|
home agenda en tips redactie uitgeverij links (over) literatuur: literatuur recensies tweedehands boeken (over) veganisme: veganisme FAQ recepten uit het nieuws achtergronden bij uit het nieuws schoenen weblogs: balthasarsblog haasblog mirjamsblog mopperblog nielsblog mirjamsschrijfsels: artikelen columns recensies boek andermensschrijfsels: joop boer andere projecten van (medewerkers van) De Zeepkist : www.nielsdebeer.nl www.voedselencyclopedie.nl www.leefbarewereld.nl |
recensiesSkinny Bitch
Als je het niet erg vindt om aangesproken te worden als doos, loser of vette koe en je wilt graag weten wat er ongezond is aan dierlijke producten, suiker en nog veel meer voedingsmiddelen die heel normaal zijn in de gemiddelde voeding van de gemiddelde westerse mens, dan zou je dit boek kunnen lezen. De bedoeling is dat je daarna overgaat op een veganistische en biologische voeding die er voor zal zorgen dat je superslank en gezond wordt. Voordeel van dit voedingspatroon is dat het heel veel dierenleed voorkomt. Hiervan zijn in dit boek gruwelijke voorbeelden gegeven die vrijwel iedereen aan het denken zouden zetten. Verhalen van slachthuismedewerkers die zo gruwelijk zijn dat je wel heel hard moet zijn om daar niet door geraakt te worden.Amerikaans Skinny Bitch is een Amerikaans boek en veel van de voorbeelden hoe overheden en belangengroepen misbruik maken van wetten en regeltjes zijn typisch Amerikaans. Wat niet wil zeggen dat er in Nederland en België niet net zo goed van alles mis is, vooral in de bio-industrie. Het taalgebruik is wellicht ook Amerikaans, in ieder geval is het direct, bot en confronterend. Dat hoeft geen nadeel te zijn maar niet iedereen zal het kunnen waarderen. De uitvoering en de titel zijn hip. En zullen op die manier mensen verleiden die andere boeken over veganisme en biologisch eten laten liggen. Kort door de bocht De auteurs geven een hoop informatie over gezondheid maar soms gaan ze wat kort door de bocht. De stelling dat dertig dagen genoeg zijn om af te kicken van een verslavende, ongezonde manier van eten lijkt mij wat makkelijk. Ook is niet altijd vanzelfsprekend dat een verandering van dieet je meteen een superslank lijf geeft. Al ga je er ongetwijfeld op vooruit qua gezondheid als je je houdt aan de aanbevelingen uit dit boek. Onzorgvuldigheden In de weekmenu`s die de auteurs voorstellen staan nogal wat verwarrende aanwijzingen. Vooral de begrippen veganistisch en vegetarisch worden hier door elkaar gegooid. Dit maakt het een en ander er niet duidelijker op. Eén voorbeeld is de `veganistische aardappelsalade (dus aangemaakt met vegetarische mayonaise)`. Ik geloof niet dat er een niet-vegetarische (dus met vlees en/of vis erin) mayonaise bestaat en als je gewone mayo gebruikt (dus met eieren) is je aardappelsalade niet veganistisch meer. Dit zijn slordigheden die de goede bedoelingen van het boek zouden kunnen ondermijnen omdat het voor zoveel mensen al zo lastig is om deze begrippen uit elkaar te houden. Ook staan er veel ingrediënten genoemd die, in Nederland in ieder geval, helemaal niet te krijgen zijn zoals vegetarische kipburger, vegetarische bacon, vegetarische plakjes kalkoen en vegetarische karbonaadjes. Uit deze opsomming blijkt meteen dat de maaltijden die voorgesteld worden wel heel erg afgeleid zijn van het standaard menu met vlees. De lijst merken van biologische voeding is daarentegen wel aangepast aan de markt hier. Conclusie De auteurs geven drie redenen om dit boek te schrijven: - een einde willen maken aan dierenleed; - ze moeten er niet aan denken een `echte` baan te hebben; - het leven van andere mensen willen veranderen. Gezien de vele recensies waarin mensen aangeven minder of biologisch vlees te zijn gaan eten, zijn ze er in ieder geval in geslaagd het derde argument waar te maken. En daarmee dus ook het eerste. (04-11-08) Auteurs: Rory Freedman en Kim Barnouin Vertaler: Anna van Wittenberghe Uitgeverij: Truth & Dare ISBN: 978-90-499-9891-2 naar boven Een pleidooi voor echt eten
In dit boek met de ondertitel `Manifest van een eter` beschrijft Michael Pollan hoe mensen hun kennis over voedsel en gezondheid zijn kwijtgeraakt aan de voedingsmiddelenindustrie, voedingsdeskundigen en de media.De plaats van gezond verstand en tradities is overgenomen door het nutritionisme. Een ideologie ontwikkeld door wetenschappers en voedingsmiddelenmarketeers geholpen door de overheid. Deze leer bestaat onder andere uit "drie destructieve mythen: - dat niet het voedsel het belangrijkste is maar de voedingsstof, - dat we, omdat voedingsstoffen onzichtbaar zijn en voor iedereen behalve wetenschappers niet te doorgronden, hulp nodig hebben van deskundigen bij het bepalen van wat we moeten eten, - en dat het hele doel van eten bestaat uit het bevorderen van een bekrompen concept van lichamelijke gezondheid." Volgens Pollan is het niet nodig en zelfs schadelijk om veel aandacht te besteden aan het nieuwste - heiligverklaarde of juist verguisde - ontdekte voedingsstofje. Eerst waren het de macronutriënten (eiwitten, vetten, koolhydraten) later de micronutriëten zoals vitaminen en mineralen, tegenwoordig zijn het transvetzuren en omega 3 en binnenkort is het waarschijnlijk weer iets anders. De schrijver geeft een aantal eenvoudige regels om de valkuilen van het nutritionisme te vermijden en om tegelijkertijd gezond en lekker te eten, varierend van -eet vooral planten tot - eet zoveel mogelijk verschillend voedsel - neem een tuin - eet meer zoals de Fransen, Italianen, Japanners, de Indiërs of de Grieken - betaal meer, eet minder en - luister naar je buik. Het boek behandelt nog veel meer oorzaken en gevolgen van de moderne voedingswijze en is voor iedereen die een beetje in voedsel en gezondheid geïnteresseerd is een aanrader. (11-08-08) Auteur: Pollan, Michael Uitgeverij: De Arbeiderspers ISBN: 978 90 295 6633 9 Oorspronkelijke titel: In Defense of Food naar boven Wees genadig
God is moe, hij wil op vakantie. In de tussentijd moet er natuurlijk wel iemand op hemel en de mensen passen. Zijn twee trouwe assistenten, de apostel Petrus en de aartsengel Gabriël, durven de verantwoordelijkheid niet aan en daarom starten zij een zoektocht naar een plaatsvervanger. Die vinden zij in de persoon van de eenvoudige Finse kraandrijver Pirjeni.Deze durft het wel aan, hij vroeg zich altijd al af of sommige dingen niet beter geregeld zouden kunnen worden. De honger en armoede in India, de wereldvrede in het algemeen en zo nog wat crisissen. Dat blijkt uiteindelijk toch niet allemaal mee te vallen. Het is hard werken, geen wonder dat de oude god zo moe was. Ook in de hemel zelf kan er wel het een en ander verbeterd worden. Zo is de administratie ouderwets en traag en zetelt de hemel in een oude, tochtige burcht in Bulgarije. Een verhuizing naar Finland is een van de eerste doelstellingen van de nieuwe god. Paasilinna is een Finse schrijver met humor. In zijn boeken zit veel kritiek op de (Finse) maatschappij zonder dat het vervelend of moraliserend is. In de verhalen die hij schrijft volgen de absurde situaties elkaar op een ogenschijnlijke logische en vanzelfsprekende manier op. Je gaat er in mee en pas achteraf denk je dat het toch wel vreemd is allemaal. Ondertussen heb je wel zitten glim- of zelfs schaterlachen en wil je niets liever dan dit boek, maar vooral deze schrijver bij anderen aanbevelen. Bij deze dus. (15-01-08) Auteur: Paasilinna, Arto Uitgeverij: Wereldbibliotheek ISBN: 90 284 2080 0 Oorspronkelijke titel: Auta armias naar boven Leve de vrijheidHoe ontkom ik aan de cultuur van het moeten
