Giovanni und Zerlina
Komm lass' uns glücklich sein,
Komm lass' uns selig sein!


naar boven

12 mei 2011
Nieuwe telefoons

Vrijdagmiddag, monteur I
- Goedemiddag, meneer B., wilt u 2 of 3 handsets gaan gebruiken?
- Handsets, wat zijn dat?
- Goed. Dat zijn de uitneembare telefoons.
- Uitneembaar?
- Goed. Uitneembaar uit het basisstation respectievelijk het station.
- Het station?
- Goed. Het station is de houder waarin de handset staat, en die verbonden is met het lichtnet.
- En het basisstation?
- Goed. Dat is het hoofdstation, dat behalve op het lichtnet ook op het modem aangesloten is.
- Modem?
- Goed. Dat is het witte kastje dat het basisstation verbindt met de signaalingang.
- Signaalingang?
- Goed. Dat is die kleine doos daar in de muur waarmee de kabel uw huis binnenkomt.
- En die kabel is mijn heen-en-weerverbinding met de buitenwereld: voor tv, internet en telefoon? Is dat nou die zogenaamde glasvezelkabel waar tegenwoordig zoveel om te doen is?
- Goed. U hebt grotendeels glasvezelkabel.
- Grotendeels... Ach, het spijt me dat ik u zo slecht kan volgen. Dat ligt volledig aan mij hoor, op het gebied van de elektronica ben ik nou eenmaal een nul.
- Goed. Of 'n één natuurlijk. Grapje! De hele wereld hangt tegenwoordig van nullen en enen aan elkaar zoals u weet. Goed. Drie handsets dus?
- Okee, drie handsets dus: een in de woonkamer, een voor boven, en een voor in het boekhuis.
- Goed. Die derde zal ik moeten bijbestellen, want deze doos is een box van twee. Zal ik u nu de werking van de handset dan even voordoen?
- Goed. Graag, bedoel ik.

Maandagmiddag, de winkelmanager
- Met de Winkelexpert, wat kan ik voor u doen?
- Met B. uit E, goedemiddag. Kan ik Monteur I even spreken?
- Dat gaat helaas niet. Die is aan het bezorgen. Misschien kan ik u helpen?
- Nou, uw collega heeft hier vrijdagmiddag twee handsets van het merk P. geïnstalleerd. Maar het geluid is belabberd, er vallen steeds stukjes weg. 't Is net of ik weer terug ben in de tijd van de conservenblikken-met-een-touwtje. Bovendien hebben wij de tweede telefoon in het geheel niet aan de praat gekregen.
- Tjee, meneer B., dat is niet best. En kon u er zelf niet uitkomen met de gebruiksaanwijzing?
- Gebruiksaanwijzing? Die heb ik helemaal niet. Die zit zeker nog in de doos die de monteur mee terug genomen heeft... Maar de kwaliteit van het geluid, dat is eigenlijk het grote probleem, dat gaat zo niet.
- Dan komt m'n collega zo spoedig mogelijk bij u terug. Morgenmiddag, schikt dat? En misschien moeten we eerst nog maar eens een ander merk proberen voordat we bij de provider aan de bel gaan trekken.
- Dat lijkt me een strak plan, meneer Winkelexpert. Kan het een beetje vroeg in de middag?
- Goed.

Dinsdagmorgen, monteur II
- U hebt problemen met de nieuwe telefoon hoor ik?
- Inderdaad. Het geluid is abominabel, aan twéé kanten van de lijn. En handset 2 doet niks.
- Ik heb hier het merk S. meegekregen, voor twee handsets. Die zal ik even voor u inpluggen. Wilt u dan intussen de spullen van P. in de doos doen als u die nog heeft?
- Die doos heeft uw collega I meegenomen. Maar ik heb hier nog wel een plastic zak van uw winkel, mag dat ook?
- Kunt u dan wat vloeipapier om alle onderdelen doen? Oja, en als u een derde handset wilt, moeten we een doos van drie sets bestellen. Ik weet niet of u dan straks drie nieuwe toestellen krijgt, of dat we uit die doos van drie er apart een bij u kunnen installeren.
- Ik kan dus nog geen nummers inprogrammeren en zo?
- Dat kán natuurlijk wel, maar dan moet u alles daarna misschien weer overdoen. Hebt u al een handleiding?
- Nee, die zit nog bij het vloeipapier in de oude doos bij uw collega.
- Neenee, kijk, u moet natuurlijk de gebruiksaanwijzing van het merk S. hebben. Want heel veel dingen gaan bij S. anders dan bij P. Alstublieft.
- En kan ik nu wél met allebei de telefoons bellen?
- Dat gaan we nu controleren. - He, niks! - Mag ik de handleiding nog even terug? - 's Even kijken. Natuurlijk, elke handset moet apart op het basisstation aangemeld worden. Hebt u nog vijf minuten geduld? - Oja, en wilt u dan overmorgen de Winkelexpert bellen of deze telefoons wél goed bevallen?
- Goed.

Woensdagmorgen, de winkelmanager
- Met de Winkelexpert, wat kan ik voor u doen?
- Met B. uit E. Ik bel naar aanleiding van de nieuwe telefoons. Het geluid is nu stukken beter ook al is het dan nog geen donderdag.
- Dat doet me genoegen om te horen, meneer B. Maar wat is er met donderdag?
- O, ik mocht u overmorgen terugbellen. Maar na één dag wist ik het ook wel. Dat het geluid veel beter is, en dat er geen stukjes gesprek meer wegvallen en zo.
- En welk merk hebt u nu dus?
- S. En ik wil nu ook graag die derde handset hebben. Is die er al?
- Een derde handset... Die hebt u nog niet? Even in de computer kijken, nee, die is nog niet besteld. Dan gaan we dat nu gezwind even doen. Dat duurt een weekje. Komt u dan nog in de stad?
- Eigenlijk wil ik graag dat de monteur die even komt installeren. Want ik geloof niet dat ik...
- Dan komt m'n collega natuurlijk nog even bij u langs. Ik bel u als de handset binnen is.
- En weet u al iets over de prijs?
- U had eerst merk P., he? En nu S.? Ik spiek even in de computer, nee, daar is geen speciale aanbieding van. Dat wordt dan, rekenreken, dat komt u op 55 euro extra, meneer B. Voor de hele set van drie. Komt u het verschil vooraf even afrekenen?
- Goed.

Vrijdagmiddag, twee weken later, monteur I
- Goed, ik heb hier drie nieuwe handsets S. voor u. Denkt u er aan dat de batterijen eerst volledig geladen én ontladen moeten worden? Dat duurt acht uur, handleiding. bladzijde 5. U kunt alledrie de handsets gelijktijdig laden en ontladen.
- En al die tijd kan ik de telefoon dus niet gebruiken?
- Goed. Daarna moet elke handset apart op het basisstation aangemeld worden, handleiding, bladzijde 6. Dat duurt vijf minuten per set. Daarna kunt u de telefoons gebruiken, zodra de batterijen voldoende geladen zijn, handleiding, bladzijde 7.
- Ik hoop dat ik dat allemaal klaarspeel. Anders zitten we weer het hele weekend zonder telefoon.
- Goed. Dan kunt u natuurlijk zolang uw mobiele telefoon gebruiken. Goed. Alles zit erin, u hebt de handleiding, u hebt betaald zie ik, dan wens ik u er veel plezier mee.
- En als het niet lukt, dan kan ik u bellen?
- Goed. Dan hoor ik het wel.
- Goed.

naar boven

30 april 2011
Thuistaal

Iedereen kent het fenomeen 'thuistaal' ook al kent misschien niet iedereen het woord 'thuistaal'. In elke huishouding wel worden woorden of uitdrukkingen gebruikt die verder nergens gebezigd worden, en die daarom een extra intiem karakter hebben. Woordverhaspelingen uit de vroegste jeugd van een van de kinderen bijvoorbeeld ('nasjinsjonisjeren' als vervanging van het onuitspreekbare 'nasynchroniseren'), letterlijk uitspreken van verouderde schrijfwijzen ('Step-hanuskerk' i.p.v. 'Stefanuskerk' of het grappigere 'Nico-de-Mus' voor 'Nicodemus'), of eigen bedenksels die dicht tegen bestaande woorden aanschurken maar toch nét even anders zijn ('witte dekens' in plaats van 'lakens'); en ook wel schrijffouten die in elk geval mondeling een leven lang in stand gehouden worden ('verekaiker' voor 'verrekijker' of 'paapie' voor 'pappie'). Ik 'pluk zomaar wat bloempjes uit de lucht van wat er uit m'n eigen leven voorbij gevlogen komt': gewaagde synesthesie van bestaande uitdrukkingen, ook zoiets 'eigen-aardigs'. - Enfin, iedereen kan er zo zijn eigen voorbeelden voor in de plaats stellen.
Zo heb ik er zelf nogal eens een handje van om letterlijk voor te lezen wat er gedrukt staat, vooral de namen van filmacteurs in tv-gidsen moeten het (waarom, o waarom?) daarbij ontgelden ('ge-or-ge klonie' voor 'George Clooney' en 'merel streep' voor 'Meryl Streep'). Soms ook meen ik bestaande woorden met een uitdrukkelijke ontkenning van verworven kennis te moeten opleuken. Zo ken ik natuurlijk het fenomeen Umlaut, maar ik wil die twee puntjes in huiselijke kring meestal graag weglaten: dan krijg je dus 'knake-bröd' i.p.v. 'knäckebröd'; of, bij omgekeerde toepassing: 'näore dröme' in plaats van 'nare dromen'. Overblijfsel uit de tijd van de 'Zweedse kok' uit de Muppet-show, en sommige Bergmann-films met veel geelgroen smakende eu-klanken in een somber zwart-witte setting.

Ik moest hieraan denken toen ik mevrouw B. gisteravond vertelde hoe ik die morgen in de grote AH te Z. verdwaald raakte tussen de volkoren beschuiten en de afgebakken-broodbalie. Ik kom zelden in die AH te Z., en dan meestal alleen nog voor de paar vaste inkopen op de vaste plaatsen in de vaste rijen 'één' (vegaballetjes) en 'dwars' (Duits landbrood met harde korst). Maar nu zocht ik naar het sesam-knäckebröd ter vervanging van het lege pak van de dag ervoor. Tig soorten toast, roggebrood, beschuit en peperkoek, maar nergens een spoor van knäckebröd, AH of Wasa, dat maakte me allang niet meer uit. Tenslotte klampte ik een mevrouw met halfvolle kar en boodschappenbriefje in de hand aan die daar ook ronddoolde. 'Mevrouw, weet u misschien waar hier het knäckebröd te vinden is?' / 'Meneer,' zei ze, en daarbij duwde ze me haar boodschappenbriefje onder de neus, 'ziet u eens wat ik enkel nog maar moet hebben: Wasa knäckebröd, maar ik kan het echt niet vinden. Hier misschien dan,' en ze zeilde de hoek om waar ik net vandaan kwam. Gezamenlijk liepen we alle schappen nog eens na: geen knäckebröd. Dus wij op zoek naar een AH-medewerker. Die zat op z'n knieën voor het zuivelschap en bleek de bereidwilligheid zelve. En we moesten niet bij de koekwaren zijn, maar bij het brood: voorlaatste gang links aan de rechterkant onderin. Fluitje van een cent en een eigen logica, tóch?

- Frappant, niet, dat die mevrouw toevallig ook net naar knake-bröd liep te zoeken?
- Naar knake-bröd, B.?
- Dat zeg ik: Wasa knake-bröd.
- Wasa knake-bröd bestaat niet in de AH.
- ???
- Bij AH is het knäckebröd, B., Wasa knäckebröd!
- Ja, Wasa knäckebröd, dat zeg ik toch?

Poëtisch winkelen
De dichter Cees Buddingh' (die van de vorige week, inderdaad) was een meester op het gebied van de 'spreektalige' poëzie, en van de poëzie van de 'gewone dingen'. Een van z'n allerbekendste verzen heet 'Pluk de dag' en gaat over de miraculeuze ontdekking dat het dekseltje van 'een middelgroot potje marmite' precies past op 'een klein potje heinz sandwich spread'. Dat gedicht kent iedereen, ook de groenteman. Lees hieronder maar, in het gedicht 'Boodschap' dat Buddingh' jaaaren later schreef, en waarvan ik zeg:
- o, maar daar ben ik zeker van:
- boodschappen doen kan reuze poëtisch zijn
- is het niet bij de groenteman
- dan wel bij de super van Albert Heyn

BOODSCHAP

van de week liep ik even bij de groenteman binnen
om in telefonische opdracht van wiebe
een pot jam te halen: kersen
(maar die was er niet, wel aardbeien)
terwijl ik betaalde zei de groenteman:
'ja, dat deksel past niet
op een sandwich-spread-potje.'

zo ziet men: langzaam maar zeker
komt de poëzie toch waar ze zijn moet


naar boven

22 april 2011
Op controle

- Doorgaan met de medicijnen. En volgend jaar maken we dus een echo van het hart. Die afspraak moet u in maart 2012 maken, voor mei 2012. Dat kan nu nog niet, ik noteer het allemaal even op dit afsprakenkaartje. En dan krijgt u ook een gesprek met een andere cardioloog, wie weet ik nog niet, ik hou er in de loop van dit jaar mee op. Pensioen.
- Dat lijkt me plezierig voor u, u begint aan de 'gouden jaren', ik kan er van meepraten.
- Ja, we zullen zien. Tot ziens.
- Tot ziens dokter Nu, en bedankt voor de afgelopen vijf jaar.
- Ja, tis goed (wuifde hij me weg). Dag.

Een nieuw ziekenhuis
Een keer per jaar kom ik in het ziekenhuis, voor controle van de angina pectoris. En een doodenkele keer nog 's als er bloed getest moet worden. Dit keer was het in elk geval een jaar geleden dat ik er was. Nou ja, op vorige week woensdag na dan, want toen gingen we 'oefenen' en poolshoogte nemen, mevrouw B. en ik. De stad Z. heeft namelijk intussen een nieuw ziekenhuis gebouwd, hartstikke modern en niets gaat meer zoals het ging. Eenvoudig melden bij de balie van de polikliniek waar je zijn moet, en dan maar wachten tot je aan de beurt bent: het is er niet meer bij. 'We' zijn geheel en al over op 'elektronisch' en 'computergestuurd', en zonder 'bonnetje' ben je echt nergens.
Het ziekenhuis kent nu een geweldige centrale hal, de ene toegang laat allemaal automobilisten binnen, door de andere ingang verschijnen de fietsers en openbaar vervoerders. Het is een fantastische wirwar van functies en verwijzingsborden, en gelukkig ziet het er zwart van de hulptroepen met badges die je meteen aanspreken omdat ze heus wel doorhebben dat jij hier heg noch steg weet, en zíj wel! - 'Welkom,' meneer/mevrouw, 'mag ik u helpen bij het inchecken?' / 'Ehhh...' / 'Hebt u een paspoort bij u, of een rijbewijs of een andere ID-kaart?' / 'Ehhh...' / 'Komt u even mee naar een van de incheckzuilen, dan zal ik u laten zien hoe we tegenwoordig werken.' / 'Ja maar, ik wil alleen maar...' / 'Pakt u uw paspoort nou maar even, mooi zo, ziet u nou wel.'
Kort gezegd komt het erop neer dat je in het ziekenhuis nergens meer terecht kunt als je niet eerst centraal ingelogd bent met een ID, te zien hebt gekregen dat je bent wie je bent, dat je vandaag wel/niet een afspraak hebt, en dat je welkom bent, welkom, inclusief looproute, balienummer en barcode. - 'Entert u even?' En dan spuwt de incheckzuil een bonnetje uit waar je leven van afhangt. Maar dat hadden wij bij het oefenen natuurlijk niet ontvangen, omdat we immers géén afspraak hadden.

De wachtruimte
Toen ik dus voor m'n echte afspraak kwam, stapte ik gedecideerd op een incheckzuil af en probeerde m'n paspoort in de juiste stand in de juiste hoek van het incheckscherm te manoeuvreren. Fout natuurlijk, maar gelukkig stond daar al weer een hulpdame met badge naast me. Die voerde me nogmaals door de zuilenprocedure heen, attendeerde me uiteindelijk op het bonnetje dat de zuil 'rechts onder' uitspuwde, en 'of ik dat toch vooral maar niet kwijt wilde raken'.
Vanzelfsprekend was ik vroeg van huis vertrokken, alle tijd dus, en ik kuierde eens op mijn dooie akkertje langs alle infoborden en open balies naar afdeling 2.19, met de trap natuurlijk, hartpatiënt tenslotte, maar de trap was listig verscholen in een zijvleugel wat ik een minpuntje vond. Onderweg zag ik allerlei beeldschermen die me meldden dat er (het was tenslotte pas goed half negen) gelukkig nog nergens uitloop was, maar dat ik vooral en telkens weer 'welkom' was. Tenslotte meldde ik me bij balie 2.19, liet m'n bonnetje zien en vroeg of ik daar terecht was. Nou, nee dus. Ik diende met m'n bonnetje naar de scanner in die hoek daar te gaan, de barcode langzaam naar het oog te bewegen, en af te wachten wat het scherm me mee te delen had. Het scherm werkte: 'Welkom, meneer Balthasar, u hebt een afspraak. U wordt opgehaald.' - Ik stond alweer paf, het scherm kon wat voorheen alleen de baliemedewerker kon. Ik stopte het bonnetje in m'n jaszak, hing m'n jasje aan de kapstok, ging op een van de zeer krappe zwevende stoeltjes in de zon zitten, en pakte m'n krantje. Aan het gepraat om me heen maakte ik op dat iedereen hier voor het eerst was, de baliemedewerkster had het dus maar wat druk met wat nu niet meer haar werk was. Ik kon een lichte glimlach niet onderdrukken.

De fietstest
'Meneer Balthasar?' / 'Dat ben ik.' / 'Gaat u even mee naar de testkamer?' - Dat vond ik natuurlijk goed, maar ik wist niet hoe je dat eigenlijk zegt. Enfin, eenmaal in de testkamer posteerde de testpleeg (hoe noem je zo iemand eigenlijk?) zich achter een beeldscherm, tikte wat in, en vroeg: 'Mag ik uw bonnetje even?' / 'Oeps, zit nog in m'n jasje, even halen.' Daar snelde ik heen, ving in het voorbijgaan een verwonderde blik van de baliemedewerkster op, en spurtte terug. - 'Geeft niet hoor,' zei de testpleeg, 'het komt vaker voor. Dan mag u zich daar even uitkleden, het bovenlichaam ontbloten, en dan hier terug komen voor de fietstest.'
Met tig draden aangesloten op de testapparatuur werkte ik me gedurende krap tien minuten en toenemende weerstand in het zweet, bepleitte ondertussen het voordeel van de eenzame fietser op de asfaltverslindende automobilist in de file, en mocht me na afloop en hevig hijgend opfrissen en aankleden zoals ik wilde, en 'u hebt het goed gedaan hoor, je kunt wel zien dat u flink wat ervaring hebt, ik wou dat ik ook de auto wat vaker kon laten staan. Hier is uw bonnetje. Dankuwel, en tot een volgende keer.'
Toen ik langs de balie kwam kon ik het niet laten om aan de baliemedewerkster te vragen of ik me voor de afspraak met de cardioloog weer opnieuw moest melden, en of dat dan bij haar kon. Ja, ik moest me opnieuw aanmelden, want dat moet bij élke afspraak, en nee, dat kon niet bij haar. Dus daar ging ik weer, naar het scanapparaat in de hoek, haalde de barcode langzaam in de richting van het oog, en kreeg opnieuw een 'melding': 'Welkom, meneer Balthasar, u hebt een afspraak. U wordt opgehaald.' - Ik stopte het bonnetje in m'n jaszak en ging verder met m'n krantje, terwijl ik probeerde om de rug van m'n tegenzitter op de zwevende stoeltjes te vermijden. De wachtruimte was inmiddels benauwend vol en leek nu lager van plafond dan voor de fietstest. Het zal aan mij gelegen hebben.

Gesprek met een computerscherm
'Meneer Balthasar?' / 'Dat ben ik.' / 'Komt u mee?' - Onder het lopen gaf ik de man in de witte jas een hand en zo betraden we de kamer van dokter Nu. In de war gebracht door de meubelopstelling ging ik bijna op de stoel van de cardioloog zitten, maar gelukkig werd ik nog net op tijd gered door de positie van het flikkerende computerscherm. Toen we zaten zei de dokter: 'Gaat u zitten. Mag ik uw bonnetje?' / 'Oeps, weer vergeten, zit nog in m'n jasje, even halen.' - Dus daar snelde ik weer heen, naar m'n jasje aan de kapstok, langs de balie. 'Dat is de tweede keer, meneer Balthasar,' zei de baliemedewerkster terwijl ze naar haar scherm bleef kijken, 'daarnet was u het bonnetje ook al vergeten!' Ik voelde me als een schaap, ik lachte als een schaap, en liep de deur van dokter Nu voorbij, en weer terug. Ik gaf hem het bonnetje en ging nu meteen aan de patiëntenkant van het bureau zitten.
Ook dokter Nu had uitsluitend oog voor zijn scherm dat de plaats van zijn papieren dossier ingenomen had, hij was eventjes de weg net zo hard kwijt als zijn patiënt. 'Hoe was uw naam ook alweer? Weet u misschien welke medicijnen u gebruikt? Waar is die brief toch? Ahhh, oja, nu weet ik het weer, wat zei u nou over uw medicijnen, monocedocard retard hónderd?!' - En zo voerden we voor het vijfde jaar op rij hetzelfde gesprek over klachten en bijverschijnselen, over de batterij medicijnen en wat we over een jaar eens voor een test zouden doen. Ondertussen bekeek dokter Nu de papieren van de fietstest, verscheurde alvast de eerste helft en beantwoordde mijn laatste vraag met een glimlach naar zijn scherm: 'Dat is een - tiktiktik, met twee vingers - goeie vraag. Maar als ik naar de test - tiktiktik - kijk, dan moet u gezien uw leeftijd en uw lengte een score van 100 kunnen halen, en wat lees ik hier - tiktiktik - 180! Aan uw hart kan het dus zeker niet liggen, uw conditie is werkelijk - tiktiktik - zeer goed.' - En zo kwamen we tenslotte en als vanzelf op de intro van deze Balthasarsblog uit.

Een tosti-kaas alstublieft
Over de fietsenstalling, de koffieruimte (waar ze wel veel zoetigheid hebben maar beslist geen tosti-kaas voor je kunnen maken), de verblindend paars-oranje kleuren, de krappe toiletten (zonder scheiding in H's en D's), het chique restaurant, het geotter en geboor (voor nog veel meer richtings- en verwijzingsbordjes), over dat alles en nog veel andere zaken wellicht een andere keer, een nieuw ziekenhuis is natuurlijk zo maar niet af. Bovendien went een nieuw ziekenhuis ook niet zo snel... als je geluk hebt en er weinig hoeft te zijn.
Deze gedachte voert me onbedaarlijk en onafwendbaar naar Cees Buddingh' (1918-1985) die in zijn jonge jaren langlang-erglang in het sanatorium lag omdat hij tbc had. Daar ontstonden ook zijn eerste gorgelrijmen, waar 'De blauwbilgorgel' wel het prominentste voorbeeld van is. Omdat ik dat gedicht al minimaal twee keer geciteerd heb, deze keer een ander 'sanatoriumgedicht' van Cees Buddingh'. Het heet 'Poëzie no easy job', o, waren alle ziekenhuizen maar zo simpel als de gedichten van Cees! Dan draaide ik mijn hand er niet voor om.

POËZIE NO EASY JOB

in het sanatorium lag ik
naast een man die tiberius heette
en die echt op een keizer leek

toch is hij doodgegaan

wat mij later sterk beperkte
in de keus van mijn metaforen


naar boven

12 april 2011
Overstappen maar

Natuurlijk, je kunt op van alles en nog wat overstappen: naar een volgende trein of bus bij voorbeeld, of naar een andere bank, een stiptere kaasboer, een beter merk ouzo. Het meest ingrijpend is het echter als je overstapt naar een andere provider, en vooral als dat gebeurt in het kader van de overgang naar het alles-in-één-pakket! Internet, telefonie, televisie: alles voor een mooi totaalprijsje per maand, meneer, dat 'gegarandeerd' goedkoper uitpakt dan al die verschillende deelpakketten bij elkaar. - Wij hebben zo'n overstap gezet, liever: wij zijn zo'n overstap aan het maken, en ik moet toegeven: het is allemaal behoorlijk stressy. Maar dat kan ook aan de jaren liggen, en aan het gebrek aan affiniteit met techniek en technologie. Leest u even mee.

Les 1: Het meeste kom je pas te weten ná de aankoop
Dus om maar met de deur in huis te vallen: gooi nooit je oude schoenen weg voordat de nieuwe tv het doet, je telefoon weer uitgaand én inkomend werkt, en je e-mail ophoudt met uitsluitend foutmeldingen te genereren. Want er komt heel wat bij kijken om weer 'op je oude niveau' te geraken, en zeker om een treetje hoger te klimmen. Dat kost duiten, dat kost ontregeling van dag en humeur, dat kost slaap. Maar ja, na dik tien jaar raken al je apparaten, voorzieningen en applicaties verouderd, uit de tijd, onklaar.
Zo gingen wij dus een nieuwe televisie kopen omdat we het steeds kleiner wordende beeld en de steeds petieteriger wordende lettertjes nauwelijks nog geconsumeerd kregen met onze retirerende vermogens. En mevrouw B. wil ook wel eens lui op de bank en met de benen op tafel naar haar serie kijken, zonder in het toestel te moeten kruipen als het ware, dus. Bovendien is onze beste buurvrouw enkele maanden geleden om precies dezelfde redenen op een modern toestel overgestapt, en die heeft alle bijkomende sores in haar eentje weten te doorstaan. Dus daar gingen wij, op naar de expert, en met de ervaringen van onze stoepgenoot achter de hand. - En we kwamen voldaan naar buiten met de volledige offerte voor een nieuw tv-toestel, een totaalpakket aan providervoorzieningen, en de afspraak voor een snelle en deskundige installatie van alle voorkomende werkzaamheden en te treffen regelingen. Daar kon op gedronken worden hihaho.

Voorbereidende beschietingen
De overgang van de ene naar de andere provider werd voortvarend door de winkelier in gang gezet. De afstemming met de installatie van het nieuwe wondertoestel liep evenwel even voortvarend in de soep, en met het weekend voor de deur konden wij onverhoeds niet meer bellen en niet meer mailen. Lekker rustig zult u zeggen, maar toevallig had ik op de vroege zaterdagochtend enkele dringende zaken te regelen waarvoor telefoon en e-mail van node waren. Zodoende stond ik voor dag en dauw bij de dealer op de stoep om verhaal te halen en te zien of er nog wat te regelen viel. Maar welzeker, meneer, ook op zaterdag, service meneer!
Dezelfde middag nog stond er een monteur voor de deur met de nieuwe tv en het noodzakelijke gereedschap om telefoon en computer weer aan de praat te krijgen. Terwijl wij nog met open armen stonden, ontsnapte hem het verbaasde maar niettemin professioneel neutrale gesis tussen de tanden dat hoort bij atypische omstandigheden en verwachte tegenslagen. Waar of de ingang van het signaal te vinden was, of er misschien een kabelgoot onder de buitenplaats naar het boekhuis liep, dat het door de provider geleverde modem het verkeerde was, dat de huiskamerkabel verouderd was, en dat die tweede telefoon in het nieuwe systeem niet meer te gebruiken was, de eerste trouwens hoogstwaarschijnlijk ook niet. En opgewekt ging hij aan de slag, nee, koffie hoefde hij niet, net gehad. Wij stonden erbij en hielden vertrouwen en ons hart vast.

Kijken of het misschien digitaal kan
Toen de man naar wat restte van zijn weekend vertrok, konden wij met één telefoon bellen, lag er een noodkabel vanuit het ingangskastje van de provider door de kamer, via het raam, over de buitenplaats naar de computer in het boekhuis, en was de nieuwe tv voorlopig aangesloten met een troostkabel en een extra 'kastje'. Staandebeens en in een vlotte schwung werd ons de werking van de twee afstandsbedieningen (een voor het tv-apparaat, een voor 'het kastje') voorgedaan, het magistraal nieuwe beeld bewonderd, en de tv uitgezet. Der Mohr kon gehen, prettig weekend. Ik snelde naar de computer om een afgesproken en noodzakelijk maltje te verzenden, en kreeg dat prompt retour omdat het niet bezorgd kon worden. Gezien de tot nu toe geleverde service belde ik meteen de dealer, nee, vandaag helaas niet meer, maar maandag, dan zou Thijs zeker langskomen, vanzelf. en ook u een prettig weekend, meneer.
Pal na sluitingstijd van de winkel zetten wij de tv aan, afstandsbediening één, afstandsbediening twee, en tenslotte op oké drukken. Geen beeld, geen geluid. Alleen de melding van 'geen signaal' gevonden, hoe wij ook probeerden! Beste buurvrouw gebeld, natuurlijk kom ik meteen even. Maar ja, bij haar ging alles anders, 'digitaal' en meteen hup, zender 1 of 4, on demand, uitzending gemist, maar hier en nu: nee, inderdaad, geen signaal, dat zal het zijn, sneu hoor. Om acht uur hadden we nog steeds niks gegeten, was de uitprobeerstemming danig gezakt, en voorzagen we een tv-loos weekend van een prachtig apparaat. Terwijl mevrouw B. zich ontspande met een spelletje freecell op de computer (ja, dat natuurlijk wel), zette ik de nieuwe installatie uit met beide remote controlls, posteerde de oude tv op een bankje vóór de nieuwe en probeerde of de nieuwe ingangskabel op onze oude tv wél signaal zou geven. Een eureka-moment! De Midsummer Murders konden alsnog en in real time gepleegd worden. In klein formaat, maar dat moest dan nog maar 'n keer.

Te dom voor deze wereld
Maandag wasdag, en meteen na het middaguur was Thijs present om de uitgaande mail in het hart en de hersenen van de computer te programmeren. 'Hij prambeerde en het gong,' zoals de dichter het eertijds formuleerde. Nu nog even een paar vraagjes van onze kant. Nee, die telefoons moet u helaas vervangen, ik kan volgende keer wat modellen meebrengen. En we gaan dat 'draadloos' doen, heb ik overlegd, kunt u de telefoon in elk stopcontact steken waar u maar wilt. Over die draad voor de computer zijn we nog aan het kijken hoe dat moet, maar dat lossen we op. Ach, en wilt u nog eens laten zien hoe de tv aan moet, wij komen er niet uit, en de buurvrouw met net zo'n zelfde toestel ook niet. En dan schrijf ik alles op, want 'geen signaal', hoe moet dat dan? - En Thijs deed alles voor, ik schreef het op, en welgemoed gingen we ten tweeden male uiteen.
En 's avonds keek ik naar het achtuurjournaal op... ons oude toestel. Met geen mogelijkheid kregen wij de nieuwe schoonheid aan de praat, wat wij ook prambeerden, het gong niet! Geen signaal, en daarmee basta! Van de onnozele stress had ik een slechte nacht, hoe onzinnig me dat ook voorkwam, het is maar televisie hoor! U weet hoe dat gaat, je krijgt die knop niet omgezet soms, en acht jezelf te dom voor deze digitale wereld met al die verdomde elektronica. Hoezo krijg je een tv niet aan de praat, te belachelijk voor woorden! Dat was het, en dat is het.

Dinsdagmorgen alweer
- Goedemorgen, meneer de expert. Bent u al open dan?
- Altijd voor u klaar, dat weet u.
- Tja, ziet u de kwestie is dat wij nu al drie dagen niet in staat zijn om de tv aan te zetten.
- Momentje meneer B., hier komt Thijs zelf. Die kan het u vast per telefoon uitleggen.
- Met Thijs. Hebt u de Loewe aangezet, meneer?
- Wacht even Thijs, mevrouw B. zit aan de knoppen, ik herhaal wat u zegt, zij voert dat uit, en ik schrijf dat vervolgens op. Okee?
- Goed, daar gaan we. Zet de Loewe aan.
- Met welk knopje Thijs, mijn vrouw vraagt: met welk knopje Thijs?
Enfin, de genante details zal ik u verder besparen, maar zeker is dat het niet aan ons lag. Thijs nam zonder meer maar aan dat wij wel zouden weten dat Reference GW in de aanvangsmenulijst soms zo maar vervangen is door HDM1, en dat dat in wezen precies hetzelfde is. Mevrouw B. en ik stonden daar paf van, en voelden ons met terugwerkende kracht bevrijd van de domste domheid der onnozelen. En na drie keer oefenen hadden wij de Loewe en 'het kastje' in de tang en in de knip. Het hele scenario is inmiddels uitgeschreven en vastgelegd, de tv doet het (ook al moet je voor de volumeregeling tóch weer die andere afstandsbediening hebben), en dan maken wij ons nu op voor de laatste fase: de installatie van het nieuwe modem alsmede de definitieve oplossingen voor de niet werkende telefoons en het draadloos tevoorschijn toveren van het internet. - Oja, en die andere overstap, die van de ene bank naar de andere, die bewaar ik voor een volgende keer. Eerst dat alles-in-één-pakket van onze kabelaar maar eens in de doos van Pandorra terug zien te krijgen.

Tv-sores
Door alle aansluitingsperikelen kwam ik er niet toe om serieus te zoeken naar een gedicht met dezelfde of vergelijkbare wederwaardigheden als onderwerp. Maar gelukkig lag daar 'Buddingh' gebundeld' nog op mijn leestafel, met alle de poëtische uitbarstingen van meester Cees zelve, 1116 pagina's dundruk in een mager lettertje. Daar vind je op pag. 399 de tekst Nieuw partijlied, een kort juweeltje over tv-verdriet. Ziezo, dat is alvast één.
En al dagenlang spelen ook Henny Vrienten (zij het om andere redenen die hier niet zo veel terzake doen, maar waar ik binnenkort beslist eens op terugkom) en Doe Maar door m'n kop, met het lied Doris Day. Daar is ook 'geen bal op de tv', maar dan anders. Ziezo, dat is twee.
En om het helemaal af te maken, doe ik ze alletwee, zij het dan dat Doe Maar met het refrein genoegen moet nemen, ach, eigenlijk tellen alleen die eerste twee regels van het refrein, en dan heb je tóch het hele lied! - Zingen maar mensen, het leven is al kort genoeg!

DORIS DAY
Doe Maar

Hé! Er is geen bal op de tv
Alleen een film met Doris Day
En wat dacht je van net twee
Ein Wiener Operette
Nee! Er zit een knop op je tv
Die helpt je zo uit de puree
Druk em in en ga maar mee
De bloemen buiten zetten

NIEUW PARTIJLIED

Cees Buddingh'

wat een ellende! (4 x)
wat een diepe ellende: (4 x)

zondag jl
nederland-belgië (2 x)
alweer niet op de tv (4 x)

beeldschermbezitters aller landen
verenigt u (2 x)
asjeblieft (8 x)

snel! (3 x)


naar boven

30 maart 2011
Jeder stirbt für sich allein (Alleen in Berlijn)

De plicht tot weten...
Een mens blijft zijn leven lang leren, dat is bekend, je kunt niet alles meteen weten. Toch verwonder ik me steeds vaker over mijn eigen onwetendheid, over dingen waar ik nog nooit van gehoord heb, terwijl die toch van onvergetelijk belang zijn. Tegelijkertijd, of misschien juist wel daardoor, word ik alsmaar milder tegenover jonge mensen die niet op de hoogte blijken van eminent belangrijke gebeurtenissen uit het (recente) verleden:
- Maar weet je dat dan niet?
- Hoe zou ik dat allemaal moeten weten dan?
- Gelijk heb je. Ik wist zelf aanvankelijk ook praktisch niks over de dekaden voor mijn geboorte.
- En nou voor den draad met die 'belangrijke gebeurtenis', want daar wou je het toch zo graag met me over hebben, is het niet?
- Natuurlijk, dit moet je weten, luister.

...wat je kúnt weten
Een paar voorbeelden om er een beetje in te komen. - Een aantal jaren geleden pakte VPRO-radio uit met een serie programma's over The Comedian Harmonists. Nooit van gehoord, toen. Maar sinds die radiouitzendingen vertegenwoordigt deze zanggroep voor mij het volledige levensgevoel van het Duitsland in de jaren dertig, de jaren dertig in Duitsland, bestaat er iets van grotere betekenis in de twintigste eeuw? Ik kan elke dag wel iets van deze groep 'draaien', altijd prijs. En wereldberoemd dat ze in hun tijd (slechts een paar jaar vóór mijn geboorte!) waren, die vier zangers en hun pianist! Maar het liep slecht met hen af, nazi-Duitsland, Joodse zangers... En ikke niet weten! Achteraf onverteerbaar. Maar gelukkig is er later nog een indrukwekkende film van gemaakt, gaat die zien.
Ander voorbeeld, de film Unter Bauern over de onderduik van Joden in Nazi-Duitsland (Balthasarsblog dd. 31 oktober 2010: In de schaduw van gisteren). Ik had nooit eerder weet gehad van de ongelooflijke moed van (sommige) Duitse burgers jegens hun Joodse landgenoten. Je kunt het misschien wel bedenken, maar pas als je concrete voorbeelden ziet realiseer je je dat je totaal onwetend was, wel oordelen had, maar waren dat de goede?
Iets vergelijkbaars overkwam me bij het lezen van De kleine sjoa van Isaac Lipschits (Balthasarsblog dd. 24 december 2008: Godbewaarme), over de kille, zeg maar gerust misdadige manier waarop misbruik gemaakt is van de bezittingen van in gevangenschap weggevoerde Joden. Door particulieren én door de Nederlandse overheid. Plaatsvervangende schaamte bevangt me nog elke keer als ik er aan denk.
- Maar ben jij zelf zo'n moedig mannetje, dan?
- Nou, ehhh... dat zou ik eigenlijk niet weten. Waarschijnlijk niet.