Bak je eigen broodPak de fiets Gooi je horloge weg Ga niet meer stemmen Gooi de televisie eruit Aanvaard ongemak Verbouw je eigen voedsel Verlang minder Negeer de overheid Zeg je baan op Neem je eigen beslissingen Wees vrolijk Een greep uit de aanbevelingen die Tom Hodgkinson, hoofdredacteur van The Idler, (een tijdschrift tegen arbeidsethos en voor het lanterfanten) geeft in dit boek. Het is een uitgebreide handleiding over hoe je je leven in eigen hand neemt. Sleutelbegrippen zijn: vrijheid, blijheid en verantwoordelijkheid. Vooral dat laatste sprak mij aan. Vrijheid, blijheid is mij vaak te makkelijk. Gecombineerd met verantwoordelijkheid zijn deze begrippen niet hol maar vormen ze een brede basis voor een optimistische levenshouding. Hodginson geeft in een hele reeks hoofdstukken voorbeelden en tips hoe je verantwoordelijkheid voor je eigen leven kan nemen. En hoe je je kan bevrijden van angsten, overheden, geldzorgen, verveling, supermarkten en nog veel meer. Zelfvoorziening, permacultuur, existentialisme en anarchisme zijn inspiratiebronnen voor zijn ideeën. Hij combineert ideeën van filosofen, geestelijken, schrijvers, punks en skaters. Dit alles vormt een vrolijk alternatief voor een leven van carrière maken, geld verdienen, massaproductie, lelijkheid en verveling. Hodgkinson trekt vergelijkingen met de middeleeuwen, een tijd waarin zoveel mogelijk geld verdienen als doel helemaal niet vanzelfsprekend en geaccepteerd was. Het vragen van rente was zelfs iets slechts, een zonde. De mensen waren niet supergespecialiseerd in een ding maar naast hun ambacht bijvoorbeeld ook bedreven in het verbouwen van voedsel, het maken van muziek en het herstellen van kleding. Kwaliteit van werk was belangrijk. Uiteraard was er ook veel ellende in die tijd maar toch denkt Hodgkinson dat wij veel kunnen leren van de geschiedenis. Je leven in eigen hand nemen betekent zoveel mogelijk voor jezelf zorgen door bijvoorbeeld je eigen groenten te verbouwen, te kunnen leven van weinig geld, je niet te laten vermaken door tv maar door te lezen, met vrienden te kletsen en zelf muziek te maken. Het betekent ook geen verantwoordelijkheden afschuiven op anderen (overheid, bazen, partner, het (kapitalistische) systeem, traditie). Ben je het ergens niet mee eens doe er dan gewoon niet meer aan mee. Dit klinkt simpel en voor sommigen misschien wel heel passief. Maar het negeren van supermarkten en overheid werkt misschien wel beter dan de boel opblazen en wachten op de revolutie, die waarschijnlijk toch maar alleen een verandering van machthebbers geeft. Het enige dat je echt nodig hebt is onderdak, eten, vrienden, boeken en in het geval van de schrijver, bier. Leve de vrijheid is een optimistisch zelfhulpboek en handleiding voor de hedendaagse anarchist ineen. Het toont aan dat de hedendaagse kapitalistische consumptiemaatschappij helemaal niet leidt tot vrijheid maar integendeel tot moderne slavernij, verslavingen, verveling, eenvormigheid, afstomping en het doden van de creativiteit. Daarnaast geeft dit boek antwoorden en praktische oplossingen. Een absolute aanrader voor schuldbewuste luilakken, sombere idealisten en mensen die last hebben van arbeidsmoraal. En verder voor iedereen die een leuker leven wil leiden en die dat belangrijker vindt dan veel geld verdienen en status verwerven. (24-09-07) Auteur: Hodgkinson, Tom Uitgeverij: Meulenhoff ISBN: 978 90 290 7919 8 Oorspronkelijke titel: How to be free naar boven Keukenvalkuilen
En het gaat maar door. Vandaag in de serie nieuwe woorden die iets te maken hebben met voeding, koken en alles daaromheen (zie ook mirjamsblog: Weekendcookers en Ontkeukening): keukenvalkuilen.Dit begrip kwam ik tegen in het boek met de geweldige titel 'Hap Slik Weg - Waarom we altijd meer eten dan we denken of willen' van Brian Wansink. De titel geeft al aan waarover het boek gaat. Wansink beschrijft in dit boek tientallen onderzoeken naar eetgedrag en dan vooral gedrag dat te maken heeft met (te) veel eten. Veel van deze onderzoeken zijn uitgevoerd in een van zijn eigen laboratoria. Die zien er trouwens uit als keukens, restaurants of huiskamers. De mensen die komen eten weten wel dat ze meedoen aan een onderzoek maar weten nooit wat er onderzocht wordt, en hoe dat gebeurt. Met slangetjes die soepkommen automatisch bijvullen tot weegschalen die verborgen zijn onder de borden. Keukenvalkuilen zijn de factoren die de hoeveelheid eten verhogen zonder dat we ons daar van bewust zijn. De meeste mensen hebben wel eens gehoord dat als je minder wil eten dat je dan kleinere borden moet gebruiken, maar wie gelooft dit nou echt, en wie doet dit ook? Ik niet. Tot nu toe. Keukenvalkuilen zijn dus onder andere: (te) grote borden, grote schalen, maar ook grote lepels en vorken, grote verpakkingen, lage brede in plaats van hoge smalle glazen, veel verschillende gerechten of hapjes. Maar ook dezelfde hoeveelheid maar dan verspreid over meerdere bakjes is een reden om meer te eten. Op een groot bord lijkt een bepaalde hoeveelheid van iets gewoon minder dan op een klein bord. En je bent gewend je bord vol te scheppen, en vooral, je bord leeg te eten. Als al het eten uitgestald op tafel staat eet je meer dan wanneer je telkens naar de keuken moet lopen om opnieuw op te scheppen. Te veel koken leidt tot te veel eten. Ook allerlei aangeleerd gedrag en sociale conventies zijn valkuilen. Het bord leegeten al heb je eigenlijk al genoeg, eten omdat iedereen aan het eten is of omdat het nu eenmaal etenstijd is. Omdat je iets gratis krijgt, omdat je het potje, pannetje, bordje, flesje net zo goed even leeg kan maken. Omdat je geen eten weg kan gooien. Enzovoort, enzovoort. (28-08-07) Auteur: Wansink, Brian Uitgeverij: Pearson Education ISBN: 978 90 430 1457 1 Oorspronkelijke titel: Mindless eating: Why We Eat More Than We Think naar boven Water voor de olifanten
Dit boek begint met een moord maar het is geen thriller. Eerlijk gezegd vergat ik de moord al snel, zo werd ik meegesleept door het verhaal. Het wordt verteld door de oude (‘Ik ben negentig jaar oud. Of drieënnegentig, daar wil ik vanaf zijn.’) Jacob Jankowski. Hij kijkt terug op het deel van zijn leven dat zich afspeelt in het circus.Circussen in het begin van de twintigste eeuw waren veel grotere spektakels dan ze nu zijn. In Amerika reizen ze per trein door het land. Elke dag weer zetten ze niet één maar meerdere tenten op. Om de grote, eigelijke circustent heen staan de andere attracties: de freakshows, vrouwen met baarden, lilliputters, misvormde tweelingen, de snoepverkoop en natuurlijk de beesten. Tientallen of zelfs honderden mensen reizen mee om de tenten op te zetten en af te breken, om bezoekers te lokken, om te koken, de stallen uit te mesten en de dieren te verzorgen. En dan zijn er nog de artiesten. Twee verschillende werelden die langs elkaar heen leven maar afhankelijk van elkaar zijn. Beide zijn ze nodig om het circus draaiende te houden. Als op zijn drieëntwintigste Jans ouders onverwacht overlijden lukt het hem niet om zijn dierenartsenexamen af te leggen. Hij gaat er in een radeloze bui vandoor en belandt in de trein van de vliegende brigade van The Benzini Brothers Most Spectacular Show on Earth. Omdat hij niet weet wat te doen blijft hij bij dit circus. Daar gaat het er niet bepaald zachtzinnig aan toe. Zowel met de knechten als met de dieren wordt ruw omgesprongen. De directeur, die Uncle Al genoemd wordt, runt het circus met harde hand. Als er niet genoeg geld is krijgen de knechten gewoon geen loon. En als iemand niets meer kan of al te lastig wordt, wordt hij ‘gekieperd’. Oftewel ’s nachts van de trein gegooid. Als ze nog enig medelijden met je hebben in de buurt van een station, als je pech hebt tijdens het rijden over een spoorbrug over een rivier. Het streven van de directeur is om zijn grootste concurrent, het Ringling-circus, te overtreffen, of op z’n minst te evenaren. Dankzij de recessie gaan veel circussen over de kop. Uncle Al is er dan als de kippen bij om de inboedel over te nemen. Zo komt hij aan een olifant. Nu heeft hij wat Ringling ook al had. Een olifant is voor een circus een soort statussymbool. Maar deze olifant, Rosie, blijkt een dom en lui beest. Zij kost alleen maar voer en water, en er moet een speciale wagon voor aangeschaft worden. Jan ontdekt uiteindelijk dat er iets anders aan de hand is, dat het beest helemaal niet dom en lui is maar juist slim. Hij gaat van de olifant houden. Ondanks dat hij veel moeite heeft met de manier waarop met de beesten en de mensen omgegaan wordt besluit hij toch te blijven, vooral omdat hij denkt dat hij iets kan betekenen voor de beesten. Hij is immers een bijna afgestudeerd dierenarts. Maar ook omdat hij verliefd is geworden op Marlene, het paardenmeisje. Zij is helaas getrouwd met de baas van de menagerie, een bepaald niet sympathieke figuur. Dit levert de nodige problemen op. Het boek is vlot geschreven, ik heb het in twee rukken uitgelezen. De schrijfster vertelt in een nawoord over het onderzoek dat zij gedaan heeft om dit boek te kunnen schrijven. Veel van de beschreven gebeurtenissen zijn op een of andere manier waar gebeurd. Elk hoofdstuk dat zich in het circus afspeelt wordt voorafgegaan door een foto die de sfeer oproept die bij het verhaal hoort. Er is een evenwichtige afwisseling tussen hoofdstukken in de huidige tijd, de tijd dat de hoofdpersoon, zeer tegen zijn zin, zit te verpieteren in een verpleegtehuis en de tijd in het circus. Niet alleen de flashbacks zijn interessant en spannend om te lezen. De beschrijvingen van hoe het is om oud te worden, en vooral om afhankelijk te worden, zijn triest maar met mededogen opgeschreven. Het wachten op bezoek dat soms niet eens komt en als het wel komt soms niet herkend wordt en de communicatie met het verzorgend personeel dat iedereen behandelt alsof ze debiel zijn in plaats van alleen maar oud, zijn dingen waarvan iedereen hoopt dat hij/zij ze zelf nooit mee zal hoeven maken. Het einde is dan weer verrassend. (1-08-07) Auteur: Gruen, Sara Uitgeverij: Sirene ISBN: 978 90 5831 443 7 Oorspronkelijke titel: Water for Elephants Vertaald door: Peter Abelsen naar boven Het wonderbaarlijke leven van de Thunderbolt Kid
Bill Bryson groeit op in de jaren vijftig in Amerika. Hij beziet de wereld om hem heen met de naïeve blik van een jongen die ervan overtuigd is dat hij van een andere planeet komt. En wie kent dat gevoel niet? Het idee er niet bij te horen of op zijn minst zeker te weten dat je ouders niet je echte ouders zijn? Bij Bill gaat dat nog iets verder, hij is er van overtuigd een superheld te zijn, achtergelaten op de aarde nadat zijn oorspronkelijke planeet ontploft was. Zijn ouders zijn zo gehypnotiseerd dat ze denken dat hij hun zoon is. Maar hij weet wel beter.Toch is dat niet zozeer waar dit boek over gaat. Het is geen superheldenjongensboek maar een volwassen roman over het leven in de V.S. gezien door iemand die er maar weinig van begrijpt. En hoe valt het ook allemaal te bevatten, de regels die op school gelden en zo anders zijn dan de regels thuis. Zo dat je op school niet weet wat je moet vragen als je naar de wc wilt. De hoofdstukken in dit boek gaan over tv, auto’s, stripverhalen, superhelden, vermaak en snoepgoed. Maar ook over atoom- en waterstofbommen. De volstrekt achterlijke plannen voor toepassingen hiervoor om bv. het Great Barrier Rif op te blazen of het opnieuw scheppen van het Panamakanaal. En over de twee grootste gevaren aller tijden: het communisme en de jeugd. De manier van omgaan met deze gevaren illustreert hoe achterlijk (een groot deel van) Amerika was. Hoe dit land dreef, en drijft, op angst, grootheidswaanzin en naïviteit. Niet alleen achteraf gezien. Gelukkig brengt dit land ook geniale schrijvers voort die in staat zijn tot zelfspot en liefde. (Al is het wellicht een teken dat de auteur jarenlang in Engeland woonde.) In het boek worden historische feiten beschreven aan de hand van hilarische beschrijvingen van het dagelijkse gezins- en schoolleven (kidsland). De jaren vijftig zijn een keerpunt in de geschiedenis van Amerika. De welvaart is zo hoog dat iedereen, dat wil zeggen de blanke middenklasse en hoger, genoeg geld heeft om comfortabel te kunnen leven. In plaats van daarvan te genieten door minder hard te gaan werken gaan ze grotere en meerdere exemplaren aanschaffen van de spullen die ze al hadden: auto’s, stereo’s, koelkasten en dergelijke. Vrouwen moeten ook gaan werken om dit alles te kunnen bekostigen en Amerika raakt in een spiraal van steeds meer werken en consumeren. De welvaart stijgt maar het geluksgevoel daalt. Tevreden rust verandert in opgejaagdheid. Filialen van hotels, winkelketens en restaurants verrijzen. Steden gaan steeds meer op elkaar lijken. Oude panden, kleine winkeltjes, unieke (streek)producten, bomen en bioscopen moeten het veld ruimen. Parkeerterreinen, moderne gebouwen, bedrijven, motels, reclameborden en winkelcentra komen ervoor in de plaats. De auto krijgt steeds meer ruimte en voorrang. Buren die voorheen buiten een praatje maakten, kinderen op fietsen, oude mannetjes op veranda’s, je ziet ze niet meer. Iedereen zit binnen of heeft het druk. Denk niet dat dit een heel somber boek is. De beschrijvingen van het gezins- en schoolleven van Bill zijn hilarisch. Regelmatig moest ik het boek wegleggen omdat er tranen in mijn ogen stonden. Hardop voorlezen wordt aangeraden maar is moeilijk vanwege die tranen. Dit boek is een absolute aanrader, niet alleen voor iedereen die meer van de geschiedenis van Amerika wil weten maar voor iedereen die graag een geweldig boek leest. (28-07-07) Auteur: Bryson, Bill Uitgeverij: Atlas ISBN: 978 90 450 0023 7 naar boven Was ik hier maar nooit gaan wonen
Thuis, wat betekent dat? De journalist Jake Halpern heeft niet echt het gevoel ergens thuis te zijn. Hij is wel gefascineerd door mensen die zich blijkbaar ergens zo thuis voelen dat ze blijven als de omstandigheden ieder ander al verjaagd hebben. Om er achter te komen wat voor mensen dit zijn begint Halpern een zoektocht. Hij reist af naar vijf plekken waar mensen wonen onder barre, en soms bizarre, omstandigheden. Hij gaat bij ze langs en logeert een tijdje bij hen.In Princeville, North Carolina, ontmoet hij Thad Knight, die als enige bewoner achtergebleven is nadat een overstroming de hele stad heeft verwoest. In Whittier, Alaska, woont Babs Reynolds op een plek die zo koud is en waar het zo hard waait dat je het grootste deel van het jaar niet naar buiten kunt. Op Hawaï drijft Jack Thompson een, niet heel erg druk bezochte, Bed & Breakfast tussen de continu gloeiende lavastromen op een werkende vulkaan. In Malibu, Californië, wonen niet alleen veel filmsterren, ook Millie Decker leeft daar, maar anders dan de meeste beroemdheden en andere inwoners verlaat zij niet huis en haard tijdens de vele bosbranden die het gebied teisteren. En tenslotte ontmoet Halpern Ambrose Besson, op het veelvuldig door orkanen geplaagde eiland Grand Isle in Louisana. Het blijkt dat al deze mensen een aantal eigenschappen gemeen