De last van plaats en tijd: Berlijn 1940
Deze hele inleiding had ik kennelijk nodig om tot mijn punt van aanbeveling te komen, het onlangs in Nederland verschenen boek Alleen in Berlijn (Jeder stirbt für sich allein). De Duitse auteur Hans Fallada schreef het eind 1946, in Nederland kwam het uit in 1949 - en sindsdien bleef de schat in het verborgene. Maar halleluja, soms bestaat er wel degelijk gerechtigheid, het meesterwerk werd herontdekt, opnieuw uitgegeven, en is nu een bestseller in de reeks 'Cossee Century' van Uitgeverij Cossee, Amsterdam 2010 - en ook wereldwijd.
En een meesterwerk is het. Ten bewijze hiervan citeer ik hier twee autoriteiten (op verzoek en met gemak uit te breiden tot pagina's en pagina's lof!). Ten eerste de Italiaanse grootheid Primo Levi, die Alleen in Berlijn typeerde als: 'De beste roman die ooit over het Duitse verzet tegen de nazi's is geschreven.' En ten tweede het oordeel van de bekendste krant ter wereld, The New York Times: 'Als je Fallada's grootse roman over de meest donkere jaren van de twintigste eeuw leest, dan weet je het zeker: zo was het, zo is het gebeurd.' - Gelukkig kreeg ik dit boek onlangs van mijn betere B. cadeau, anders had u misschien nog wel langer op deze aanbeveling moeten wachten.

Het verzet van Otto en Anna Quangel
(Voor het verhaal zelf en voor het gemak put ik hier mede uit de flapteksten van de Nederlandse uitgave.) Berlijn 1940. Otto Quangel verdient zijn brood in een meubelfabriek en hij en zijn vrouw Anna interesseren zich niet voor politiek. Maar als ze per brief de melding krijgen dat hun zoon tijdens Hitlers veldtocht in Frankrijk gesneuveld is, voelen de Quangels, die niet per se als helden geboren zijn: dit is te erg! Als protest verspreiden ze kaarten met onhandig geformuleerde anti-Hitlerslogans (met rare spelfouten) in trappenhuizen en op vensterbanken van openbare gebouwen. Ze dromen ervan de mensen met hun actie wakker te schudden. Maar de meeste kaarten worden onmiddellijk ingeleverd bij de Gestapo. Een ambitieuze agent markeert op een plattegrond de vindplekken met rode vlaggetjes, en een moordend kat-en-muisspel begint.
Met fatale gevolgen uiteraard. De Quangels worden opgepakt en in een schijnproces ter dood veroordeeld. Na maanden martelende celstraf sterft Otto onder de valbijl; Anna en al haar medegevangenen komen om bij een bombardement omdat staatsgevaarlijke gevangenen niet in de schuilkelder mogen.

Toen schoot de bijl krakend door zijn nek (p. 450)
Hans Fallada modelleerde de Quangels naar het moedige Berlijnse arbeidersechtpaar Otto en Elise Hampel. Hij schreef hun verhaal binnen acht weken, kort voor zijn dood, nadat hij verslagen van de verhoren had gelezen. Alleen in Berlijn is Fallada’s monument voor het verzet van gewone mensen tegen het naziregime, en het is de eerste roman over dit onderwerp in het naoorlogse Duitsland. - De roman wordt inmiddels verfilmd door de makers van Good Bye, Lenin! Dat kun je begrijpen als je de recensent van NRC-Handelsblad mag geloven: Alleen in Berlijn is een roman vol effectbejag. De lezer proeft het melodrama van Hugo, de verlichte waanzin van Dostojevski, het sentiment van Dickens. Het is ook een vuistslag, vol in je gezicht. - Anders nog? Ik heb er in elk geval niet van terug. 66 jaar na de oorlog, op mijn eenenzeventigste, en ik had geen weet van dit type verzet, in Duitsland, van 'gewone' Duitsers, tegen de nazi's. In de woorden van Otto Quangel (Otto Hampel) op één van zijn verspreide 'kaarten': Ein deutscher Deutsches Volk wacht auf! Wir müssen uns von der Hitlerei befreien! Maar 'het volk' was het niet met hem eens...

Dan dooft het licht
H.M. van Randwijk (1909-1966) was een van de bekendste Nederlandse verzetsmensen, hij was onderwijzer, journalist, schrijver en dichter. Hij was een van de oprichters van het verzetsblad Vrij Nederland. In 1942 werd hij door de Duitsers gearresteerd en zes weken lang verhoord; hij ontkende stug en hield vol dat iemand met zijn theologische opvattingen geen verzetsblad kon uitgeven. Hij werd vrijgelaten onder de uitroep: 'U bent óf onschuldig, óf de grootste leugenaar die er bestaat.' - Over zijn weken in de cel schreef Van Randwijk het lange (en beroemde) gedicht Celdroom, waarvan ik hieronder een fragment citeer omdat het wonderwel aansluit bij de cel-ervaringen van Otto en Anna Quangel.
Op het Weteringplantsoen in Amsterdam, dat tijdens de oorlog een fusilladeplaats was, is een monument opgericht met de volgende dichtregels van Van Randwijk: Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht. - Het had het motto van Otto en Anna kunnen zijn.

CELDROOM
(Fragment)

Nog is het nacht en in mijn cel,
tussen de vier bakstenen muren,
twee stappen breed, vijf stappen lang,
wacht ik den dag, tel ik de uren;
links van mij stinkt de kiebelton,
het raam is zwart, mijn makkers slapen...
'- O God, de droom die hier begon,
Gij hebt de macht het waar te maken...!
De wereld wankelt voor Uw ogen,
Uw schepselen in bloed en slijk,
vergeef ons het vermetel pogen
rakelings langs Uw Koninkrijk
een schone dwaze droom te spinnen,
dit trots en overmoedig lied...'
- Vrijheid, gerechtigheid, o eindeloos beminnen,
nog niet... nog niet... nog niet...


naar boven

21 maart 2011
Betreft: werkzaamheden aan het spoor

Brief van ProRail
Tot mijn vaste ochtendrituelen behoort het ontsluiten van de toegangen tot het huis: keukendeur, boekhuis, bijkeuken, tuinpoort. Niet de voordeur, die blijft in principe op slot. Bezoek komt 'achterom', uitgezonderd natuurlijk Jehova's getuigen en de collectanten: voor Koksmaatjes, Oranjefonds, toneelvereniging, volleybalclub, maagdarmleverstichting, Jantje Beton, het gehandicapte kind, kinderpostzegels, Simavi, Memisa, de Muziekvereniging, Ouderenwerk Achterhoek, Psychische Gezondheid voor iedereen.nl, enfin, u kent dat wel, elke week minimaal twee keer prijs. Tijdens de ochtendronde neem ik altijd even de tijd om in de bijkeuken door het brede raam over de tuin uit te kijken. Die plek is tevens onze 'vogelkijkhut' (van de week had ik het bij voorbeeld nog druk met de ijdele Vlaamse gaai in de hulstboom en de twee ruziënde eksters in de laurierheg), je bent er onbespied en als vanzelf vol verwachting wat de dag weer brengen zal.
Sinds vrijdag zijn er 'baasjes' van ProRail bezig op het spoor achter onze tuin. Daar zouden tijdens een lang weekend de wissels, de rails en het spoorbed vernieuwd en vervangen worden, stond er in de brief van Pro Rail-baas meneer Arbeider. De twee belendende spoorwegovergangen (tussenruimte maximaal 200 meter!) zouden om de beurt een hele nacht en een dag buiten gebruik blijven. Wij waren gewaarschuwd, inclusief werkzaamhedenoverzicht.

Dag en nacht aan het werk
Ik zeg nou wel: 'op het spoor achter onze tuin', maar men dient dat te lezen als 'op het spoor dat door onze achtertuin loopt'. Dat is zo'n dikke zestig meter bij onze woon- en slaapkamer vandaan. En om maar meteen het hoge woord te spreken: het waren drie hele dagen én nachten van sterk verhoogde aardetrillingen en -bevingen. Nou wil het toeval dat ik juist in deze dagen met griep te bedde waar, dus ik heb er de volledige klusperiode van mogen genieten, dagen én nachten. Toch ben ik nu, mirabile dictu, weer beter. Ja ikdankuzeer, nee iksnaphetookniet.
Nooit geweten dat er zoveel zwaar materieel, zoveel manschappen en zoveel kabaal aan te pas komen om treinen over nieuwe kiezels, nieuwe dwarsliggers en nieuwe rails te laten lopen. Noch wat het betekent om dat in volcontinuewerk voor elkaar te boksen: 's morgens onchristelijk vroeg al zingend en klingend in de vrieskou, des middags zwetend in de stralende zon, en des nachts in het volle licht van gigantische bouwlampen die een stralende zonnedag in de schaduw stellen. Ik verwacht een stevige vermindering van onze elektriciteitsrekening over de afgelopen dagen, sterker, het was onaangenaam hel in de nachtelijke slaapkamer. Tevens was het onmogelijk om het raam open te zetten, too many notes, laat ik het daar maar bij laten. Maar... het is in de geplande periode gepiept, dus na vandaag is het weer 'zo heerlijk rustig, jaja'.

Gleis Power
Gister was ik voor het eerst weer uit het ziekbed, de zon scheen warm, dus ik meende de werkzaamheden achterin de tuin maar eens van wat dichterbij te moeten bekijken, jek aan, das om, zonnehoedje op, handjes op de rug. Sinds 's ochtends vroeg was er een gigantische werktrein op het spoorverloop verschenen, van de firma 'Spitzke - Die Gleis Power', beter gezegd: het waren drie à vier werktreinen-in-één. Vier onafhankelijk van elkaar verschuivende werkpanelen deden hun werkjes náást elkaar: gaten in de steenlaag boren, rails platdrukken, kiezelstenen bijvoegen, dwarsliggers aandraaien, kortom de hele reutemeteut van 'laatste werkzaamheden' aus einem Guss, en gezien door de ogen van een belangstellende nietweter (klinkt toch een stuk vriendelijker dan nitwit niet?).
Wat er daarna nog moest gebeuren is een venndiagrammetje peanuts, met veel gele hesjes, dat wel, veel vuurwerk van de slijptollen ook, maar voor het overige toch in bijkans vredige stilte. Zoals je de stoep nog even aanveegt als je de voortuin hebt gedaan.

Persoonlijke inspectie
Sinds vanochtend zes uur rijden onze treintjes weer, alsof er niets veranderd is. Daarom heb ik me daarnet maar eens verstout om de vernieuwingen persoonlijk vanaf de twee spoorwegovergangen op me in te laten werken. - Een grote teleurstelling!
Ja, deels nieuwe kiezels, die heb ik gezien; kapotgereden grondstroken naast de rails, die ook. Maar verder? De vurenhouten markeringspaaltjes met oranje kopjes zijn verdwenen, okee. Veel zwaar materieel nog langs de N-weg, zeker. Werkketen ook, opgestapelde hekwerken, een verdwaalde shovel en een reuzenoplader van de firma N. Werkman. Maar dat is straks allemaal verdwenen. En wat rest er dan? Onze vier boemeltreintjes per uur, die net een ontspannen weekendje achter de rug hebben, dus misschien rijden ze nét even wat darteler. Maar voor the rest? Silence.

Klachten?
Tot mijn vaste avondrituelen behoort het afsluiten van de toegangen tot ons huis: bijkeuken, boekhuis, tuinpoort, keukendeur. En controle van de voordeur natuurlijk, want ik weet nooit zeker of zich geen vreemdeling aangediend heeft, of Speeltuin Het Hoekje, hebt u iets over voor Het Rode Kruis, Het Kankerfonds, meneer Arbeider wellicht, nou ja, dat weet u nu wel.
Vogels spotten heeft diep in de avond natuurlijk geen zin, ook niet met de klaarliggende kijker. De megabouwlampen zijn verdwenen, en er is geen vierdelige werktrein meer voor een nieuwe balletvoorstelling, gezang en geklang zijn ook verdwenen. De rust is weergekeerd, en voor vragen of klachten kunnen we ons melden bij de afdeling Publiekscontacten van de firma ProRail. De enige klacht die ik zou kunnen bedenken is dat de werkzaamheden uren en uren voor de geplande eindtijd afgerond waren, maar of je dat nou een klacht moet noemen?

Tijd genoeg dus voor een gedicht
Er zijn mensen die het genot van een treinreis ontberen sinds hun vroegste jeugd. Die dus nog een sprankje herinnering hebben aan stationsloket en kartonnen kaartjes met een gat erin. En aan het spoorwegspel dat ze op hun zesde verjaardag cadeau kregen van oom Theo, weet u nog wel, met dat spiegelei en die roodgebiesde stationschefspet. Die mensen zijn misschien nog niet geheel en al verloren voor het spoor, dat serieuze alternatief voor de file, de asfaltering van gans een land, en voor een onverantwoord hoge CO²-uitstoot. Al die mensen zou ik allereerst een boekje uit 1989 willen aanraden. Het heet: 'Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen - Dé bloemlezing uit Nederlandse treinverhalen en -gedichten vanaf 1829'. Af en toe een halfuurtje in lezen, en u bent om: u wilt van geen ander vervoermiddel meer weten. Zo simpel kan het zijn? Zo simpel kan het zijn.
Uit dit eindeloos inspirerende boekje haal ik de onvolprezen Willem Wilmink even naar voren, met het even heldere als overtuigende spoorgedicht In de trein. Het komt uit de bundel 'Dicht langs de huizen' (Amsterdam, 1982). - Ik zie u binnenkort nog wel, ergens aan het spoor. (En dat gedoe met die OV-chipkaart? Geen paniek, ik zal u helpen met die totaal onzinnige, overbodige, klantonvriendelijke en geldverslindende uitwas van het moderne veiligheidsdenken. Kleinigheidje.)

IN DE TREIN

Ik zag het zonlicht op een waterplas,
en weilanden met hekken in het gras,
en aan een vaart: huizen, van achteren.
Daar leek het leven een veel zachtere
stemming te hebben dan het ooit nog heeft,
tenzij men in herinneringen leeft.
Ik zag de bomen met hun groot geduld:
geen boom toch vindt het leven onvervuld
omdat hij staan moet blijven waar hij staat,
terwijl een koe mag lopen tot het draad,
en zeer bereisd is, als we 't vergelijken
met beuken of met eeuwenoude eiken.
Jaja, zo filosofisch kan men zijn
in 't monotone ritme van een trein,
en 'k had naar China willen reizen zo,
maar moest er helaas uit in Almelo.


naar boven

9 maart 2011
Almost April

Zondagmorgen vroeg
En ik hoor
eerste vogels op radio één hupst er
een vrolijke polka vedertjelicht net de groenlingenmeldlijn binnen
als menno en winsemuis op vroegevogelsterkte owee
de klappen voor het milieu de bossen de dassen de bevers
uit het stemgedrag voor de eerste kamer lezen.
Uit ovt
komen de lessen van nelleke en henk in het bombardement
van rotterdam en de internationale geschiedenis van vrouwendag deze week
die de honderd passeert op 8 maart maar daar merk je heel weinig van hoor
door het carnaval caro navalis dat tegenwoordig met gemak
van de donderdag start tot de woensdag erna heerst.

Zondagmorgen laat
En ik kijk
door het raam in de tuin hangt de was wittig blind
aan de lijn in de zon naast de heg bij de kas waar
het raam zich open opener opent voor het genot
van de bron die in stromen doorzinderend
trillende warmte geeft kassa!
In het gras
schrijdt king ekster parmantig
en statig en stralend van witblauwe bontheid zijn lief
tegemoet krwèkkèkèk krwèkkèkèk klinkt het
heen en weer heen en weer
terug in de berk naast de berk naast de berk en de eik.

Zondagmiddag
Ik loop
langs het water de horizon schijnt
in de rug van het fietsende blauw & lichtblauw & ze
trappen zich rood in de wind & ze hebben
geen spraak & geen groeten alleen maar
die wind woei die wind.
Het water geeft
goudgelig licht op de dukdalven zitten
ze rotganzen zwartig & roerloos ze
tekenen af tegen knalblauwe ansichten winter
in aarzelend voorjaar met muts & met das & met want
& hun kuif in de zon & de war zonder komma's.

Zondagavond
Ik lees
in het werk van Jan Hanlo godhebbezijnziel verzamelde verzen
bladzijde 63 het gedicht dat er 's Morgens heet en voor Mai
is zijn moeder liever was nou ja liever dat geeft hier geen pas en
G.A. van Oorschot de uitgever Amsterdam 1958 voor het eerst
en daarna nog vaker veel vaker tot heden aan toe.
Kees Fens meestercriticus godhebbezijnziel en zijn zaligheid
vond het gedicht dat 's Morgens van Hanlo zijn mooiste naast
toppers als Oote Tjielp Tjielp De Mus Hoor de merel Het dak.
Wat ook mooi is heel mooi is het omslag
van Helmud H. Salden geweldige vormgever boeken
godhebbezijnzielook net als van Jossie op 73 Jossie lief Jossie.

'S MORGENS
Voor Mai

Het was half vijf ’s morgens in April
Ik liep, en floot de St. Louis Blues
Maar ik floot die op mijn eigen wijze
Al fluitend dacht ik: mocht mijn fluiten
gelijken op de zang van de grote lijster
En waarlijk, na enige tijd geleek mijn
fluiten van de St. Louis Blues
op de zang van de grote lijster:
turdus viscivorus


naar boven

1 maart 2011
De woorden van vandaag

Intro
Gisteravond was er in het radioprogramma Kunststof iemand die vertelde dat ie elke week al z'n tweets van die week 'wegmaakt' (deletet), en dat iedereen dat zou moeten doen. Gewoon: voorbij is voorbij, en waarom zou je al die onnozelheid maar eeuwig laten voortbestaan? De presentator van dienst dacht daar juist heel anders over: het zou toch fantastisch zijn als je over een flink aantal jaren de dag van vandaag feilloos zou kunnen reconstrueren met behulp van al die miljarden tweets van iedereen bij elkaar. Ze werden het niet eens.
Ooit zelf wel eens geprobeerd om een dag, een uur, een gebeurtenis minutieus vast te leggen? En? Ook maar enigszins gelukt? Mij in elk geval nog nooit. Altijd is er achteraf wel weer iets dat je over het hoofd gezien hebt, of misschien toch niet helemaal exact of correct weergegeven hebt. Is dat erg? Welnee, dat is niet erg, maar je moet er dus altijd van uitgaan dat wat jij in je hoofd hebt ook ietsje anders kan liggen, en zeker dat iemand anders er ietsje anders tegenaan kan kijken. Als ik politicus was zou ik nu afronden met de oneliner: mijn stelling is dat alles hierdoor draaglijker wordt, Libië, het Kabinet-Rutte, het leven. Maar ik ben geen politicus. En of het helemaal waar is lijkt me ook betwistbaar. Toch?

Dinsdagochtendrituelen
Wekker, opstaan, koffie zetten, douchen, scheren, u kent dat wel, aankleden, bed opmaken, boterhammetje, waar is de boodschappentas, waar is de kapperskaart, straks m'n slappe band even oppompen, gelukkig is er nog pas één klant in de herensalon, goedemorgen, goedemorgen, kan ik door Petra geknipt worden, o, gaat u alvast maar zitten meneer B., ik kom eraan, koffie? Heb ik wel geld bij me?

Bij de kapper
- Zo waren wij vorig jaar mei met elf meiden 'n lang weekend in Berlijn. Veel te kort natuurlijk, maar...
- O ja, Berlijn, geweldige stad. Een en al geschiedenis. Prachtige nieuwe architectuur. Zeker ook in het KDW geweest?
- Ja, maar we stonden wel mooi voor een gesloten deur. Het KDW is 's zondags dicht. Dat zeg ik, 'n lang weekend is te kort. Dus we zijn van plan...
- De bakkebaarden mogen er helemaal af. Maar ga door, wat waren jullie van plan...

Bij de Wereldwinkel
- O, ben je naar de kapper geweest? Geen wonder dat ik voor een gesloten deur stond toen ik thuis even een doosje opkikkerkaarten op wilde halen.
- Heb je geen sleutel meegenomen dan? Ik kwam even kijken hoe je papierwinkel er intussen uit is gaan zien. Mooi ruim, inderdaad, maar die A4-enveloppen liggen niet lekker, niet?
- Ja, een hele verbetering, en nou ben ik met de kaartenstandaard bezig. Alleen die opkikkerkaarten...
- Dan ga ik die toch even voor je ophalen, schat, waar kan ik ze vinden?
- In het kantoortje, groene kastje, bovenste plank. O, en wil je dan ook even...

Intermezzo 1
Even thuis een doosje opkikkerkaarten ophalen. Kantoortje, groene kastje, bovenste plank. En dan meteen die overtollige winterkaarten op het bureautje zetten, en nu dan maar even die slappe band oppompen, waar is die verdomde pomp gebleven?, 'Baltische zielen', dat ik toch weer niet op die boektitel kon komen, o, en wat moest ik ook nog even?, shit, vergeten!

Terug bij de Wereldwinkel
- En hier is dan dat doosje opkikkerkaarten. Zo, dan ga ik nu...
- Wacht! Even die klanten helpen. Kun jij misschien...
- Dingdong.

In de supermarkt
- O mevrouw, zal ik het even oprapen voor u?
- Dank u wel, meneer. Tja, het wil niet meer zo erg, dat bukken.
- Och, ben jij het Riek? Ik had je zo gauw niet herkend met die vliegeniersmuts op.
- Ik dacht al, als hij me niet wil kennen dan laat ik het ook maar zo.
- Welnee, d'r zit helemaal niks achter, ik was alleen nogal gefocust op m'n eigen boodschappenlijstje...
- O, nou, goed dan. Met mevrouw B. ook alles goed?

Aan tafel
- Hier, een brief van Groen Links. Met een acceptgiro erbij. Er staat in dat giften aan GL aftrekbaar zijn van de belastingen. Goed voor volgend jaar, we moeten meer aftrekposten zien te vinden!
- Kun jij je giro's niet nog 's doorvlooien, of we geen post over het hoofd gezien hebben?
- Heerlijke salade overigens.
- Ja, als er maar spullen in huis zijn, he!

Radio 1, Lunch!
- We spelen vandaag de Nationale Nieuwsquiz met Lenie Al. Hoeveel punten wilde je vandaag ook alweer scoren, Lenie?
- Hihihi. In elk geval één meer dan m'n vriendin vorige week. Toen die hier was. Hihihi.
- En hoeveel had die vriendin er toen goed, Lenie?
- Hihihi. Zes. Hihihi. Hihihi.
- Aan de slag dan maar. Ben je d'r klaar voor?
- Hihihi, Ja. Hihihi. Hoor. Hihihi.
- Dan starten we nú het kanon!

Intermezzo 2
Vandaag wil ik m'n belastingformulier af maken. Gister heb ik alles met potlood in het klad gedaan. Grote twijfels bij de aftrekposten. Tja, die gewerkte vrijwilligersuren, ik weet het niet hoor. Ik zal even de site van de belastingdienst raadplegen. Dacht ik het niet! Giften, dit jaar extra aandachtspunt van de inspectie!
Maar het gaat toch ook om de intentie! Als je pillen voor je hart moet nemen, dan is het toch duidelijk dat je ook een dieet moet volgen! Dat dieetbriefje van de huisarts kun je toch ook altijd later nog wel even halen? Als je opgerecommandeerd wordt...

In het postagentschap
- Goeiemiddag, mevrouw K. Mag ik vijf roze strippenkaarten van u?
- [ ... ]
- En tien postzegels van 44?
- [ ... ]
- En dan nog graag een pakje Caballero, van 29.
- Dertig negentig.
- Kan ik even pinnen, mevrouw?
- [ ... ]
- Tot ziens maar weer.

Uittro
Dingen van de dag, in woorden gevat. Waren die samen écht de dinsdag van 1 maart 2011? - Lees hieronder eens hoe de dichter Remco Campert daar tegenaan kijkt. Een leerzaam gedicht, woorden om over na te denken.
‘Notitie' is één van de gedichten uit zijn bundel 'Nieuwe herinneringen' (2007). Het gaat over het opschrijven van een ervaring, om je die te blijven herinneren. Maar juist door het op te schrijven wordt de ervaring tenietgedaan. - Hebt u dat ook wel eens?

NOTITIE

Gauw opschrijven voor ik het vergeet:
in de auto met D. en haar vader
dwars door Amerika's seizoenen heen
de vochtige zon in Santa Barbara
de kletsnatte sneeuw in Denver
en in alle Best Westerns
het knipperlicht van de televisie
op haar lieve slapende gezicht
van weer heel jong meisje zijn

maar het schrijven van de woorden
verandert wat ik niet vergeten moet
dat wat geen woorden had
enkel levend, ademend beeld was
zodat ik nu twee versies van hetzelfde heb
die ik vandaag nog over elkaar kan leggen
maar waarvan morgen als ik weg ben
alleen de woorden resten
die aan iets herinneren
waar geen oog meer weet van heeft


naar boven

18 februari 2011
Van de mattenklopper en de tijgertjespoes

Laren Gelderland: Eindpunt Pieterpad I
De routebeschrijving van het Pieterpad is zo omvangrijk, dat Organisatie LAW (Lange Afstands-Wandelpaden) er twee boekwerken van heeft moeten maken. Deel I beschrijft Pieterburen (Groningen)-Laren (Gelderland), Deel II doet Laren (Gld.)-Maastricht (St.-Pietersberg). Nu zijn wij niet per se van de volledige routes, dus wij waren nogal eens rond, en pikken te hooi en te gras de mooiste dagwandelingen uit al die heerlijke LAW-boekjes. Zo liepen wij gister het slot van PP I, tussen Holten en Laren (Gld.), goed voor 15 km oostelijk buitengebied. Het weer was grosso modo aan de lekker-pittige kant (mist, zon, wind, de gevoelstemperatuur pendelde tussen 0 en 17 graden), het gebied gevarieerd en aangenaam landelijk, en onze conditie kon wel wat onderhoud gebruiken. We liepen de route voor de tweede keer in tien jaar, het grootste gedeelte bleek weer prettig nieuw voor ons. Jazeker, een matig geheugen heeft zo zijn aantrekkelijke kanten. Ook is het ronduit aandoenlijk om in de Nieuwe Routebeschrijving PP I nu en dan te lezen dat het 'Hier' werkelijk 'Heel mooi!' is. Kijk, daar heeft een mens wat aan, altijd en overal informatie van de bovenste plank.

Per Synthus naar Holten
Niets is zo aangenaam als een wandeling te beginnen met een busreisje. Vanachter het glas ontwikkelt de ochtendnevel zich beloftevol tot het schuchtere zonnetje dat nog moeite heeft om door de duistere bosrand te breken. Daar wordt een mens vanzelf lyrisch en hebberig van. En dus gun je jezelf glimlachtend de eerste boterham gebakken ei met meegebakken lucht uit de dagrugzak. O, mocht dit ritje eindeloos duren, wel zeven strippen van de oude papieren buskaart lang en hemeltjesblauw breed. Zo raak je vanzelf in de stemming om te begrijpen hoe Herman Gorter aan de dansende titels voor zijn dichtbundels kwam: 'De dag gaat open als een gouden roos'. - Want zo is het, zo was het, en zo beleefden wij het.
En dan ineens klinkt het, onverwacht snel nog: 'Busstation Holten. Reist u met de OV-chipkaart? Vergeet dan niet uit te checken.' - Dus checken wij uit uit de Synthus-bus, groeten de chauffeur met handgezwaai en trekken de muts onmiddellijk diep over de oren. Buiten is het nul graden, met de belofte van méér, zeker, maar nu nog even niet.

Koffie met eigen 'Möpke'
Grand-Café De Biester ligt pal tegenover het station, wij kennen het nog uit de tijd van de stofjassen. Sindsdien is het interieur ondefinieerbaar gemoderniseerd en dragen de uitbaters groene schorten. Nog steeds even vriendelijk serveren ze hun koffie met zelfgebakken koekjes, de Möpkes. Bovendien, zo valt op hun website (!) te lezen: 'Aan de stationszijde hebben wij een ijsloket met de keuze uit Softijs en Italiaans schepijs'. En ook nog: 'Tenslotte bevindt zich aan de zuidzijde de slijterij, waar tevens gelegenheid is om te parkeren.' - Grand-Café Holten, zo waarlijk helpe mij god almachtig.
- Goedemorgen, heren Biester.
- Goedemorgen, mevrouw, meneer. Aan de wandel? Pieterpad zeker? Wat mag het zijn? Koffie, gewone koffie, cappuccino?
- Ja, Pieterpad, inderdaad. Koffie graag, gewone koffie. Met Möpke.
- De Möpkes zijn vandaag helaas niet zo geslaagd als anders. Vinden wij zelf. Maar goed.
[ ... ]
- Nou, die Möpkes zijn waarachtig heerlijk hoor. Zo lust ik er nog wel een.
- Koffie, gewone koffie, cappuccino?
- Allebei gewone koffie graag.
- Dus de Möpkes zijn goed?
- De Möpkes zijn top.
Enerverender kan de start van een wandeletappe niet zijn, toch?

Het lied van de reclamefolder
Wij stappen het land en de sfeer van Piet Paaltjens en A.C.W. Staring binnen, en verwachten elk moment het geluid te vernemen van de waldhoorn of ook wel de Turkse trom. Optrekkende veldmist en de geur van versgebrand snoeihout dingen met de prille ochtendzon naar onze voorkeur. Wij kunnen weer eens niet kiezen en delen drie prijzen uit: goud, goud en goud. De das kan losser, de muts gaat af, de rits kan lager. Van verre klinkt klaaglijk de mattenklopper die hier nog in zwang is, we speuren de boomtoppen af naar ene Woody Woodpecker, de eerste blaadjes van kamperfoeliestruik en vlier ploppen zichtbaar uit hun knoppen. - Jazeker, ik herken de reclameschrijver in mij, maar kan daar even niet van loskomen.
De beschrijving in de LAW-gids stuurt ons een 'onaanzienlijke landbouwweg' op die ons echter zeer kan bekoren, vooral vanwege de boerderijpoes met het dunne halsbelletje die ons hectometers lang begeleidt naar een half verstoken zitboomstam met de neus in de zon. Poes vleit zich tegen ons aan, tijgert wat rond met de staart omhoog, klimt in een scheefgroeiende berk, klimt er weer uit, eet een hapje mee, en schurkt nog maar eens langs m'n benen. In één zin: Dat was gezelschap goed ende fijn. Inderdaad, de oudtijdse schoolbloemlezingen van Knuvelder en Lodewick houden me vandaag stevig in hun greep. - We moesten maar weer eens opstappen. Verder Landgoed Verwolde in, we zijn nu zo'n tien kilometer onderweg en de gewrichten beginnen af en toe knorrig te doen. Het tempo gaat een tandje lager.
Metershoge rododendronlanen kondigen Het Historische Landhuis Zelve aan, beheerd door Het Gelders Landschap met sponsorgelden van Het Prins Bernhardfonds en De Postcodeloterij. Jac P. Thijsse en zijn navolgers hadden het gelukkig al vroeg in de smiezen: van de overheid moeten landschap en natuur het niet hebben, de particulier moet redden wat er te redden valt. De Vereniging Das en Boom wordt godzijdank nieuw leven ingeblazen, dus leve Jaap Dirkmaat en al die andere natuurbeschermers. En staatssecretaris Henk Bleker van E.L.I. kan gerust de boom in, om z'n blik te verruimen.

Wijnand Wereldbakker
Na vijftien kilometer beëindigden wij ons dagje PieterPad I in Laren. Laren (Gld.) is een gat met buitenproportionele horeca, aanzienlijk weekendgedruis, machtig veel café-zaal-gebeurtenissen, én 'Stegeman' waar 'Wandelaars Welkom' zijn. Kortom: een waardige finish van PP I en start van PP II. Bij Restaurant Stegeman aten wij een broodje van de kaart. Geen wit broodje of bruin broodje of waldcornbol, maar een 'Bakker Wijnand-broodje'. Bakker Wijnand is de buurman van Restaurant Stegeman, hij heeft de kwalificatie 'Wereldbakker' in chocoladeletters op zijn gevel staan, en hij bakt broodjes van graan uit de eigen streek. Als je zo'n broodje van Wijnand kiest, moet je bij Stegeman 1 euro extra betalen. Wat je van dichtbij haalt is kennelijk duurder dan wat van ver komt, maar het is gelukkig ook beduidend lekkerder en beter voor je ecologische voetafdruk. Daar waren klant en restaurateur het snel over eens. Op naar Bakker Wijnand dus, voor meer broodjes 'om mee naar huis te nemen'. Bovendien stopt de retourbus er voor de deur.
Dus zetten wij ons na de broodaankopen op het busbankje in het zonnetje voor het front van de wereldbakker. Ahhh, ik zei het al vaker, wie ben ik dat ik dit meemaken mag? Met gesloten ogen genietend van de zon en de lentewarmte laat me daar een bus zich horen. Ik speur de aankomende route af maar zie geen bus. Nee, die is inmiddels uit de belendende zijstraat achter ons aan komen rijden, en gaat de hoek om zonder zich om de wachtende passagiers bij de bushalte te bekommeren. En is weg. De heer en mevrouw B. in opperste verbouwereerdheid achterlatend. - Nou ja, deze emotie hadden we nog niet gehad vandaag. Goed voor het totaalplaatje!

"O als de zon schijnt"
Tot besluit een van Herman Gorter's (1864-1927) zogenaamde sensitieve verzen, Er was veel goud eikegeel uit de bundel 'Verzen' van 1890. Een gedicht om op te kauwen, te zweven, te drijven - zonder de behoefte om er iets achter te zoeken. De bundel 'Verzen' staat er vol van, van de sensitivistische verzen, liederen van vervulling en tekort, pogingen 'om de zintuiglijke waarneming van het aanschouwde zo precies mogelijk weer te geven'. Gorter wordt er zelfs 'een beetje een met de natuur' van. Zelf staan wij liever met twee benen op de grond, bosgrond liefst, en met wandelschoenen aan.

ER WAS VEEL GOUD EIKEGEEL

Er was veel goud eikegeel
licht gerezen en groen gegroeid, veel
gesidder voor blauwgouwe
witte trilling, heel even grauwe,
omdat het oog zeer deed
van 't zonnige stekende leed.

Spiegelend was de lucht of ik overal wandelde,
heet gezwollen of ik in duizend veranderde.


naar boven

11 februari 2011
Apeldoorn revisited

Sergeant B.
Tweeëntwintig maanden zat ik 'voor mijn nummer' in militaire dienst, het was 1960/61, je was braaf en wist niet beter. Bovendien zouden ze daar wel eens even een 'man' van je maken en zag het er dag en nacht groen, álles, tot het toiletpapier aan toe. Toen ik op 4 februari 1962 afzwaaide was ik anderhalve centimeter gegroeid, vier centimeter breder geworden, stak ik brutaler de rijweg over, kon ik kikkeren en afflanken, deed ik de kleur groen voor 15 jaar in de ban, en was ik een vriend voor het leven rijker geworden.
Mijn eerste burgerbaan betaalde evenveel als mijn sergeantenwedde, maar dan bruto in plaats van netto. Burgerbazen blijken per saldo net zo betrouwbaar en onbetrouwbaar als militaire commandanten. Ondanks de absoluut hiërarchische structuur van het leger was ik er assertiever en zelfbewuster geworden zonder dat mijn nieuwe heren dat wisten te waarderen. Al met al vond ik de militaire-diensttijd sinds mijn 'bevrijding' toch voornamelijk verloren tijd die nooit meer ingehaald zou kunnen worden. Tegenwoordig weet ik niet meer zo zeker of dat wel zo is, nog los van de overtuiging dat het beschavingspeil van de mensheid zijn schepper grote zorgen zou moeten baren en het geld voor 'defensie' alleszins beter ingezet zou moeten worden.
En met die vriend voor het leven deed ik gister - vijftig jaar na dato - een stukje diensttijd over, in Apeldoorn.

Vriendschap per drietonner
Na een kaderopleiding van acht maanden werd ik per militaire vrachtwagen naar mijn 'parate bestemming' gebracht, het was 5 december 1960 en gaandeweg de rit waren alle andere lotgenoten al uitgeladen op hun nieuwe kazernes. Allemaal, op één na. Toen we tegen de avond bij de laatste bestemming, De Koning Willem III-Kazerne in Apeldoorn, arriveerden, maakten wij als twee enige overgeblevenen kennis met elkaar - we hadden tijdens de opleiding zes maanden in elkaars nabijheid verkeerd zonder daar weet van te hebben.
De volgende dag bleken we als administratieve krachten te werk gesteld te zijn bij de Staf van het Eerste Legerkorps, afdeling G3 Operatiën - inderdaad, één kamerdeur verwijderd van de wandvullende landkaarten met vlaggetjes, tankjes en vliegtuigjes. Die geheime kaarten kwamen pas tevoorschijn als de rolluiken voor de ramen neergelaten en de rolluiken voor de kaarten opgetrokken waren: het heilige der heiligen, het hol van de leeuw, het domein van de 'zonne-officieren'. Onze taak bestond voor een goed deel uit het versturen van codetelegrammen naar de NAVO-hoofdkwartieren en het tikken van stencils voor de ondercommandanten. Mijn kantoorbaas heette majoor F., ze hield nogal van een glaasje, en viel na een nachtelijke tocht per fiets van de bagagedrager, met haar hoofd op de stoeprand. Toen werd ik tijdelijk waarnemend, wat me uiteindelijk een week prestatieverlof opleverde. Inderdaad, we hadden een luizenbaan, mijn nieuwe vriend en ik.

Inwendige dienst
Buiten het werk op het geheime kantoor leefden wij met een menigte andere soldaten in een kazerneritme van appèls, messmaaltijden, sergeant-van-de-weekklussen, poets- en corveediensten (inwendige dienst, elke vrijdagmiddag!), nachtelijke alarmoefeningen en eindeloze 'parate' weekends. De verstandigen (?) onder ons begonnen ruim voor hun afzwaaien aan een mede door het rijk betaalde studie, en kregen na verloop van tijd 's avonds een van de geheime kamers als studieruimte toegewezen - de sleutels van de NAVO-rolluiken verbleven elders, in verzekerde bewaring, wat dacht u dan?
Een dag per week was er avondverlof, je kon dan na de warme maaltijd tot twaalf uur wegblijven. De kazerne lag een heel eind buiten de bewoonde wereld van Apeldoorn, er liep géén bus, voor taxi's had je geen geld. Het betekende op zo'n film- of uitgaansavond dus een uur lopen heen en een uur lopen terug, een ontnuchterende exercitie. De lange weg bestond in mijn herinnering grotendeels uit vrijstaande dorpshuizen met een halfverhard zandpad als trottoir. Buiten een kapper en een thuiswerkende fotograaf was er verder niets te beleven of het moeten de rotgeintjes van heen- en weer-gaande soldaten geweest zijn. Dat laatste zal overigens nogal meegevallen zijn, want de kazerne waar wij ingekwartierd waren - dat ben ik tot mijn eigen verbijstering nog even vergeten te melden - was een opleidingskazerne voor de Koninklijke Marechaussee (militaire politie), controles en uitslovers alom aanwezig dus.
Maar ook als je met verlof ging of ervan terugkwam moest je dat hele pokkeneind met je weekendtassen lopend overbruggen. Van al die veertien maanden Apeldoorn is me het fenomeen van de lopende heenweg en de lopende terugweg nog het meeste bijgebleven.

Op herhaling
Ter gelegenheid van onze vijftigjarige vriendschap besloten mijn makker en ik die tocht van Station Apeldoorn naar Koning Willem III-Kazerne nog eens te gaan lopen. Maar ja, vijftig jaar, in die tijd vergeet je meer dan je weet. En in diezelfde vijftig jaar wil een stad ook nogal eens wat veranderen: kortom, de volledig uit enorme kantoorkolossen en andere monumentale gebouwen opgetrokken nieuwe stationsomgeving van Apeldoorn (een echte A-lokatie, meneer!) bracht ons meteen en volkomen in verwarring. Wat te doen? Mijn vriend had de oplossing bij de hand: een kopietje uit een stratenboek, en een grove stiftverbinding tussen A en B.
Met dit hulpmiddel als enige baken ploegden wij ons in anderhalf uur een weg door 'Apeldoorn - Stad in verandering!'. Grote brede wegen, Amerikaans aandoende avenues, 99% nieuwbouw, verzekeraarsreuzen en opleidingsinstituten, af en aan rijdende stads- en streekbussen, zeg maar gerust: New New York op de Veluwe. We herkenden NIETS. Tot we er bijna waren, er met onze neus zowat óp stonden: het ronde veldje met monument, pal voor de ingang van de kazerne. Nagelnieuwe kolossale hekwerken omgaven een complex terrein waar de oude militaire gebouwen slechts terloops in figureerden, bouwbedrijven waren overal bezig met hopen zand, hydraulische kranen en betonmolens, bewaakte slagbomen op tal van plaatsen, reuzelelijke betontorens tussen 'onze Staf-gebouwen', enkele bejaarde soldaten, over de volle breedte van de naastgelegen rijweg uitwaaierend. Een afgang, dat was het, en een deceptie van reuzenomvang tevens!
De terugweg deden we per stadsbus (ja, nú wel!), die nam al snel een totaal andere route dan wij gelopen hadden. Hee, is dit niet de sfeer van onze oude looproute? Verlopen dorpse huizen, en dat kappertje daar, die zanderijstroken... Maar toen ging de bus onverhoeds een hoek om en waren we de weg weer helemaal kwijt. In de binnenstad kozen we tenslotte Grand-café De Notaris voor een kop koffie en een broodje - want Café De Zon, óns Café De Zon, echt nérgens te bekennen! Na her-bestudering van het routekopietje kwamen we tot de conclusie dat we een heel stuk gerichter hadden kunnen lopen, met meer kans op herkenning, meer kans op 'toen', maar ja, om dat nou nóg een keer te gaan doen... Er zijn grenzen, zelfs aan nostalgische retourroutes.

Wat blijft komt nooit terug - met dank aan Jan Eijkelboom en Rien Vroegindeweij
Op zoek naar een aansluitend gedicht bij onze halve-eeuwse bedevaart kwam ik als vanzelf terecht bij Jan Eijkelboom met z'n bundel 'Wat blijft komt nooit terug'. Maar het bleef deze keer bij de titel, een juweeltje als je het mij vraagt. Een paar planken verder stond Rien Vroegindeweij (1944) mij toe te roepen dat ie wel tig gedichten had die over teruggaan gaan en over nostalgie, en over de teleurstellingen die daaraan inherent zijn. Ik sloeg 'blind' pagina 201 op in zijn verzamelbundel 'Later wordt alles echter' (Nieuw Amsterdam, 2009), en trof daar het gedicht 'Straat'. En dat moest het zijn.

STRAAT

Lopend door de buurt die hem vreemd
geworden was, kwam hij in de straat
en zag het huis en voelde zich ontheemd
en wist dit is de plaats van misdaad.

Ik ben teruggekeerd. Wat heb ik misdaan?
Hij keek de gevel langs tot aan het raam
waaruit een licht scheen; hij belde aan
en wachtte en las een vreemde naam

die stond waar de zijne had gestaan.
Hij mompelde wat heeft mij hier gebracht.
Ik ben een ander. Mijn spoor is uitgewist.

Wat ik heb misdaan heb ik niet gedaan.
Ik heb mijn tijd in wroeging doorgebracht.
Het was vergeefs. Zij heeft mij nooit gemist.


naar boven

4 februari 2011
Droomland: een reconstructie

Bij het overlijden van mijn oudste zus
Vorige week overleed mijn oudste zus A., 82 jaar oud, aan haar hart, aan haar nieren. En eergister hebben we haar ten grave gedragen, het was een waardig afscheid. Ik mocht er ook een woordje spreken, en haalde daarbij herinneringen op aan haar muzikale verleden van toen we allemaal nog als gezin samenwoonden, vóór 1956 dus. Zij speelde de banjo en de mandoline in clubverband, maar haar hart lag toch vooral bij de zang. Daar hadden meer van mijn broers en zussen iets mee, zodat het bij ons thuis - al dan niet onder de grote afwas - nogal eens daverde van de meerstemmige liederen onder gitaarbegeleiding van broer C. Geweldig was dat, een weldadige herinnering, een warm bad (terwijl we toen nog niet eens over een douche beschikten).
Toen ik enkele jaren nadien (1961) de beschikking kreeg over een meersporenbandrecorder, heb ik natuurlijk met de microfoon opnames gemaakt van de individuele zangers, voor samenzang schoot mijn opnametechniek te kort. Een van die opnames betrof het lied 'Droomland', het werd gezongen door zus A., en dat lied gebruikte ik eergister op de crematieplechtigheid - met instemming van haar man en kinderen, de emotie was anders misschien wel te veel geworden voor de een of de ander. Haar lied, gezongen met de krachtige en heldere stem uit 1961, viel gelukkig bij jong en oud in goede aarde.

Terug naar 1961
Hoe kwam een eenvoudige jongen als ik, uit een zeer eenvoudig milieu waar het geld altijd schaars was, in 1961 in godsnaam aan een meersporenbandrecorder van Philips? Dat ding kostte als ik me wel herinner 250 gulden, dus dan weet je het wel! Ik zat in die tijd in militaire dienst met een sergeantenwedde, studeerde daarnaast op eigen kosten het vak M.O. Nederlands bij de Leergangen in Tilburg, en was vanuit mezelf maar toch ook uit de aard van de omstandigheden absoluut van de zuinige. Maar dan nog: het bezit van een bedrag van 250 gulden raakte aan Utopia.
Maar... ik verkeerde ook geregeld in de nabijheid van een potentiële maecenas (de vader van mijn rijke vriendje, mede-eigenaar van een transportbedrijf, en van het gullere type) die mij bovendien goed gezind was. Zo betaalde hij al eens, volkomen op eigen initiatief en uit volle religieuze overtuiging, mijn 'eigen bijdrage' aan een militaire bedevaart naar Lourdes, en speelde hij zondagavonds altijd de royale verliezer bij het kaartspel. Die man betaalde op 6 januari 1961, mijn eenentwintigste verjaardag, de 250 gulden voor het opnameapparaat onder de voorwaarde dat ik binnen een jaar de helft terug zou betalen, de rest zou me dan geschonken worden. Ik heb er hard voor gespaard, in de wetenschap dat ik voor elke gespaarde gulden er één cadeau kreeg. In al de 50 jaar nadien ben ik zijn royale geste nooit vergeten.

Slaapkamer als opnamestudio
Met een geleend 'draadje' en de bijgeleverde microfoon heb ik heel wat sporen van de bandrecorder volgekregen. Het 'draadje' prutste ik in de ingangen van onze distributieradio, en zo kwamen de muzikale grootheden uit die tijd op mijn bandrecorder terecht: Jacques Brel, Charles Aznavour, Mozart ('Die Zauberflöte'!), Mirjam Makeba, Harry Bellafonte, die eerste opnames hebben jaaarenlang mijn muzikale voorkeuren bepaald. Naast - uiteraard - de opnames die ik zelf met de microfoon vastlegde. Bijna ons hele, grote gezin had iets met muziek. De meesten van ons konden een aardig potje zingen, maar daarnaast waren er nog de banjo, de mandoline, de gitaar, de klarinet, een occarino, een ukelele, en de viool. Vooral broer C. kon je praktisch elk instrument in handen geven, en binnen de kortste keren wist ie er raad mee, onze muzikale omnivoor die zich overigens niks te goed vond om vooral de begeleider van anderen te zijn! Hij was werkelijk een muzikale duizendpoot die ik sinds zijn te vroege overlijden maar al te vaak gemist heb.
Dat gepiel met zo'n microfoontje, dat was nog niet zo eenvoudig. Alle omgevingsgeluiden kwamen er voortreffelijk op te staan, maar bij duozang viel er al geregeld een halve stem weg, hoe we ook ons best deden. Uiteindelijk kwam het er op neer dat uitsluitend enkele stemmen opgenomen werden. De slaapkamer van mijn ouders, annex 'goei kamer', annex huiswerkvertrek, annex kaartkamer, annex van alles en nog wat, diende als opnamestudio; het was de enige deur in huis waar een sleutel op zat. Ik wil graag geloven dat ik een bordje 'Stilte - Opname' voor op die deur gemaakt heb, maar het blijft bij 'geloven'. Hoe dan ook: de hele stoet zangers en zangeressen kwam successievelijk aan de beurt, het werd een mooie band vol. Het meest vertederen me nog steeds de stemmen van mijn vader (bepaald geen zanger, maar onbevangen en vrolijk) en van mijn jongste zus (die het Bevrijdingslied 1960 zong, met ijle kinderstem, maar vastberaden en vol passie: 'Ik teken je vandaag een huis, / een blij huis met een vlag. / Met ramen waar de zon door kijkt / en jij dat ook wel mag.'). - En toen raakte het hele bandopnameapparaat en de zanglustige familie voor jaren in het stof en het slop. Uiteindelijk werd het apparaat zelfs geruild voor een platenspeler, want dát was het helemaal, tóen.

Reünie 1992
Bij gelegenheid van een familiereünie in 1992 kwam ik op het idee om die oudste banden met familiezang nog eens te draaien. Maar ja, bestonden die banden nog, en was er überhaupt nog iets van het materiaal over na al die jaren? De recorder kwam boven water, en avonden lang ben ik bezig geweest met knippen en plakken om de bruikbare delen over te zetten op geluidscassettes (dat was tóen weer je van het). Van dat geheel maakte ik voor alle gezinsleden een musicassette, en bood hen dat een jaar later aan. Ik dacht dat - buiten mijzelf - níemand al die jaren ook maar één ogenblik aandacht besteed had aan ons gezamenlijke muzikale verleden. Tot aan het overlijden van mijn oudste zus, vorige week. Toen bleek mijn idee - om zus A. als zangeres op te voeren met 'Droomland' - bijna als vanzelfsprekend geaccepteerd te worden.
Tijdens de nazit van de begrafenisrituelen kwam 'Het geluidsarchief van de familie B, 1961' volop ter sprake. Dat daar natuurlijk een cd van gebrand moet worden, want dat dat toch een kostbaar bezit is, dat doorgegeven moet worden aan jongere generaties: 'Hoor eens zeg, zo zong jouw oma in 1961, nee, ja, dit is een echte opname hoor, dat is echt mijn moeder. Mijn zus, mijn vader, mijn broer.' - En zo zal het geschieden, er blijkt veel belangstelling voor te zijn, juist ook bij de jongste generatie.

Droomland 1961
'Droomland' was oorspronkelijk een vrij religieus Amerikaans lied (1897): 'Beautiful isle of somewhere', onder andere gezongen door Vera Lynn. De Nederlandse vertaling kende vele vertolkingen (o.a. Willy Derby, Johnny Jordaan, Willy Alberti, Heintje) - het recentst door Paul de Leeuw en André Hazes. Die laatsten hebben de tekst van Droomland nog meer 'gemoderniseerd' en het aantal nootjes ongeveer verdubbeld. Het lied zoals mijn zus A. dat zingt vind ik echter veel geloofwaardiger, niet zozeer omdat zij beter zingt dat de twee BN'ers, wél omdat zij er écht in gelooft. Zo klinkt het in elk geval, ik kan het haar helaas niet meer vragen: zij heeft inmiddels haar bestemming bereikt: Droomland 2011.
Ik schrijf hieronder de door haar in 1961 gezongen tekst van onze familieband even voor u op.

DROOMLAND

Heerlijk land mijner dromen,
ergens hier ver vandaan.
Daar waar geen leed kan wonen,
daar waar geen leed kan bestaan.

Droomland, Droomland.
Oh, ik verlang zo naar Droomland.
Daar heerst steeds vree, dus ga met mij mee,
samen naar 't heerlijke Droomland.

Daar vindt men jeugd en vreugd weer.
Kent men geen arm of rijk.
Daar is geen zorg en smart meer.
Allen zijn wij daar gelijk.

Droomland, Droomland.
Oh, ik verlang zo naar Droomland.
Daar heerst steeds vree, dus ga met mij mee,
samen naar 't heerlijke Droomland.


naar boven

28 januari 2011
55-plus

Want tussen toen en dan...
Computers, mobieltjes, televisies: ik ben een minimumgebruiker, mij mankeert het duidelijk aan affiniteit met de moderne technologie. Daar ben ik niet trots op, ik schaam me er evenmin voor, je raakt er evenwel versneld door uit de tijd lijkt het wel. Als ik op stationsperrons de reclamezuilen lees, dan overvalt me in toenemende mate de gedachte dat ik niet iemand ben aan wie de verzamelde reclamewereld iets wil verkopen. Ik heb geen flauw idee wat pingen is, en definieer het verschil tussen wii en wifi onnozel in de letter f. (En dan moet ik nog oppassen dat ik niet per ongeluk ff tik, want ff betekent even, en is een uiting van de moderne economie die vrschrft dt je geen lttr te veel mg sxrvn [schrijven], wnt lttrs ksten gld.) - Van wat tegenwoordig 'de sociale media' worden genoemd, ken ik alleen de etiketten; tot minimumgebruiker heb ik het nog niet geschopt.
Deze ontwikkelingen staan in schril contrast met de uitnodigingen die elke 55-plusser met enige regelmaat in zijn brievenbus vindt. Het gemeentebestuur bij voorbeeld meent hem/haar (en ongetwijfeld zichzelf en zijn financiën) een levensvoorwaardelijk plezier te doen met een lijst tips 'om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen'. 55! Dan moet je volgens dat andere gezicht van de overheid over de condities beschikken om nog zeker 12 jaar je eigen inkomen te verwerven, je eigen broek op te houden zeg maar, in een maatschappij die van de technologische reuzenstappen vergeven is. - Of neem anders de plaatselijke Oranjeverenigingen en groepjes welwillende dorpsgenoten die ervan overtuigd zijn dat ze 'de 55-plussers onder ons' een geweldig hart onder de riem steken met een feestelijke dag 'om u eens terecht en lekker in de watten te leggen' met Egerländer-muziek en de plaatselijke explicateur-met-dia's, 'en dat alles gelardeerd met een heerlijk stamppottenbuffet en koffie-met-verrassing toe'. De toegangsprijs wordt zwaar gesubsidieerd door de plaatselijke middenstand, en o, als vervoer voor de 55-plusser een bezwaar mocht zijn, dan komt de organisatie mij met de fanfare, een stralend gemoed en per particuliere charriot wel even aan huis ophalen, geen enkel probleem!
Het zijn inderdaad duivelse dilemma's waar je je als jongbejaarde voor gesteld ziet: naar voren kún je niet, naar achteren wíl je niet.

staan pakketten in de weg...
Zo worden wij momenteel getroffen door een bombardement aan luxe brochures en brieven, aanmoedigingen en herinneringskaarten van de firma Glashart L. Samen met de Oppergemeente L., de deelgemeenten en dorpsraden E., G., B., H., A., Ep. en Ex. probeert de firma de 'bewoners van dit pand' over te halen om toch vooral een glasvezelabonnement te bestellen bij een van de vier providers waar het bedrijf mee samenwerkt. Want: 'wanneer 40% van de huishoudens vóór 31 januari 2011 een glasvezelabonnement bestelt, zal Glashart L. starten met de aanleg van een glasvezelnetwerk', de straten opengraven en een kuil naatst uw voordeur produceren. En dan beloven ze je niet alleen een supersnelle verbinding voor internet en telefonie, 'wat dacht u van nieuwe communicatiemogelijkheden zoals beveiliging op afstand, e-learning en zorg op afstand'. Nou, ik sta er paf van, vooral van die imaginaire sloten in den verte!
Ik kan bij de dienstverleners - die mij in deze laatste week overweldigen met reeksen paginagrote advertenties in alle huis-aan-huisbladen - een basispakket nemen, of een pluspakket, en daarnaast nog allerlei extra-pakketten zoals een sportpakket, een eredivisie live, een kidspakket of een videotheek thuis-pakket. En daarbij ook nog eens een HD TV-pakket à 10 euro extra, dat levert maar liefst 'de nieuwste manier van tv-kijken' op. - Bij andere providers kun je dan weer kiezen tussen een Brons-pakket, een Zilver- of een Goud-pakket. Tussen 30, 50 of 100 Mb/s down- en upload, meer dan 90 zenders en 'voordelig bellen'. Ik ben de draad en de kluts allang kwijt, en de datum van 31 januari komt maar dichterbij en dichterbij! En zonder mij en mijn glasvezelabonnement misschien wel geen glasvezelnetwerk, voor mij niet én voor de hele gemeente van tig samenstellende delen en raden niet. Wie ben ik, dat ik dit aanrichten kan?
Inderdaad, het zijn duivelse dilemma's, meneer. Niet meedoen, dan ben je achterlijk, niet van deze tijd en virtueel ten dode opgeschreven. Wel meedoen brengt de zorg op afstand alleen maar sneller, scherper én dichter bij!

en praktische bezwaren
Die leeftijd van 55-plus (55+), dat zit me dwars, ben je dan al oud of juist nog jong? In de ene digitale toekomst moet je desnoods met een chip in je hoofd doorwerken tot je zeventig bent, in de andere zien ze je als een hulpeloze bejaarde die z'n mobieltje maar niet ingeprogrammeerd krijgt en die dan ook niet meer weet hoe hij bij het dorpshuis moet komen. Natuurlijk, het zit 'm in dat plusteken, daar word je overjarig van, je UVD (uiterste verkoop-datum) wordt ermee verstreken verklaard, maar intussen moet je natuurlijk wel even intekenen op een pakket 'waardoor uw zieke kind thuis tóch de lessen in het klaslokaal zal kunnen blijven volgen'. - En rap 'n beetje, want anders mis je 'de lift naar de toekomst' van jezelf en die van de buurman tevens.
Kijk, als ze dat 50-plus nou eens een tijdje zouden vervangen door 100-min, dan zouden ze het grijze deel van de bevolking tenminste het juiste perspectief bieden: niet klagen over een percentuele achteruitgang van je AOW-uitkering, maar plannen maken voor een lekkere moestuin; niet aanschurken tegen een kneuterige ouderen-omroep van regenkapjes en berenpantoffels, maar meer Henk-Hofland-VPRO, meer Wilde Keukens van Jongbejaarde Klootwijken. Geen PVV-achtige en Oranjekleurige Jan Nagel Ouderen-Partij Voor Ontevredenen en Legen, maar een Honderd Min-Partij Voor Republiek en Revolutie. - Of zoiets dan.
Zelf ben ik nu 71, dat is weliswaar reeds 70-plus, maar nog steeds 100-min. Sterker, bij 100-min kan ik gewoon nog een tijdje vooruit, zonder me voortdurend af te vragen of ik al 'verder uit de tijd geraakt ben' omdat ik niet weet wat pingen is en of ik wel of niet behoefte heb aan een Plus-pakket of een Min-pakket. Dat is eenvoudigweg niet van belang. Ik was van plan voorlopig nog een tijdje richting de 100-plus te streven, als opvolger van de 100-min-beweging.

Opnieuw beginnen, telkens weer
Ik eindig vandaag met het gedicht Op mijn 72ste van de inmiddels 81-jarige Remco Campert. Als een waarschuwing tegen al te driest optimisme van een 71-jarige (die al naar zijn 72ste uitkijkt!). 'Nieuwe herinneringen' heet de bundel waar het gedicht uit komt. Kijk, en dat vind ik dan weer zo optimistisch van die Campert. Alsof je op je 70-ste voor de zoveelste keer opnieuw kunt beginnen, en daarna op je 80-ste, enzoverder tot aan de 100-min of misschien daar nog wel overheen. Een optimist tot in de kist, dat lijkt mij ook wel wat!

OP MIJN 72STE

Zal ik steeds vaker snotteren
als bij zoet sentiment
in de bioscoopzaal
haar ogen breken
haar hand laat los
de camera zoomt uit

het doodsbericht van onbekenden
hooguit een keer in de verte gezien
of over gelezen in de krant
kan me al ontroeren nu ik
voor mijn doen natuurlijk!
oud ben en besef
hoe dun het koord was
waarop ik feestelijke salto's maakte

nog loop ik met tragere benen
over de blakerende landweg
sta stil bij het heldere water
van de beek van vroeger
toen ik alles wist
wat er te weten viel


naar boven

18 januari 2011
Januarituin

Voorafje: ik schrijf dit allemaal nou wel op, zoals het ons overkomt, en zoals wij daar (ongeveer) op reageren. Maar wij zijn geen deskundige hoveniers of buitenmensen, liefhebbers zijn we wel, en dat telt toch ook? Dus dat geschrijf van mij, neem het niet serieuzer dan het is; en kleine foutjes, ach, zie ze door de vingers, 'het is maar een spelletje'. - Aldus 'de chroniqueur van de kleine dingen des dagelijksen levens van een gepensioneerde dagloner'.

Hoog water
Even voor de statistieken: na een zeer winterse periode van zeker zes weken steeg de temperatuur in de tweede week van januari 2011 tot de lenteachtige hoogte van zo'n graad of tien, twaalf. Het dooide dus als een gek, inclusief een flinke portie warme regen die dagenlang neerdaalde uit de hemelen. En geldig voor het gehele stroomgebied van Rijn/IJssel/Waal en Maas. Nou, dan weet je het wel in Nederland: hoog water in Limburg, Gelderland en Noord-Brabant, met deze keer de ondergelopen Welle-kade in Deventer als nationale trekpleister.
Zondag 16 januari gingen wij 's naar de waterzee kijken waar IJssel en Twentekanaal in elkaar overlopen. Weids en indrukwekkend natuurgeweld, met knotwilgenpartijen en eenzame waterverkeersborden als kansloze drenkelingen. Nu en dan kwam de zon heel even tussen de wolken doorgepiept, en meende ik de eerste duiven met olijftakken in het zwerk waar te nemen.
Onderweg naar huis zagen wij de doorgewinterde moestuinwerkers alweer aan de slag: veldjes werden omgespit, bedjes opgemaakt, de vroegste gewasbordjes bij de verborgen zaadjes in de grond gestoken. Binnen twee weken is de eindeloze witheid vervangen door verkavelde zwartheid. En wíj werden erdoor geïnspireerd. Ook al heeft een tweede winterhelft zeker nog kansen. Maar dat zijn statistieken, niet de waarnemingen van het moment.

Kriebels
Thuis lopen we eens keurend door de tuin: wat een winterse uitstraling nog, rommelig, doods, nattig. En dan die donkerdreinende uitbloeiers, dat vastgerotte blad, die groenuitgeslagen berkestammen, en...
- Hee, wat zie ik daar nou? Langhangende geelgroene stuifkatjes aan de hazelaar, waar komen die ineens vandaan? En ach, zie je die lichtgroengele hamamelisbloei daar aan de overkant van het spoor? Dat moet dan vannacht gebeurd zijn, want gister was daar nog niks te zien, zeker weten!
- En heb je onder de beukenhaag gekeken, B.? Allemaal sneeuwklokjes, en de eerste narcissenkopjes.
- Narcissenkopjes, narcissenkopjes, heb je dat wel goed gezien, kan dat dan al?
- Wat dacht je van al die sneeuw, dat is een heerlijk warm dekentje hoor! En de knoppen van de rododendron zijn ook al dikkig en met lichtgroene aanwas, heb ik gezien. Geweldig!
- Nou, laat die lente maar doorkomen, zeg! Morgen maar eens flink aan de slag, zou ik zeggen. Ik denk dat ik vandaag maar 's even begin met de vijver bladvrij te maken.
- Ach, zie je die twee dode kikkertjes daar drijven? Hoe kan dat nou?
- Rotgeintje van Koning Winter natuurlijk. We zijn gewaarschuwd.
- Ik vind het zielig voor die beestjes, hoor.
- En dat is het.

Inhaalslag
In het late najaar verraste de winter me: terwijl nog niet eens alle blad gevallen was, begon het al te sneeuwen. Geen kijk op dus om de grasveldjes 'winterklaar' te maken. Want dan moet alle blad eerst van het gras de borders ingebonjourd zijn, waarna je kalk en mest over het gras uit kunt strooien. Dat kan dan allemaal in de wintertijd mooi intrekken, meeliften met de regen of met de sneeuw. Nou, en dan wil het in het vroege voorjaar wel weer groeien hoor, dat gras. Zo doe ik het al jaren. - Maar nu komt het me goed uit dat ik hartje januari dit najaarswerkje nog in kan halen. Ach, je moet gewoon een beetje flexibel meedeinen met de grillen van het weer.
Terwijl ik met m'n bladhark en m'n snoeischaar en m'n kalkkorrels heen en weer dreutel over de proleptische zonneweiden, rooit mevrouw B. de laatste pastinaken, preitjes en winterwortelen - dat wordt weer hutspot vanavond! - en tovert de eerste winterveldjes om in voorjaarscouveuses. Nee, nog geen zaadjes de grond in, want die zitten nog allemaal in hun Bolsterzakjes in de Bolsterdoos. Wat zeg ik, het zaaiplan is nog niet eens klaar. Maar ja, die voorjaarsomstandigheden he! Dat je als het ware de handen uit de mouwen wilt steken terwijl je je winterjas nog aan hebt, dat stroopt niet lekker op hoor. En om die winterjas nou alvast op te bergen... dat is, dat is ronduit onverstandig. Minder dan twee weken geleden glibberden we hier nog over de ijsstraten! En vorig jaar begonnen we pas in de derde week van februari met onze eerste voorjaarswerkjes, meester ongeduld!

Winterwaarschuwing
Op onze korte dagwandeling over Het Haveke werden we vanochtend verrast door de beplaste paden. Goed, het heeft wel geregend vannacht, maar om nou te zeggen dat de hemelsluizen wagenwijd openstonden... nee. En toch zijn de paden onbegaanbaar. De bovenkant was gister al behoorlijk zacht, smeuiig en glad. En dat is vandaag nog zo, maar daaronder... houdt de vorst nog stevig stand zodat het water in arren moede dan maar óp de paden blijft staan. Weer zo'n rotgeintje van Koning Winter. Maar ja, 18 januari, waar bén je ook helemaal! - Terug naar de realiteit dus! Morgen bij de Halfords nog maar eens kijken naar fietswanten voor mevrouw B. En misschien hebben ze wel weer nieuwe aanvoer van schoenijzertjes, voor lopen over beijsde Veluwezomen en Posbanken!
Heb ik meteen even ruim de tijd om na te denken over het verplaatsen van de rabarberplant die ik vorig jaar op een open plek in de siertuin gezet heb. Daar bleken later allemaal zonneogen op te schieten, twee meter hoge zonnebloemachtigen, maar dan iets kleiner, maar wel in een hele bos, zodat de verse rabarbarplant de hele zomer niet meer mee heeft kunnen doen! Dat wil ik hem dit jaar besparen. Bovendien hoort een nieuwe rabarberplant het tweede jaar oogst te leveren, daar ben ik ook op uit, ik geef het eerlijk toe.

Interbellum
18 januari 2011: op het snijvlak van winter en voorjaar, de krijgskansen wisselen, het is nog niet gedaan met de strijd tussen de seizoenen. Soms is het (weer) winter, soms is het (alvast een beetje) lente. Het is een dubbelhartige tijd. - Daarom vandaag twee gedichten, het ene heet Winter (1975) en is van Herman de Coninck; het andere heet Voorjaar (1940) en is van M. Vasalis. - Zo lang er sneeuw ligt is er hoop.

WINTER

Winter. Je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

En toch is ook de nacht niet
uitzichtloos, zolang er sneeuw ligt
is het nooit volledig duister, nee,
er is de klaarte van een soort geloof
dat het nooit helemaal donker wordt.
Zolang er sneeuw ligt is er hoop.


Dan is het even 18 januari 2011. En daarna? - Wegdansen zonder te bezinnen.

VOORJAAR

Het licht vlaagt over 't land in stoten,
wekkend het kort en straf geflonker
der blauwe wind-gefronsde sloten;
het gras gloeit op, dooft uit, is donker.
Twee lammren naast een stijf grauw schaap
staan wit, bedrukt van jeugd in 't gras...
Ik had vergeten hoe het was
en dat de lente niet stil bloeien,
zacht droomen is, maar hevig groeien,
schoon en hartstochtelijk beginnen,
opspringen uit een diepe slaap,
wegdansen zonder te bezinnen.


naar boven

8 januari 2011
Hoe ik mijn verjaardag vierde

Nog in de diepe halfslaap van kwart voor zeven loop ik de trap af, draai twee radiatoren open, vul de kan met water, en wil op de tast een nieuw filterzakje in het koffieapparaat doen. - 'Heehee, dat moet ík vandaag doen hoor!' roept geliefde mevrouw B. me achterna. 'Jíj bent jarig vandaag!' - Glad vergeten!

6 januari, Driekoningenfeest
Toen ik afgelopen donderdag met m'n tien medewandelaars om plusminus tien voor vier vermoeid maar trots en voldaan de stadsbrouwerij binnenstapte, hieven de Drie Lantaarntjes en hun gevolg van zessen klaar hun aloude Drie Koningen Lied aan, en zongen mij luidkeels toe:

DRIE KONINGEN LIED
(Bossche variant)

Driekoningen, Driekoningen,
geef mijn unne nieuwen hoed, hoed, hoed.
Want m'n ouwe is versleten,
en m'n moeder mag 't nie weten,
en m'n vader is nie thuis.
Piep, zei de muis, al in het zomerhuis.


De uitbater stond erbij te glimmen alsof ik voor de rest van de dag en de nacht het volledige etablissement afgehuurd had en zijn eerste week van het jaar alvast een toppertje op zou leveren. De omhelzingen en felicitaties en cadeautjes waren hartveroverend, niet van de lucht en menigvoud - een woord dat de eenenzeventigjarige grif vergeven werd. Hiephiephoera! Hiephiephoera! En daar moet op gedronken worden hiehaho. - Het klinkt tóch anders, als je zelf het jobje bent!

Barre tocht
Onmiddellijk na deze warme entree nam het gesprek over de ijselijke wandeling de overhand: oja, één grote glibberpartij was het, een barre tocht door stad en ommeland, vijf valpartijtjes al met al, en dan die verkrampte bovenbeenspieren en de gestaag vallende regen, nounounou! En dan die belangstelling voor het omgevingsschoon: verspilde opzet, vergeet het maar, niet te doen, absoluut nul, blij dat het ene been voor het andere kwam. En dan te bedenken, bizar niet? bizar toch?, dat dit nog maar het alternatief was voor de eigenlijke wandeling, die over de Veluwezoom en de Posbank en de Koningsallee nabij de Carolinahoeve moest gaan. Afgelast wegens 'gladheid en afbrekende takken', onbereikbaarheid en onbegaanbaarheid! - 'Daar gaan we dus niet aan beginnen,' schreef ik in m'n Nadere Mededelingen Aangaande De Wandeling, 'tenzij jullie er twee gebroken benen en een gapende achterhoofdwond, per man!, voor wilt riskeren.' - Nou, daar had niemand van terug. En gelukkig kwamen daar de hapjes al aan, tijd voor de changementen en andere kout. Dag lieve mensen, wat leuk dat jij kon komen, hoe is het toch met de voetjes, en met de vorderingen aan het nieuwe huis?

Dat smaakt naar meer
In het kielzog van de wijntjes en de in bierbeslag gefrituurde champignons en de oplopende temperatuur en het vanzelfsprekende gezelligheid-kent-geen-tijd-verloop zochten de eerste treinreizigers hun natte jassen, wanten en mutsen op en omhelsden de nog steeds jarige Balthasar opnieuw met complimenten en kreten als 'Dat zouden we vaker moeten doen!', 'Nou, zó wil in m'n verjaardag ook wel vieren!', 'Waar is m'n stok en het onderste rubbertje en m'n rugzak en m'n cadeautasje, heb jíj die?', 'Waarom slaan we hier niet drie tenten op, Balthasar, Driekoningen immers?', 'Makker, wat was het... jazeker, doen we, de dertiende ja, vergeet je je agenda niet?, sta ik erin?, volgend jaar? zeker, zeker!', en wat er bij zo'n gelegenheid allemaal over en weer gaat voordat de kapstok leeg, de rekening betaald, de kroegbaas en zijn personeel bedankt, en het café verlaten is. - Geheel rozig en uitgeteld fietsten mevrouw B. en de jarige ik door de miezerregen en de wegdooiende ijsresten naar huis. Voor nog een paar uurtjes benen op de tafel en een borreltje op de goede afloop. PrrrPrrr... PrrPrr... 'Ja Mava hier... Ik wou even een liedje voor je zingen, jij bent toch jarig vandaag, of niet dan? Komt-ie.'

NIEUW DRIE KONINGEN LIED
(Korenbrugstraat-variant)

Driekoningen Drie, Driekoningen Drie,
en m'n moeder heet geen spie, spie, spie.
En m'n vader is naar BVV,
en die heet alle centen mee.
Driekoningen Drie, Driekoningen Drie.
En m'n moeder heet geen spie, spie, spie.


Balthasar of Baltasar? Zomerhuis of Achterhuis? Zus jarig of Zo jarig?
Een verjaardag middenin de winter, wat doe je eraan? Zomers, ja zomers, dat is gemakkelijk zat: stoelen in de tuin, glaasje bier, schalen met zomerse mesè, gescheurd Turks brood, en alles 'loopt vanzelf'. Maar 's winters? Moeilijkmoeilijk, ijzige reizen, treinuitval, donkerte, zwaarbeladen boodschappenfietsen over gladheid en hardbevroren sneeuwranden, en dan ook nog vlak na al die dulle feestdagen... De familie Balthasar c.s. deed het dit jaar op twee manieren. Met twintig man wandelen en daarna een beschaafd uurtje in de kroeg, zie hierboven. Maar het leukste was misschien de avond tevoren: het cadeau was een etentje buiten de deur op toplocatie en très petit comité van drieën, een verrassingsavond voor de jarige zeg maar. Geweldig, en logisch dus dat Balthasar op de ochtend van 6 januari vergeten was dat ie die dag jarig was! - En zo kan alles variëren en is de variatie de verrassing die misschien wel en misschien niet de reden voor herhaling is maar dan zonder dat verrassingsaspect, begrijpt u wel? Ach, u kent dat toch, niet dan?
Zo moet het in de loop van de tijd ook met die Driekoningenliedjes gegaan zijn. 'Als we het nou eens zó doen, zou dat leuk zijn? Of anders zús misschien?' - En dan volgend jaar net weer ietsje anders, zo komen de varianten in de wereld en in de liedbundels en op straat of aan de deur, lees hieronder maar.