hebben. Allen verkiezen ze de eenzaamheid boven een samenleving, gaan ze moeilijkheden niet uit de weg en weten ze te overleven met wat het land hun biedt. Vanzelfsprekend zijn het allemaal zeer zelfstandige figuren die vaak tot op hoge leeftijd hun eigen boontjes weten te doppen. Een grappige overeenkomst is ook dat ze allen het leven in de moderne Amerikaanse steden een stuk gevaarlijker lijken te vinden dan het leven dat zij zelf leiden. Terwijl de meeste ‘normale’ mensen het niet lang uit zou houden op de plekken en onder de omstandigheden die deze personen als hun thuis beschouwen. Halpern krijgt tijdens zijn bezoeken steeds meer begrip voor deze mensen en voor wat hen bindt aan hun eigen plek. Hij krijgt zowaar enig idee wat thuis zou kunnen betekenen. Ook voor hemzelf. Zijn houding tegenover het reizen en ongebonden zijn verandert. In een epiloog vertelt de auteur over een tweede keer dat hij deze mensen opzoekt. Hij fantaseert over wat er zou gebeuren als hij ze allemaal bij elkaar zou zetten. Dit laatste deel geeft het boek een afgerond einde. Het wordt zo meer dan een aantal losse verslagen van bijzondere figuren. (23-07-07) Auteur: Halpern, Jake Uitgeverij: BZZTôH ISBN: 978 90 453 0668 1 naar boven Otrobanda
Berichten van de overkantDit boek bevat een verzameling korte portretten van personen die leven in Otrobanda. Deze stukjes zijn eerder gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad en de auteur ontving hiervoor diverse prijzen. Otrobande is een wijk in Willemstad, Curaçao. Zo’n 300 jaar geleden opgericht en vanaf die tijd een volkswijk, vooral bewoond door de armere lagen van de bevolking. De wijk werd al snel berucht. Bevolkt door losers, werklozen, autowassers en kruimeldieven. Een kleurrijke achterbuurt waar sommige mensen graag wonen en anderen nog niet alleen over straat durven. De auteur hoort bij de eerste groep. Hij woont in de wijk en doet verslag van de mensen die hier leven. Van hun ellende en hun trots. Want trots zijn ze, de echte Otrobandista’s. De mensen voelen zich beter dan de mensen in naburige wijken, hun wijk heeft dan wel veel problemen maar het is toch de prachtigste plaats om te leven. Helaas gaat het steeds slechter met de wijk, de komst van buitenstaanders, de toenemende criminaliteit en de drugs zorgen voor angst en onderling wantrouwen. De sociale controle wordt minder en mensen trekken zich terug binnen hun eigen gemeenschap en in hun eigen huis. Anderen vertrekken naar ‘betere’ buurten. De auteur benadrukt de bijzonderheid van deze buurt maar ik zie vele parallellen met volksbuurten in andere grote steden. Ook in Nederland. Dit soort wijken waar de mensen trots zijn op hun buurtje, waar de sociale controle groot is en waar je als buitenstaander maar moeilijk geaccepteerd wordt zie je overal ter wereld. Net als de verloedering en het opbloeien van de wijk doordat het een trekpleister wordt voor kunstenaars, toeristen en uiteindelijk de projectontwikkelaars. Dit soort ontwikkelingen vinden overal plaats en in die zin is Otrobanda niet uniek. De portetten van de mensen zijn dat wel. Het verwondert mij altijd weer dat unieke mensen gezamenlijk vaak allesbehalve unieke gemeenschappen vormen. (17-07-07) auteur: Hans Vaders uitgeverij: In de Knipscheer ISBN: 9 789062 655809 naar boven Stem uit duizenden
Dit is de tweede roman van de schrijfster, eerder schreef zij De bruine zeemeermin waarmee zij een prijs won voor schrijvers uit het Caribische gebied. Stem uit duizenden speelt in Suriname en in Nederland. Het is het verhaal van een weduwe, Susan, die op de derde sterfdag van haar echtgenoot een telefoontje krijgt van een man die zegt een vriend te zijn van Henk, haar overleden echtgenoot. Zij kan zich echter niet herinneren ooit van deze man gehoord te hebben. Toch blijven ze aan de praat. De man, Peter heet hij, weet veel over Henk en zijn huwelijk met Susan. Hoewel Susan het niet helemaal vertrouwt is ze toch geïntrigeerd. Ze blijven bellen en al gauw stort Susan haar hart uit bij Peter. Andersom is dat niet het geval. Peter is niet erg open over zijn verleden en zijn contact met Henk.De hoofdstukken in dit boek wisselen van hoofdpersoon. Om en om lees je vanuit het perspectief van Susan en Peter. Op deze manier kom je als lezer meer te weten over de achtergrond van de beide hoofdpersonen. Langzaam wordt duidelijk op welke manier deze mensen met elkaar verweven zijn. En welke rol Henk hierin speelde. Ondertussen raken de twee hoofdpersonen steeds meer betrokken bij elkaar. Ze ontmoeten elkaar en bouwen iets op. Al blijft er vooral bij Susan nog altijd iets knagen. Er is iets waar zij niet de vinger op kan leggen. Van Peter wordt ze wat dat betreft niets wijzer. De dochters van Susan, die beiden in Nederland wonen, gaan een steeds grotere rol spelen in dit hele web van verhoudingen. Tot op het laatst blijft onduidelijk welke rollen dit zijn, maar als het boek uit is blijkt er van de beelden die mensen hebben over anderen, zelfs over anderen die ze goed denken te kennen, vaak niet veel te kloppen. De schrijfstijl van Stem uit duizenden is apart, ik moest er aan wennen. Het is een soort combinatie van spreek- en boekentaal die mij vreemd was. Wellicht is het een kenmerkend aspect van deze schrijfster. (5 juni 2007) Auteur: Annel de Noré Uitgeverij: In de Knipscheer (2007) ISBN 978 90 6265 586 1 naar boven Het plan voor volledige werkgelegenheid
Ineens zag ik in de boekhandel een serie van vier pockets liggen die opvielen door hun vrolijke uiterlijk. Kleurige en verhoogde (voelbare) letters. Een van de titels was Het plan voor volledige werkgelegenheid, de andere waren: Vrij kamperen, De hekkenbouwers en Een tempel van blik. Ik had de neiging om ze allevier te kopen maar dat kon ik me financieel niet veroorloven en dus werd het deze ene. Van de schrijver Magnus Mills had ik nog nooit gehoord maar iets aan deze boeken zei me dat ze de moeite waard zouden zijn.Dit boek gaat, zoals de titel al verraadt, over een plan waarmee er geen werkeloosheid meer hoeft voor te komen. Het bestaat uit het laten rondrijden van busjes die onderdelen voor deze zelfde busjes van de ene werk- annex opslagplaats naar de andere vervoeren. Hier zijn een hele hoop mensen druk mee, zij hebben een baan en zijn dus nuttig voor de maatschappij. De organisatie is strak geregeld maar niet iedere werknemer gaat hier even strak mee om. Sommigen, vooral de wat hogere in rangorde, nemen alles zeer serieus, anderen proberen eigenlijk de regels zo veel mogelijk te omzeilen door bijvoorbeeld vroeger te eindigen, eindeloze pauzes te nemen of een eigen handeltje ernaast te drijven. Mills laat op een vanzelfsprekende manier zien hoe verschillend mensen kunnen reageren op een systeem. Dit zinloze werk en vooral de onderlinge controle en het aangeven van collega’s deed mij erg denken aan het vroegere communistische systeem waar ook geen sprake was van werkeloosheid omdat iedereen wel een taak had. Hoe vreemd of onzinnig ook. Op een gegeven moment onstaat er een strijd tussen de ‘vroege afzwaaiers’ en de ‘8-uurdraaiers’. Deze wordt steeds erger. Aan beide kanten verharden de standpunten zich tot in het extreme. Het boek zou lachwekkend zijn als het niet zo herkenbaar was. Doorgedraaide bureaucratie en de onverdraagzaamheid tussen (sommige) mensen met verschillende ideeën zijn overal in de huidige maatschappij waar te nemen. Dit boek drukt je met de neus op bepaalde feiten die helemaal niet lachwekkend zijn. Magnus Mills schrijft op een prettige manier een, op het eerste gezicht, simpel verhaaltje waarbij het pas na een tijdje doordringt dat hij er misschien wel heel iets anders mee bedoelt. Ik ben zeker van plan zijn andere boeken ook te gaan kopen. (27 mei 2007) Auteur: Magnus Mills Uitgeverij: Podium 2007 prijs: 12,50 ISBN: 978 90 575 9370 3 Oorspronkelijke titel: The scheme for full employment (2003) Vertaald uit het engels door: Michèle Bernhard naar boven Prep