MELCHIOR EN BALTASAR
(PeuterPlace-variant)

Melchior en Baltasar
kwamen uit het oosten, kwamen uit het oosten.
Melchior en Baltasar
kwamen uit het oosten met hun neef Caspar.

Ik kom voor u iets zingen.
"t is Drie koningen feest.
'k Kom een vrolijk liedje zingen
op Drie koningen feest.
Feest van lichtjes, lampionnen,
Drie koningen feest, het is begonnen.
'k Zing mijn lied en ik bel aan.
Daarna zal ik verdergaan.
'k Zing mijn lied en ik bel aan.
Daarna zal ik gaan.

Driekoningen, Driekoningen,
geef mij een nieuwe hoed, hoed, hoed.
Want mijn oude die is versleten
en mijn moeder die mag het niet weten,
en mijn vader is niet thuis.
Piep, zei de muis, al in het achterhuis.


naar boven

28 december 2010
Rites de passage

Aan het einde van 2010
Achter de rij wachtenden voor de afsprakenbalie - St. Radboud, Oogheelkunde, Afdeling blauw - kwam een minne man van ik schat dik tachtig met een stok op me af. Ik dacht dat hij me wilde passeren op weg naar de uitgang, maar daar niet helemaal zeker van was. Zijn watergrijze ogen lachten een schalks lachje of misschien alleen maar een lichte twinkeling - de vrolijke versie van mijn vader ooit - en sprak me aan alsof hij nergens onder leed. Toch nog onverwacht helder klonk het:
- Goede man, zou u de rits van mijn jek even dicht willen maken? Ik krijg het allemaal niet zo goed gecoördineerd meer vandaag aan de dag.
- Maar natuurlijk, piepte ik meer dan behulpzaam, kijk eens aan. En goed dat u het even gevraagd hebt. Want waarom zou u daarmee blijven rondlopen nietwaar?
- Goede man, ik dank u wel. En dan wens ik u - hier rustte hij even - nog het allerbeste voor het nieuwe jaar.
- U ook het beste, meneer, een zalig (!) uiteinde, en een goed begin.
- Maar vooral dit goede man - en opnieuw moest hij even zwijgen - dat het nieuwe jaar goed mag beginnen is één. Dat het maar heel goed mag eíndigen, dát vooral wens ik u.
Dat vond ik nog eens een royale wens en ik gunde hem uiteraard van hetzelfde. Evenals u, lezer.
U wens ik dat 2011 maar goed mag beginnen én goed mag eindigen!

Aan al degenen die de Balthasarsblog een goed hart lenen
draag ik deze wens op: Annie bij voorbeeld, en Ben, Bert, Carlo, Cees, Ciel, Couzijn, Doca, Eef, Francien, Hans, Isabel, Ivonne, Jac, Joke, Jordan, Jos, Leo, Liesbeth, Lisa, Maarten, Marga, Marit, Marja, Mary, Mien, Mirjam, Netty, Nico, Riek, Rien, Riky, Saskia, Thea, Tiny, Tom, Toos, Vera, Wiel, Willemien, Yvo en al die anderen die ik hier nu geheel en al per ongeluk vergeten ben.
Of die daar wel eens van gedroomd hebben!

En ik besluit met
een van de mooiste Nieuwjaarswensen van de dichter Guido Gezelle (1830-1899), bedoeld voor het jaar 1895: Dit jaar, zoo 't gaat en staat. (En om vooral niets te missen van de clou in de slotregel: Is 't daar al meê? = Is daarmee alles gezegd?)
Ja 'et. = Jazeker!

DIT JAAR, ZOO 'T GAAT EN STAAT
Guido Gezelle

Ik wensche u wat ik zelf betracht:
bij dage werk, en rust bij nacht;
als g’honger hebt, een bete brood;
als dorst u kwelt, geen waternood;
geen schulden als die ge effen kunt
betalen met gepaste munt;
en heel dit jaar, zoo ‘t gaat en staat,
geen tandzeer. Is ‘t daar al meê? Ja ‘et.


naar boven

21 december 2010
Winter van buiten en van binnen

DE ENE WITHEID. EN DE ANDERE

Onder de sneeuwbevroren lichtkoepel
bezie ik de winterse wereld van binnen en van buiten.
Terzijde geschoven witheid en uitgeworpen bloemkoolroosjes.
Dichtgetapete kieren en nutteloze waterleidingbuizen.
Inelkaargedoken merels tussen de winterjasmijn
fantaseren compostemmers vol appelschillen.
Het park is wit en grijs en zwart en vol contrast.
De tandarts doet er nog een schepje bovenop.
Pardon - dit is een andere witheid -,
met kijkertjes op de doktersglazen.


Compostemmer
Voor de compostering van fruit- en groenteresten hebben wij achterin de tuin met stenen een aparte composthoop ingericht. Om de paar dagen dragen wij de emmer die daartoe pal achter de keuken staat, naar achter, kiepen 'm om op de composthoop, slaan de laatste resten er genadeloos uit op de omringende wal, en dragen de emmer weer keukenwaarts voor nieuwe vulling. Maar nu ligt er al dagenlang sneeuw en is het ijzig koud. Daarom staat de emmer onder het afdak naast de keukendeur en de veilig gestelde buitenstoelen. En is het een grote zooi rondom de emmer.

Mussen, merels, mezen
Overdag weten de merels en de mussen en de mezen en de enkele vink er wel raad mee. Eerst even vanuit de laurierbeschutting zenuwachtig loeren links en rechts, dan een duik in de emmer, appelschil roven, spruitjesblaadjes confisqueren, links en rechts loeren, en hup meteen weer de emmer uit, ojee, daar valt een van de spruitjesblaadjes, niks aan te doen, gauwgauw onder de hortensia's, knauwen en slikken, zenuwachtig hippen en loeren, en vlugnuvlugnu weer de emmer in. Pik in, het is winter, en je weet maar nooit wanneer de poes van de buren er aan komt. En weer terug met een stuk rode kool of een uienkontje. Nee, een merel heeft nooit rust, en een vink ook niet, laat staan een mus of een meesje.

Veldmuizen en woelratjes
Zodra het donker wordt verdwijnen de mussen en de merels en de mezen en de enkele vink. Daar komt het eerste veldmuisje al aan, eerst even poepen onder de aanpalende tuinstoel, en de strategie bepalen. Plankje, takkebos, muurrichel, en dán meteen schuin de emmer in. Wat een dorado, wat een graanschuur, wat een warmte, en dat bij dit helse weer, daar onder dat bloemkoolblad, wat hoor ik?, weg hier, gelukkig zit hier een muizegaatje in de emmer, nog een keuteltje of twee onderweg, en afwachten achter die bezem daar. Shit!, daar is de woelrat. Wat doet ie nu? Grote staafkeutel onder de tuinstoel, behendig klimt ie in de compostemmer. Ik stap met verse voorraad de keuken uit, de buitenlamp springt aan, en ik zie het woelratje als een haas de emmer verlaten, gauw weer even een staafkeutel, waar is ie nu, de schijtlaars?

Egels, herten en kamelen
Rond de composthoop achterin de tuin: zelfde verhaal. En toch wat anders. In de sneeuw eromheen is het een komen en gaan van dierensporen, hele fijne, iets grovere, grove, hele grove, maar ook onbegrijpelijk grote reuzepoten van honden, herten, pony's, kamelen. Dat laatste is natuurlijk fantasie van mij. Maar zeker is dat er 's nachts een bont faunaleger door onze tuin marcheert met achterlating van de schillen en de dozen, en een gesorteerde hoeveelheid mest. Machtig mooi, dat buitenleven man, vooral bij sneeuw en pittige vorst is dat zo.

Gebons in het cv-hok
Zo ging ik eergister het water in de cv-installatie controleren, wijs geworden in eerdere jaren toen dat hok symbool stond voor een aaneenschakeling van rampen en rampjes in de wintertijd. Het hok bleek bezaaid met muizekeuteltjes. Dus besloot ik ook de laatste kiertjes in het plafond met stevige tape dicht te plakken. Trapje op, plumootje bij de hand tegen de ruim aanwezige spinnewebben, zie ik me daar de kap van de cv-machine aan: één slagveld aan zwartbruine keutels. Muizen in de machine! De schrik slaat me om het hart, want het zou niet de eerste keer zijn dat de bedrading doorgeknaagd is. Ik beklop en bebons de volledige cv-mantel om de muizenfamilie te wekken. Geen reactie. Ik schoon het hele hok, en neem me voor om elke tweede dag de boel te controleren. Met het water zit het tot mijn verbazing wel goed, maar klopt dat wel? Voorheen klopte dat toch ook nooit?

En de kelder, en de zolder, en zo voort?
Dan ook nog even de kelder in. Daar is het weer eens vrij muizenhof: zeven pakken en pakjes voedsel heb ik al weg kunnen gooien. En nu doe ik alles in dikke plastic dozen en kratjes. Het kelderraam is inmiddels hermetisch gesloten, tegen de muizen maar óók vanwege de helse koude die hier op de waterleidingbuizen slaat, zodat 's nachts alles afgetapt dient te worden, met een emmer taptewater bij het toilet als placebo.
En de twee zolders? Ik blijf er weg, ik negeer ze. Ik kijk wel uit. Ik ga de dik besneeuwde straat op, de wandelschoenen aan, het is wintersport aan huis. En aan de weg naar de tandarts die mijn kies gaat hervullen. O, wie ben ik dat ik dit doen mag?

HET WATER. EN OMGEKEERD

De tanden gepoetst en de plas gepleegd
draai ik de rode hoofdkraan twintig maal rechtsom.
Ik spoel het toilet leeg, laat de keukenmengkraan nadruppelen
en snel door de maannachtsneeuw naar het cv-hok
om de kraan in de emmer te lozen.
Nog eenmaal kijken of het watercloset écht leeg is. En dan.
En dan naar bed.
En dan de wekker.
En dan weer alles opnieuw.
Maar dan omgekeerd natuurlijk.
Hij doet 't, roep ik naar boven.
Het water!
En dan begint het allemaal pas.


naar boven

17 december 2010
Eerbied voor de gewoonste dingen

Lieve Kiekie, Lieve Geert
In 2009 gaf Uitgeverij G.A. van Oorschot te Amsterdam het boek 'Briefwisseling 1951-1987' uit, 'n kleine 300 pagina's gebundelde correspondentie tussen de dichter M. Vasalis (1909-1998) en de uitgever Geert van Oorschot (1909-1987). De uitgave werd bezorgd (ja, zo heet dat nou eenmaal in vakjargon) door Nop Maas en Maaike Meijer, en verscheen ter gelegenheid van het honderdste geboortejaar van beide auteurs. Het is een fraai gebonden boek, met meegesealde losse achterflap, en het kostte 35 euro - toch een redelijke rib uit 's mensen lijf. Waarom vindt iemand dat interessant om te lezen, zo'n briefwisseling? Ik kan natuurlijk alleen voor mezelf spreken, en dat ga ik hier ook doen. Want interessant vind ik het.
Eerst even een paar posities bepalen, want wie was M. Vasalis ('Kiekie' voor intimi) ook alweer, wie Geert van Oorschot, en wat heb ik met hun zakelijke en persoonlijke confidenties te maken? Voorop staat dat ik nog steeds zeer geïnteresseerd ben in het 'boekenvak', vooral de periode tussen 1960 en 2000, omdat ik toen zelf in de uitgeverijwereld werkte en het vak van onderafaan heb leren kennen en beoefenen. Bovendien studeerde ik in de jaren zestig het vak Nederlandse taal- en letterkunde, 'Vasalis' en 'Van Oorschot' zijn mij zodoende met de paplepel ingegoten als het ware. Want het is niet echt overdreven om te zeggen dat M. Vasalis de bekendste en meest gelezen dichter(es) van de Nederlandse twintigste eeuw is; Geert van Oorschot was heel lang de bekendste literaire uitgever, niet in het minst door het nogal explosieve karakter van de man, die overigens in zijn nadagen zelf nog een betrekkelijk succesvolle literaire auteur zou worden.
De vriendschappelijke correspondentie tussen deze twee literaire giganten begon godweetwanneer (en daar doet het boek ook geen enkele uitspraak over), en eindigde twee uur voor de dood van Van Oorschot toen hij in zijn laatste briefje aan M. Vasalis en haar man Jan Drooglever Fortuyn schreef: 'Op alle verschrikkelijke ogenblikken in mijn leven waren jullie er. Nu weet ik niets meer. Dag 2 lievelingen. Geert.'

Privé is privé is privé?
Zeker is dat de twee 'helden' van dit boek hun brieven nooit geschreven hebben met het idee dat die ooit gepubliceerd zouden worden. Sterker, Vasalis was zozeer gesteld op haar privacy, dat ze Van Oorschot op enig moment voorstelde om al haar brieven aan hem te vernietigen. En het was al helemaal taboe dat ook maar enig 'versje' uit die brieven zonder haar uitdrukkelijke toestemming verder zou komen dan de leestafel van Geert van Oorschot zelf. Terughoudend bleef Vasalis tot op het laatst, maar na haar dood kon er blijkbaar toch gepubliceerd worden: op de 'aparte' pagina 5 van het boek staat in cursieve letter vermeld: 'De uitgever dankt de erven Vasalis voor hun instemming met deze uitgave.' Hier ligt een duidelijke parallel met haar dichtwerk: tijdens haar leven werden zegge en schrijve drie dichtbundels (overigens met zeer groot succes) uitgegeven, maar in haar nalatenschap bleken zich later honderden verzen te bevinden, waarvan een klein deel postuum door de erven uitgegeven werd onder de titel 'De oude kustlijn'. Vasalis zelf zag er in haar onophoudelijke zelfkritiek kennelijk niets in om ermee voor de draad te komen, ondanks alle aanmoedigingen van haar uitgever. Toen hun correspondentie in 1951 begon, had M. Vasalis haar poëtische oeuvre al afgesloten, zo bleek achteraf.
Maar gelukkig gingen hun brieven over veel meer dan alleen de poëzie en de uitgeverij, over centen en procenten, over drukproeven en contracten. De twee waren echte vrienden, soulmates die het open en eerlijk voor elkaar opnamen, maar die elkaar ook bekritiseerden als hun persoonlijke betrokkenheid dat verlangde. Vooral in de tweede helft van het boek, als het leven van Van Oorschot een aaneenschakeling van persoonlijk leed dreigt te worden, ontpopt Vasalis (eigenlijk zou ik hier 'Kiekie' moeten zeggen, als dat niet al te privé was) zich als een groot psychologisch talent die allesbehalve de betweter uithangt. En de vroegere bullebak van het grote woord ontwikkelt zich tot de subtiele beschrijver van diepe zieleroerselen en de tederste lenteobservaties. De latere brieven zijn gemiddeld dan ook een stuk langer dan in de vroege correspondentie. De ouderdom komt kennelijk niet alleen met gebreken, maar ook met kostbare inzichten en uitingen.

Social media toen en nu
In het tijdsgewricht van e-mail, twitter en smartphone kun je je niet meer voorstellen hoe de communicatie vroeger verliep tussen mensen die wel zo'n 200 km van elkaar af woonden. Bij voorbeeld. Als de uitgever Van Oorschot een briefje ontving van Toneelgroep X met het verzoek om een gedicht van Vasalis te mogen opnemen in een toneelvoorstelling, dan scheef hij een soortgelijk briefje aan de dichter met een advies en een honorariumvoorstel, de auteur dacht daar dan enige tijd over na, schreef een briefje terug aan de uitgever met een fiat of een amenderende invulling, waarna de uitgever de vragenstellende Toneelgroep dienovereenkomstig berichtte en 'uw overschrijving met belangstelling afwachtte'. Ongeveer een half jaar na dato kon de dichter-schrijver die 7,50 gulden dan wellicht op zijn girorekening tegemoet zien na daar door de uitgever eerst schriftelijk van in kennis gesteld te zijn. Kortom, er gingen eindeloze tijden overheen voordat een simpele kwestie schriftelijk geregeld was. Dus zo kwamen toentertijd die uitgeversdossiers aan hun groteskforse omvangen!
Daar staat tegenover dat mensen toen ook de tijd en de ruimte namen om hun gedachten 'aan het papier toe te vertrouwen' zoals dat toen heette, en daar hun uiterste best op te doen. Jaja, 'de kunst van het schrijven' werd door menigeen beoefend en geoefend met geen andere doel dan om met elkaar te communiceren. Vergelijk dat eens met de stilistische kwaliteit van het gemiddelde e-mailtje...
Vasalis kon gerust meer dan een jaar aan een gedicht 'werken', en het dan nog niet goed genoeg vinden. Sterker, in haar latere jaren stond een deel van de door haar gepubliceerde gedichten haar in toenemende mate tegen, zoals in de briefwisseling met uitgever Geert van Oorschot te lezen valt. Dit zal ongetwijfeld mede oorzaak geworden zijn van haar oneindige getalm en aarzelingen bij nieuwe schrijfsels. Niettemin, deze dichter van drie (3!) dunne dichtbundels (Parken en woestijnen, De vogel Phoenix, Vergezichten en gezichten) kreeg o.a. de Constantijn Huygens-prijs en de P.C. Hooft-prijs!
Geert van Oorschot was behalve uitgever ook literair schrijver, onder het pseudoniem R.J. Peskens. Hij schreef romans (o.a. Mijn tante Coleta), verhalen (o.a. Twee vorstinnen en een vorst), gedichten en vele correpondenties. Voor zijn literaire werk werd hij o.a. onderscheiden met een eredoctoraat in de Letteren aan de Universiteit van Tilburg.

In hun eigen woorden
Hieronder citeer ik van M. Vasalis, uit ‘Parken en woestijnen' (1940), het gedicht 'Fanfare-corps'. Vooral vanwege de slotregel, maar ook wel vanwege de gehele slotstrofe die zo mooi aansluit bij haar correspondentie met Van Oorschot.
Geert van Oorschot 'eer' ik met het korte en zeldzaam bescheiden gedicht 'Er was een tijd', gepubliceerd in het tijdschrift Tirade (1979), onder het pseudoniem Gerrit Smallegange = R.J. Peskens = Geert van Oorschot.

ER WAS EEN TIJD
Gerrit Smallegange

Er was een tijd dat ik mij dichter vond,
om welke reden wou ik dat toch wezen?
Want elke regel die in mij ontstond
kon men veel mooier bij een ander lezen.


FANFARE-CORPS

M. Vasalis

De lucht scheen blinkend door de blaren,
bleek en volmaakt als glas geslepen.
Met vaste manlijke gebaren
werden de horens aangegrepen,
en luidkeels, zonder enig schromen
spoot de muziek tussen de bomen;
heldhaftig, trots. Een onverbloemde
voor elk verstaanbare muziek,
die aan het ademloos publiek
ieder gevoel met name noemde.

En even plots werd dit geklater
gedempt, twee koopren kelen weenden…
- over het donkergroene water
gleden twee smalle witte eenden
geluidloos als een droombeeld voort -
De horens, smekend en gesmoord
schenen hen dringend iets te vragen,
hen volgend met haast menslijk klagen.

Een warm en onverwacht verdriet,
eerbied voor de gewoonste dingen,
neiging om hardop mee te zingen,
en dan te huilen om dit lied
ontstond in mijn verwend gemoed.
Ik voelde me bedroefd en goed.


naar boven

7 december 2010
Blokkades

Het waait en het vriest en het faalt
Dat was een rare gewaarwording, zeg, vorige week woensdag. Ik ga met de fiets naar de fitness, stal m'n ros voor 'Dit Is Nummer Tien', doe de vier cardio-apparaten en al m'n andere oefeningen, haal vervolgens m'n fiets van het slot, en rijd in de barre winterkoude naar huis, op weg naar koffie en een warme douche. Maar nu komt het. Halverwege moet ik remmen in een bocht, waarna ik opnieuw aanzet, en... op de hoogste weerstand ooit stuit. M'n fiets is niet vooruit te branden, al trap ik nog zo hard. Van de weeromstuit knijp ik nog maar eens flink in de handremmen, maar die flapperen nu als lamme vogeltjes aan het stuur. De remmen doen het niet, en toch zijn de wielen volkomen geblokkeerd. Ik stap af - nou ja, val half van m'n fiets - duw het onwillige gevaarte met moeite naar huis, zet alsnog koffie, straffe koffie, om m'n verbazing de baas te worden, want wat is hier aan de hand?
Ik zet m'n fiets in de bijkeuken, en constateer dat de handremmen nog steeds niks doen terwijl de remschijfjes muurvast blijken te zitten. Tjeeja, natuurlijk vastgevroren, komt beslist door die ijzige wind waarin mijn fiets een uur op me heeft staan wachten. Dat zal het zijn, en dan zal het na een uurtje warme bijkeuken ook wel weer over zijn. En ja hoor, een uur later is het weer heerlijk knijpen in de handremmen en weer heen en weer rollen met de fiets. Ziezo, en dat was dan dat.

Het vriest en het sneeuwt en het faalt opnieuw
Na de verdiende warme douche en een eenvoudige doch voedzame lunch van zachtgebakken uien en vegetarische hamburgers met eivrije mayonnaise en biologische ketchup op een bedje van bruin zacht brood met zonnebloempitten, rijd ik naar de supermarkt voor de broodnodige aanvullingen. De wind is een beetje gaan liggen en heeft zich laten aflossen door een sneeuwbui met potentie. Het vriest stevig en we maken haast, mijn fiets en ik, want het huiswerk wacht en Erwin Krol heeft intussen aangeraden om binnen te blijven 'als u er niet per se op uit hoeft'. Zodoende.
En of de duvel ermee speelt, halverwege de terugweg moet ik remmen voor de dalende overwegbomen. Ik knijp in de remmen, maar krijg er geen beweging in. Kneep ik de vogeltjes vanmorgen nog lam, nu zijn ze stijf bevroren en dood. Ik schakel met gevoel voor drama over op de voetrem, een halve noodstop in anderhalve centimeter sneeuw. Ik haal de spoorbomen met gemak, want die lijken ook te lijden onder de barre omstandigheden. Ik stap af, controleer nog even de appelen en de bananen en de aardappelen in het doosje op de bagagedrager, en knijp voor de zekerheid nog maar eens in de remmen. Dood, nog steeds.

Deskundigen van de tweede en de eerste rang
'Tja, wat zal dat zijn? Ik ben tegenwoordig niet meer zo thuis in de fietsenbranche,' is het eerste al te voorzichtige commentaar van de motorman die ik 's avonds spreek tijdens een visite-op-uitnodiging, onze echtgenotes kennen elkaar en een gezamenlijke ontmoeting leek ons gezellig, vandaar. 'Vroeger heb ik dat ook wel eens gehad, met m'n fiets, met handremmen, blokjesremmen op de velgen, dus geen trommelremmen of schijfremmen zoals bij jou, weetjewel. Die blokkeerden toen ook, net als bij jouw fiets. Daar zat toen vocht in de remkabeldraden, dat was het ja, vocht in de kabels! Die zul je moeten laten repareren bij de fietsenmaker, of misschien wel laten vervangen, iets anders zou ik niet weten. En, zal ik nog eens bijschenken, kerel?' / 'Ja, lekker.'
Na het weekend is het maandag, en dan is de fietsenmaker dicht. Maar vandaag, dinsdag, ging ik erheen, voorzichtig rijdend om niet te hoeven remmen, maar hoe neem je een stoplicht zonder remmen, dat was nog een heel gedoe hoor, maar het lukte gelukkig, anders was het natuurlijk onverantwoord geweest. - 'Ja, meneer, dat is vocht in de kabels, en die bevriest vandaag de dag, dus die gaan we vervangen, die nieuwe daar zit teflon omheen, dus dan heb je nooit meer last van vocht, dat is dan veertig euro inclusief een hersteld achterlicht, wilt u een vervangende fiets, ik heb ze alleen met terugtraprem.' / 'Ja graag, en hoe lang duurt het?' / 'Dat wordt morgen na vier uur, uw leenfiets staat klaar bij de uitgang, m'n collega weet ervan.' / 'Tot morgen, na vier uur. En het was veertig euro is het niet? Tjonge, nou, een goedendag dan nog.'

Leenfiets
En daar ging ik, op de leenfiets met breed stuur, terugtraprem en boer-zoekt-vrouw-fietstassen. Het zadel stond nog wat laag, maar dat liet ik zo, voor het gemak van het voetremmen. Nou ja, een vreemde fiets tenslotte. Ik zeilde met matige snelheid de Geweldigershoek door, en bereikte via het bolle voetgangersbruggetje nabij het grote Marsplein het enige kritische kruispunt van de hele stad. En ja hoor, daar had je van rechts al de markante vrachtwagen van schildersfirma K. Niks geen last van de ijzigbevroren sneeuw noch van enig begrip voor de kwetsbaardere weggebruiker. Geef hem voorrang, B., laat hem gaan! Remmen dus. Ik kneep uit alle macht in het brede stuur van de leenfiets met terugtraprem. Een halve hartverzakking later had ik de grip op de trappers eindelijk te pakken, en de terugtraprem deed waar ie voor dient als ie met bruut geweld ingezet wordt: abrupt stoppen! Geloofd zij de heer en alle andere goden in de hemel of waar ook ter wereld dat ik hier niet met mijn eigen verkouden handremfiets reed.
Zo rustig als vandaag ben ik nog nooit naar huis gefietst, op een feestelijk aandoende leenfiets voor één dag, met breed stuur, bontgekleurde fietstassen en een terugtraprem, en met van begin tot eind maar één ding in mijn kop: Swing low, sweet chariot, coming for to carry me home! Uit de bundel 'Kun je nog zingen? Zing dan mee' uit mijn langvervlogen jeugd.

SWING LOW, SWEET CHARIOT

Swing low, sweet chariot
Comin' for to carry me home
Swing low, sweet chariot
Comin' for to carry me home

I looked over Jordan, what did I see,
Comin' for to carry me home?
A band of angels comin' after me,
Comin' for to carry me home.

Swing low, sweet chariot
Comin' for to carry me home
Swing low, sweet chariot
Comin' for to carry me home


naar boven

30 november 2010
Karton

Kartonkunst
"De Stichting Boardkarton heeft het genoegen u uit te nodigen voor de presentatie van de luxe-editie van het WERKBOEK KARTON van beeldend kunstenaar Couzijn van Leeuwen." - Nou, daar gingen wij dus, op zaterdagmiddag, met de trein, naar Amersfoort. Om te gaan kijken in een luxe-boek vol karton-kunst. Het was al vroeg donker en koud, en het adres was ook nog eens verstopt tussen allemaal piramidehoge gebouwen die absoluut ongeschikt zijn voor de menselijke benadering te voet. Bij binnenkomst bleek alles ontstellend hel en sterieligwit. Even had ik de neiging om m'n jas en m'n wanten aan te houden. Maar, aha, daar stond reeds een smalle kartonnen tafel met tien warme tulbanden in eigenwijze uitsneden, die uitliep (die smalle kartonnen tafel, bedoel ik) in een presentatiekatheder van kartonnen dozen waarin zich de handgeschreven toespraak plus de leesbril van de kunstenaar bevonden. Een belendende paktafel leek te bezwijken onder de stortvloed aan kartonnen enveloptassen-met-inhoud en nietjes. En ineens viel het me op dat er ook mensen waren, heel veel mensen. En glazen jus en wijn, beschaafd vernissagegelach-met-de-bekende-uitzondering en een dito geroezemoes. Ik werd er pardoes een maatje kleiner en onbeduidender van. Eerst maar even plassen dus, en pas daarná op verkenning.
Mevrouw B. nam intussen een beslissende voorsprong en kuste de prikkelbaard van kunstenaar Couzijn op links en op rechts. En toen ging het meteen al een stuk beter met mij.

Kartonassociaties
* Geef een kind een paar kartonnen dozen, en je hebt er geen omkijken meer naar. Het is een vaste uitdrukking, want dat was vroeger de praktijk. Hoe het tegenwoordig zit met al die verveelde mobielbellende gamertjes in obesitasformaat, dat weet ik eigenlijk niet. M'n welhaast enige ervaring stoelt op onze buren-tot-vandaag met hun vier kleine kinderen, die lijken van mobieltjes en games en obesitas nauwelijks last te hebben, ze springen kussen, jagen de kippen op, en sollen met verhuisdozen de laatste weken. Het kan dus nog best meevallen met de jeugd van tegenwoordig, zolang je maar geen documentairemaker bent of beleidsambtenaar op het voormalige ministerie van jeugd en gezin, en daarvan verslag doet in een kwalitietskrant of in 'De wereld draait door'. Op de presentatie van het 'Werkboek Karton' waren geen kinderen aanwezig, noch heb ik de kunstenaar zelf naar zijn bevindingen in dezen kunnen vragen. En anders wel of hij er zelf al vroeg aan verslingerd was, aan die kartonnen speeldozen. - Maar die gelegenheid komt nog wel.
* A.s. zaterdag is het weer zover: volleybalclub 'EVV Naar Voren!' komt in alle vroegte het oud papier ophalen dat wij keurig gebundeld in kartonnen dozen aan de straat moeten zetten. De meeste mensen hebben hele grote dozen, van die bananendozen zeg maar, waar ze de kruidenierswaren achterin hun auto mee vervoeren. Mijn doosjes steken er altijd wat povertjes bij af, maar ja, die moeten dan ook op de bagagedrager van mijn fiets passen. Trouwens, ik heb altijd méér kartonnen dozen dan de rest van de straat, dat dan weer wel.
* En soms dwarrelt dat liedje van 'Het dorp' door mijn hoofd, meer in het bijzonder de line over het dorp van Mien, waar ze: wonen in betonnen dozen, maar dat is natuurlijk een verknipte associatie die weinig met karton te maken heeft.
* In 'Het papierboek' (EPN Houten, 5e druk, 1995) van het Opleidingsinstituut voor de papier-, karton- en golfkartonindustrie komt het woord 'karton' in het hele trefwoordenregister niet als zelfstandig lemma voor. Omdat papier en karton het hele boek door in 'een adem' genoemd worden. Zou de kunstenaar dit boek wel kennen? Ik kan het hem bij gelegenheid misschien cadeau doen. Zou dat wat zijn, Couzijn?
* "Waar ik karton mee associeer? Met Kaas, meneer, van Willem Elsschot. Kent u dat boek? O, u kent het niet, jammer. Nog een goedendag dan."

Kartonboek
In het 'Werkboek karton' (Stichting Boardkarton Amersfoort, 2010. ISBN 978 90 925490 6) staan géén - ik herhaal: géén - kunstwerken die refereren aan dozen met oud papier langs de stoep, of aan spelende kinderen die kartonnen dozentorens bouwen, erin wegkruipen of 'per ongeluk' overreden worden. Kaas heb ik er ook niet in gezien. - Maar natuurlijk gaat het om wat je wél in het 'Werkboek karton' allemaal aantreft. Prachtige foto's, ensceneringen en uitsnedes van, ik doe maar een greep, om u lekker te maken, om u te verwonderen, om u uit te lokken tot mailtjes om het adres van de kunstenaar, of toch op z'n minst de prijs van dat 'Werkboek karton', al dan niet in luxe-uitvoering, ik herneem deze ontspoorde zin nu even als volgt, zodat u alsnog begrijpt wat ik op het oog heb: ik zie, ik zie... kartonnen meesterwerken van:
* kasten in werkelijk alle klassieke soorten en maten
* vazen groot en groter
* zalen vol vloerbedekking van beduidend hogere allure dan paradetapijt ooit zal bereiken
* vogels en andere zeer rare beesten met benauwend spitse staarten
* in vogelkooien, op takken, in het struweel, in het lui
* portretfoto's en Van Goghs in kartonsjieke lijsten
* de hele 'Kamer van Van Gogh te Arles' in een kijkdoos op kloostergrootte
* de ets van Piranesi, na uitvoerige meetstudies uitgevoerd op een grondoppervlak van 140 vierkante meter
* Spakenburgse vesten en schouderstukken
* beelden, beelden, stuk voor stuk meesterwerken
* bosverdiepingen in des kunstenaars huisje
* keramiek naar kartonnen mallen die meegebakken worden
* het Droom-Paleis te Emmen
* kerkjes en kathedralen in menigvoud
* impressionistische kartonknipkunst van Matisse-niveau
* delftsblauwe borden en serviezen, maar dan van karton, he!
* brieven in kartonnen karakters geschreven
* de moeder van de kunstenaar in kartonnen sierlijsten, al dan niet met gouden doornenkroon
* en de rest, tot een totaalscore van zo'n 2,5 kilo boek die welhaast om een aparte plank vraagt
Maar... wat heeft een mens aan zo'n opsomming? Je moet het zien! - Inderdaad, sommige blogs zijn volkomen overbodig.

Kartongedicht
Wislawa Szymborska, de beroemde Poolse dichter van 'Uitzicht met zandkorrel' en andere schitterende poëzie, schreef in haar boekbesprekingenbundel "Onverplichte lectuur' een onthullende beschouwing over het boek 'De geschiedenis van het oude papier' (Kazimiera Maleczynska, 1974). En het karton, zou ik daar aan toe willen voegen, want papier en karton, dat zijn twee handen op één buik. Ik citeer een klein stukje uit de recensie van WS: "Elke papiermolen had zijn eigen voddenrapers, en elk van hen had een nauwkeurig afgebakend rayon, hetgeen voortdurend leidde tot achtervolgingen, hinderlagen en gevechten op leven en dood. [ ... ] Ik zie hem scharrelen in de achterhoede van de grote legers, zie hem in de struiken op de loer liggen in afwachting van een behoorlijke veldslag. Daarna het slagveld op, om fluks de wapenuitrusting van de gevallenen te stropen, ringen, hun schoenen, wat zich ook maar aanbiedt. En als zich niets aanbiedt, omdat iemand anders zijn zakken al eerder met de beste buit heeft gevuld, dan zijn er altijd nog wel wat repen van bebloede hemden te vinden... Want papier maakt het niet uit waarvan het is gemaakt, zoals het papier ook niets uitmaakt wat erop geschreven wordt." - Szymborska besluit haar boekbespreking met een gedicht van de poeet Halas, ik citeer het hieronder. Ik vraag me af of de kartonkunstenaar Couzijn van Leeuwen - die ik bij deze nog hartelijk groet en bedank voor het grandioze 'Werkboek karton', nr. 3/100 - dit zelf ook wel eens overdacht heeft...

MISSCHIEN...

Misschien schrijf je gedichten
of zelfs rekeningen en een liefdesbrief,
en een arrestatiebevel
en een gebed
op iets dat gemaakt is van de hemdjes van dode kinderen
van de lompen van gefusilleerde soldaten
van ziekenhuislakens
van zakdoeken waarmee tranen zijn gedroogd
van lijkwaden
van hoerenondergoed
en weet ik waarvan nog meer...


naar boven

20 november 2010
'Zoo lag ik in den Hemel'

Herfst = vallende blaadjes = 't Er viel 'ne keer een bladjen op het water, het beroemde experimentele gedicht (1859) van Guido Gezelle. Elk jaar herfst weer zit dat gedicht van oktober tot januari, elke dag, 'in munne kop' naast het kinderliedje Herfst, herfst, wat heb je te koop? / Duizend kilo blaad'ren op een hoop! - wat daar ook alweer duizend jaar zit, ja, zo lang is het al geleden dat mijn eigen kinderen klein waren.
't Er viel 'ne keer een bladjen op het water is een nogal lang gedicht van 66 regels, met in elke even regel het woord water, en in bijna alle oneven regels het woord bladje of bladjen. Dat vraagt nogal wat van de lezer, om het vol te houden bedoel ik, om al die subtiele verschillen tussen de regelparen te proeven en tot het einde van het gedicht toe te beleven. Daarom heb ik het gedicht in vijf stukken gebroken en afgewisseld met van die kleine herfstbelevinkjes van mijzelf - ook al is dat de oneerbiedigheid voor het origineel welhaast voorbij, ik moet Gezelle nodig en schuldbewust om vergeving bidden, een klein experiment, grote dichter, dat moet kunnen, toch?
De verzamelde gedichten van de grote Vlaamse poeet Guido Gezelle (1830-1899) staan kapotgelezen in mijn kast, het omslag en de rug liggen los, de bladzijdjes worden door elastiekjes bij elkaar gehouden, het houthoudende papier van de pocket-uitgave uit 1956 begint op allerlei plaatsen te verbruinen en te verkruimelen. Maar wegdoen zal ik mijn 'Prisma 57' nooit, nooit. - Het gedicht 't Er viel 'ne keer een bladjen op het water is ruim 150 jaar oud, en komt voor in de bundel 'Laatste verzen' die in 1901 door enkele literaire vrienden samengesteld werd uit her en der aangetroffen gedichten die Gezelle zelf (nog) niet in een bundel opgenomen had. Dit 'laatste vers' dateert van 40 jaar vóór zijn dood, en was bepaald niet zijn 'laatste vers'. Bij mij staat het op de pagina's 299 en 300.
Voelt u niets voor mijn 'experiment in brokken'? Sla mijn gekwaak dan over, en lees alle cursieve delen van het gedicht aan één stuk door. Hardop, dat is het beste, dan wórdt het wat, hoort u wel?

'T ER VIEL 'NE KEER
(Herinnering aan Beethoven's Septuor)

't Er viel 'ne keer een bladtjen op
het water
't Er lag 'ne keer een bladtjen op
het water
En vloeien op het bladtje dei
dat water
En vloeien dei het bladtjen op
het water
En wentel-winkelwentelen
in 't water
Want 't bladtje was geworden lijk
het water
Zoo plooibaar en zoo vloeibaar als
het water
Zoo lijzig en zo leutig als
het water
Zoo rap was 't en gezwindig als
het water
Zoo rompelend en zo rimpelend
als water


Ik heb nu zeven keer blad geruimd in onze tuin, deze herfst, en er is geen bergen meer aan. Alle borders en moestuinveldjes liggen inmiddels overvol de bomen, de struiken en de planten te beschermen tegen de komende vorst, we hebben vijf grote bladcomposthopen, en er hangt voor nog minstens drie stuivers aan de wilgen, de vogelkers, de blauwe regen en de beukenhagen. En vochtig dat het is, nát, zeg maar.

Zoo lag 't gevallen bladtjen op
het water
En m' ha' gezeid het bladtjen ende
'et water
't En was niet 't een een bladtje en 't an-
der water
Maar water was het bladtje en 't blad-
tje water


Mulchen móet: de moestuin, de struiken, de bomen, het losse goed, alle 'aanplantingen' liggen onder het rottende blad. Natuurlijk, je bent een moderne hovenier of je bent het niet, maar onze tuin levert zo langzamerhand zo'n overkill aan blad dat nu de groene en de grijze containers eraan te pas moeten komen. Tienduizend keer bukken en reiken, bukken en reiken, bukken en reiken.

En 't viel 'ne keer een bladtjen op
het water
Als't water liep het bladje liep,
als't water
Bleef staan het bladtje stond daar op
het water
En rees het water 't bladtje rees
en 't water
En daalde niet of 't bladtje daalde
en 't water
En dei niet of het bladtje dei 't
in 't water


Volgend jaar de helft van de bomen en struiken dan maar rooien? Dacht het niet. Dus blijf ik dit jaar, volgend jaar en ook het daarop volgende jaar, blad harken tot de laatste val, half december schat ik. - En daarna drie maten rust.

Zoo viel der eens een bladtjen op
het water
En blauw was 't aan den Hemel end'
in 't water
En blauw en blank en groene blonk
het water
En 't bladtjen loech en lachen dei
dat water
Maar 't bladtje en wa' geen bladtjen neen
en 't water
En was nie' meer als 't bladtjen ook
geen water
Mijn ziele was dat bladtjen: en
dat water
Het klinken van twee harpen wa'
dat water
En blinkend in de blauwte en in
dat water
Zoo lag ik in den Hemel van
dat water
Den blauwen blijden Hemel van
dat water


Tot half december zeker nog vier bladbeurten te gaan. Ook rontelom de vijver, en natuurlijk uít de vijver, het schepnet staat er dag en nacht gereed. - En al die tijd, al die tijd dwarrelt Gezelle door mijn hoofd, met z'n bladjen en z'n wateren, tot aan z'n laatste versregels aan toe:

En 't viel ne keer een bladtjen op
het water
En 't lag ne keer een bladtjen op
het water.


naar boven

9 november 2010
De wereld volgens Peter Vos

Dood? Niks aan te doen!
Op de dag dat schrijver Harry Mulisch in grootse stijl begraven werd, stierf de geniale tekenaar Peter Vos (1935-2010). Hij haalde het journaal niet. Zo min als enig ander tv-programma dat aan kunst of cultuur heet te doen. Maar ja, Peter Vos was, ondanks z'n relatieve bekendheid, dan ook zo'n beetje de bedeesdheid zelve. En dan krijg je dat: 'Nog maar net overleden, of hij bestond al niet meer,' zoals tv-recensent Jean-Pierre Geelen in de Volkskrant schreef. Een lot dat Vos met de meesten van ons deelt. Niet iets dus om je persoonlijk aan te trekken. 'Dood? Niks aan te doen!' dichtte de acteur IJf Blokker eens in de Barend Servet-show. Maar is dat wel zo?

Erfenis
Toen de dood van Harry Mulisch bekend geworden was, bekeek ik in mijn boekenkast de titels waar ik over beschik. Vijftien stuks, waaronder alle echt bekende werken. Ik bladerde nog eens door mijn favorieten (Het zwarte licht, Het Stenen Bruidsbed, Hoogste tijd), maar bleef toch het langst haken bij een van de drie mooiste korte verhalen die de Nederlandse Literatuur Volgens Balthasar kent, t.w. Wat gebeurde er met sergeant Massuro? uit de verhalenbundel 'De versierde mens' (1957) - dat ik in langvervlogen tijden nog eens aan mijn kinderen voorgelezen heb, op een zondagochtend, met vieren in het grote bed.
Van Peter Vos bezit ik slechts drie werken, in volgorde van aanschaf: 'Scheppingsverhaal, getekend voor een meisje' (1966), het 'Beestenkwartet' (1970) en het alom bekende 'Sprookjes van de Lage Landen' (1972). Verder ken ik Peter Vos natuurlijk van zijn wekelijkse humoristische en komische tekeningen in het Vrij Nederland van 'toen', met als uitschieters de capriolen van Douwe Trant, en de Leeuwtjes in de rubriek Terzijde van datzelfde blad. Gouden tijden, gouden tekeningen, elke week feest.

Beestenkwartet
Dit kwartetspel is het enige kwartetspel dat ik ooit gespeeld heb (want aan spelletjes heb ik nou eenmaal een klein broertje dood). En dat komt door die tekeningen van Peter Vos. Spreekwoordelijk werden zijn Schijtlijster, de Kloothommel, de Mafkees, de Snotaap, de Werkezel, en al die andere prachtfiguren in viervoud (hoofd, benen, buik, voeten). Het gave en nog volledige kwartetspel bevindt zich in onze doos 'Oude spellen - Kaartgeld (oud)' die inmiddels naar de schuur/bijkeuken doorgeschoven is. Het spel heb ik er weer eens uit gehaald, opnieuw bekeken, en m'n nieuwe favoriet bepaald. Het is geworden: '12, Luistervink, voeten', met als goede tweede: '2, Mafkikker, hoofd'. Een spel om heel Nederland met sinterklaas cadeau te doen: onschuldig vermaak van het hoogste uitvoeringsniveau. - En oja, dat 'Kaartgeld (oud)' is inderdaad geen stuiver meer waard, want nog van voor de euro. Mooi geld overigens.

Scheppingsverhaal
Dit prachtboekje van 48 pagina's kunstdrukpapier was, is en blijft mijn enige echte 'bijbel'. En er staat geen woord in, maar wel de mooiste stomme film die er ooit van het boek 'Genesis' gemaakt is. Ach, was het in het echt ook maar zo humoristisch en teder verlopen, dan leefden we de meeste dagen van de week nog steeds in het Paradijs, en waren er geen Kains Kilders om de Abels Aboutaleb het leven zuur te maken. Maar ja, Peter Vos 'liet zijn verbeelding de vrije loop en tekende voor een meisje zonder woorden het scheppingsverhaal, en toen hij klaar was gaf hij het haar als sinterklaasgeschenk'. Kijk, dát waren nog eens tijden en cadeautjes!
Vooruit, een klein stukje uit de flaptekst van 1966 dan: 'In het boekje van Peter Vos is de schepper (of Schepper) een mannetje met een lange baard, gehuld in een pij-achtig gewaad. Hij laat het licht ontstaan door een lamp in een fitting te draaien, en vervolgens zien wij hem (Hem) met een pikzwart brilletje op, dat hij echter ook wel eens in de hand houdt, of op het voorhoofd plaatst.' - En Vrij Nederland schreef o.a.: 'Getekend voor een meisje, naar de flaptekst vermeldt, en ik doe haar bij deze mijn hartelijke groeten, want mooier geschenk is moeilijk te bedenken.'

Zoals de dichter zegt
Zeg ik: Peter Vos, Het scheppingsverhaal, dan zeg ik: Cees Buddingh', Het mes op de gorgel. U weet wel, dat is die bundel gedichten die begint met de 'Blauwbilgorgel', en daarna al die andere Fantasiefiguren Gods. Ik citeer hieronder 'De kwabbeldras' omdat dat misschien wel het mooiste aansluit bij de fantasie van Peter Vos, godhebbezijnziel, en die van Harry Mulisch en Cees Buddingh' tevens.

DE KWABBELDRAS

De kwabbeldras staat op zijn rots,
En voelt zichzelf een pluisje Gods.

Ontroerd buigt hij zijn kop en kust
De vrouw die aan zijn zijde rust.

Die blikt hem teder-blozend aan,
En vangt dan blij te blaten aan.

De kwabbeldras staart weer omhoog,
En pinkt een traan weg uit zijn oog.


naar boven

31 oktober 2010
'In de schaduw van gisteren'

Deze blog bestaat voornamelijk uit citaten, verwijzingen en doorverwijzingen (doorgewinterde pc-gebruikers maken daar dan 'links' van, dat heb ik de laatste tijd te weinig gedaan, dus nu weet ik niet meer precies hoe dat moet. Hopelijk kunt u met mijn 'verwijzingen' toch uit de voeten).
Hoe komt dat zo, Balthasar, 'uitsluitend citaten en verwijzingen'? Wel, dat heeft eigenlijk alles te maken met een aantal indrukwekkende gebeurtenissen die ik de afgelopen week 'meegemaakt' heb, en die het stuk voor stuk verdienen om hun 'eigen verhaal' te vertellen.
* Ik zag een absolute brok-in-de-keel-film over ondergedoken Joden in het Duitsland van WO II (Unter Bauern).
* Ik heb inmiddels plaatsen gereserveerd voor een tweede film met een vergelijkbaar motief (Haar naam was Sarah), die dag in dag uit volle zalen trekt en uiteraard geïnspireerd is op het gelijknamige boek van Tatiana de Rosnay.
* Ik verzeilde niet geheel toevallig via YouTube bij het meer dan indrukwekkende optreden van Gerard van Maasakkers (wa zoude gij dan doen?) tijdens de dodenherdenking bij het oorlogsmonument in Kamp Vught.
* En ik zag de Dichter des Vaderlands (Ramsey Nasr) op tv met een actueel gedicht (Mijn nieuwe vaderland) indrukwekkend variëren op het aloude lied (ons voormalige volkslied!): 'Wien neerlandsch bloed in de aders vloeit'.
* Al met al had ik daar niet van terug, vandaar bijna 'uitsluitend citaten en verwijzingen'.

Unter Bauern
Nee, er is nog steeds geen einde aan de verhalen en films over de Tweede Wereldoorlog. Vooral de ín-menselijke aspecten van de vervolging en vernietiging van Joden, en andere zondebokken als Roma-zigeuners, homoseksuelen en politieke tegenstanders, zijn nog bij voortduring onderwerp van boeken en films. En we schijnen er wel 'pap' van te lusten: Schindlers List, Escape from Sobibor, Het bittere kruid, La vita è bella, The pianist, Rosenstrasse, Sophie Scholl, Der Untergang, Haar naam was Sarah, en nu dan weer Unter Bauern: volle zalen, uitverkochte filmhuizen. Wat doet het ons toch steeds weer? Is het plaatsvervangende schaamte en schuldgevoel, smartlapperij, tranentrekkerij? - Hoe dan ook, het zijn zonder uitzondering waarschuwingen die we ons aan moeten trekken.
Hieronder de tekst van Filmhuis De Keizer Deventer (www.filmhuisdekeizer.nl) over de film Unter Bauern: "Als in 1943 steeds meer van zijn Joodse vrienden en kennissen worden opgepakt, vindt Menne Spiegel, paardenhandelaar in Münster, het tijd worden dat hij met zijn vrouw Marga en dochtertje Karin gaat onderduiken. Hij benadert een boer met wie hij zij aan zij in de Eerste Wereldoorlog heeft gevochten. Die vindt het goed dat Marga en Karin op de boerderij komen wonen, zogenaamd als dakloos geworden evacués. Menne zelf kan zich op een andere boerderij in de buurt verstoppen. Op het helpen van Joden staat de doodstraf. Alleen de boer en zijn vrouw kennen de ware achtergrond van de nieuwe gasten, die zich snel aanpassen en deelnemen aan het werk op de boerderij. Tussen Marga en Anni, de dochter des huizes, ontwikkelt zich zelfs een diepe vriendschap, ook al is de laatste verliefd op een aanvoerder van de Hitlerjeugd. De Nazi's zijn bijzonder waakzaam en houden alles in de gaten. Met 'Unter Bauern' wordt voor het eerst in een speelfilm aandacht besteed aan het fenomeen 'onderduiken' in Duitsland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben slechts enkele honderden Joden in Duitsland op deze manier de Holocaust weten te overleven."
* Het ontroerende lied van de film, in vele uitvoeringen op YouTube te vinden: J'ATTENDRAI TOUJOURS.
* J'attendrai / le jour et la nuit, / j'attendrai toujours / ton retour / j'attendrai.
* Ik zal wachten / dag en nacht / altijd zal ik wachten / op je terugkeer / ik zal wachten.


Haar naam was Sarah
Tekst van de site van Filmhuis De Keizer Deventer: "Haar naam was Sarah is de ontroerende verfilming van de bestseller van Tatiana de Rosnay over het grote drama dat zich in de Tweede Wereldoorlog in Parijs voltrok. De tienjarige Sarah wordt in de nacht van 16 juli 1942 samen met haar ouders opgepakt en naar het Vélodrome d'Hiver in Parijs gebracht, waar duizenden Joden worden verzameld voor deportatie. Niemand heeft echter gezien dat Sarah haar kleine broertje Michel in een kast opsloot, net voordat de politie het appartement binnendrong. Zestig jaar later krijgt Julia Jarmond, een Amerikaanse journaliste in Parijs, de opdracht een artikel te schrijven over deze razzia, een inktzwarte bladzijde in de Franse geschiedenis. Ze gaat op zoek in archieven en via het dossier van Sarah ontdekt ze een goed verborgen geheim van haar eigen schoonfamilie. Haar echtgenoot probeert haar ervan te weerhouden zich met deze geschiedenis te bemoeien, maar Julia besluit desondanks het spoor van Sarah te volgen."
* Sinds deze week in de bioscopen!
* Vervolg van het lied J'ATTENDRAI TOUJOURS, ook op deze film van toepassing:
* Le temps passe et court / en battant tristement / dans mon cœur si lourd / et pourtant, j'attendrai / ton retour.
* De tijd verstrijkt, de tijd vliegt / en klopt treurig / in mijn bedrukte hart / en toch zal ik wachten / op je terugkeer.


Wa zoude gij dan doen?
Tijdens de Dodenherdenking 2006 in Kamp Vught, was er een absoluut indrukwekkende optreden van Gerard van Maasakkers met 'De vaste mannen'. Het lied, het was eerder een performance, dat ze daar in aanwezigheid van een groot publiek tot leven brachten, heet: Kamp Vught. Maar meer in het bijzonder: Hogestraat 39, Rijsbergen. Wa zoude gij dan doen?
Zoek het ('Kamp Vught') even op op YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=QnK0DWJcf_A
Echt, daar zul je geen spijt van hebben, maar kippevel! - Ik citeer hierna het laatste couplet (laat je niet afleiden door het dialect, gewoon hardop lezen, lukt altijd). De volledige tekst is te vinden op: www.gerardvanmaasakkers.com
* 't is zondag en ik gao / op de fiets naor Rijsbergen / 't is weiter dan ik ha gedacht / d'r woont daor 'n vrouw mee... / mee ook 3 kiendjes / ik zeg; "ik heb 'n bericht van oewe mens / hij zit in Vught en hij is bang da 't-ie / op transport moet naor Duitsland / hij zee da't-ie veul van oe houdt en da ge / mer wa geld moet vraogen aan zijne vader / hij hoopt da d'n oorlog gauw vurbij is / en da gij mer goeie moed zalt houwen " / ze zee niks, mer efkes later vertelt ze wel / da't-ie engelse piloten / de grens over ha geholpen / naor Bels / zodoende / ze bedankt me en ze geeft me / vur onderweg, wa appels mee / d'n terugweg is zwaor, meneer...... / / Hogestraat 39, Rijsbergen / wa zoude gij dan doen / wa zoude gij dan doen / / en vandaag, in 't kamp / zie ik 'm weer, ik knik naor 'm / en hij knikt terug / en ik leg de appels op de vensterbank / en hij krijgt de tranen in z'n ogen / / wa zoude gij dan doen / wa zoude gij dan doen

Van vreemde smetten vrij
Daags na het debat in de tweede kamer over de regeringsverklaring en het schandelijke onderscheid dat onze premier maakt tussen een staatssecretaris met een tweede Zweeds paspoort en die met een tweede Marokkaans paspoort, zag ik 's avonds bij Pauw en Witteman onze dichter des vaderlands, Ramsey Nasr, vurig maar welbespraakt vlammen over het huidige politieke en maatschappelijke klimaat in Nederland: was hij nou verdacht als iemand met een Palestijnse oorsprong, of was het vanwege zijn vermeende lidmaatschap van de linkse kerk, of leefde hij volgens zeggen nu op de pof van de linkse hobby's, of was het omdat hij ingedeeld werd bij de zogenaamde grachtengordel-elite? Hij maakt zich zorgen, en dus maakte hij daar een groots gedicht over, een vrije variant op het oude volkslied 'Wien neerlandsch bloed'. Het werd donderdag jl. gepubliceerd in NRC Handelsblad, Nasr was bij Pauw en Witteman, maar verder heb ik er nergens iets over gelezen of gehoord. En dat lijkt me absoluut onterecht. Zegt het voort, zegt het voort! Vandaar dat ik het gedicht hieronder volledig citeer, onder verwijzing naar Nasr's eigen site: www.ramseynasr.nl. Alwaar men ook het originele 'Wien neerlandsch bloed in d'aderen vloeit' kan lezen. - Goed dat er nog mensen zijn die zich met alles wat in hen is teweer stellen tegen het gif en de gevaarlijk populistische verdachtmakingen van Geert Wilders en zijn cohorten. - En over het boek In de schaduw van gisteren - Kroniek van het verzet 1940-1945 van H.M. van Randwijk (waar ik dus de titel van deze blog vandaan heb): een andere keer. Ik volsta hier met de slotregels, een Russisch rijmpje dat Van Randwijk 'bij u onvergetelijk zou willen maken': "De eerste wereldoorlog was niemands schuld / De tweede wereldoorlog was iemands schuld / De derde wereldoorlog is mijn schuld..." - Maar nu eerst en vooral het 'Nieuwe vaderland' van Ramsey Nasr:

MIJN NIEUWE VADERLAND

Wie neerlands bloed in d’aders vloeit
van vreemde smetten vrij
wiens hart voor volk en orde gloeit
verhef uw zang als wij.
Vandaag zien wij weer één van zin
de vlaggen afgestoft.
Vandaag zet ik mijn feestlied in
voor vaderland en schoft.

Ik eer de leiders van mijn land.
Hun vlekkeloos parcours
leert mij wat macht vóór al verlangt:
’t geweten van een hoer.
Ik eer mijn leiders hemelhoog
en ’t hoogst zit een fascist
die u en mij zolang gedoogt –
zolang als hij beslist.

Beschermt gij, leiders, onze grond
waar vreemde adem gaat
gij die zo rein zijt, kerngezond
en zuiver op de graat.
Wij smeken om een harde hand
in aangewreven haat.
Behoud voor 't lieve vaderland
de blanke natiestaat.

Braakt uit, gij vrienden, vrij van zin
uw krop, uw kreet, uw gal.
Niets is taboe en niets te min
uw bagger minst van al.
Verneder dus wat u niet zint
sla stuk wat niet bevalt
laat zien hoe u dit land bemint
omhels het op zijn smalst.

Hoe klopt ons hart, hoe zwelt ons bloed
bij 't rijzen van dees’ toon.
Klonk ooit een zuiverder gemoed
een leger hart zo schoon?
Waar hoorde men die koekoekszang
voor volk en vaderland?
Dat was toen in het landsbelang
een heel volk werd verbrand.

Dood nu wat afwijkt van uw bloed
en van uw onderbuik.
Bewaar het niet, verdelg het goed
zodat dit land ontluikt.
Wie hier nog onze mildheid zoekt:
los op in brandend veen.
Waar elk verschil werd opgedoekt
zijn staat en burger één.

Wie neerlands bloed in d’aders vloeit
van vreemde smetten vrij
die fabel staat weer eens in bloei
in dwazen zoals wij.
Veel liever word ik door een volk
van hunnen aangerand
dan mee te gaan in deze kolk
van schoft en vaderland.


naar boven

21 oktober 2010
De zon in moeders kamer

In de schaduw van de bloeiende clivia
Mijn huiswerk maakte ik altijd in de goeie kamer, die bij ons 'door omstandigheden' voorkamer heette, en waar ook het opklapbed van mijn ouders zich bevond. In het piepkleine muurboekenkastje dat uiteraard door mijn vader zelf getimmerd was, veroverde ik sluipenderwijs meer plankruimte, ten koste van de omnibussen en de streekromans van Het Thijm-Fonds en de Geleende Bibliotheekboeken. In het zelfgemaakte schrijfbureautje bevond zich, naast het afgesloten geldkistje, ook nog 'De Geheimen van het Menselijk Lichaam', maar dat heb ik officieel natuurlijk nooit onder ogen gehad.
Tussen het bureautje en de tafel waaraan ik studeerde, stond De Clivia. Hij of Zij stond op een plantentafeltje, uiteraard ook in eigen werkplaats vervaardigd: een eiken voetje, een eiken plateautje, en daartussenin de opgepoetste koperen granaathuls die de familie eigenhandig uit de oorlog had weten te slepen. De clivia werd vertroeteld, de bladeren elke week gestoft en geboend, en eens in de zoveel jaar stond Moeders Trots in bloei. Dan was het slecht studeren, wegens aanhoudend bewonderend bezoek.

Het sterfhuis
Tot aan mijn veertigste is 21 oktober de gevierde verjaardag van mijn moeder geweest. Ze werd geboren in 1903, ze stierf in 1980, 77 jaar oud. Hartstilstand, werd me verzekerd. Wat trouwens geen verrassing was, want van 'hartkloppingen' en 'rustgevende druppeltjes' was haar leven doortrokken.
Toen op die bewuste zaterdagmorgen in februari heel vroeg de telefoon ging, en m'n broer me zei dat ie een hele droevige mededeling had, dacht ik dat m'n vader gestorven was. Die was immers al tijden aan het sukkelen met z'n 'het kan vriezen, het kan dooien'-gezondheid, en had al vaker op het randje van de dood gezweefd. Maar nee dus, het was 'ons moeder'. Toen ik een goed halfuur later bij het sterfhuis arriveerde, was ze al weg, naar het ziekenhuis, het mortuarium. Dat hadden m'n oudere broers alvast maar zo geregeld met de begrafenisondernemer, want 'je kunt dat menske daar toch niet zomaar laten liggen'. - Verdriet was m'n boosheid en teleurstelling daarover nog maar nét de baas, anders waren er harde woorden gevallen, wat natuurlijk totaal geen pas gegeven had. Maar hartzeer heb ik er heel lang van gehad, 'ons moeder' niet meer thuis toen ik haar voor de laatste keer kwam bezoeken.

Haar verjaardag
Herfstboeketten van gele en donkerrode chrysanten met verkleurend eikenblad, daarmee stond ons huis op 21 oktober altijd vol. Treffende cadeaus voor jarigen in oktober; kerkhofblommen, vond ik later, en ik heb ze nooit meer gekocht. Maar destijds waren ze de ouverture van een traditionele verjaardagsviering, met eigen gebak van de plaat, bezoek van de tantes-met-de-hoedjes-op, zelfgebrouwen bowl en het advocaatje met slagroom. Overdag moesten we natuurlijk naar school, maar daarna en 's avonds was het dan toch feest. Het avondeten op die dagen staat me niet helder meer voor de geest, maar het kan niet anders of het moet iets eenvoudigs geweest zijn omdat er voor koken nauwelijks tijd en ruimte geweest kan zijn.
En 's avonds werd er natuurlijk gezongen, het hele peloton deed de medleys onder gitaarbegeleiding van broer C., maar er waren ook solo's. Vooral die van 'ons moeder' waren geliefd. Smartlappen als 'De bedelares' of 'Mijn fiere schooiershart'. Maar het toppunt was toch wel 'De zon in moeders kamer'. Daar werd niet mee gespot, daar werd met eerbied en aandacht naar geluisterd, het was haar lijflied. Jaren later (in 1961) heb ik het nog eens opgenomen op m'n allereerste bandrecorder. De voorkamer met het opklapbed en de boekenkast en de clivia was de studio. Een tranenlied is het geworden, heimwee van de eerste orde, en dat is het.

Het bidprentje
Op de middag van haar sterfdag ben ik met m'n oudste broer J., 'de kunstenaar', naar mijn huis gegeaan. Wij hadden de vererende opdracht van de verenigde familie om een bidprentje voor 'ons moeder' te maken. J. zou de voorkant tekenen, ik het in memoriam schrijven. Dat viel eerlijk gezegd nog niet mee, onder de gegeven omstandigheden. Ik zat achter mijn Gabrielle 25, Adler-kofferschrijfmachine van klassiek allooi, en ik vocht met m'n tranen in plaats dat ik typte. Totdat broer J. me aansprak op m'n verantwoordelijkheid, en me de juiste push tot concentratie gaf. Zelf tekende hij vol stijl en overgave en in rap tempo 'de zon in moeders kamer', zoals híj die zag uiteraard. Inmiddels koerste ik gelijk met hem op, en binnen een stief uurtje waren we klaar; we omhelsden elkaar en spoedden ons met de manuscripten naar de overlijdensdrukker.
Onderweg van de drukker naar het sterfhuis brachten we een bezoek aan de rouwkamer in het ziekenhuis. En daar lag 'ons moeder', nóg kleiner dan ze altijd al was, gekleed en gekapt als de jarige, rondom in de gele chrysanten met eikenblad. Een straal zonlicht piepte tussen de gordijnhelften door. Daar lag ons bidprentje.

Gedesoriënteerd archief
Uiteraard zocht ik bij het schrijven van deze Balthasarsblog het bidprentje en het geluidsbandje met moeders lijflied op. Maar ja, onlangs de archieven geschoond, anders ingedeeld, elders opgeborgen hè. En NIET gevonden. Waar zijn die kostbaarheden van dertig jaar terug? Ik zoek nogmaals en nogmaals de logische plekken af. Zonder resultaat. U begrijpt dat ik hier het moederslied 'De zon in moeders kamer' had willen reproduceren als slotgedicht. Ten einde raad dan maar eens gegoogled. Maar daar zijn ze de draad kennelijk ook kwijt: niet één vindplaats voor "De zon in moeders kamer", lied en smartlap tussen dubbele aanhalingstekens. U zult het met mijn al dan niet vermeende herinneringen moeten doen. - En met een ander kleinood uit mijn moeders zang-repertoire, althans het refrein daarvan:

WIE?

Wie bond dat blikkie
aan diejn hond zunne staart?
'ne Gulden is meer dan een kwartje waard.
M'n tante en die lust geen mokkataart.
Wie bond dat blikkie
aan diejn hond zunne staart?


naar boven

10 oktober 2010
De hoorns van Haydn en ander geluk

Mist trekt op
Als een blindeman stap ik uit bed, daal de trap af, pak de krant uit de bus, onee, zondag, geen krant dus, en verricht op de volautomatische piloot alle handelingen die moeten leiden tot dat typische kopje zondagochtendkoffie met klassieke muziek en de ongeziene Vrij Nederland van donderdag toe. Het is koud in de kamer, ik ontsteek de kachel en omvat met beide handen de hete koffiemok, er mort geen haast en ook hurkt er vooralsnog geen windengel tussen de bladeren op het terras (dank, Gerrit Kouwenaar, dank). Mist trekt op, een eerste zonnestraal breekt baan, optimisme steekt de kop op. Het hoornconcert van Haydn komt bij mij naar binnen als Gods woord in een ouderling, zo heet dat immers op zondagochtend, vrede zij met u, en wenst niet meer. - Of toch, alstublieft, twee beschuiten, eentje met kaas, eentje met jam, een halve peer in partjes en een blaadje munt op de kaas, en natuurlijk ook nog koffie, er is genoeg en anders maken we bij.

Het zonnestoeltje
In zondagochtendwandelornaat dreutel ik op het frisse terras alvast wat heen en weer. Mevrouw B. is nog even druk met de bonte was, het cryptogram en haar roerei, dus doe ik alvast een rondje tuin en beland als vanzelf op het zonnestoeltje voor de schuur aan de voet van het boemeltreintalud. Op de poef naast me spint de kat van de buren de eerste zonnestralen bij elkaar, en de dito kippen krabben de kale grasplek nog wat dieper uit, ze hebben er weer zin in zie ik. Ik ben nog steeds vervuld van vrede, en vergevingsgezind. Over anderhalve maand zijn ze weg, verhuisd naar een boerderij, de kippen, de buren, de poes, de honden, het kindergeklater en de benzinegedreven bladblazer om halftien des 's avonds met het oog op de 'kijkers' morgen. - Na 1 december zal het nooit meer zijn zoals het tien jaar was. Ik mis een gevoel van weemoed, maar is dat wel gepermitteerd? Er schijnt een jong stel in te komen, zonder kinderen, maar we hebben gezien hoe snel zoiets kan veranderen. We zijn benieuwd, en vooralsnog niet van plan om te verhuizen, de hypotheek is nét pas vernieuwd.

Zilveren IJssel
Na vijfhonderd meter al gaat het dasje af, het vestje uit, het jek om het middel, de pet tegen de lage zon op. Het pad langs de Zilveren IJssel is in zondagochtendtrek. Een fietsend gezin met vader aan de telefoon en de jongste in tranen wegens een ingevlogen vliegje, een zwartgeklede amateurtoneelspeelster werkt aan haar conditie met een keur aan dribbel- en intervaloefeningen alsmede het juichende overwinningsgebaar, een postbesteller die morgen aan zijn eerste baantje begint fietst eindeloos heen en weer met grote open fietstassen en slechts één hand aan het stuur, een echtpaar in fleecejeks komt ons tweemaal achterop gefietst maar blijken toch twéé paren te zijn, wij proberen een alternatieve route langs de onderlangse dijksloot maar verzanden in de opgehoopte resultaten van de recente schouw, ganzen oefenen het V-teken maar onderkennen het verschil met de W nog niet, twee witte zwanen steken hun kop in het zand, het water, het zand, het water, het zand. - Het heerlijke stulpje aan het H-pad is nog steeds te koop, de moestuin van mevrouw T. ziet er zelfs in de vroege herfst uit alsof er morgen foto's gemaakt moeten worden voor de Landleven van 2011. Na anderhalf uur wandelen is het mooi geweest, de nieuwe podozooltjes zijn goedgekeurd, er wacht werk in de tuin.

Tuinieren is vooruitzien
Ik maak mijn maaiwerk van gister af, en besluit de Noorse esdoorns alvast te toppen. Dus posteer ik de huishoudtrap met zeven treden in het gras aan de voet van de leibomen, en haal de snoeischaar met de lange benen uit de schuur, bij elkaar een snoeilengte van dik vijf meter: goed twee meter trap, krap tweeëneenhalve meter Balthasar met uitgestrekte armen, een snoeischaar van driekwart meter. En nog kom ik tekort. Dus besluit ik om de maximale leiboomhoogte met een halve meter te verlagen. Is nu weliswaar meer werk, maar volgende jaren minder, bovendien neigt mijn lichaam alreeds naar de eerste krimp. Tuinieren is vooruitzien, je bent zeventig of je bent het niet. Dat zet mij aan het mijmeren over hoeveel werks een jongbejaarde op een zondag in de vroege herfst maximaal ter hand moet nemen. Ik voel me goed, nog energie genoeg, dat is wel eens anders, en bovendien moet ik nog een blogje schrijven. Waarover deze keer, dat zijn de écht prangende vragen waar ik vandaag voor sta. Ik keur m'n maaiwerk, m'n snoeiwerk, overzie m'n volledige zondag en constateer dat het tegen drieën loopt. Aan het werk, Balthasar, 'even' nog een blogje wegwerken, eten koken, Bernhard kijken, glaasje drinken. - Zondag 10 oktober 2010 was en is in goede gezondheid en naar tevredenheid gevuld en verlopen. Het zeer behartenswaardige interview in Vrij Nederland met socioloog-ecoloog Egbert Tellegen ten spijt ('Er is geen andere vijand dan wijzelf'), léés die man en z'n boek ('Groene herfst') , en overweeg of je leven niet drastisch of wellicht toch minimaal enigszins op de schop moet.

Dankzij de dingen
Even hebben wij gedacht, zo'n jaar of negen geleden, dat wij hier 'voor enige tijd' zouden gaan wonen, in het dorp aan de IJssel, niet Gorssel of Wilp, maar wel in de buurt. Dat 'aangehaalde' begrip is vervaagd, zoals het alternatief vervaagd en verschraald is, het verleden vervaagd is, de toekomst verschraald is. Het leven is hier en nu. Zo is het. En amen.
Nou, vind maar eens een gedicht dat hierover gaat. Dat viel nog best mee. In de prachtverzamelbundel 'Geluk is gevaarlijk' van Rutger Kopland vond ik binnen drie minuten op bladzij 139 het gedicht Een middag op het land, uit de deelbundel 'Dankzij de dingen'. Ik kan niet anders zeggen dan dat Kopland een van de dichters is die mijn mijmeringen en gedachten veelomvattend weet te verwoorden. Geen gekke dichter, die Kopland. Als je het mij vraagt.

EEN MIDDAG OP HET LAND

We zochten hem op - een middag zoals die
telkens weer groeit uit een stukgelezen bladzij
van Tsjechow, een langzame middag op het land.

Hij voerde ons door het oude, geduldige huis,
de tuin met de oude, geduldige appels en peren,
de rivier langs, de weilanden in.

Daar stonden we, hij met dat grijze kostuum,
die zijden foulard, zijn sigaar, heer
van de wereld, tussen de boterbloemen.

Langzaam, zei hij, later in de schaduw
van de bomen op het terras, ga ik begrijpen
dat dit mijn huis is, mijn tuin, voorgoed.

Stilte, warm en zomers, geur van hooi
en sloten, geluid van koeien, scheurend
aan het gras, van hevig zingende vogels,

een middag, zo voorgoed als een bladzij.


naar boven

27 september 2010
'En dan: wat is natuur nog in dit land?'

Ruilverkavelen en ruilverkavelen is twee
Een paar jaar geleden kocht ik het boek 'Nog in morgens gemeten - Nieuw Herwijns dagboek' van Koos van Zomeren. (Tussen haakjes: een 'morgen' is een stuk land, zo groot als men op één ochtend kan ploegen.) Dat boek gaat onder andere over de ruilverkaveling die in de jaren zestig in de Dorpspolder van Herwijnen in de Betuwe plaatsgreep. De afgedrukte topografische kaart van 1978 demonstreert 'de vooruitgang' t.o.v. 1958 en daarvóór: eentonigheid, rechte lijnen, grote landbouwpercelen. - En natuurlijk gaat het boek ook over de economische en sociale gevolgen die die ruilverkaveling met zich meebracht. In de woorden van de achterflap: '[Van Zomeren] beziet de armoede van vroeger en herinnert zich mensen die hadden wat ze wilden hebben en waren wat ze wilden zijn. Hij beziet de Betuwse woeste gronden van vroeger en concludeert dat de vergankelijkheid zich voorgoed meester heeft gemaakt van ons landschap.' - Koos van Zomeren zelf nu kort aan het woord in het gedicht Toen iedereen nog leefde (fragment):

Toen het land nog in kampen
was verdeeld, de polder nog
in morgens werd gemeten.
Toen dingen nog een hortje
konden duren - je ging een
hortje kuieren -
het gras werd nog gegroend,
de zeis werd nog gehaard.


Sinds 'Herwijnen' blijkt het begrip 'ruilverkaveling' een volledige metamorfose te hebben ondergaan. De tijd van de 'wederopbouw' is sinds lang voorbij, daarom is er in de laatste decennia nieuwe wetgeving gemaakt die ervoor zorgt dat de beschikbare grond zodanig verdeeld wordt dat niet alleen de boer er beter van wordt, maar ook de natuurliefhebber, de wandelaar, de fietser, de liefhebber van het oude cultuurlandschap, en ja, ook de automobilist. - Afgelopen zaterdag heb ik op onze jaarlijkse familiedag aan De Reusel nabij Moergestel en het Wilhelminakanaal aan den lijve moge ervaren hoe dit proces tegenwoordig uitpakt. Het was een ronduit openbarende ervaring. Misschien zelfs wel een soort van antwoord op de dichter J.C Bloem, die in 1945 in het gedicht De Dapperstraat pessimistisch uitriep:

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant.
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.


Aan De Reusel
Schoonbroer M. had dit jaar de beurt om de familiedag te verzorgen. Nou wil het gelukkige toeval dat hij nogal betrokken is bij grote land(her)inrichtingsprojecten. En dat hij ons daar graag deelgenoot van maakt. En zeg nou zelf: wat is er aangenamer dan 'picknicken' in een bouwkeet, alwaar allereerst ook de theorie en de blauwdruk-plattegronden van het project uit de doeken gedaan worden. Dan het veld in, laarzen of wandelschoenen aan, pet en capuchon op, en met z'n allen dicht rond de explicateur gaan staan om geen woord, geen handwijzing, geen verlegde aardkluit of drijvende waterweegbree te missen. Heerlijk!
Zo ook afgelopen zaterdag, aan het Spruitenstroompje bij Biest-Houtakker aan De Reusel. Het stroomgebied van dat riviertje wordt in dit project over een lengte van vier kilometer 'in de oorspronkelijke staat' teruggebracht, om zo honderden hectares beekdalnatuur te scheppen: meanderen dus in plaats van rechttoe rechtaan stromen, het hele stroomgebied is inmiddels afgegraven en verlaagd, met de oorspronkelijke hellingen en oeverpartijen, natte en droge broeken, poelen en opstuivende scholen zilvermeeuwen. En 's winters mag het vernieuwde / verouderde riviertje dan naar hartelust buiten z'n oevers treden, ruimte genoeg. Het afgegraven zand is grotendeels onder de aanpalende boerenbedrijven verdeeld zodat die hun gronden kunnen ophogen, overal zie je die afgeleverde bergen vruchtbaar zand nog het landschap bepalen.
Op onze rondgang door het 'werk in uitvoering' was het nog goed uitkijken geblazen: door de overvloedige neerslag van de laatste weken was het zand overal modder, kuiltjes werden waterpartijen, en sommige stukken 'oude rivier' waren zelfs verraderlijk drijfzanderig - voor inklinken was immers nog geen tijd geweest. En hele stukken 'afgegraven land' waren in die korte tijd alweer begroeid geraakt, met van alles en nog wat dat tijdenlang als zaad onder in die rivierklei bewaard en verborgen was gebleven. - Maar daar mocht je alleen maar naar kijken, op lopen niet.