Ruim 500 pagina’s telt dit boek over het leven op een Amerikaanse (middelbare) kostschool. De hoofdpersoon Lee Fiora, afkomstig uit een middenklassegezin besluit op dertienjarige leeftijd dat ze hierheen wil. Het motief is niet helemaal duidelijk en de verwachting dat het door gaat is niet heel erg groot, maar als ze toegelaten wordt en ook nog een beurs ontvangt zit er weinig anders op dan te gaan.Het blijkt al snel dat ze een buitenbeentje is, of in ieder geval voelt ze zich zo. De rest van de leerlingen is over het algemeen uit een hogere, rijkere klasse afkomstig. Het merendeel is blank, al zitten er ook diverse leerlingen van andere etniciteiten op de school, om het geheel een multicultureel aanzien te geven. Het boek is geschreven vanuit de hoofdpersoon. En alles wat je te weten komt over de anderen zit in het hoofd van Lee. Of blijkt uit de dialogen. Maar dat is niet heel veel. Ze gedraagt zich afstandelijk, en hoewel ze zegt op zoek te zijn naar vriendschap en waardering laat ze dat nauwelijks blijken. Alles overkomt haar, ze neemt maar zelden zelf een beslissing. Ze vindt zichzelf onbeduidend en zo gedraagt ze zich ook. En ze denkt dat de rest dat ook vindt. Doordat er geen alwetende verteller is kom je er niet achter of dat waar is. Op een gegeven moment ging me dat storen, wilde ik weten of het echt zo was of dat ze zich van alles inbeeldde. Ook haar naïeve, onzekere houding zat me dwars. Maar misschien is het wel juist de herkenning die me dwars zat. We hebben het hier tenslotte over een meisje in de puberteit. Veel mensen op die leeftijd zijn naïef en onzeker. Weten nauwelijks wat hen overkomt en hoe ze zich moeten gedragen. Er zitten meerdere zeer rake observaties in het boek. Die geven het een meerwaarde boven het ‘meisje op kostschool’ -genre. Want daar stijgt het zeker bovenuit. Het is een ‘coming of age’ -roman maar er zit te weinig ontwikkeling in. In de hoofdpersoon en in het boek. De hoofdstukken zijn bijna op zichzelf staande verhalen met toevallig dezelfde hoofdpersoon. Meer afleveringen van een serie dan een duidelijke begin, midden en slot. En daarvoor is 500 pagina’s net te lang, of juist te kort. (16 mei 2007) Auteur: Curtis Sittenfeld Uitgeverij: De bezige bij 2007 ISBN: 978 90 234 2285 3 naar boven De literaire kring
Gisteren (10 mei 2007) zag ik een waarschuwing in de NRC-next van de FDA (de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit) voor glycerine in hoestsiroop. Deze glycerine kan vervuild zijn met het oplosmiddel diethyleenglycol. In 1996 stierven in Haïti tientallen kinderen hieraan nadat een Nederlands bedrijf deze vervuilde glycerine had geleverd.Mijn oog viel op dit bericht omdat dit het onderwerp is van De literaire kring. Niet zozeer dit gegeven maar meer hoe er met bepaalde (wan)daden wordt omgegaan. Hoe dingen verzwegen worden en wat dat met mensen en gemeenschappen doet. Of kan doen, het is een roman tenslotte. Het verhaal speelt zich af in de zogenaamde hogere kringen. De kringen waarin de beslissingen worden genomen en mensen daarmee wegkomen. Teresa Pellikaan hoort op een gegeven moment dat een vroegere klasgenoot een boek heeft geschreven, een internationale bestseller nog wel, en dat ze komt spreken in het dorp. Volgens Teresa is dit een goede gelegenheid voor de literaire kring - waar haar man lid van is en die is opgericht door haar vader - om dit boek te behandelen. De leden van deze kring - die natuurlijk geen leesclubje is - zijn hier echter minder blij mee. De schrijfster is de dochter van een man die het dorp verlaten heeft en die daarna het liefst door iedereen vergeten werd. Niet alleen hij maar vooral ook wat hij gedaan heeft en ook wat de rol van anderen daarbij was. Het prettige van dit boek is niet alleen de stijl. Over elke zin is nagedacht zonder dat het gekunsteld overkomt. Wie de columns van Marjolijn Februari leest weet al dat zij breed geïnteresseerd is en over veel dingen iets zinnigs te zeggen heeft. Meestal op een prettige en begrijpelijke manier. In dit boek worden ook veel actuele feiten en gebeurtenissen genoemd, en er worden meningen gegeven. Wat mij betreft maakt dit een verhaal breder en dus interessanter. Ik houd van literatuur die midden in het leven staat en daar ook wat over te zeggen heeft. Wie daar ook van houdt kan met dit boek een paar uur genieten. (11 mei 2007) Auteur: Marjolijn Februari Uitgeverij: Prometheus ISBN: 978 90 446 0857 1 naar boven Probeer het mortuarium
Het is heel makkelijk om dit boek niet te lezen maar het gewoon af te keuren: wapenhandel is foute business dus waarom zou ik daar een roman over lezen. Maar ik heb nogal eens de neiging juist niet de makkelijkste weg te kiezen en bovendien ben ik nieuwsgierig naar “de andere kant”. Vooral omdat dit boek (half-) autobiografisch schijnt te zijn. Al is het niet duidelijk wat echt is en wat verzonnen.Eva Maria Staal, een pseudoniem, schreef een boek over de internationale wapenhandel en haar deelname daaraan. Het boek leest vlot en ik heb het dan ook in een keer uitgelezen. Niet eens zozeer om erachter te komen hoe het afloopt want er zat te weinig verhaallijn in om naar een ontknoping uit te kijken. Dank zij de tekst op de achterflap wist ik ongeveer hoe het boek in elkaar zit. Het verhaal zelf bestaat voor een groot deel uit beschrijvingen van spannende acties, gereis over de hele wereld, gehandel met allerlei uitschot waarbij maar zelden enige relativering of twijfel blijkt. Alleen als het echt heel erg fout gaat en de hoofdpersoon zich ineens geconfronteerd ziet met kindersmokkel komt er een spoortje geweten naar boven, hier kan ze natuurlijk niet mee doorgaan. Ondertussen speelt er ook nog een ingewikkelde driehoeksverhouding tussen de hoofdpersoon, haar vriend, Martin waar ze uiteindelijk mee trouwt, en haar baas, Jimmy. De ontknoping is een gefantaseerde, een mogelijke manier waarop en waarom dingen zo zijn gelopen zoals ze zijn gelopen. Volgens een interview op radio 1 (29-1-07), leverde het bedrijf waar Staal voor werkte alleen aan defensieve groepen, aan landen die in het verdrag (navo?) staan, zogenaamde bondgenoten, het leveren aan anderen is verboden. Geen Afrikaanse warlords of terrorristische groeperingen. Het boek doet anders vermoeden maar dat is dan misschien het verzonnen gedeelte. Het verhaal is aangedikt maar wel waarheidsgetrouw. De schrijfster wil met dit boek ook de verschillende kanten van wapens en wapenbezit aantonen, over goed en kwaad die niet altijd helemaal duidelijk zijn en de dilemma’s waarmee keuzes gepaard gaan, maar dat lees ik er niet in, ik houd een ongemakkelijk gevoel. Ik dacht dat wapenhandel verboden was, maar dat is dus blijkbaar niet zo. Maar voor mijn gevoel is het toch foute boel. Hoeveel de schrijfster ook benadrukt dat het erom gaat om juist levens te redden en evenwicht te brengen, bij mij gaat dat er niet in. Zelfs bij de smokkel van onderdelen voor kernwapens worden in het boek geen vraagstekens gezet. Het is gewoon een manier om geld te verdienen. Auteur: Eva Maria Staal Uitgeverij: Nieuw Amsterdam ISBN: 978 90 468 0153 6 naar boven Globalia en De Zwerm![]()