Rondje Brabants Kempenland
Prachtig, zoals in de plannen van het 'Natuurontwikkelingsproject De Reusel' het eerste 'doel' beschreven wordt, ik citeer: 'Ontwikkeling van 700 hectare natuur tussen Moergestel en Diessen, waarvan 200 hectare vochtig schraalland. Dit beekdalgebied vormt daarmee een grote schakel in de ecologische hoofdstructuur, de ruggengraat van de Brabantse natuur.' - Nou, dat wilden wij dan wel eens met eigen ogen verder gaan zien. Daarom trokken we na afloop van de excursie in de wetlands per bus het landschap van Reusel en Beerze wijd en zijd in. En we kwamen van een koude kermis thuis, want haast overal werden de rijbanen omzoomd door metershoge muren maïs, maïs, maïs. Mij is het een volkomen raadsel hoe je tegelijkertijd machtig veel geld kunt steken in de ontwikkeling van 'de ruggengraat van de Brabantse natuur' en toch de totale verprutsing en verduistering van het landschap toe kunt staan door die afgrijselijke monocultuur van bijkans vier meter hoge schuttingen op basis van eindeloos geïnjecteerde mest, mest, mest. Is een ecologische hoofdstructuur alleen maar van belang tussen november en april?
Ach, aten we maar wat minder vlees = minder vakens = minder mest = minder maïs. Maar dat zal ik gerust niet meer meemaken. Daarom is het van het grootste belang om van de natuur te genieten wat er te genieten valt (ook al is dat dan met name in augustus en september niet overal mogelijk). Er blijft heus nog genoeg over, zeg ik dan tegen mezelf. Vergeet die maïs van vandaag, en bepaal je tot het 'Natuurproject met grote gevolgen' waar je afgelopen zaterdag getuige van geweest bent. Daar was het toch geweldig, zoals het op zoveel plaatsen in de Nederlandse natuur geweldig is. Zeker als er gewerkt wordt aan een 'terug naar vroeger' zoals aan de Reusel, in Sint-Oedenrode, aan de Dommel, De Moerputten en ik weet niet op hoeveel andere plaatsen nog meer.

En inderdaad, sinds zaterdag is het alleszins gerechtvaardigd om deze blog te besluiten met een ode aan de natuur. Moderne dichters zijn daar niet zo van, zo min als je tegenwoordig nog waterlelie-impressionisten à la Monet hebt. Is dat erg? Nee, dat is helemaal niet erg. Van oude meesters valt nog volop te genieten. Van dichters als Guido Gezelle bijvoorbeeld, die reus uit het einde van de negentiende eeuw, toen God nog overal was, zeker in de natuur, wat zeg ik, God wás toen de natuur. Als je dat in het oog houdt, is de God van Gezelle nog volkomen acceptabel en vanzelfsprekend als 'oorbegin' en 'eerstigheid' (oorsprong en begin) in het gedicht 'o Wilde en onvervalschte pracht', uit 1882. Geniet u even mee? Desnoods hardop lezen, dat werkt hoor!

O WILDE EN ONVERVALSCHTE PRACHT

o Wilde en onvervalschte pracht
der bloemen, langs den watergracht!

Hoe geren zie ‘k u, aangedaan* -
[*gekleed]
zoo God 't geliefde, in ‘t water staan!

Geboren, arg- en schuldeloos,
daar God u eens te willen koos,

daar staat ge: en, in den zonneschijn,
al dat gij doet is blomme zijn!

‘t Is wezen, ‘t geen mijne ooge aanziet,
‘t is waarheid, en g'en dobbelt* niet; -
[*dubbelzinnig doen]

en die* door u mijn hert verblijdt -
[*nl. God]
is enkel, zoo gij enkel zijt!

Hoe stille is ‘t! ‘t En verwaait med al* -
[*in 't geheel]
geen bladtje, dat ons storen zal;

geen rimpelken in ‘t lief gelaat
des waters, dat vol blommen staat;

geen wind, geen woord: rondom gespreid,
al schaduwe, al stilzwijgendheid!

Dan, diepe, diepe in ‘t water, blauwt,
half groen geblest*, de hemelvaut**; -
[*gevlekt] - [**hemelgewelf]

en, priemend' hier en daar vergaat
een langgesponnen zonnedraad.

Hoe eerbaar, edel, schoone en fijn
kan toch een enkele blomme zijn,

die, al med eens, en zorgloos, uit
de hand van heuren Schepper spruit!

Door Hem, en door geen menschenhand,
lag hier een nederig zaad geplant;

door Hem, op dezen oogenblik,
ontlook het, en dien troost heb ik,

dat, blomme, gij mij bidden doet,
en wezen zoo ik wezen moet:

aanschouwende en bevroedende in
elk uiterste einde ‘t oorbegin*, -
[*oorsprong]

den grond van alles; meer gezeid,
maar nog niet al: Gods eerstigheid!


naar boven

21 september 2010
'Onder het vergrootglas tijd'

Erwin Krol en de uitgewassen geulen
Eerst even een kort lesje wandelkunde, om erin te komen. - Al verschillende keren liepen wij in Zuid-Limburg delen van het Krijtlandpad (1998, 2000, 2004, en 2007.) En nu dan dus in september 2010 voor de vijfde keer. Het Krijtlandpad is een zogenaamd Streekpad oftewel een regionaal Lange-Afstands-Wandelpad (LAW). Het is totaal 90 km lang, is het meest geaccidenteerde wandelpad van Nederland, en voert door plaatsen als Maastricht, Valkenburg, Gulpen, Vaals, Epen, Slenaken, Eijsden en weer Maastricht. Streekpaden lopen altijd 'rond'; echte LAW's lopen van A naar B, bij voorbeeld het Pieterpad, dat van Pieterburen in Groningen naar de Sint-Pietersberg in Maastricht loopt. Er zijn 25 echte LAW's in Nederland (wit-rode markering), en zo'n 18 streekpaden (geel-rode markering). Het hele jaar door zijn er massa's vrijwilligers op pad om de routes in te richten en te onderhouden. Zo wordt het Krijtlandpad bij voorbeeld bijgehouden door de Stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen Limburg, het IKL. Na het wandelen zelf moet dit toch wel het mooiste werk zijn dat je in Nederland maar kunt doen. Hulde, driewerf hulde aan al die Instandhouders! Oja, en krijt blijkt bij opzoeken de wetenschappelijke naam voor mergel of kalksteen te zijn, dan weet u dat ook weer even. - Was getekend: Wandelplatform LAW i.s.m. [ ... (onleesbaar), grootgouverneur van Limburg ] en Het KoningsKoppel B.
Thuis hadden wij ons drie wandelingen voorgenomen: Valkenburg-Gulpen, Epen-Vaals, en Gulpen-Slenaken. Bij de eerste moesten wij nog danig wennen aan het pittig op en neer gaande landschap en deszelfs vereiste inspanningen, de tweede was ronduit zwaar en hol en steil en glibberig en lang en lastig met uitgewassen geulen en verraderlijk losse stenen, en de derde was de mooiste, de gemakkelijkste, de ontspannenste, met hooggelegen wereldlandschappen, grazige rivierdalen en de wonderbaarlijkste hollewegen waar op elk moment Floris tevoorschijn gegaloppeerd kon komen. Drie dagen avontuur rond een drielandenpunt waar Erwin Krol noch kornuiten vat op bleken te hebben, gelukkig, want zo hadden wij tenminste heerlijk wandelweer terwijl er van het meteorologische front louter somberte gemeld werd.

Eten en slapen tussen Geul en Gulp
Hotel Gulpen is pas goed twee jaar open, maar loopt nu al als gesmeerd met roomboter. Amper een kamer vrij, veel wandelaars ook, vergaderaars in pak en Limburgtoeristen in broeken met geperste vouwen. Dus bij het ontbijt is het lekker druk, maar de bediening geeft geen krimp ook al lopen wij op kousevoeten zonder lemerige wandelschoenen. Het nieuwtje is het roestvrijstalen driepersoonskoffiepotje, zes kopjes, en alweer gevuld voor het leeg is. Het krentenbrood blijkt suikerbrood en de kakelverse mik kun je zelf net zo dik snijden als je wilt, tenminste als je door de krakend krokante korst heen kunt komen. En dan natuurlijk nog de sapjes, de cruesli's, de croissantjes, de fruitjes, de zjemmetjes, nee zeg, na zo'n ontbijtje hoef je voor tussendemiddag niet meer dan een soepje of een broodje en klaar is keesje hoor.
En na de wandeling, de stralende douche, het avondeten, het biertje en de gezellige kout fluks naar de privacy, het nieuws, het heenenweergeflos en het leesboek ('Een nacht in Tunesië', reisverhalen van Cees Nooteboom). En daar komen we bij het enige minpuntje van de dag en de nacht in Hotel Gulpen: de verlichting is zo spaars dat er niet te lezen valt met het boek op de neus op het bed op de kamer. Dan maar vroeg slapen na die steile kilometers in je benen, je kuiten, je spieren, je voetzolen, waar voel je ze niet? - 'Uw ogen worden alreeds zwaarder. De zon schijnt zachtjes. Daar is de alpenweide al. Het lieflijke belgeklingel is niet van de lucht. De geurige kruiden kietelen uw reukorgaan en het beekje kabbelt en kabbelt en kabbelt. U strekt zich eens heerlijk uit, u pakt uw lekkere leesboek en houdt het voor uwe ogen. Uw ogen worden alreeds zwaarder en zwaarder. De zon schijnt zachtjes. Daar is de...' - ZzzZzzZzz. - En zo gaat de wekker al luider en luider voor het volgende hotel-ontbijt.

Elske van Vaals
Na de lange, moeilijke tocht naar Vaals strijken wij neer op het terras van Bruin Café Limburgia om eens danig en driftig uit te rusten. Met een Brand-biertje, natuurlijk, een Witte Korenwolf, ook goed. Maar daarna een elske hoor, de streekeigenste borrel van Vaals en omstreken, dat móet je geproefd hebben, wat zeg ik: gepreufd! - En daar is ons elske al terwijl een klein clubje niet-Limburgse vrouwen uit een bus goed Rotterdams publiek aan ons terras voorbijtrekt. Ze houden halt bij het stoepbord met de handgekrijte tekst: 'Koffie met Limburgse vlaai - € 3,50.'
- 'Limburgse vlaai!' roept mevrouw 1 tegen mevrouw 2. 'Zie je dat: Limburgse vlaai! In plaats van vla! Het moet vla! zijn, vla!, en niet vlaai!'
- 'Nou, dan hoef ik die niet hoor, vlaai! Ik wil alleen vla!' - Ziezo, en dat was mevrouw 2.
Daar moet op gedronken worden, hihaho, het eerste slokske van elske dus. Het blijkt een stevig aperitiefje, niet te zoet, niet te wrang, typisch gekruid, nipje voor nipje maar! - En dan worden wij aangesproken door de oude magere man in een regenjas uit de dagen van olim.
- 'Mag ik hier bij u komen zitten, messjeu-dames? O, pardon, spreekt u Frans of Duits of Nederlands? Ik kom namelijk uit België, ziet u, en ik spreek alle talen, voilà, maar ik ben ook Nederlander, n'est-ce pas.'
- 'In België reis je gratis, voilà, als je gepensioneerd bent. Dus ga ik elke dag op stap, even koffie drinken in Liège of Maastricht - een café, s'il vous plaît, mevrouw - maar naar Nederland terug? Mais non, veel te veel regeltjes, hein.'
- 'Achtenzeventig, madame. Ja, ik mag er nog best zijn, merci voor uw compliment. O, u moet votre bus halen, mais naturellement, lijn 61, Maastricht, elk kwartier, voilà, en tot ziens, voilà!'

O heerlijke busreis naar het einde van de dag
Hooggezeten achter grote ramen rijdt de Veolia-bus ons in drie kwartier naar het treinstation Maastricht. De regen klettert tegen de ramen en de lampen gaan op. Hoewel het glooiende landschap zelf er geen aanleiding toe geeft, zit ik inmiddels en ongemerkt in de verlichte bus van Vasalis over de afsluitdijk ( 'als een kamer door de nacht' en 'een kleine maan schijnt zacht'). Alleen de twee matrozen ontbreken, alsmede 'mijn hoofd boven het watervlak'. - De bui trekt over en een fletse zon bepaalt mij weer bij de les van het verlopende Maas-landschap. Station Maastricht: 2 km, Bonnefanten-Museum De Silo, Het Céramique, Gouvernementspad, Stationsweg, en waar had ik ook alweer de OV-chipkaart gestopt?
In de Intercity pak ik m'n treinleesboek: Gerrit Achterberg, Spel van de wilde jacht, bladzij 49, het gedicht 'Zonneleen'. Wat een toeval zeg, de zon, het najaar, te paard over bronzen wegen, de stilte van een kind, en 'ridders, getreden in het krijt'. Toeval? Het is hoe dan ook een mooi gedicht, met een optimistisch slot, en niet gemakkelijk bovendien. Maar ja, goed uitgerust door drie dagen wandelen, nietwaar, dus dat mag geen excuus zijn. Laat uw hersens even meekraken, het loont!
(Bron: Gerrit Achterberg, het gedicht Zonneleen, uit de bundel 'Spel van de wilde jacht' (1957). Querido, Amsterdam, vijfde druk 1982 ('De Boekvink').)

ZONNELEEN

Het najaarsgoud is uitgebroken tegen
het hemelblauw. Een middeleeuw begint.
Ik ga te paard over de bronzen wegen
met het idee dat ik u wedervind.

Gestoken in het harnas en gezind
tot kruistocht, met de pauselijke zegen,
is mij aan huis en hof niets meer gelegen;
rij ik door deze stilte van een kind.

Voor hen die achterblijven werd ik al
initiaal. 's Winters zullen ze lezen
over ridders, getreden in het krijt.

Ik echter, onder het vergrootglas tijd,
ben uit de dode letter opgerezen.
Het dorre blad krijgt een metalen schal.


naar boven

14 september 2010
Turkse pil

Deze week alleen een gedicht
Omdat ik m'n rugzak aan het inpakken ben: even paar dagen wandelen in de Zuid-Limburgse heuvels, Gulpen, Vaals, Valkenburg, dat werk. Onze tweede minivakantie van dit jaar, drie dagen nog wel, moet kunnen, zou ik denken. En dus nu even geen tijd voor een balthasarsblog, maar natuurlijk wel voor een gedicht.
Dat gedicht, 'Watermerk', komt uit het laatste boek dat ik onlangs gekocht maar nog niet gelezen heb: Moderne Turkse poëzie. Dat boek is de neerslag van een gigantisch vertaalproject van de Leidse Universiteit, o.l.v. Mehmet Emin Yildririm, Sytske Sötemann en En Mehmet Cetin. Ik citeer hierna één alinea uit de recensie van Janita Monna (Trouw, 31 juli 2010): "Deze bloemlezing laat ons in chronologische volgorde kennismaken met de Turkse poëzie van 1900 tot nu: iedere dichter is ruim vertegenwoordigd, in het Turks en in soepel klinkend Nederlands. De selectie wordt voorafgegaan door een heldere inleiding op de Turkse literatuurgeschiedenis, met stromingen als 'Vreemd' en 'Tweede nieuwe'." - Het boek kent 728 bladzijden, waarvan de helft Turks, ik ken nog geen enkele Turkse dichter of gedicht, laat staan een woord Turks: dat wordt dus nog een hele hete herfst!
Op basis van de recensie van Monna kies ik het gedicht 'Watermerk' op bladzij 266, het is van de hand van Behcet Necatigil (1916-1970), en het lijkt me een hele mooie aansporing om die dikke pil te gaan veroveren.

WATERMERK

Als je sommige stukken papier
Tegen het licht houdt
Zie je een streep, een afbeelding, een vorm.
Of een met onzichtbare inkt geschreven
Leeg lijkende bladzij
Wordt leesbaar in de buurt van een warmtebron.
Sommige gedichten
Laten zich aan de achterkant lezen
Als je zelf een vuurtje hebt.


naar boven

9 september 2010
Weet je nog wel, oudje?

Het geheugen volgens Douwe Draaisma
Op 2 november a.s. (Allerzielen: wie moeten er vooral níet vergeten worden?!) verschijnt bij Historische Uitgeverij de titel Vergeetboek, het nieuwste 'geheugen'-boek van Douwe Draaisma. Eerdere belangrijke geheugen-titels van hem zijn: Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt (over het autobiografische geheugen), en De heimweefabriek (over geheugen, tijd en ouderdom). Lees die boeken, je wordt er niet verdrietig maar juist blij van.
In Vergeetboek gaat Draaisma ons uitleggen dat 'vergeten' ergens toe dient. Dat het geen mankement aan ons geheugen is, maar dat het er juist één van de belangrijkste vermogens van is. Het geheugen zou niets onthouden, als het niet ook selectief zou wissen. - Een troostrijk boek, dat zal het dus zeker worden. Want in vergeten begin ik zo langzamerhand een expert, en soms ook wel een beetje verdrietig, te worden. Afgelopen zondag nog stond ik met in wanhoop geheven armen voor de grote boekenkast, ik zocht een titel waarvan de auteursnaam me maar niet te binnen wilde schieten, en ja, als je al je boeken op auteursalfabet hebt staan, is het natuurlijk wel handig als je weet waar je het zoeken moet. Na het lezen van de nieuwe Draaisma verwacht ik zulk handenwringen helemaal niet erg meer te vinden. Dus, dat boek móet ik hebben! Even in de agenda noteren, bij Allerzielen.

Over de geheugenblogs van Balthasar
Geachte vaste balthasarsbloglezer, eerlijk zeggen, wist u nog dat ik op 10 maart 2008, krap tweeëneenhalf jaar geleden, een stukje schreef over De heimweefabriek, dat 'tweede' geheugenboek van Douwe Draaisma? Of waar mijn allereerste geheugenblogje (31 december 2005, Het geheugen) over ging? Heb ik ooit een stukje geschreven over DD's eerste geheugenboek Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt? - Geef maar toe, u weet er geen klap meer van, net zo min als ikzelf, terwijl u toch ook beter zou kunnen weten, anders zou u immers geen 'vaste bathasarsbloglezer' zijn? (Heb ik eigenlijk wel 'vaste balthasarsbloglezers'?)
Mijn eerste geheugenstukje ging over foto's die 'nooit' liegen, en was een toen nog onbedoeld praktijkgevalletje voor Douwe Draaisma, dat ik in de loop van de tijd helaas vergeten ben naar hem op te sturen. Ik citeer er een frappant gedeelte uit, misschien dat het iets bij u wakker roept: "Mijn vader had in de jaren vijftig een timmerwerkplaats met op de buitengevel een wit-emaillen bord met daarop in zwart de tekst: 'Lijkkisten en betimmeringen'. Wij woonden boven de timmerwinkel, dus ik heb alles uit de eerste hand. Begin jaren zeventig - toen ik op de maalstroom van de tijd gedichten dacht te kunnen schrijven - gebruikte ik mijn vaders bordtekst als titel voor mijn eerste bundeltje van 16 gedichten (2 ouders, 13 kinderen, en 1 opa inwonend): Lijkkisten en betimmeringen - Notities aan de binnenkant. Op een zwart-witfotootje uit 1957, dat pas onlangs uit een van de talloze familiealbums van mijn broers en zussen tevoorschijn kwam, wordt de échte werkelijkheid op de huwelijksdag van een van mijn zussen vereeuwigd, pontificaal in het lang wit en zwart, vóór onze huisdeur, en met onze hond Trees languit liggend op de stoep. Het ge-emailleerde beroepsbord van mijn vader is duidelijk leesbaar: 'Betimmeringen en lijkkisten' staat er op. - Betimmeringen en lijkkisten, en dus niet: Lijkkisten en betimmeringen! Mijn geheugen heeft de lijkkisten als een echt psychologisch onderwerp voorop geplaatst, vóór de betimmeringen dus! En daar ging míjn echte werkelijkheid." - Komt er iets bij u bovendrijven? Of is alles selectief gewist, ter betere werking van uw geheugen? Gefeliciteerd dan.

Over de film Casablanca
Deze filmklassieker was mij uiteraard fragmentarisch bekend van tv, u weet hoe zoiets gaat. Maar afgelopen dinsdag heb ik hem voor het eerst van mijn leven compleet gezien, in de bioscoop, in zwart-wit, mooi groot vierkant beeld, en met authentiek Amerikaans veertigerjaren-filmgeluid: Casablanca (1942), Michael Curtiz' klassiek geworden vertelling over onmogelijke liefde, verraad en zelfopoffering, de 'meest romantische film ooit'. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog en het verzet tegen de nazi's. (Met o.a. Humphrey Bogart, Ingrid Bergman en Paul Henreid.) 'Casablanca' werd genomineerd voor acht Oscars, waarvan er drie werden verzilverd (beste film, beste regisseur, beste scenario). De Oscar voor beste scenario was o.a. te danken aan memorabele oneliners als: 'Play it, Sam', 'Here's looking at you, kid', 'Louis, I think this is the beginning of a beautiful friendship' en 'Round up the usual suspects'. Je hoort ze nogal eens voorbij komen als er ergens weer een 'zomergasten-fragment' vertoond wordt.
Het was een prachtige film die op zekere momenten terecht om de zakdoek vroeg. En een van de meest indrukwekkende ervaringen had ik bij de filmmuziek. Natuurlijk, 'As time goes by' (You must remember this / A kiss is just a kiss, a sigh is just a sigh. / The fundamental things apply / As time goes by.) is een hit die ik inmiddels aan mijn begrafenisscript heb toegevoegd, maar het meest frappeerde mij toch de wat ik gemakshalve de 'Singing detective'-nummers noem. Dat moet ik misschien even wat verduidelijken. The singing detective is een beroemde televisieserie van de BBC, die eind jaren 80 door de VPRO werd uitgezonden. In die serie werd op een heel vrolijke en swingende manier gebruik gemaakt van veertiger-jarenmuziek. De platen en cd's van die muziek zijn sinds jaar en dag toppertjes bij de Balthasars.
Het was daarom een bijzonder vervreemdende ervaring om die serie-muziek nu in een film van 45 jaar vóór de serie op de piano van Sam gespeeld te horen. Nog gekker is het dat ik nu, met de complete titellijst voor me, niet meer kan bepalen welke nummers precies ik nu in de film gehoord heb! Waren het bij voorbeeld Cruising down the river / Do I worry? / After you've gone? Geen idee, hoewel ze qua thematiek allemaal met gemak in de film gepast zouden hebben. Of waren het soms: The very thought of you / You always hurt the one you love? Die zouden evengoed passen! Ik heb helaas geen idee meer: ik weet zeker dat het 'Singing detective'-nummers waren, maar welke? - Nog maar eens naar de film gaan, en dan beter opletten? Of, mét DD, blij zijn dat de individuele nummers 'gewist' zijn ten gunste van de hele serie? (Ik ga nu even alledrie de cd's draaien!)

Over het boek '1933' van Philip Metcalfe
Daarover toch maar een andere keer, want dat roept wel zó veel (politieke en maatschappelijke) emoties op dat ik het niet uitsluitend kan benaderen voor het onderwerp 'werking van het geheugen'. Hoewel ik naar aanleiding van dit boek hier en nu op z'n minst even wil constateren dat het collectieve maatschappelijke en politieke geheugen zich wel héél weinig lijkt te herinneren (of aan te trekken) van de onheilspellende gebeurtenissen rond de opkomst van Hitler, het nazisme, 'de WA die marcheert', de bruinhemden en hakkenklappende laarzen, het mislukte inkapselen van het door H. belichaamde fascisme, de louche werking van het ministerie van propaganda, het stem en vuist geven aan ontevredenheid, bruutheid en domheid. Laat ik het daar nu bij laten, deze blog ís al weer veel te lang.

Over de liedteksten uit mijn jeugd
Iedereen kent het lied 'Weet je nog wel, oudje?' (geschreven door Jacques van Tol, en gezongen door o.a. Louis Davids, Wim Sonneveld en Sylvain Poons). Toch? Maar ik daag de iedereen die ik ken uit om de tekst of de strekking van die liedtekst op te lepelen. Mij lukte dat in elk geval niet. En toen ik de tekst eenmaal had opgezocht, was ik verbijsterd over de inhoud, daar herinnerde ik me totaal niets van, echt een onbeduidende smartlap! Terwijl ik meende het lied zonder meer mee te kunnen zingen, kwam ik niet verder dan de regel 'Weet je nog wel, oudje' - in minimaal drie varianten, dat dan weer wel.
Met andere woorden: alle concrete liedtekst is in mijn vergeetboek geraakt, ten gunste ongetwijfeld van die ene regel die ik nog steeds uit volle borst kan meebrullen! Dus leve de vergeetfunctie van het geheugen!

WEET JE NOG WEL, OUDJE?

't Was eens in de vakantiedagen
Weet je nog wel oudje?
Dat wij dat foto-album zagen
Weet je nog wel oudje?
We kiekten ons kind, toen 't in slaap was gezakt
En hebben dat voor in het album geplakt
Weet je nog wel oudje?

We kiekten hem haast alle weken
Weet je nog wel oudje?
't Was of dat album soms kon spreken
Weet je nog wel oudje?
Er was er ook één in matrozenpak bij
En die leek precies op een jeugdkiek van mij
Weet je nog wel oudje?

We kiekten al zijn leuke dingen
Weet je nog wel oudje?
Dat boek zat vol herinneringen
Weet je nog wel oudje?
We zeiden wel eens: als hij zeven zal zijn
En wij gaan zo door, wordt het album te klein
Weet je nog wel oudje?

Toen werd ie van ons weggenomen
Weet je nog wel oudje?
Er is nog één kiek bijgekomen
Weet je nog wel oudje?
Die kiek van het grafje die jij van me kreeg
De rest van het album bleef hopeloos leeg
Weet je nog wel oudje?

Jij stond die dagen steeds te dromen
Weet je nog wel oudje?
Wat in dat album had gekomen
Weet je nog wel oudje?
Wanneer ons dat ongeluk niet was gebeurd
Toen hebben we het blad uit het album gescheurd
Weet je nog wel, oudje?


naar boven

1 september 2010
Lamento

Wat?! Alweer geen krant?
- Op de voorpagina, pal onder de kop: Redactie 020-562 9222 Klantenservice 088-056 1561 Bezorging 088-056 1555
- Ik toets: 088-056 1555.
- Daar is het computergestuurde antwoord al: Welkom bij de bezorgservice van deVolkskrant. Prrr. Prrr. Voor vragen over de bezorging kunt u ook terecht op onze website www punt devolkskrant punt nl slash service. Om u sneller van dienst te kunnen zijn volgt over enkele seconden een keuzemenu. Is uw krant niet bezorgd, incompleet of heeft u een verkeerde krant ontvangen: toets 1. Is uw krant wel bezorgd maar te laat: toets 2. Is uw krant niet volgens afspraak...
- Ik toets 1.
- Spreek uw postcode in. / ... / Nu uw huisnummer, zónder het woord huisnummer. / ... / Uw postcode is... / Uw huisnummer is... / Is dit juist?
- Ja.
- Uw krant wordt tussen 12 en 2 nabezorgd. Wilt u nog een medewerker van deVolkskrant spreken, toets dan 5.
- Ik toets 5.
- Al onze medewerkers zijn in gesprek. Een ogenblik geduld alstublieft.
- Al onze medewerkers zijn in gesprek. Een ogenblik geduld alstublieft.
- Met deVolkskrant Bezorgservice, waarmee kan ik u van dienst zijn?
- Met een krant, misschien?
- Niet bezorgde kranten worden tussen 12 en 2 nabezorgd, meneer.
- Ja, mevrouw, dat weet ik inmiddels. Maar ik had hem zo graag gewoon 's morgens om zeven uur in de bus. En dat is vandaag alweer niet gebeurd. Het is nu half tien, en er is nog steeds geen krant. Bovendien is dit nu al de derde dag op rij dat de krant niet komt, of veel te laat is.
- Dat is heel vervelend, meneer. Ik zal een klacht voor u aanmaken. Dan zal onze rayonmanager er aandacht aan besteden.
- Ja, mevrouw, dat is al eens gebeurd. Maar dat helpt niks.
- Dan zal ik een 'ernstige klacht' voor u aanmaken, meneer. U wordt dan binnen zeven werkdagen teruggebeld. Met informatie van de rayonmanager. Meer kan ik op dit moment niet voor u doen. Spijtig genoeg.

Dit wordt te gek, Balthasar. Doe er iets aan!
- Welkom bij de bezorgservice va...
- Goedemorgen mevrouw, het duurt nu al twee weken dat de krant niet komt of veel te laat is. Kunt u...
- Ik zie hier dat er een 'ernstige klacht' voor u aangemaakt is, maar dat is nog geen zeven werkdagen geleden. Daarom bent u nog niet teruggebeld.
- Ja, maar, kunt u dan niet...
- U wordt binnen zeven werkdagen terugggebeld, dat is overmorgen. Het is natuurlijk allemaal heel vervelend, en ik heb gehoord dat er een technisch probleem is. Het heeft de aandacht van onze rayonmanager, weest u daarvan overtuigd. Maar het is heel moeilijk allemaal.
- Tot een paar weken geleden ging het allemaal uitstekend, en nu...
- Op dit moment kan ik helaas verder niets voor u doen, meneer.

Ten aanval!
- Met Balthasar, goedemiddag.
- Goedemiddag, meneer Balthasar. Met de bezorgservice van deVolkskrant. Ik bel over uw bezorgklachten. U woont in een zogenaamde open wijk: daar kunnen wij momenteel geen bezorgers voor vinden. De rayonmanager doet echt zijn uiterste best, maar wij kunnen u helaas geen garanties geven.
- Maar dit duurt nu al een hele maand, mevrouw. Als je de krant later krijgt, lees je hem ook slechter... En, het gooit je hele ochtendritme in de war. Ik begin er schoon genoeg van te krijgen.
- Ja, meneer, ik weet het. Maar het lukt ons steeds maar niet om...
- Nou ja, gelukkig heb ik goede ervaringen in het verleden, daarom ben ik , vind ik zelf, nogal coulant tegenover u, maar alles heeft zijn grenzen. Als uw krant geen ochtendblad meer kan zijn, want ik wil een ochtendblad!, dus als dit zo doorgaat... dan moet ik uw krant uiteindelijk opzeggen...
- O, maar dat kan ik alvast wel voor u doen hoor, de krant opzeggen. Kleine moeite.

And the winner is...
- Nounounou, mevrouw, dat gaat me op dit moment nog even wat te ver hoor. Ik wil best nog even wachten. Opzeggen doe ik in het algemeen liever op inhoudelijke gronden... dat jullie die Wilders veel te veel podium geven bij voorbeeld... En die jongens die hier tot voor kort bezorgden, dat was werkelijk uitstekend, dus...
- Nou, meneer, bedankt voor uw begrip, wij doen er echt alles aan, maar het is allemaal heel moeilijk, begrijpt u wel, om goede bezorgers te vinden, voor een 'open wijk'. Dus voor de korte termijn kan ik u helaas... En uw krant zal ik dus nog maar niet opzeggen?
- Nee, ik zie het nog even aan.
- Fijndankuwel, meneer Balthasar. En bij nieuwe klachten kunt u ons altijd bellen natuurlijk.

Gebed zonder end
Ik ben in het bezit van een poëzie-cd met daarop een voordracht van Remco Campert. Hij zingzegt op die cd zijn gedicht 'Lamento' - Klaagzang, Jammerklacht, Dat je altijd maar... Het is een kabbelende klaagzang, met een zeer zangerig ritme, dat stiekem zand in de machine van de toehoorder strooit. Mooi om te lezen, te dirigeren desnoods, maar béter nog om te horen, Altijd maar rimpelend in het water rimpelend... - Vorige week was dit gedicht nog te beluisteren in het radioprogramma 'Kunststof', met de dichter zelf op de bok, Altijd maar in de roerloze middag...

LAMENTO

Hier nu langs het lange diepe water
dat ik dacht ik dacht dat je altijd maar
dat je altijd maar

hier nu langs het lange diepe water
waar achter oeverriet achter oeverriet de zon
dat ik dacht dat je altijd maar altijd

dat altijd maar je ogen je ogen en de lucht
altijd maar je ogen en de lucht
altijd maar rimpelend in het water rimpelend

dat altijd in levende stilte
dat ik altijd zou leven in levende stilte
dat je altijd maar dat wuivende oeverriet altijd maar

langs het lange diepe water dat altijd maar je huid
dat altijd maar in de middag je huid
altijd maar in de zomer in de middag je huid

dat altijd maar je ogen zouden breken
dat altijd van geluk je ogen zouden breken
altijd maar in de roerloze middag

langs het lange diepe water dat ik dacht
dat ik dacht dat je altijd maar
dat ik dacht dat geluk altijd maar

dat altijd maar het licht roerloos in de middag
dat altijd maar het middaglicht je okeren schouder
je okeren schouder altijd in het middaglicht

dat altijd maar je kreet hangend
altijd maar je vogelkreet hangend
in de middag in de zomer in de lucht

dat altijd maar de levende lucht dat altijd maar
altijd maar het rimpelende water de middag je huid
ik dacht dat alles altijd maar ik dacht dat nooit

hier nu langs het lange diepe water dat nooit
ik dacht dat altijd dat nooit dat je nooit
dat nooit vorst dat geen ijs ooit het water

hier nu langs het lange diepe water dacht ik nooit
dat sneeuw ooit de cipres dacht ik nooit
dat sneeuw nooit de cipres dat je nooit meer


naar boven

24 augustus 2010
Paul Verhoeven, zomergast

De vijfde gast in de VPRO-serie 'Zomergasten' was afgelopen zondag Paul Verhoeven, de Nederlandse filmregisseur die geen introductie behoeft. Zijn 'ideale televisieavond' bestond praktisch geheel uit filmfragmenten, nogal uitzonderlijk voor 'Zomergasten', maar natuurlijk niet voor Paul Verhoeven. Hij bleek een gedreven prater, erudiet ook, en met meer 'religieuze trekjes' dan je zo op het eerste gezicht verwacht. Door Paul Verhoeven's fragmentenkeuze en ook door zijn manier van praten, kreeg de avond een tempo en een schwung die dit jaar nog niet vertoond is. Presentator Jelle Brandt Corstius had af en toe moeite om waterval Verhoeven bij te houden, en kwam zo, mirabile dictu, tot beter tegenspel dan in de voorgaande uitzendingen. - Het was kortom een 'spannend' programma waarin veel te genieten viel. - Een paar onderdelen die mij opvielen, geheel in mijn eigen woorden:

Dudok de Wit: Father and Doughter (2001)
Hebt u dat nooit? - Je pakt je nieuwe roman uit je tas, bladzij 113 middenin, het is een lange en moeilijke zin die niet echt bij je binnendringt, dus je leest 'm nog eens, en ineens breekt de zon door de bomen als Vader en Dochter Dudok de Wit over de dijk richting roeiboot fietsen en daar innig afscheid nemen, en nog eens afscheid nemen. Je schokt wakker en zoekt met troebele blik de pagina af terwijl je lome hoofd en lichaamswarmte liever aan de dijk gebleven waren waar het meisje nu eenzaam huiswaarts rijdt met een lichte bries in de rug onder de meebladerende wolkjes in het grijsgetinte zwerk. Daar doemt het steigertje al op waar Dochter haar Vader verwacht onder het krakende bericht voor de reiziger met de OV-chipkaart om toch vooral uit te checken en zijn eigendommen mede te nemen. Uitsjekken, eigen dommen, stationnetjebeeehstnogantoe... je bent weer bij de les en struikelt gehaast naar de uitgang. Maar je moet er bij de volgende halte pas uit! Gelukkig, boek en tas liggen er nog, bladzij 113, waar was ik ook alweer gebleven. Oja, bij het roeibotensteigertje. Daar komt de jonge vrouw al aangefietst, of nee, ze zit nu achterop de fiets bij haar geliefde en samen staren ze naar de plek waar haar Vader... - Een droomfilm van 8 minuten, volledig vertoond, en opnieuw zijn Oscar waard. PV was herkenbaar ontroerd.

Strawinsky conducts Firebird (1961)
Gistermiddag zat ik met m'n lichtgrieperige lijf achter de computer aan een wat onwillige balthasarsblog te sleutelen toen ik volkomen onverwacht en plotseling in de concertzaal zat waar de oude Strawinsky met zijn knokige handen zijn vroege Vuurvogel in zwart-wit stond te dirigeren, zonder baton, maar met zijn wandelstok onder handbereik. Zijn dirigeergebaren minimaler dan waarmee je doorgaans een schuinliggende balpen corrigeert. Bij elke paukenslag stootte zijn rechtervuist wel een dikke centimeter naar voren en knikte zijn tanige hoofd het staccato mee, terwijl een vederlichte twinkeling zijn ogen doorstraalde. Ze braken de tent bijkans af, mijn medeconcertgangers én Paul Verhoeven. De oude Strawinsky keerde zich om naar het publiek, greep zijn wandelstok, neeg het hoofd menigmaal, en schuifelde inwendig juichend richting dirigentenuitgang. Die 'afgang' vertederde mij en bracht m'n bewonderding voor Verhoeven's keuze op een hoger plan, terwijl PV zelf de tegendraadse vioolstreken van de meester nog eens met zijn bovenlichaam demonstreerde en accentueerde. Ik erkende de gemoedsbeweging in Paul's keuze en dacht godja, Strawinsky, die heb ik alleen nog op vinyl, nooit op cd gekocht. En ik schaamde me. - Maar gelukkig is daar YouTube (http://www.youtube.com/watch?v=5tGA6bpscj8), de Vuurvogel, door de meester zelf gedirigeerd, Nieuw-Zeeland 1961. En nog maar eens! En nog eens! - Zodoende wil deze balthasarsblog maar niet opschieten...

Ben Hur: De wagenrennen (1959)
De witte paarden tegen de zwarte, Karel ende Elegast, een potje snelschaak, met gemene trucs, maar ook met het geluk vanuit Den Hoge, het aanzwellende publieksrumoer, en aaah, nét op tijd de juiste keuze gemaakt! Zwart begon, wit won, zoals het hoort. (Bij het fragment uit 'Het zevende zegel' van Ingmar Bergmann was het dus níet zoals het hoort: bij het potje 'Schaak met de Dood' kreeg de Dood de zwarte stukken. De Dood wint altijd, zeker bij Bergmann.)
Vijf maanden hadden ze destijds nodig om De wagenrennen, de beroemdste aller filmscènes, op te nemen, camera's op meerennende paarden, camera's op meerijdende auto's, snelheid en beweging, close up, full shot, de zweep erover! Maar... het meest in beweging was: de achtergrond. Fijn dat de filmmeester ons daar vooraf op attendeerde: ik heb nog nooit zo intens naar 'De wagenrennen' uit Ben Hur gekeken. En voor één keer kon ik Charlton Heston's latere politieke standpunten vergeten. (Zie Michael Moore's 'Bowling for Columbine', maar daar houdt Paul Verhoeven waarschijnlijk helemaal niet van.)

Pier Paolo Pasolini: Il evangelico secundo Mattei (1964)
Een korte scène waarin de Christus-figuur sprekend wordt opgevoerd. Zwart-wit, de tekst heilig op zijn eigen wijze, en zoals alle tekst in de film: letterlijk geciteerd uit Matheus. Oftewel: Pasolini registreert een film lang een volkomen bekende tekst uit Het Nieuwe Testament, van A tot Z. En tóch een spannende film. Maar 'deze Italiaanse communistische intellectueel ging dan ook uit van de theologische betekenis van Jezus als de Christus'. - 'Nee, zo zou ik het zeker niet doen. Zo'n Jezus-figuur heeft niet bestaan. Dat is allemaal achteraf bedacht. Lees mijn boek Jezus van Nazareth. Ik heb twintig jaar gewerkt aan dat boek over Jezus. In het begin dacht ik wel dat het een film kon worden, maar uiteindelijk vond ik het zo interessant dat het me niet kon schelen of dat zou lukken.' - 'Maar maak dan toch die film, Paul!' smeekte Jelle. Paul liet hem bungelen.
Eèn citaat uit de boekrecensie van Theo Krabbé over het boek van Paul Verhoeven (Tubantia, 20 september 2008): 'Paul Verhoeven ziet Jezus als een opstandeling, een revolutionair, en misschien ook wel een terrorist. Een man, die als exorcist (duiveluitdrijver) mensen genas en met zijn redevoeringen in vervoering bracht. Voor een Hollywoodverfilming is zo'n Jezusbeeld uitermate geschikt. En het is Paul Verhoeven ook wel toe te vertrouwen om er een spektakelfilm van te maken vol snelheid, actie, seks en geweld.' - Had Jelle deze bespreking maar bij de hand gehad!

Ach, en er was nog zoveel meer: historisch historische beelden uit Triumph des Willens van Lenie Riefenstahl, het laweit en het vermeende nazisme van de Duitse metalband Rammstein, Herman van der Horst met zijn Eisenstein-achtige film Houwen zo! over de wederopbouw van het gebombardeerde Rotterdam, voorbeelden van de toepassing van filmcitaten in Floris. - Ik hou erover op. Het was een top-avond, die mijn waardering voor Paul Verhoeven ernstig opgeschroefd heeft. Waar 'Zomergasten' al niet goed voor is...
Waar ik ook grote waardering voor heb: het gedicht film van de Weense dichter Ernst Jandl. Het komt uit de bundel 'Sprechblasen' (1968). Eerst laat ik hier de dichter aan het woord om zijn gedicht te verklaren, daarna dus pas het film-gedicht zelf. Het zou zó in Zomergasten kunnen, als je het mij vraagt. - 'This poem is a film. There are two actors, i and l. The action starts in line 4 and ends in the 4th line from the bottom. i is alone, changes position 3 times, disappears, l appears disappears, i appears disappears, both appear together changing position, like dancing; then i disappears for a long time, which, after stunning l, makes l restless, then immobile, like resignation; when at last i reappears, the dancelike jumping about and out of the picture and back again is resumed for a longer stretch then the first time. This state is final. It is the happy ending of the film. (flim, if you like, is the weightier half of the German flimmern, to flicker.)

FILM

film
film
film
film
fi m
f im
fi m
f im
f m
fl m
f im
f m
flim
film
flim
film
f lm
f lm
fl m
f lm
fl m
f m
f lm
fl m
f m
f lm
f m
fl m
f lm
fl m
fl m
fl m
fl m
fl m
fl m
flim
film
flim
film
flim
film
flim
f m
film
f m
flim
film
flim
film
film
film
film
film


naar boven

18 augustus 2010
Bij ons in de dorpsstraat

De moeder van Joost Prinsen
Vanmorgen las ik in een interview met Joost Prinsen dat zijn moeder hem voorgehouden heeft 'dat je je altijd moet bekommeren om mensen in de buurt, niet om de mensen in Afrika'. Op deze instructie valt natuurlijk heel wat af te dingen, toch besloot ik moeder Prinsen maar eens als leidraad te nemen. Toen ik aan deze blog begon was ik namelijk van plan om het eens driftig te hebben over de toestand in de wereld, de verloedering, wie weet teloorgang, van de aarde door menselijk handelen en nalaten, en meer van dat soort grote gedachten. Bij voorbeeld over de (vermeende) bewusteloosheid van de gemiddelde wereldburger ten aanzien van het milieu, ook die uit mijn directe omgeving: 'even' naar Moskou vliegen om een ontbrekend visum-stempel alsnog in het paspoort te krijgen, vier dagen naar Maleisië 'gewoon omdat ik daar nou eenmaal voor uitgenodigd ben', 'natuurlijk eet ik kalfsvlees, want dat is lekker', 'ik kon er niet onderuit om mijn zoontje en zijn elftalgenoten met de auto naar het andere einde van het dorp te brengen omdat ze anders met hun fietsen voor gek zouden staan'. Verbijsteringen van de laatste week. - Kortom, in het kielzog van Ma Prinsen besloot ik terug te keren tot mijn allernaaste omgeving, en dus mijn eigen straatje maar eens onder de loep te nemen. Tenslotte is ook dat een 'heel klein stukje aarde'.

Erfdienstbaarheden
Eenmaal achter de computer probeerde ik me volledig op deze blog te concentreren, maar dat valt niet mee als in het huis naast ons de makelaar bezig is om potentiële kopers over te halen om nu eindelijk eens een beslissing te nemen. Over kippestront op het terras spreken ze, over de diepte van de tuin en 'de afstanden die je daartoe moet overbruggen', over wel/geen erfdienstbaarheden en over de boemeltrein op het aanpalende spoortalud. Tja, die woning valt met de onze 'onder één kap', dus het gepraat achter het huis valt niet te negeren - een van de nadelen van een halfvrijstaand huis. Buren lijken dan algauw 'luidruchtig' als ze 'normaal' doen. - 'Eén op de vijf Nederlanders klaagt geregeld over de buren,' lees ik in de krant. Zelf heb ik goede én slechte ervaringen, en ja, het is dus glad ijs waar ik me op bevind, in een smalle dorpsstraat nog al liefst, met een bol wegdek van visgraatbestrating.
En met een zekere bemossing en begrassing tussen de steentjes waar slechts betrekkelijk weinig doorgaand verkeer overheen rijdt. Maar daar wordt intussen aan gewerkt: steeds meer huizen tellen nu twee of meer auto's aan de straat, vooral in het weekeinde is het 'volle bak'. Sommige mensen noemen dat vooruitgang, anderen verloedering. Onze 'andere' buren en wij doen het zonder auto, dat is te weinig om te voorkomen dat ons straatje een en al parkeerplaats wordt. En wie weet wat de nieuwe kopers doen. Vandaag kwamen de kijkers het huis alvast met drie auto's bezichtigen, één daarvan was van de makelaar.

'Uw buurthoofd'
Af en toe steekt er een A4'tje met weinig tekst door onze brievenbus. Het komt van ene Freek op nummer 20A, die de mededeling steevast ondertekent met 'uw buurthoofd'. Wat dat is, buurthoofd, weet ik nog steeds niet, maar het doet me denken aan de tijd van de BB ('Bescherming Bevolking' uit de jaren vijftig, een van overheidswege opgelegde buurtpreventie zeg maar) toen er 'blokhoofden' waren aan wie je formeel moest gehoorzamen in tijden van nood of onlust. BB en blokhoofden waren niet geliefd, bazige amateurs in nep-overalls als het waren. Ons zelfbenoemde 'buurthoofd' kan derhalve rekenen op mijn spontane wrevel, nog vóór ik ook maar één letter van zijn missieve gelezen heb.
Meestal gaat het A4'tje van Freek over importante zaken als het vlaggen tijdens de oranjefeesten, de strikte uitvoering van de straatversiering, de buurtspelen-met-praalwagen of de jaarlijkse 'buurtbarbecue'-in-de-augustusregen achterin de tuin van Jolalita ('oja, en wie heeft er nog een grote partytent te leen?'). Allemaal aangelegenheden waar ik licht allergisch voor ben, en waar ik Freek dan tijdig van in kennis moet stellen. Anders komt hij langs voor hom of kuit, en waarom dan wel niet. Freek heeft er maar druk mee, en anders ik wel. - Maar tevreden zijn we geen van tweeën.

Een goede buur...
Buurman E. van drie deuren verderop is met de stille trom vertrokken. Ineens lopen zijn kinderen zijn huis leeg te sjouwen, en (ook al) te koop te zetten. Viavia horen we dat ie een aanleunappartement betrokken heeft in het plaatselijke 'woonzorgcomplex'. Daar meende hij al sinds de dood van zijn vrouw recht op te hebben, en nu is het dan eindelijk toch gelukt. E. is dik in de tachtig, was zo'n beetje de personificatie van ons deel van de straat, altijd en alom aanwezig - en daarom is het nu zo vreemd dat ie er van het ene op het andere moment en zo totaal niet meer is. Achteraf had ie er liever nooit van z'n leven gewoond, in ons straatje, het kwam allemaal door zijn vrouw, uiteraard. - Maar dat van die stille trom... ik voel me er merkwaardigerwijs toch een beetje door miskend.
Viavia is onze enige echt goede bekende in de straat, van haar horen we de nieuwtjes die de rest van het dorp allang schijnt te weten. Met haar delen we een krant en menig etensmaal. Zij woont al tientallen jaren in ons straatje, en brengt ons van lieverlede op de hoogte van zijn volledige ontwikkelingsgang. (Zo heb ik bij gelegenheid bij voorbeeld wel eens de indruk dat zij ons huis beter kent dan wijzelf!) Na de dood van haar man - die ik nog persoonlijk mede ten grave heb mogen dragen - heeft onze vriendschap zich verdiept, terwijl die tóch niets kneuterigs heeft gekregen. Dat geeft me een gevoel van volwassen tevredenheid.

Moestuinen
De forse achtertuinen in onze straat demonstreren uiteraard ook enigszins de karakters van zijn bewoners. Sommige tuinen bieden geen enkele interne of externe beschutting, alles en iedereen loopt er los in het open en bloot van de eigen natuur. Andere tuinen neigen van voor naar achter en van links naar rechts naar het donkere bos. Wat wij niet allemaal aangeplant hebben in die acht jaar dat wij er wonen! En met achterin ook nog eens een schuur van nagenoeg volle breedte. Over de dieren die ons dat onder andere allemaal oplevert schreef ik onlangs al eens. Maar gisteravond nog trof ik bij het afsluiten van ons erf een salamander voor de deur van het boekhuis aan, en onder het lezen in het wonderlijke boek 'Leve de vrijheid' van Tom Hodgkinson kronkelden er minimaal twee miniregenwormpjes over Tom's hilarische pagina's heen. (Lees vooral toch de interessante recensie van dit boek op de 'recensie'-pagina van deze Zeepkist, zie de linkerkolom bovenin deze pagina. Zéér de moeite waard, net als het boek. Ik kan het niet genoeg benadrukken.)
Maar noch in de open, noch in de gesloten tuinen (buiten die van ons dan) neem ik moestuinen waar. Een enkele kan natuurlijk in het 'bos' verscholen liggen, in de open tuinen wordt overduidelijk niets verbouwd. Wat doen mensen eigenlijk met hun tuinen? Gazon maaien met veel elektrisch geweld, voetballen, laten verwilderen, barbecuen, en nog eens barbecuen, en dan ineens weer met de bladblazer elk verkeerd liggend sprietje verwijderen als er 'kijkers' komen voor de aankoop/verkoop: in ons straatje is er geen standaardgebruik van de tuin. Ik geloof dat wíj er misschien wel de meeste tijd en energie in steken, omdat we die hebben! Door toepassing van sijpelend meer ideeën van de permacultuur is het aanzien van onze tuin tevens aan het veranderen, het parklandschap is inmiddels míjlen ver weg. Wie weet volgen er meer tuin-intensiveringen als de crises eens écht beginnen door te werken.

'O, er is zoveel!' (Toon Hermans)
Werkelijk, zo'n straatje kan gerust model staan voor een veel groter geheel. Er zijn immers nog zoveel aspecten... Zo woont er bij mijn weten - ondanks het Turkse Döner-busje dat ik vanmorgen bij de te koop staande slagerij zag staan - nog geen enkele 'nieuwe Nederlander met een inburgeringsdiploma' in onze straat, hebben een aantal bomen in voortuinen inmiddels een onverantwoorde hoogte bereikt, viert de Wereldwinkel binnenkort haar 25-jarig fair trade bestaan, en heb ik doorlopende bedenkingen bij de vuurwerkopslag in de schuur achter het Visserijpaleis. In onze straat staan minimaal vier huizen te koop waarvan één al meer dan zes jaar, heb ik hier inmiddels ook een bakfiets met kinderen voorin gesignaleerd, en heeft een overbuurman voor zijn derde auto een aparte stalling laten bouwen. Elke week komen er minstens twee collectanten aan de deur waarvan zeker de helft met geraniums of oliebollen voor een plaatselijke club, bonst Zwarte Piet op 5 december gegarandeerd aan je voorraam, en wordt de krant sinds enkele weken niet voor 8 uur 's morgens bezorgd. In de plaatselijke sufferdjes wordt elk babykreetje tot olifantengeschal opgeblazen, en is de aanhouding van een bestuurster wegens vermeend drankgebruik groot voorpaginanieuws. Soms zie ik ook wel eens een foto van schoolkinderen die hardlopen voor het goede doel, een kindertehuis in een van de jumelage-steden aan de andere kant van de wereld. Toevallig niet Afrika, mevrouw Prinsen, maar ergens in Nicaragua.
Elke dorpsstraat is de aardbol in miniformaat. Maar hoelang nog? O, was er alvast maar een 'café op de hoek' om daar eens over door te bomen! Alsmede over de kwetsbare geneugten van de kleinschaligheid, de schonere luchten, het lange-afstands-wandelpad langs je voordeur, het grote water aan de overkant van de snelweg: de vele paradijselijke kanten van de gelukzaligheid kortom.

In de woorden van de dichter
Dat kan niet missen: bij zo'n tekst over 'je eigen straatje' past natuurlijk en vanzelfsprekend het gedicht 'De Dapperstraat' van J.C. Bloem (1887-1966). Het stamt uit 1947 (uit de bundel: 'Quiet though sad') en ook toen al stelde de dichter zich de vraag: 'Wat is natuur nog in dit land?' Plus het beroemde antwoord natuurlijk. - Het mooiste vind ik nog de laatste alinea: het is net als vandaag een regenachtige dag, ook ik was in een licht filosofische bui, en eindigde bij de conclusie: dik tevreden met m'n eigen straatje!

DE DAPPERSTRAAT

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant.
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat.

Dit heb ik bij mijzelve overdacht,
Verregend, op een miezerige morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.


naar boven

10 augustus 2010
Hallo Bandoeng, hier Radio Kootwijk

Hier gaat het allemaal níet over!
Vier dagen fietsen over de Veluwe, en onderwerpen bij de vleet om een balthasarsblog over te schrijven. Een paar voorbeelden:
- aan een picknicktafel midden in de bossen rond Leuvenheim hadden wij een ontmoeting met de reïncarnatie van acteur en komiek Jan Blaaser (1922-1988, en toch vooral bekend van het lied M'n tante heeft een olifant - tètèterèttètè - dat ding ligt in een ledikant - tètèterèttètè. Het slurrefie hangt buitenboord - tètèterèttètè - zodat je niet zijn snurken hoort - tètèterèttètè. Enzovoort, wie kent het niet?), die tegenwoordig vooral in kilometerslange wandelingen doet, met de paraplu én de electronische stappenteller als enige gezelschap ('hihaheerlijkjes, meneer!');
- op de open heide nabij Nieuw Milligen klampte een fietsend echtpaar uit de Zaanstreek ons aan over de geneugten van de supergrote paraplu als wapen tegen het hemelwater maar vooral toch als liefdesschuilhut ('want daar moet je toch altijd aan blijven werken, nietwaar?, oja, en altijd vakantie in Nederland, met de caravan, jazeker!');
- en in de eetzaal van het Mennorode-complex in Elspeet liepen 's morgens in alle vroegte al ge-badge-te mensen rond met de Jehova-vraag 'of u gezelschap tijdens het ontbijt op prijs stelt. Maar u mag natuurlijk ook nee zeggen, hoor.'
- En dan zwijg ik nog maar over de stipt op de openingstijd geloste bus Japanse toeristen die in grote drommen de witte fietsen naar het Kröller-Müller Museum bestegen en aldaar alle doeken van Van Gogh kiekten;
- zo zwijg ik ook over de museumsuppoost ('wilt u zachtjes praten, er wordt hier gefilmd!') die zich als rashumorist ontpopte aangaande de heilige pointillist Theo van Rijsselberghe ('toen de kunstenaar klaar was met dit schilderij wist ie alleen nog uit te brengen dat ie er een punthoofd van gekregen had');
- en over de heerlijke vegetarische soep met ster-anijs te Otterlo ('o, die is gemaakt op basis van... 's even navragen, oja, kippebouillon!').
- Inderdaad, hier gaat het allemaal níet over in deze blog. Want het toppunt van onze vierdaagse was toch wel het bezoek aan Radio Kootwijk, Zendgebouw A - die Betonnen Wachter temidden van 450 hectare bos en heide, bijgenaamd 'De Sfinx' of ook wel 'De Kathedraal', en waar wij de imponerende kunstmanifestatie 'De Volgende Toon' bezochten.

Radio Kootwijk
Uit de taai beschreven geschiedenis op Wikipedia haal ik de volgende gegevens over het ontstaan van Radio Kootwijk. Met deze informatie bij de hand is de tentoonstelling 'De Volgende Toon' (Installaties in voormalig zendgebouw Radio Kootwijk - Project van Odd Enjinears - 14 juli t/m 22 augustus 2010) een stuk beter te volgen. Dus...
Begin twintigste eeuw ontstond er grote behoefte aan radiocontact tussen 'Nederlandsch-Indië' en het moederland Nederland. In 1917 verrees er een zend/ontvang-station nabij Bandoeng op het eiland Java. Voor de Nederlandse locatie viel de keuze op een stuk Veluwe. Het terrein werd geëgaliseerd, wat inhield dat alle begroeiing werd verwijderd om zo een ongestoorde 'zendcirkel' te kunnen creëren. Toen het goederenvervoer intensiever werd, werd er een spoorlijn aangelegd naar Station Kootwijk, de latere naamgever van het zend- en ontvang-complex.
Er werd een grote antenne gebouwd, bestaande uit koperen kabels die met elkaar verbonden waren en die rustten op 200 meter hoge masten, en koperen kabels onder de grond. In het hart van dit systeem werd een radiostation gebouwd. Dit werd ondergebracht in een gebouw van gewapend beton, ontworpen door de Amsterdamse architect Julius Luthmann (1890-1973). Deze had bij het ontwerp gedacht aan een Egyptische sfinx, die bij goed kijken ook nu nog te ontwaren is.
Op 7 januari 1929 werd de radiotelefoondienst officieel geopend voor het publiek door koningin-moeder Emma. Na deze gebeurtenis werden de woorden "Hallo Bandoeng, hier Den Haag" legendarisch. Nu kon het Nederlandse publiek met Nederlands-Indië bellen. Zo'n gesprek was een hele gebeurtenis. Men moest ervoor naar een telegraafkantoor in een van de vier grootste steden van Nederland, en kon dan voor ruim 30 gulden, wat toen een heel vermogen was, een gesprek van drie minuten voeren.
Door de ontwikkeling van nieuwe telecommunicatietechnieken zoals satellietverbindingen verloor Radio Kootwijk in de loop van de twintigste eeuw zijn positie als belangrijk radioverbindingspunt. In maart 1980 werd de laatste zendmast neergehaald. In 1999 verloor het park elke zendfunctie.
Het gebouw is een wonder van schoonheid en absurdisme in één, met name door de imposante grootte en de solitaire ligging. Daar kun je overigens langzaam aan wennen als je erheen gaat: het is echt een heel eind (om)-fietsen. En je moet ook weer terug om je eigen route te vervolgen. Maar wat een beloning krijg je er!

De Volgende Toon
In de immense hal, en ook op de twee verdiepingen hoge omgang van Zendgebouw A staan ruim tien 'installaties' opgesteld. Daar mag je aankomen en inkomen, sterker: de meeste installaties worden pas door publieke activiteit tot levende geluiden gewekt. Zo is er een Morse Knikker Baan van twee 15 meter lange rails, waar je stalen ballen op kunt laten rollen. Terwijl de ballen rollen klinken er morseboodschappen: de 'zender' en de 'ontvanger' wisselen gecodeerde begroetingen uit, één in het Nederlands, één in het Indonesisch. Het eerste bericht luidt: Hallo Bandoeng, hier Radio Kootwijk. Het retourbericht luidt natuurlijk: Hallo Radio Kootwijk, hier Bandoeng.
D-Fence is een klinkende doolhof van anti-inbraak-hekwerk dat middenin de enorme ruimte staat. Met estafettestokjes kun je tegen de 'tralies' slaan (of rammen!), muziek maken zoals het jou uitkomt. En denk maar niet dat er alleen kinderen tegen het hekwerk staan te timmeren hoor, ik zag voornamelijk 'ouderen' die de lol van hun leven hadden! - In de informatiefolder wordt gesuggereerd dat deze installatie een vrije interpretatie is van de Javaanse gamelan, ik hoorde er voornamelijk jeugdherinneringen in.
De Gladiator is de grootste bashoorn van het westelijk halfrond (zegt de folder). Het is een enorme toeter met een open bek van zeker drie meter doorsnee. Op bepaalde plekken in de D-Fence kun je de hoorn in werking stellen. Oef!
Elders loop je door een hangend Bamboebos. Het is onmogelijk om erdoorheen te gaan zonder de bamboestokken in beweging te brengen. En de geluiden die je dan veroorzaakt!
Enfin, zo kan ik nog wel even doorgaan, Maar veel beter is het om er zelf een keer heen te gaan. Trek er wel voldoende tijd voor uit, want na alle installaties in werking gezet te hebben, moet je zeker nog wat tijd besteden aan het interieur van dit werkelijk magistrale gebouw. Richt je blik zeker ook op de 'hemel' met die ongelooflijk enorme spanten (hoe zouden ze die daar gekregen hebben?). En vergeet ook het trappenhuis niet: een en al Jugendstil-gewaarwordingen! Gaat dat zien!

Het is onmogelijk om deze Balthasarsblog níet te besluiten met het lied Hallo! Bandoeng! van Willy Derby (muziek) en E. Paoli (tekst), uit 1929. Zo'n eerste enerverende radio-telefoongesprek, dat móest wel tot de volgende smartlap leiden, en tot de 'dood' van de 'ouwe vrouw'. - Later ook nog eens vertolkt door Wieteke van Dort, maar dan ietsje anders.

HALLO! BANDOENG!

't Kleine moedertje stond bevend
Op het telegraafkantoor
Vriendelijk sprak de ambtenaar: Juffrouw
Aanstonds geeft Bandoeng gehoor!
Trillend op haar stramme benen
Greep zij naar de microfoon
En toen hoorde zij, o wonder
Zacht de stem van haren zoon:

Hallo! Bandoeng!
- Ja moeder, hier ben ik!
Dag lieve jongen, zegt zij, met een snik
Hallo, hallo!
- Hoe gaat het ouwe vrouw?
Dan zegt ze alleen:
Ik verlang zo erg naar jou!

Lieve jongen, zegt ze teder
Ik heb maanden lang gespaard
't Was me, om jou te kunnen spreken
M'n allerlaatste gulden waard!
En ontroerd zegt hij dan: Moeder
Nog vier jaar, dan is het om
Oudjelief, wat zal 'k je pakken
Als ik weer in Holland kom!

Hallo! Bandoeng!

Jongenlief, vraagt ze, hoe gaat het
Met je kleine, bruine vrouw?
Best hoor, zegt hij, en wij spreken
Elke dag hier over jou
En m'n kleuters zeggen 's avonds
Voor 't gaan slapen 'n schietgebed
Voor hun onbekende opoe
Met 'n kus op jouw portret

Hallo! Bandoeng!

Wacht eens, moeder, zegt hij lachend
'k Bracht mijn jongste zoontje mee
Even later hoort ze duidelijk:
Opoelief, tabé, tabé!
Maar dan wordt het haar te machtig
Zachtjes fluistert ze: O Heer!
Dank, dat 'k dat heb mogen horen!
En dan valt ze wenend neer

Hallo! Bandoeng!
Ja moeder, hier ben ik!
Zij antwoordt niet, hij hoort alleen 'n snik
Hallo, hallo! klinkt over verre zee...
Zij is niet meer
En het kindje roept: Tabé!


naar boven

26 juli 2010
Zomeropruiming

In de aanbieding
In de stille tijd van de zomer probeerden winkeliers vroeger van hun zogenaamde winkeldochters af te komen, kennelijke misinkopen waar niemand de vraagprijs voor wilde betalen. Ze zetten een enkele aanbieding voor een appel en een ei in de etalage, en hoopten daarmee vakantie-klanten hun nering binnen te lokken. En als die eenmaal binnen waren, dan vonden ze bijna altijd wel iets van hun gading, al was het maar omdat die extraordinaire schoentjes of dat licht beschadigde regenjek voor bijna niks meegenomen konden worden. Klant blij met het koopje waar ie al maanden z'n zinnen op gezet had, winkelier opgelucht omdat hij nu eindelijk ruimte kreeg voor de nieuwe collectie zonder ál te veel verlies te lijden.
Toen ik nog 'op kantoor' werkte, deed ik vlak voor m'n vakantie niet anders: ik ruimde m'n bureau grondig op om na de vrije tijd met een schone lei te kunnen beginnen. Of de collega's altijd blij waren met de cadeautjes die ik ze in die tijd in hun maag splitste, dat betwijfel ik. Ik denk dat er op kantoren heel wat vakantieaanbiedingen ongeopend het ronde archief in gaan. - Hoe dan ook: volgende week geen Balthasarsblog wegens een korte fietsvakantie. En vandaar dus deze week enkele restanten in de zomeropruiming.

Levendig buitenleven
Onze buren hebben hun huis te koop staan omdat ze ergens anders gaan wonen, ze gaan boeren. De laatste tijd hebben ze daarom (?) hun assortiment huisdieren drastisch uitgebreid en vervangen: ze hebben nu kippen in diverse kakelvarianten, katten, honden, marmotten en een kooi met parkieten, de sierduiven hebben het inmiddels afgelegd tegen enkele afgetrainde buizerds. De honden oefenen hun stembanden dagelijks minimaal vijfmaal met grote uitbundigheid, de kippen klagen elke dag harder en vaker, tevens hebben ze nu ontdekt dat onze groentetuin lekkerder is dan hun eigen grasveld, de marmotten beginnen te piepen en in hun tredmolentjes rond te rennen zodra ik de achterdeur maar opendoe, de witte kat springt nu 's nachts geregeld door de openstaande slaapkamerdeur op ons bed, kabaalhondje Bart heeft na de slaapkamer nu ook onze badkamer ontdekt, de parkieten staan onder hun theedoek onze buiteneettafel te bejubelen of te beschimpen, ik kan het verschil niet horen. - De hele menagerie is driftig op weg om uit zijn eigen krachten te groeien.
Vanmorgen nog probeerde ik een van de hooggepote hennen naar haar eigen erf terug te jagen. Nooit geweten trouwens dat dat zulke slimme dieren zijn: bij elke struik of heggetje wist ze me schichtig te ontsnappen, terug onze woonkamer in of op zoek naar de hoogte binnen het boekhuis. Ten einde raad riep ik een grote lege verhuisdoos te hulp, de kip bleef onaanraakbaar. Ik gaf het op, en ging naar m'n Balthasarsblog terug. In de spiegeling van het glas zag ik de bruine kip via de composthoop, de houtwal en de heg schel schaterlachend huiswaarts keren.
Ik ging naar de kelder om m'n nederlaag op een verse appel te verhalen. En wie zat daar in de kist met elstars? De grote vette kikker uit onze eigen vijver, timide, bibberend en duidelijk de weg kwijt. Hoe ik 'Kikker' uiteindelijk terug de vijver in kreeg, vertel ik misschien een andere keer. Alsdan wellicht ook de geschiedenis van de vlaamse gaai die vorige week in onze broeikas verzeild geraakt was, en hoe ik die daar ten langen leste uit wist te bevrijden. - Jaja, het buitenleven zit vol onverwachte wendingen!

Boekenmarkt
Gister nog even naar de Boekenmarkt aan de IJsel geweest. Drommen volks en een levendige handel, aardige ontspannen sfeer ook. Ik ga tegenwoordig nooit meer op de bonnefooi naar zo'n evenement, ik bepaal vooraf welke twee of drie titels of schrijvers ik op het oog heb, en daar houd ik het bij, grandioze uitzonderingen natuurlijk daargelaten. Gister ging ik voor de dichters Pierre Kemp en Joseph Brodsky. Kemp heb ik momenteel 'in studie' na de aanschaf van de biografie 'Pierre Kemp - Een leven' die Wiel Kusters over hem schreef, van Brodsky wil ik al langer 'meer weten', dat is tenslotte een wereldster.
Bij de eerste de beste kraam al viel mijn oog op 'Bij nader inzien' van Voskuil, lang gewenst, nooit verkregen. 15 euro, beetje duur, en 'momenteel niet in het oog'. Maar wat zie ik daar in het staande fruitkistje liggen? Merlyn, tweemaandelijks literair tijdschrift, 1e jaargang 1962/3 (zie ook mijn blog 'Close reading' dd. 25 mei jl.). - 'Moet dat kosten, meneer?' / 'Even kijken. 3 euro per aflevering. 1e jaargang compleet, geef maar 15 euro.' / 'Verkocht!' - En daar liep ik al met m'n eerste 'grandioze uitzondering'.
10 kramen verder lacht me daar zomaar 'De herfstkreet van de havik' tegemoet, Joseph Brodsky, een keuze uit de gedichten 1961-1986. Ik pak de ingesealde uitgave en loop er mee naar de verkoper die net een praatje maakt met Martin Ross, notoire boekenmarktbezoeker waar ook in Nederland. - 'Aaah, Joseph Brodsky!' kraait Ross, 'waar hebt u die in godsnaam vandaan? Geweldige schrijver!' / 'Gewoon uit de kraam van meneer hier. Wat moet ie kosten, meneer?' / 'Voor 10 euro bent u de bofkont, meneer!' - Ik ben de bofkont. En Martin Ross begint op zijn bekende van-dik-hout-wijze af te geven op een boekje waar de naam Geert Wilders op voorkomt. Omstanders gaan meteen met hem in discussie, van leve Geert en zo! Ik ontsnap naar de grafische kraam met de keur aan ex libris-boeken, veel interessanter, en je hóeft er niks te kopen! Eén kraam verder hangt 'De geschiedenis van de NSB in Nederland' aan de waslijn. Hoog tijd om naar huis te gaan.

Dwangarbeiders
Niet van de boekenmarkt, maar geleend van m'n zwager: Marloes van Westrienen, 'Dwangarbeiders - Nederlandse jongens tewerkgesteld in het Derde Rijk'. Of ik dat niet eens wilde bekijken, 'want er staat een verhaal in over de vader van een vriendin van ons'. - Dat wilde ik wel, omdat het een heel bijzondere uitwas van de tweede wereldoorlog betreft, en omdat ik er hoegenaamd niets van wist. En het boek heeft me geraakt, meer dan ik in aanvang gedacht had. Mede omdat het verscheidene parallellen blijkt te hebben met 'De kleine sjoa - Joden in naoorlogs Nederland', dat verpletterende boek van Isaac Lipschits over de meer dan kille ontvangst in Nederland van joden die uit de concentratiekampen terugkeerden (zie ook Balthasarsblog 'Godbewaarne', dd. 24 december 2008).
Tijdens de tweede wereldoorlog waren miljoenen Duitse mannen als soldaat in het leger van Hitler. Dus hadden handel en (oorlogs)-industrie een schreeuwend tekort aan mannelijke arbeidskrachten. De oplossing die de nazi's daarvoor bedachten, heette de 'Arbeitseinsatz' en behelsde een grootschalig dwangarbeidproject van mannen uit alle veroverde landen. Een half miljoen Nederlandse jongens (17 jaar en ouder) en mannen werden vanaf 1943 opgepakt en onvrijwillig tewerk gesteld in alle uithoeken van Het Derde Rijk (30.000 van hen overleefden het niet). Toen ze na het einde van de oorlog in Nederland terugkeerden, werden de meesten van hen niet bepaald met open armen ontvangen. Veel mannen werden verguisd als landverraders en collaborateurs, 'ze hadden immers voor de vijand gewerkt'.
Marloes van Westrienen heeft voor het eerst de verhalen van veel oud-dwangarbeiders opgetekend en daardoor 'in een breder kader gezet'. Vlak na de oorlog hadden ze immers niets in te brengen of werden hun verhalen domweg niet geloofd: de oorlogservaringen van het thuisfront en die van de teruggekeerde mannen strookten eenvoudigweg niet met elkaar, ieder had zijn eigen oorlog meegemaakt. Nu, na zoveel jaren, is er over en weer meer ruimte en dus ook meer begrip. - Nu de asielzoekers nog, welt in mijn gemoed naar boven. Of moeten die eerst ook maar zo'n jaar of vijftig geduld hebben?

Even weg
Jan Blokker kan dit niet meer boven zijn juli-stukje zetten, Blokker heeft geen vakantie meer, want van vakantie keer je terug. Zo niet Jan, die heeft nu het eeuwige leven, maar dan elders. - Ik hoop wel degelijk nog terug te keren van een weekje fietsen, en daarom mag ik Jan z'n stukjestitel deze keer lenen, 'Even weg', en daarna weer fluks aan het werk, met nieuwe blogjes en nieuwe gedichten.
Niet nieuw, maar wel fluks en fris is het lied 'Op fietse' van Daniël Lohues, de Drentse liedjeszanger en performer die een heel groot publiek verdient. Koop nou 's een cd van die jongen, elke aflevering uit de serie 'Allennig' is raak, van Deel I - Winter (met o.a. 'Pries de dag nie veur 't aobend is') tot en met Deel IV - Herfst (met o.a. 'Elk Mens Die Hef Zich 'N Kruus Te Dragen'). Lohues was de zanger van de groep Skik, een paar jaar geleden ging hij alleen ('Allennig') verder. Het nummer 'Op fietse' stamt uit de Skik-tijd (1997), tekst en muziek: Daniël Lohues, ook toen al.