Twee verschillende boeken maar alletwee geschreven vanuit hetzelfde idee. Het idee dat dingen fout kunnen gaan en dat er dus wat moet veranderen. Daar heb ik niets op tegen en dat was zelfs de reden dat ik deze boeken wilde lezen.Globalia gaat over een maatschappij in de toekomst waar alle problemen opgelost lijken. Dit gaat uiteraard gepaard met een vorm van gevangen zijn of juist buitengesloten zijn. En hoe mensen daartegen in opstand komen. De Zwerm gaat over de natuur die wraak neemt op de mensheid vanwege visserij, olieboringen, vervuiling van de oceanen en nog zo wat problemen. De boeken scheppen verwachtingen. Vooral Globalia, dat wordt vergeleken met 1984 van Orwell en andere toekomstromans. Maar ze lezen niet lekker. Het ligt er te dik bovenop. Het zijn niet of nauwelijks de (hoofd)personages die door middel van gedachten, dialogen en/of handelingen laten zien wat de twjfels zijn. Er zit geen ontwikkeling in de personen. Het is de alwetende verteller die continu uitlegt wat er fout is. En hoewel ik het op zich vaak genoeg met de ideeën eens ben vind ik het irritant om steeds met mijn neus op de feiten gedrukt te worden. Er wordt de lezer geen keuze gegeven, geen mogelijkheid om zelf te denken, om zijn/haar eigen twijfels te voelen en te onderzoeken. Je leeft daardoor minder of helemaal niet mee met de hoofdpersonen. In beide boeken wordt continu uitgelegd wat er aan de hand is. In Globalia is dit storend omdat het boek tegelijkertijd een soort handleiding is en die zijn maar zelden spannend of zelfs verhelderend. In De Zwerm wordt ook veel achtergrondinformatie gegeven. Veel van deze feiten spreken mij aan omdat ik in het onderwerp geïnteresseerd ben maar zelfs mij wordt het teveel. In alletwee de boeken gaat dit uitleggen tot aan het einde door. Dit is vermoeiend en verstoort het verloop van de verhalen. Natuurlijk is enige achtergrond informatie vaak noodzakelijk en zelfs welkom maar als het de hoofdmoot van een verhaal vormt is dat anders, dan is het geen roman meer maar een pamflet en daarvoor zijn ze te dik. Beide boeken zijn geschreven (of vertaald?) met een overdodis aan cliche's. Ik merkte dat ik op een gegeven moment in De Zwerm zat te kijken wanneer de volgende kwam. Het blijven woorden op papier, vrijwel nergens wordt het een film in je hoofd. Het is duidelijk dat bij alletwee de boeken het idee voorop staat in plaats van het verhaal. Maar het is mogelijk om ideeën op een andere manier over te brengen. Een manier waarop de lezer zelf aan het denken wordt gezet, waarbij een goed verhaal voorop staat en waar cliche's (zowel als uitdrukkingen als ook als standaardtypetjes) niet nodig zijn om dingen toch duidelijk te laten zijn. (28-2-07) Globalia (444 pagina's) Auteur: Jean-Christophe Rufin Vertaald uit het Frans door Evelien Chayes en Carolien Steenbergen Uitgeverij: Podium, Amsterdam ISBN 90-5759-246-0 De Zwerm (927 pagina's) Auteur: Frank Schätzing Vertaald uit het Duits door Gerrit ten Bloemendal Uitgeverij: Bruna Utrecht ISBN: 90-229-8944-5 naar boven Villa Volta
Hoe vaak kom je een boek tegen over krakende, lesbische vrouwen waarin ook nog biologisch eten, weggeefwinkels en vegetariërs voorkomen? Zelden, dus toen ik dit boek zag moest ik het lezen.Het boek gaat over Sara. Sara heeft het moeilijk, ze heeft bijna geen geld meer, weet niet wat ze met haar leven moet en wordt lastig gevallen door haar ex. Maar dan komt er misschien een oplossing in de vorm van een verzoek te helpen met het oprichten van een lesbische woongroep. Hoewel Sara zelf niet weet of ze wel lesbisch is heeft ze wel zin in dit avontuur. Als ze dan ook nog verliefd wordt krijgt het leven steeds meer zin. Het klinkt hier wellicht wat dramatischer dan het boek is. Het is een zeer vermakelijk, vlot geschreven boek. Dat heel erg speelt in het hier en nu. Misschien niet voor iedereen even herkenbaar maar zeker voor iedereen de moeite waard om te lezen. En hoewel het al heel snel duidelijk is dat ze elkaar krijgen en dat alles goed af zal lopen blijft het toch spannend en kon ik het niet wegleggen voor ik het uit had. Ik heb er de tv voor uit gelaten. En dat wil wat zeggen. Graag meer van dit soort boeken. (13-2-07) Auteur: Anja de Crom Uitgeverij LaVita Publishing 2006 ISBN 90-808722-7-x Bestellen via La Vita naar boven Dagboek, een romanOok in dit boek lijkt alles eerst heel normaal, tenminste het komt allemaal heel logisch over, maar gaandeweg verandert dit. Het begint als een simpel verhaal, maar hoe verder je komt hoe vreemder het wordt. Het blijkt dan steeds meer een thriller en een mysterieus horrorsprookje te zijn. Je gaat je afvragen wat er aan de hand is, je voelt dat er iets niet klopt, maar wat dan? Het boek is een dagboek maar wie schrijft het? Het is gericht aan Peter, een aannemer die in coma ligt na een mislukte zelfmoordpoging, voor het geval dat hij nog ooit wakker wordt. Zijn vrouw, Mitsy, ooit een veelbelovende, geniale schilderes, krijgt telefoontjes van zijn klanten die melden dat ze delen van het huis missen. Kasten of zelfs hele kamers blijken verdwenen. Bij nadere inspectie worden er allerlei teksten gevonden in de verdwenen ruimten. Onheilsverklaringen, waarschuwingen? Wie heeft deze geschreven en waarom? En voor wie zijn ze bedoeld? Ondertussen gebeuren er allerlei vervelende dingen met Misty, ze wordt ziek, mensen in haar omgeving sterven, maar ze gaat wel weer schilderen. Is dit toeval of een gevolg, moet ze lijden om te kunnen schilderen? En waarom moet ze eigenlijk schilderen? Vragen, vragen, vragen. Voor antwoorden, lees dit boek. Eén of meerdere keren. (21-1-07) Auteur: Chuck Palahniuk Oorspronkelijke titel: Diary Vertaald door: Jos den Dekker Uitgeverij De Geus 2006 naar boven Popmuziek uit SexbierumerveenWant ik ben nu al een liefhebber van deze auteur, die in de jaren zestig opgroeide in het noordelijke Pajala in Tornedalen, Zweden, grenzend aan Finland. In de wijk Vittula, in de volksmond ook wel Vittulajänkkä genoemd, dat zoiets betekent als Sexbierumerveen. De auteur beschrijft zijn jeugd in dit dorp met veel alcohol, verlatenheid, pijn en geweld. Het hoge noorden van Zweden heeft het gevoel niet echt serieus genomen te worden door het zuiden. Plaatsen en rivieren staan niet of verkeerd vermeld op landkaarten. In de schoolboeken worden ze niet genoemd. Het hoge noorden lijkt niet te bestaan. Maar dat doet het natuurlijk wel. Sneeuw, kou, donker en religie spelen er een grote rol, net als de liefde voor de eigen afkomst. Denk echter niet dat dit daarom een somber boek is. Je zou er niet bij willen zijn, bij deze zuippartijen, ruzies en achterklap die een groot deel uitmaken van het vieren van de verjaardag van grootvader of de verdeling van de erfenis van grootmoeder. Maar voor de vlieg op de muur, die je als lezer bent, zijn deze gebeurtenissen hilarisch. Net als het verhaal hoe de hoofdpersoon als jonge jongen onbedoeld de wedstrijd: wie kan er als langste in de sauna blijven, wint, en de sex en muziek (rokerol mjoezik) ontdekt. Niet alleen is het ontzettend grappig maar je ervaart de liefde die de hoofdpersoon ondanks alles voelt voor alles en iedereen die hij beschrijft. Dat maakt dat dit boek bijzonder is, niet zomaar een verslag van het opgroeien in een dorp aan het eind van de wereld. De vleugjes magisch-realisme zijn net klein genoeg om niet storend te worden en net groot genoeg om een extra dimensie aan het boek te verlenen. (17-1-07) Auteur: Mikael Niemi Uitgeverij De Geus ISBN 90-445-0955-1 Vertaald uit het Zweeds door Cora Polet Oorspronkelijke titel: Populärmusik från Vittula