OP FIETSE

Ik trap de fietse deur 't buulzand hen
Op 'n zandpad tussen Slien en Erm
En as ik dalijk even in Diphoorn ben dan fiets ik deur
Langs Ermerzand gao'k op Veenoord an
Neij Amsterdam en dan langs 't Dommersknaal
En as ik dalijk dan de kassen zie dan fiets ik deur
Want ik wul aal wieder ik wul alles zien
De leste mooie dag van 't jaor misschien
Alhoewel 't met de winterdag ok donders mooi kan wezen
Ik wul aal wieder deur naor Weiteveen
Want achter op 't veld daor mag 'k graag wezen
A'k hier zo fietse en 't weijt nie slim dan giet 't haost vanzölf

Wie döt mij wat, wie döt mij wat
Wie döt mij wat vandage
'k Heb de banden vol met wind, nee ik heb ja niks te klagen
Wie döt mij wat, wie döt mij wat
Wie döt mij wat vandage
Ik zol haost zeggen, jao 't mag wel zo

Ik trap de fietse deur 't buulzand hen
op 'n zandpad langs de Duutse grens
Ik denk da'k dalijk even kieken gao in 't buutenland
De gruppe over, op naor Schöningsdorf
Ik stao even te kieken bij'n iemenkörf
En ik stao hier even te denken wat za'k nou doen links of recht deur
Want ik wul aal wieder nog naor Hebelermeer
'n Kaorte he'k nie neudig want ik ken 't hier
Want a'k daor dalijk over 'n slootie gao dan ben'k weer terug in Nederland
Ik wul aal wieder nog naor Barger-Compas
Naor Klazienaveen-Noord en 't Oostersebos
A'k hier zo fietse en 't weijt nie slim dan giet 't haost vanzulf

Wie döt mij wat, wie döt mij wat

En nou gao'k over Barger-Oosterveld
Over 't schoelpattie kört daor bij de Honeywell
En dan recht deur tot de brugge van Oranjedorp
'n Stukkie Bladderswieke en dan de Herendiek
En a'k pastoorse bos en de toren zie dan fiets ik deur want 't weijt nie slim 't giet vandaag vanzölf

Wie döt mij wat, wie döt mij wat


naar boven

21 juli 2010
Arendsoog van vader op zoon

Drie keer toeval is toeval
Via drie toevalligheden op één dag zit ik nu even volop in het verleden van mijn redactionele werk in de educatieve uitgeverij, dat ik van 1962 tot 2001 gepraktiseerd heb. Het was waratje mooi werk, en ik heb er in de loop van de jaren heel veel aardige mensen ontmoet. Vanzelfsprekend ook enkele draken, maar die blijken door de inwerking van een doorgaans opgewekt humeur steeds verder te verbleken tot onbeduidende schimmen uit het hiervoormaals.
Een van de aardige redacteuren uit de latere periode kwam ik vanmorgen bij de Stads-Bio tegen, hij keek nogal zorglijk en meldde dat het met zijn ZZP-'acquisitie' de laatste tijd niet erg vlotte, maar dat hij zich had voorgenomen om daar na zijn maand vakantie in Maastricht eens flink werk van te gaan maken, en dat hij binnenkort 'langs' zou komen om dat hete hangijzer van de kleine zelfstandige redacteur eens nader met me te bespreken, en ja, dat adres dat onthield ie wel, maar 'nu' moest ie toch wel gezwind terug naar zijn vakantieadres. Ik zou van hem horen. En de lezer van de Balthasarsblog straks dus ook.
Een andere 'educatieve' persoonlijkheid ontmoette ik tijdens de lunch postuum in een artikel uit de zaterdagbijlage 'Spectrum' van Dagblad De Stentor, hij oogde wat ouwelijk en onveranderlijk katholiek en vergevingsgezind jegens het taalgebruik van zijn compaan Witte Veder, Arendsoog dus. Dat artikel van zaterdag jl. leidde gelukkigerwijs weer tot een greep in de kast met herdenkingsboeken en libri amicorum, in welke greep zich tot mijn verrassing enige persoonlijke correspondentie met m'n eerste en allerbeste uitgeverijcontact Piet Ruys bleek te bevinden. Toeval bestaat niet, zei de profeet, want alles is toeval.

Arendsoog Jubilaris
Het bewuste artikel in 'Spectrum' heeft de knallende kop 'Arendsoog wordt 75', en heeft de volgende intro: 'Arendsoog, de enige Nederlandse cowboy, viert dit jaar (2010) zijn 75e verjaardag. Nog altijd lopen er op boekenmarkten fans, vaak de 40 al gepasseerd, die de serie van 63 delen compleet proberen te krijgen. Arendsoog en zijn grote vriend Witte Veder zijn nog springlevend.' - Daaronder het omslag van deel 1 ('Arendsoog') op ware grootte, met op de jaren vijftig-tekening van Hans G. Kresse de J.R. Ewing avant la lettre, en uiteraard de naam van de schrijver: J. Nowee, en die van de uitgeverij: Malmberg. - 'Malmberg' was mijn eerste echte baan, ik begon er meteen na mijn diensttijd, 5 februari 1962, en heb er het redactionele vak geleerd van hoofdredacteur en adjunct-directeur Piet Ruys (ik eer hem hier met zijn nom de plume).
'Arendsoog' was een van de projecten waar ik me bijna meteen na binnenkomst in het bedrijf mee moest bemoeien, nou ja, ik mocht de fouten uit het zetsel halen, en er op toezien dat de tekenaar de omstandigheden uit de tekst getrouw in zijn illustraties realiseerde. Die tekenaar was Hans G. Kresse, kunstenaar van een niveau dat de kwaliteit van de Arendsoog-verhalen naar mijn idee verre overtrof. En die Kresse was niet gek hoor, ook al was hij naar de normen van toen een beetje een grappig-merkwaardige man. Trof hij in de kopij van de Arendsoog-auteur het stadje 'Dessert town' aan, dan kon hij het niet laten om in de marge te noteren: 'Jaja, en maar toetjes eten in de woestijn, jaja!' - Een Arendsoog moest altijd onder hoge spanning geproduceerd worden omdat de auteur altijd te laat was met zijn manuscript. Hans Kresse deed daar meestal nog een schepje bovenop: ook te laat, bovendien moest er altijd nog wel iets veranderd worden aan de tekeningen. Hans kwam deze correcties meestal ter uitgeverij uitvoeren en schrok er niet voor terug om daartoe onder de tafel te verdwijnen. Een serieuze man om mee te lachen, zeker.

Vader en zoon Arendsoog
In het artikel in de Stentor stipt kleinzoon Jack Nowee o.a. de geschiedenis aan hoe het schrijverschap van J. Nowee na diens dood overging op zoon P. Nowee. Bij de dood van J. in 1958 lag de helft van deel 20 ('Arendsoog en de goudkoorts') in typoscript gereed, ideeën over de tweede helft gingen met J. het graf in. Uitgeverij Malmberg vroeg de familie Nowee toestemming om een andere auteur het boek - anoniem - af te laten maken. Die 'anonieme andere auteur' was mijn baas bij Malmberg, Piet Ruys. Vooruit met de geit, Malmberg kreeg de toestemming en Ruys schreef het boek af. In zijn memoires ('Van aanleiding tot zucht (van verlichting) - Klein uitgeverswoordenboek') beschrijft hij dat als volgt: 'Ik heb het gedáán, d.w.z. ik heb me in wat ik voor de stijl van Jan Nowee aanzag een paar weken in mijn avonduren uit de naad gewerkt, om een voltooiing te produceren met zo'n turbulentie aan verwikkelingen dat het kruit voor nóg vier Arendsogen verschoten leek.' - De familie Nowee wees deze versie af, en kwam schoorvoetend met een eigen resultaat op de proppen: zoon Paul had zich in het diepste geheim teruggetrokken met een doorslag van het onvoltooide meesterwerk, en nou ja, u begrijpt... memoreert Ruys: 'De familie was er ook door overvallen, maar het zou toch wel heel mooi zijn als een zoon van de Schepper van Arendsoog...'
Kleinzoon Jack geeft in De Stentor een wat pittiger versie van deze bijeenkomst: 'Het manuscript was volgens de familie niet slecht, maar het was geen Arendsoog. De familie zei: "Dit willen we niet. Als het zo moet, dan maar niet!" Zoon Paul Nowee werd zelfs boos en vond het van de gekke dat een ander met zijn vingers aan het boek van zijn vader zat.' - Ruys schrijft hierover in zijn levensterugblik: 'Ik zag mijn (anonieme) voltooiing al wegsmelten vóór ik dat stuntelige, primitieve geschrift van Paultje gelezen had.'

Piet Ruys, bewonderaar
En zo geschiedde, en nog eens en nog eens en... Tot de serie uit 63 delen bestond: 19,5 van vader J. en 43,5 van zoon P. Verder ging het niet, P. stierf in 1993, en had bij testament bepaald dat niemand de serie voort mocht zetten, ook niet als er een halfvoltooid manuscript zou liggen. Paul had zelf geen kinderen, vandaar misschien.
De anonieme voltooier van deel 20 (Piet Ruys zelve dus) zette niet alleen zijn teleurstelling uiteindelijk van zich af, in zijn memoires gunt hij 'Paultje' zelfs de volledige eer. Op bladzij 16 schrijft hij daarover: '[...] Paul Nowee genoot niet alleen de voorkeur, hij genoot die ook terecht. Een betere opvolger van Jan Nowee viel er niet te bedenken. Hij heeft in [ruim] dertig jaar [43] titels aan de reeks toegevoegd, en kennelijk zó trefzeker voor de betrokken doelgroep dat de hele backlist leverbaar moe[s]t blijven. Dat lukt alleen iemand die echt gelóóft in Arendsoog, en daar een levensvervuling in ziet. Als mijn lezers menen dat ik daarop zou neerkijken, moet ik ze teleurstellen, ik vind zoiets bewonderenswaardig en legitiem.'
Enig bewijs voor deze - in dit geval misschien wel bewonderenswaardige - stellingname meen ik bovendien uit Ruys z'n memoires te kunnen destilleren. Ruys schreef zelf ook enkele jeugdboeken voor dezelfde doelgroep als de 'Arendsogen'. Het betreft de tweedelige Steven Berger-serie, met de titels 'Steven Berger en het geheim van de vulpen' en 'Steven Berger en de drie schatgravers'. In de complete memoires van Ruys is Steven Berger in geen velden of wegen te bekennen. Maar wel nog antiquarisch te verkrijgen, kijk maar op Google.

O, het zijnde
Piet Ruys stierf in 2004, ik heb veel aan hem te danken in die beginjaren van mijn werkzame leven. Hij leerde me écht acribisch te zijn, onderrichtte mij en alle anderen om hem heen dat 'eten' meer is dan 'je voeden' en toonde aan dat het onverstandig is om hele literaire genres (zoals bv. de detective) te negeren. Hij had het werk van Proust weliswaar niet gelezen, maar wist wél hoe je zijn naam moest uitspreken, De 'Ring des Nibelungen' van Wagner kende hij als zijn broekzak, voor neerlandicus en taalkundevorser Piet Paardekooper en de 'antieke' filosoof Cees Verhoeven hadden we allebei een heilig ontzag. Piet Ruys zelf had tenslotte een grote naam in het uitgeversvak, althans onder zijn echte naam.
Met Piet - later Pieter - had ik vaak gesprekken over van alles en nog wat, zoals ook over de poëzie. Hij bleef het liefst met twee benen op de grond, en al te experimenteel moest het niet worden. Een Buddingh', ja die kon hij wel hebben, Johnnie van Doorn en Jules Deelder: top! - Herman de Coninck, die kenden wij toen nog niet. Toch wil ik Piet/Pieter bij deze eren met diens gedicht 'Zoals - 1'. Het staat op bladzij 434 van het boek 'Herman de Coninck - De gedichten', het kwam in 1998 uit bij Uitgeverij De Arbeiderspers. Ik zou er nog eens graag met Pieter over gesproken hebben, want zo eenvoudig is dat gedicht nou ook weer niet. Wel mooi dat het met Witte Veder begint, die sprak immers ook in een verwarring zaaiende Indianentaal!

ZOALS - 1

Zoals Witte Veder zijn oor op de aarde kon leggen
en mededelen dat een bende bandieten in aantocht was,
zo luister ik aan taal om te weten welke betekenis
het straks weer in mijn gedicht voor het zeggen

zal hebben. Taal? Het maal tien, maal toen dat een woord
kan geven, ja aan wat. Wat wil de dichter
eigenlijk horen? Een eredienst van gemis voor wat er nog is?
Het cadeau van o aan werkelijkheid: dat ze bijna zo?

O, het zijnde. Zwijgen
is goed in hebben. Papier is goed in krijgen.
Het wordt ochtend. Praatjes van de merel
over alles heen: blokfluit met drie gaatjes.


naar boven

15 juli 2010
'Die VOC-mentaliteit, tóch!'

Zo nu en dan bespreek ik een vijfsterrenboek in de Balthasarsblog. Het gaat dan altijd om een boek dat ik iedere lezer gun, of je 'iedere lezer' nou als lijdend voorwerp of als meewerkend voorwerp opvat. Dat is natuurlijk mijn particuliere mening die het gevolg is van mijn enthousiasme over zo'n titel. In het recente verleden schreef ik bijvoorbeeld over: De familie Masjber van de Russische meesterschrijver Der Nister, De opwindvogel kronieken van de Japanse duivelskunstenaar Haruki Murakami, De rokken van de ui van Duitslands verguisde Günther Grass, Sprakeloos van de Vlaming Tom Lanoye. Allemaal vijf sterren, allemaal dikke pillen, en allemaal van buitenlandse auteurs valt me nu ineens op. (Er kruisen tegenwoordig blijkbaar weinig Nederlandse vijfsterrenpillen mijn pad.) En ook deze keer is het weer raak: De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet***** (Amsterdam, 2010) is van de Britse schrijver David Mitchell, het is 622 pagina's dik, en zo briljant gecomponeerd en geschreven dat de vijf sterren beslist in de vette versie uitgeleverd dienen te worden.
De vertalers Harm Damsma en Niek Miedema zullen voor hun meer dan adequate 'overzetting in het Nederlands' binnen zeer afzienbare termijn gelauwerd worden met de Martinus Nijhoff-prijs, dat is míjn stellige voorspelling. Van Uitgeverij Ailantus in Amsterdam had ik nog niet eerder gehoord. Toch bestaan ze al sinds september 2007. De naam Ailantus betekent volgens eigen zeggen: hemelboom. Met de uitgave van 'Jacob de Zoet' groeien ze inderdaad een heel eind in de juiste richting.
Voor de hiernavolgende bespreking ben ik o.a. te rade gegaan bij de recensie van Hans Bouman in deVolkskrant van 22 mei 2010. Die recensie was voor mij de aanleiding om het boek onmiddellijk aan te schaffen.

Deshima
Om te beginnen brengt David Mitchell een stukje Nederlandse geschiedenis in beeld waar ik nooit een helder idee van gehad heb: de rol van de Hollandse VOC op het eilandje Deshima voor de Japanse kust. Mitchell doet dat zo 'van binnenuit' dat je niet kunt geloven dat deze Brit (Ier, eigenlijk) geen Nederlander en geen Japanner is. Ter verklaring hiervan is het handig om te weten dat Mitchell met een Japanse vrouw getrouwd is, en voor deze roman acht jaar research deed in Hiroshima.
Deshima is de belichaming van de Japans-Hollandse handelsbetrekkingen tussen pakweg 1650 en 1850. Gedurende die 200 jaar was Deshima een kunstmatig eilandje vlak voor de kust van Nagasaki. Het was zegge en schrijve 'tweehonderd passen lang en zo'n tachtig passen breed'. Op dit piepkleine Deshima mocht zich van Japan een handjevol Hollanders vestigen, inclusief een wachttoren, Het Hoge Huis en een stel pakhuizen. De VOC-schepen legden er aan, de goederen werden via een landbrug van en naar het Japanse vasteland vervoerd. De Hollanders mochten het eiland niet af, en zaten in feite dus min of meer 'gevangen' op Deshima. Tot ze via een VOC-schip afgelost werden natuurlijk.
Boekhouder Jacob de Zoet ging in 1799 voor één jaar naar Deshima met de bedoeling om daarna 'als een vermogend man terug te keren naar Zeeland om zijn geliefde Anna te kunnen trouwen'. Dat ene jaar werden er zeventien.

Jacob de Zoet en Orito Aibigawa
'Klerk De Zoet' moet de boekhouding van de handelspost op orde brengen, want die is na jaren van corrupt beleid in een puinhoop verkeerd. Het Opperhoofd, zoals de gouverneur van Deshima genoemd wordt, is van zijn taak ontheven en zal berecht worden. Al snel ontdekt De Zoet dat er dan wel een regime change plaatsgevonden heeft op Deshima, maar dat de oude gewoonten van zelfverrijking en corruptie gebleven zijn. Jacob wordt als een 'doetje' beschouwd door de bestuurderen en dienaren die 'het spel weten te spelen', de mannen van 'die VOC-mentaliteit, toch!', een uitspraak waar Jan Peter Balkenende eeuwen later nog goede sier mee dacht te maken. - En dan wordt Jacob ook nog eens verliefd op de Japanse vroedvrouw Orito Aibigawa, een praktisch onbegaanbaar pad, dat een wel heel ingewikkelde Japanse uithoudingskunst blijkt te vergen.
Is Jacob de Zoet de hoofdpersoon van het eerste deel, halverwege de roman vindt een onverwachte perspectiefwisseling plaats. Wanneer Orito's vader overlijdt en er grote financiële problemen opdoemen, belandt zij via de machinaties van 'Abt Enomoto' in een merkwaardig klooster, waar zij als 'de nieuwe zuster' aan seksuele slavernij en gedwongen opiumgebruik ten prooi valt. Vanaf dat moment wordt het verhaal voor een groot deel vanuit Orito verteld.

Europa en de koloniën
Auteur Mitchell heeft zijn roman op een wankelmoedig moment in de geschiedenis geplaatst. In Europa is Napoleon aan de macht, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden is de door Frankrijk bezette Bataafse Republiek geworden, en Groot-Brittannië maakt van deze machtswisseling gebruik om alle overzeese koloniën in te pikken. Het kleine eilandje voor de kust van Nagasaki is de enige plek op aarde waar het rood-wit-blauw nog wappert. De Britten zijn serieus van plan om de bevoorrechte Hollandse handelspost met geweld aan te pakken. In de roman zijn het de tijden van de bescheiden heldenrol voor respectievelijk Klerk / Waarnemend Opperhoofd / President Jacob de Zoet.
Maar ook in Japan begint men door te krijgen dat de Hollanders misschien niet langer 'het venster op de buitenwereld' vormen. Andere landen zijn intussen belangrijker en machtiger geworden. Het failliet van de VOC is onafwendbaar gebleken. Tijd voor 'waarnemend Opperhoofd' De Zoet om eindelijk naar Zeeland, meer in het bijzonder naar Domburg terug te keren. Het is dan inmiddels 1817 geworden.

Tolken van rang en stand
In de roman is een aparte rol weggelegd voor de communicatie tussen de 'Japannezen' en de Hollanders. Een belangrijke rol dus voor de tolken, meer in het bijzonder voor het rangensysteem van de Japanse vertalers. Belangrijke documenten, transacties en besprekingen worden aanvankelijk begeleid door de tolken van de derde rang, vervolgens door die van de tweede rang, en tenslotte door de Tolk van de Eerste rang: een toppositie in de Japanse magistratuur van Nagasaki.
De taal- en cultuurverschillen tussen de Japanners en de Hollanders maken goede communicatie moeilijk, maar bieden ook bescherming: 'In duisternis gehuld blijven is de buitenste verdedigingslinie van de Japannezen,' constateert Jacob de Zoet. 'Het land wil niet begrepen worden.'
Op de slotpagina van de Nederlandse boekuitgave noemen de vertalers Damsma en Miedema zich 'Tolken van de Derde Rang'. Die hier gecelebreerde bescheidenheid vertoont alle kenmerken van het Japanse Formalisme. Dat krijg je ervan, als je je hele ziel en zaligheid in een vertaling legt. David Mitchell mag ze dankbaar zijn, die Tolken van de Eerste Rang. En anders de Nederlandse lezer wel!

Ware ik een Jacob de Zoet geweest, en had ik een geschenk voor Orito Aibigawa moeten bedenken, dan was ik beslist uitgekomen bij het gedicht Visser van Ma Yuan van de Nederlandse dichter Lucebert (1924-1994): stof voor eindeloze gesprekken en tekstinterpretaties. Dat zou de hoofdpersonen hebben kunnen bekoren, dunkt me.

VISSER VAN MA YUAN

onder wolken vogels varen
onder golven vliegen vissen
maar daartussen rust de visser

golven worden hoge wolken
wolken worden hoge golven
maar intussen rust de visser


naar boven

7 juli 2010
Jan - even weg - Blokker

Ook mensen die het eeuwige leven hebben, of van wie je vermoedt dat ze daarmee begiftigd zijn, gaan uiteindelijk dood. Zo iemand vond ik bij voorbeeld politiek tekenaar Opland, CHU-politicus prof. dr. ir. I.A. Diepenhorst, de schrijver Hugo Claus, en ook wel mijn bestebroer Krelis aan wie ik bij deze het epitheton 'multatuli' wens te verlenen. - En gister dus Jan Blokker. De eeuwige columnist, journalist, filmcriticus, televisiemaker, beterweter en tweevingertypist is geveld, gesneuveld, en zwaar tegen zijn zin van zijn taken ontheven. De dood van zulke iconen vervult je met ongeloof: hoe kon dit gebeuren? Maar daar geeft geen enkele necrologie antwoord op.

Scribent Jan Blokker 'ken' ik - als talloos veel anderen - al jaaaren, van zijn columns en zijn historische artikelen (voornamelijk boekbesprekingen) in deVolkskrant. Daar liep ie vier jaar geleden boos weg omdat ie viavia gehoord had dat zijn geschiedenisrubriek 'Als de dag van gisteren' dreigde te sneuvelen in het bezuinigingsgeweld en de verjongingswoede waar de krant zichzelf mee opgezadeld had. Hij liep over naar concurrent NRC Handelsblad, met de pest in z'n lijf, en in dat van z'n trouwe deVolkskrantlezers (die er sindsdien dus drie keer per week een krant bij moesten kopen). Dinsdag nog had ie een column in nrc.next, zijn laatste, dus wat je noemt 'in het harnas'. Die column was getiteld 'Joseph Goebbels en Walter Ulbricht', en ging over de (in)-formatie-ideeën van Felix Rottenberg. Niet eens zo heel erg tussen de regels door (dat was zijn stijl niet) las Blokker hem de les, gaf hem er unverfroren van langs. O,o,o, wat heb ik dit soort krantestukjes de laatste jaren gemist, en nu helpt zelfs het bijkopen van een andere krant dus niet meer. Om u en mijzelf te plezieren - en ook om u op de hoogte te brengen van wat ook míjn gevoelens zijn bij dat onderwerp - citeer ik daarom hieronder een deel van die laatste column.

Jan Blokker dus, op maandag 5 juli 2010 in nrc.next: 'Maar ik vrees dat Rottenberg - alleslezer - een beetje heeft zitten snuffelen in de tientallen boeken en geschriften die ooit zijn verschenen over de laatste jaren, de laatste maanden, de laatste dagen en de laatste uren van de Weimarrepubliek, toen politieke dromers als Papen, Streicher, Strasser en Hitler op hun kans loerden en allemaal de aanstaande dictator wilden ‘inkaderen’ - waar Felix in zijn allegorie dus de weergaloze Wiegel voor dacht te gebruiken.
Felix moet een mooi citaat van Sebastian Haffner (Von Bismarck zu Hitler) gemist hebben. "De nationaal-socialisten," schreef die, "slingerden voortdurend tussen links en rechts. In 1932 lieten zij zich vooral van hun ‘linkse’, populistische kant zien. Dat ging zo ver dat zij bij een staking bij het openbaar vervoer in Berlijn in november 1932 met de communisten samengingen. Er bestaat een foto uit die tijd met Joseph Goebbels en Walter Ulbricht samen op hetzelfde spreekgestoelte."
Ik heb nog twee vragen. Waarom lijkt Felix vooral bewondering te hebben voor oudere politici als Jaap Burger, Hans Wiegel, Hans Hillen, Alexander Rinnooy Kan en Dries van Agt - en denkt hij zo aan 1933?
En houdt zijn jonge vriend Maurice de Hond nog steeds gretig bij hoe groot de PVV zou zijn als er vandaag was gekozen?'


Natuurlijk, een klein stukje column uit een gigantisch krantenoeuvre doet geen recht aan de statuur van het geweten van de Nederlandse journalistiek (en van wie weet wel van heel weldenkend Nederland). Een hele column trouwens ook niet, noch een enkele aflevering van de tv-series Diogenes, Macchiavelli, Het gat van Nederland of 'Zo is het toevallig ook nog eens een keer'. Maar als u deze titels kent of herkent, dan komen - zo verging het mij tenminste - vanzelf allerlei kwalitatieve flarden tijdsbeeld uw geheugen binnengedenderd. Zat daar in de jaren zeventig, tachtig, negentig allemaal de hand van Blokker achter? Ja, daar zat al die tijd de hand van Blokker achter.
Gisteravond deed NOVA een poging om dat allemaal nog eens tot ons te laten doordringen. Het was een wat ongelukkige poging. Allereerst natuurlijk omdat het de avond van 'de halve finale' was, en er dus praktisch geen hond naar Nederland 2 keek. Maar ook omdat er bij NOVA kennelijk niemand van de vaste crew thuis was: de regie was volledig van slag, de presentator deelde (ongetwijfeld mede daardoor) volledig mee in de malaise, en de eeuwige kornuiten Hans Keller en Hans Fels waren als gast te zeer onder de indruk van Blokker's dood om de uitzending te redden. Het is maar de vraag of Jan Blokker zelf dat erg had gevonden. Al die aandacht... dat leidt maar af van waar het in de wereld, en in het bijzonder Nederland, in wezen om gaat: serieus lessen trekken uit het verleden.
Bijzonder was wel dat NOVA een klein deel mocht uitzenden van het ruwe filmmateriaal voor een driedelig televisieportret van Jan Blokker, dat de filmmakers Kris Kijne, Thomas Doebele en Maarten Schmidt de laatste twee jaar bij elkaar geschoten hebben. Het is de bedoeling dat Blokker daarin zelf 'het hele verhaal' vertelt. - Ik kan bijna niet wachten tot 'de beste geschiedenisleraar van Nederland' zijn eigen verhaal bij ons aan huis komt brengen.

'Blokker al gelezen?' Jarenlang was dat niet alleen een gevleugelde uitdrukking, hij verwoordde toch vooral hoe belangrijk we het vonden om de mening van Jan Blokker geconsumeerd te hebben alvorens zelf tot een definitiever oordeel over de onderhavige kwestie te komen. Kom daar nog eens om! Helaas, zo'n columnist bestaat niet meer.
'Even weg': onder die even simpele als doeltreffende kop boven zijn column kondigde Jan Blokker altijd aan dat ie een paar weken met vakantie ging. In die periode waren we allemaal een beetje verweesd en bang dat er iets belangrijks zou gebeuren. Want wat zou Blokker daar wel niet van gevonden hebben? - Bij testament is de kop inmiddels vervangen door de nog simpeler, nog doeltreffender, en vooral definitiever mededeling: 'Weg'. Daaronder geen column. We zijn op onszelf aangewezen.

Gister en vandaag is in alle serieuze media de dood van Jan Blokker gememoreerd en bezongen. Daar wil ik niet bij achterblijven, hij was een belangrijk man. Hier in de Balthasarsblog wil ik hem daarom een saluut brengen met het historiserende gedicht De eerste foto van Hitler, van Wislawa Szymborska (ja, die alweer!). Het is een gedicht in de geest van Blokker: wat kan het verleden ons leren? Maar oordeelt u vooral zelf. - Het gedicht komt uit de bundel 'De mensen op de brug' (1986), de vertaling is van Gerard Rasch.

DE EERSTE FOTO VAN HITLER

Wie is dat snoesje in dat babyjurkje toch?
Dat is nu de kleine Adolf, 't zoontje van de Hitlers.
Zou hij misschien doctor in de rechten worden?
Of als tenor in de Weense opera gaan zingen?
Van wie is dat handje, van wie dat oortje, oogje, neusje?
Van wie dat volle melkbuikje is, weten we nog niet:
van een drukker, chirurgijn, koopman, pastoor?
Waarheen zullen die grappige beentjes hem brengen?
Naar de speeltuin, school, kantoor, een huwelijk
met de burgemeestersdochter misschien?

Ons dreumesje, engeltje, kruimeltje, zonnetje,
toen het een jaar geleden ter wereld kwam,
ontbrak het niet aan tekens te land en in de lucht:
de voorjaarszon, geraniums voor de ramen,
de muziek van een draaiorgel buiten op straat,
een voorspelling van voorspoed in roze zijdepapier,
vlak voor de bevalling de profetische droom van de moeder:
een duifje zien betekent een blijde boodschap,
deze duif vangen; er komt een langverbeide gast.
Klop, klop, wie is daar, dat is kleine Adolfs hartje.

Een speentje, luiertje, slabbetje, rammelaar,
wat een joch, God zij geloofd en afkloppen, gezond,
hij lijkt op zijn ouders, op de kat in haar mandje,
op de kindertjes in andere familiealbums.
Nee, we gaan nu toch niet huilen,
meneer de fotograaf doet dadelijk klik onder zijn zwarte doek.

Atelier Klinger, Grabenstrasse Braunau,
en Braunau is een kleine, maar keurige plaats,
degelijke winkels, nette buren,
de geur van verse bolletjes en huishoudzeep.
Geen jankende honden of onheilspellende voetstappen.
De geschiedenisleraar doet zijn boordje los
en gaapt onder het nakijken.


naar boven

27 juni 2010
Brandende bielzen

Deze week voor het eerst van m'n leven in Wolfheze geweest, dorp aan de spoorlijn naar Ede/Wageningen, zo'n 16 km wandelen vanaf station Arnhem, uitgang Sonsbeekzijde - ook bekend van het Protestants Psychiatrisch Gesticht Wolfheze. Het was maandag, 'n graad of 18, nauwelijks wind, veel bos en 'n aangenaam zonnetje. 'Ideaal wandelweer,' zeggen liefhebbers dan. En dat was het. - Sterker: het was zonder meer een prachtige wandeldag, met dank aan de NS, het geringe aantal medewandelaars en het schitterende landschap wijd en zijd. Gevieren hebben wij ervan genoten, van de Warnsborn-wandeling, zegt het voort (al heb ik daar persoonlijk dan al meteen weer bedenkingen bij, er zijn inmiddels toch wel ruim voldoende wandelaars die allemaal hun weg wel weten te vinden?). - Want bewegen móet.

Punt van voorbereiding bij álle NS-wandelingen: is er ergens een mooie pauzeplaats, om comfortabel wat uit te rusten en een kopje soep te eten (die ideale oppepper voor het ouder wordende lijf)? De routebeschrijving gaf legio mogelijkheden aan, uitzonderlijk! Maar toch weer helaas: buiten de waard, de crisis en de maandag gerekend. De startkoffie in het Arnhemse Informatiecentrum viel uit omdat de zaak verhuurd was aan een 'cursusgezelschap'. Het eerstvolgende hotel kon niets serveren omdat ze 'in rust waren' aangezien ze 'op dit moment' geen hotelgasten hadden. Bij het andere hotel vielen we buiten de streng bewaakte blokuren: 'Nee, meneer, de keuken is om drie uur dicht, tot vijf uur, dan gaan we open voor het diner.' - Het was zegge en schrijve tien over drie, en de dagsoep zou maar liefst 8 euro gekost hebben! Tel je zegeningen als je geweigerd wordt!

Enfin, honger en dorst zijn eigenlijk nooit issues, omdat een beetje wandelaar nou eenmaal altijd een fles water, een appel en een krentenbol in zijn rugzakje heeft zitten. Dáár zat de teleurstelling deze keer dus zeker niet in. Het is - zoals zo vaak - de onberekenbaarheid van de horeca, de onbegrijpelijke seizoenssluitingen en het verregaande gebrek aan service om de klant is het niet vandaag dan wel over enige tijd aan je te verplichten. Maar ho, stop: zeker even vaak worden we positief verrast door het biologische theehuis met citroencake van de buurman of de eetcafé-eigenaar die persoonlijk de pan op het vuur zet al is het tien uur in de avond! - De horeca had afgelopen maandag gewoon een wat mindere dag, daar heb ik zelf ook wel eens last van, laten we het daar maar op houden.

De snackbar aan station Wolfheze deelde gratis oranje vuvuzela's uit, maar wij gaven de voorkeur aan het halen van een 'vroegere' trein. Wij checkten in, posteerden ons langs het juiste perron, en vergaapten ons aan de laatste houten spoorbielzen, waarvan er een lustig op los rookte, de sigarettenpeuk binnen handbereik. Ik sprenkelde er m'n overgebleven water over uit, en dacht zo'n beetje de held van de dag te zijn. Behaaglijk leunde ik achterover op het stationsmeubilair en kreeg meteen 'als straffe gods' een zieke zeloot over me heen die in één lange litanie alle zegeningen en straffen van de HereHere over me uitstortte. Ik vermeed het haar aan te kijken en hoopte dat ze een toegankelijker slachtoffer in het vizier zou krijgen. Ik was geneigd om de HereHere daar vriendelijk doch dringend om te verzoeken. Maar ik kreeg geen belet.

Ten einde raad ging ik nog maar eens op de vertrekstaat kijken: de halfuursdienst bleek helaas nog niet ingegaan, en zo hadden we nog een halfuur extra waarin de ene na de andere sneltrein ons met grof geweld op het smalle perron voorbijdenderde. Ik ontweek met gebogen hoofd de boetepredikster en ging het brandende bielsbraambos nog maar eens inspecteren. Dat rookte er weer vrolijk op los, ondanks de leeggegoten waterflessen van m'n medewandelaars. Was dit een ernstige zaak? Dat konden we niet echt geloven, ook al niet omdat drie van ons vieren nauwelijks tot geloven geëquipeerd zijn. - Daar was eindelijk de trein, ons boemeltje naar Arnhem. De oranje vuvuzela hadden we nog met gemak af kunnen halen, maar helaas, voetbalfanaten zijn we ook al niet, vergeten dus.

Achter ons stapte nog een gezelschap wandelaars in, waarvan de mannelijkste onmiddellijk de conducteur overrompelde: dat er een biels lag te roken, en dat hij bij dezen gewaarschuwd had. De trein vertrok zonder vertraging. En bij het regionale nieuws was er 's avonds geen melding van rokende bielzen in Wolfheze. Ik kon een licht gevoel van teleurstelling niet onderdrukken, en meldde dat opgelucht aan mevrouw B. Die las onverstoorbaar voort in de bestseller Stoppen met roken van Allen Carr, het boek dat ze geregeld in de arm neemt om haar eigen bielzen-demonen in het gareel en rookvrij te houden. Als dát geen goddelijke voorzienigheid is!

Om m'n wat ongemakkelijke gedrag tegenover de Zeloot van Wolfheze en anders wel de HereHere Zelve vandaag enigszins te rechtvaardigen, zocht ik hulp en toevlucht in de bundel De goddelijke gekte (Amsterdam, 1986) van de getroebleerde dichter Hans Vlek. Op bladzij 47 trof mij opnieuw het gedicht 'De Heiligen der Laatste Dagen', niet zozeer als ideale afsluiting van deze Balthasarsblog, veeleer als hommage en compassie met alle gekken en zeloten onder ons.

DE HEILIGEN DER LAATSTE DAGEN

De Heiligen der Laatste Dagen
hadden een kerk naast mijn kamer.
Ik, net terug uit het gekkenhuis, hoorde
elke zondag een hemels zingen zuiver
en ijl en zag de heiligen,
goedgeknipt in keurig-grijze en blauwe
pakken gezeten onder het portret van
Christus, bruingebronsde technicolorheld
met baard, terwijl ik van eenzaamheid
verteerde en mijn eigen
schaamteloos kruis met
geen ander delen kon.

Op straat meed ik ze als de pest,
de zwarte dood der inkten.
Of ik wel wist wat.
Bedronk me aan 'n droom van woorden
maar huilde bij hun zuiver zingen
bijna om mijn eigen stem.


naar boven

22 juni 2010
Gezichtsscherpte

Dit stukje hoort eigenlijk in de subserie 'Verval 1, 2, 3, ...' (waarvan de tel inmiddels zoek geraakt is in de krochten van mijn geheugenrest), en betreft de neergang van het gezichtsvermogen. Op een manier die niet eerder aan de orde was, sterker, waar ik nooit van gehoord had. Okee, natuurijk niet goed opgelet al die jaren, want dat het specifiek in mijn geval over een nieuw fenomeen zou gaan, nou nee. Zolang er niets mee aan de hand is, meldt niemand je er iets over. Zoals dat met zoveel dingen gebeurt, dat weet een kind. Ik hoef bij voorbeeld maar het begrip 'PSA-waarde' (23.000 vindplaatsen op Google) te roepen, en de helft van de manneljke bevolking (onder de veertig) weet niet waar ik het over heb; de andere helft (boven de veertig) is er zowat dagelijks mee bezig, of is er in elk geval wel eens van geschrokken (want praktisch geen enkele man ontkomt eraan). - Enfin, nu over gezichtsscherpte dus.

Afgelopen zaterdagmiddag hadden wij een afspraak bij de opticien - Nederland moest tegen Japan voetballen, het zou dus wel heel rustig in de winkel zijn meenden wij. Alle tijd kortom voor een uitvoerige check van onze opgespaarde en al dan niet vermeende visuele klachten. De zaak had Neela (niet haar echte naam) het veld ingestuurd, de mannelijke collega's zaten 'boven' aan het televisietoestel. Het grote testen kon beginnen, en daar ging de winkelbel al. MC 1 (Mannelijke Collega 1) kwam de trap afgestormd, en hielp een kennis aan een nieuw brillenkoordje en een uitvoerig praatje over