Eerder in het Nederlands verschenen onder de titel: Popmuziek uit Vittula naar boven Joe SpeedbootDit boek, en deze auteur krijgen echter terecht alle lof. Wieringa is de nieuwe Nederlandse schrijver. Juist omdat hij onnederlandse literatuur schrijft. Onnederlands vergeleken met wat er tegenwoordig allemaal uitkomt. Niet dat er nooit goede Nederlandse boeken verschijnen maar ze hebben vaak iets kleins, iets triestigs. De hoofdpersonen lijden ergens aan, moeten in therapie en als het goed gaat zijn ze daarna weer enigszins in staat het leven aan te kunnen. Maar de problemen zijn kleiner dan de ellende die ze veroorzaken. Stress, relatieproblemen, en dergelijke. Joe Speedboot is anders. De hoofdpersoon en verteller van dit boek is de scholier Fransje Hermans. Hij is bijna volledig verlamd en kan niet praten. Hij kan wel goed observeren en schrijft alles op wat er in zijn woonplaats Lomark gebeurt. Later zullen de mensen willen weten wat er allemaal gebeurde in Lomark en dan kan hij het laten zien door middel van meterslange rijen dagboeken. Natuurlijk lijdt Fransje onder zijn handicap maar dat is niet het thema van het boek. De komst van de nieuwelingen Joe Speedboot, die uiteraard niet echt zo heet, het mooie meisje PJ uit Zuid-Afrika en de nieuwe vriend van de moeder van Joe, Mahfouz, ook genaamd Papa Afrika, uit Egypte, in het dorp herschikt de onderlinge verhoudingen en geeft een versnelling aan de levens van de dorpsbewoners. Zeker ook aan het leven van Fransje. Vooral de komst van Joe heeft een grote invloed op hem. Joe wordt door de dorpsbewoners gezien als een buitenstaander met pretenties, wie noemt zich immers zo, die bovendien letterlijk met een klap het dorp komt binnenvallen. Maar pretenties zijn het niet. Er zit geen ijdelheid in Joe, geen drang om op te vallen of interessant gevonden te worden. Joe doet gewoon wat hij wil: bommen maken, vliegtuigen bouwen en hij verzint uiteindelijk een manier voor Fransje om met, en dank zij, zijn handicap een bestaan op de bouwen en zelfs roem te vergaren. Hoewel Joe en Fransje zo ongeveer in alles elkaars tegenpool zijn, beweging en snelheid tegenover verlamming en rolstoel, middelpunt tegenover toeschouwer, techniek tegenover verbeelding en woorden, worden ze goede vrienden. Samen groeien ze naar volwassenheid waarna hun wegen zich weer scheiden. Dit is geen boek om alleen vanwege het verhaal te lezen. Het is genieten van woorden en zinnen. Wieringa kan schrijven. Zijn vergelijkingen zijn vaak verrassend goed getroffen. De dialogen zijn echt. Wieringa heeft eerder reisverhalen geschreven en ook in dit boek weer kan je zien dat hij goed kan kijken, zijn omgeving goed in zich op kan nemen en bovendien de goede woorden kan vinden om alles beeldend te beschrijven. Het boek leest als een trein (om maar eens een afgezaagde uitdrukking te gebruiken, zo kom je ze niet tegen in dit boek). Het zal binnenkort worden verfilmd maar dan zal dit alles verloren gaan. Daarom: wacht niet op de film maar lees dit boek! (14 januari 2007) TOMMY WIERINGA UITGEVERIJ DE BEZIGE BIJ AMSTERDAM 2005 ISBN 90 234 1433 0 naar boven En knielde voor hem neerVol verwachting begon ik aan dit derde boek van Nicolien Mizee. Haar eerste twee boeken (Voor god en de sociale dienst en Toen kwam moeder met een mes) had ik met veel plezier gelezen. Bovendien gaat dit boek over een hermafrodiet, een kind geboren met kenmerken van beide geslachten. Een fenomeen dat mij in hoge mate fascineert.Maar dit is niet het thema van het boek. Er wordt wel iets over verteld, in het kort kom je iets te weten van de jeugd van deze Mischa. De vele operaties om van het kind een meisje te maken en de worstelingen van hem/haar om een jongen te willen worden. Maar erg diep gaat dit niet. Dit hoeft ook niet maar het is jammer dat in dit boek niets erg diep gaat. De karakters krijgen geen van alle diepgang. Het is moeilijk om enige sympathie (of antipathie) te voelen. De hoofdpersoon, Mischa, is bijzonder naïef, op het wereldvreemde af. Hij/zij zwerft over straat en heeft zich al verzoend met de dood als hij/zij in huis genomen wordt door een dikke, homoseksuele crimineel, Rinus. Deze verzorgt Mischa, niet geheel uit menslievende overwegingen. Later worden de rollen omgedraaid als de crimineel hulpbehoevend en afhankelijk van Mischa wordt. Dat Mischa zich hier welkom voelt, is te danken aan het idee door Rinus gezien wordt zoals hij/zij echt is. Hoe dat precies is werd mij echter niet helemaal duidelijk. Goed en fout blijken uiteindelijk niet helemaal zwart/wit te zijn. Maar dit is geen nieuws. Dat de tegenstelling man/vrouw ook niet zwart/wit hoeft te zijn zal voor veel mensen wel nieuws zijn maar dat komt in dit boek te weinig naar voren. Mischa is hier duidelijk een uitzondering. Er komen nog meer karakters in het boek voor, de ouders van Mischa en een paar vrienden, maar dit zijn ook geen uitgesproken types. Iedereen lijkt in dit boek naïef en overgeleverd aan de omstandigheden. Het verhaal wordt daardoor nergens erg spannend of meeslepend. Volgens het persbericht van de uitgeverij blijken de gewetenloze Rinus en gewetensvolle Mischa elkaar voorgoed veranderd te hebben. Ik haal dit er niet uit. Mischa wil nog steeds sterven en of Rinus nou ineens een aardige vent geworden is blijkt ook nergens uit. Auteur: Nicolien Mizee Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar ISBN: 90 388 4950 8 naar boven Vegan FreakBeing vegan in a non-vegan worldHeb je het als alien moeilijk hier, lees dan het boek Vegan Freak. Kom erachter dat je niet alleen bent, wat de doelstelling van veganisten is - iedereen veganist maken – en hoe om te gaan met niet-veganisten. In dit boek staan adviezen over hoe je je het best op kan stellen in gesprekken met familie, vrienden en collega’s. Een paar voorbeelden van deze adviezen zijn: - Niet te diep ingaan op het veganisme tijdens het eten - Je niet prekerig of moreel superieur opstellen - Laat zien dat je er blij van wordt, hang niet de martelaar uit - Kook lekker veganistisch voor anderen - Laat je niet op stang jagen door gehoon, uitlacherij en gesar - Ga er niet van uit dat er rekening met je gehouden zal worden, zorg dus eventueel zelf voor voedsel - Leg van tevoren goed uit wat veganisme is, wat je allemaal wel en niet eet, als je bij anderen gaat eten Deze suggesties zijn gericht op het onderhouden van een goed contact met deze mensen met wie je immers verder wil en moet. Ze moeten voorkomen dat mensen zich aangevallen voelen en jou en andere veganisten als onredelijke, agressieve malloten zien. Er wordt vaak gesuggereerd om je in te houden als je het uit zou willen schreeuwen, en om niet al te confronterend te werk te gaan. De bedoeling is dat zowel jij als veganist, alsook het veganisme op zich, er goed uit ziet, serieus genomen wordt. Je bent als veganist reclame voor het veganisme en dus verantwoordelijk voor het beeld dat mensen hebben van veganisten. Of je dat nou wil of niet. Hoewel er zeker zinnige suggesties tussen zitten ben ik het toch niet altijd eens met de schrijvers. Ze zouden wat mij betreft wel wat feller kunnen zijn af en toe. Ze willen ook dat je aan je vrienden en familie respect vraagt voor jou als veganist maar ik vraag me af of dat automatisch ook betekent dat jij moet respecteren dat zij vlees eten. Dat lijkt mij best lastig. Bovendien lijkt het veganisme dan gewoon maar een mening te worden, terwijl het toch veel meer is. Het argument dat je jezelf niet als martelaar op moet stellen vind ik zinnig. Hier had ik zelf nog nauwelijks over nagedacht en dit was voor mij dus enigszins nieuw. Ook het herhaaldelijk adviseren om voor jezelf op te komen en moet laten weten wat je wel en niet wil (meek vegans suffer!) spreekt mij aan. Al met al heb ik dit boek met veel plezier gelezen. Het geeft weer stof tot nadenken. Dat het engelstalig is vond ik geen groot probleem, het leest vlot en er zit humor in. BOB AND JENNA TORRES UITGEVERIJ TOFU PRESS HOUND te koop via the American Book Centre ISBN 0-9770804-1-2 naar boven SlowIn het boek ‘Slow’ van Carl Honoré schetst de schrijver in het eerste hoofdstuk een helder beeld van de effecten die het meten van het verstrijken van de tijd op het dagelijks leven hebben.Een verschuiving van de ‘Natuurlijke Tijd’ naar de tijd volgens de klok. Van het opstaan als het licht wordt naar het wakker worden van de wekker. Van het eten als je honger hebt naar het eten als het daar tijd voor is. En van het naar bed gaan als je moe bent naar het naar bed gaan als het tijd is om je uren slaap te halen voordat de wekker weer afgaat. Het bijhouden van de tijd gaf mensen de gelegenheid te plannen maar de rollen worden snel omgedraaid als de planning de mens gaat regeren. We worden slaaf van deadlines en afspraken. We lijken de grip op ons leven te verliezen. Dankzij de tijdregistratie en -afstemming, en later het invoeren van de standaardtijd, kon het kapitalisme een grote stap vooruit maken. Werknemers moesten op een bepaalde tijd beginnen, op een bepaalde tijd pauzeren en ook weer op een bepaalde tijd stoppen met werken. Iedereen werd gedwongen te eten als het daar tijd voor was, honger of niet. De heersend klassen beginnen de punctualiteit te propageren als burgerplicht en morele deugd terwijl traagheid en te laat komen als doodzonden worden afgeschilderd. Tijd wordt geld. Prestaties konden beter afgemeten worden en dit leidde tot een steeds hogere druk om die prestaties ook te halen, liefst nog te verbeteren. Planning leidt tot grotere efficiëntie maar ook tot strakkere controle. En het afrekenen op niet-halen van doelstellingen. Scholen, fabrieken, kantoren en alle andere plekken waar mensen bijeenkomen zijn op elkaar afgestemd. Iedereen wordt geacht (ongeveer) hetzelfde ritme aan te houden. Ongeacht of een persoon zich daar (altijd) goed bij voelt. Het individu wordt gelijkgeschakeld. Avondmensen komen in de problemen doordat het meeste werk ’s morgens vroeg begint. Dit alles viel samen met de verstedelijking. In steden ligt het gemiddelde tempo hoger dan op het platteland. De druk is er hoger. Men moet er alerter zijn, snel kunnen reageren. De slow-beweging is vooral bekend geworden als een slow-food-beweging. Voor mensen die van goed en lekker eten hielden en daar ook geld voor (over) hebben. Slow-food heeft ook een groot aantal voordelen ten opzichte van fast-food en andere reguliere voedingsproducten. De bereiding krijgt meer aandacht, de producten zijn biologisch. Slow-food is beter voor de smaak van voedsel, voor de gezondheid en rust van mens, dier en milieu, voor de biodiversiteit en voor de saamhorigheid van mensen die de tijd nemen samen te eten. Maar slow gaat over veel meer. Het principe dat traagheid en kwaliteit uiteindelijk beter zijn dan haast en kwantiteit kan toegepast worden op allerlei aspecten van het leven. In dit boek staan een groot aantal voorbeelden die dit bewijzen. Van hele steden die ingericht worden om mensen te laten genieten, waar mensen belangrijker zijn dan bedrijven, tot langzame seks (tantra) en bodybuilding. Het gaat over hoe het werk beter ingedeeld zou kunnen worden, hoe permanente bereikbaarheid en beschikbaarheid niet leiden tot hogere productiviteit maar eerder tot overspannenheid en ongemotiveerdheid. Slow staat echter niet gelijk aan apathie, achterlijkheid of technofobie. Het gaat juist over kwaliteit van leven, over de rust hebben de belangrijke dingen in het leven ook genoeg aandacht te schenken. Niet alleen maar te leven om geld te verdienen en uit te geven. Maar om te genieten van dat leven, van kunst, eten, vrienden, een goede gezondheid, en andere zaken die tegenwoordig vaak uit het oog verloren (dreigen te) raken. Ik heb nog wel een paar punten van kritiek bij dit boek en de slowbeweging: - Hoewel er wel een beetje geageerd wordt tegen (te) hard rijden mis ik een hoofdstuk/afdeling over reizen/vervoer. Dit is typisch een onderwerp waarbij het begrip snelheid een grote rol speelt. Het reizen per auto, trein of vliegtuig gaat tegenwoordig zo snel dat onderweg veel verloren gaat. Er vindt geen natuurlijke overgang meer plaats als je je snel verplaatst naar bv. een ander klimaat of tijdzone. Het lichaam heeft vaak dagen nodig om zich aan te passen. Bovendien gaat snel reizen gepaard met milieuvervuiling, lawaai, gevaarlijke situaties, doden en gehandicapten door ongelukken en uitlaatgassen. Maar ook met een gemakzucht en onverschilligheid. Autorijden levert over het algemeen juist stress op terwijl fietsen en wandelen juist ontspannend werken. Heel veel afstanden die nu per auto gedaan worden kunnen gemakkelijk ook per fiets of te voet afgelegd worden. Op deze manier van en naar het werk reizen kan niet alleen bijdragen aan ontstressing maar ook tot inspitratie en briljante invallen leiden. Bovendien scheelt het tijd, die anders al joggend of in de sportschool nodig is, en geld. In plaats van de Salone del Gusto 2002, het grootste gastronomische evenement van de Slow-beweging, te laten sponsoren door de autofabrikant Lancia met een demonstratie van een turbosedan, een snelle auto, en druk heen en weer gevlieg om van alles te proeven en te bespreken zou op dit punt best wat meer bezinning mogelijk zijn. - Veel aanhangers koppelen niet meerdere varianten aan elkaar alsof ze niet juist allemaal samen een beweging zijn. Zo zijn er mensen die alleen aan Slow-gewichtheffen of meditatie doen om zo beter en sneller (!?!) zaken te kunnen doen. - Niet alleen het reizen zou ik nog graag onderdeel zien worden van deze beweging maar ook bv. de omgang met dieren. Een afdeling vegetarisme en/of veganisme past, volgens mij, juist heel goed hierin. Omdat er veel zinnige dingen aan de orde gebracht worden in dit boek over de beweging hoop ik dat deze zal groeien, breder zal worden, en dat de ideeën meer gangbaar worden. Dit boek is een interessante kennismaking en zeker de moeite waard om (langzaam) te worden gelezen. CARL HONORÉ UITGEVERIJ LEMNISCAAT ISBN: 90 5637631 4 naar boven Ik heb alzheimer
Ik heb alzheimer is de titel van een boek over een man, René, die alzheimer krijgt. Het is geschreven door zijn dochter,
Stella Braam. Dit is echte horror. Maar dan echt gebeurd. Het boek beschrijft pijnlijk nauwkeurig de ervaringen van iemand
die dement wordt en die dit zelf in de gaten heeft. Iemand die zelf psycholoog is en dus wel het een en ander weet over geestesziekten.
En het bizar genoeg aan de ene kant wel interessant vind dat dit hemzelf overkomt. Hij is er nieuwsgierig naar. De andere kant is
echter verschrikkelijk, ik kan het niet anders noemen. Mijn overheersende gedachte tijdens het lezen van dit boek was 'als mij dit
overkomt dan hoop ik dat ik een spuitje klaar heb liggen, want dit nooit.' Het is niet alleen de ziekte zelf, dat je niet weet waar je bent, niet weet waar een wc is en hoe zo'n ding ook alweer heet, dat je continu vergeet waar je mee bezig was of waar het gesprek over ging. Het niet meer op woorden komen en dus niet begrepen worden. Dat je tenslotte zwaar achterdochtig wordt, denkt dat je gevangen gehouden wordt (wat meestal ook zo is) en niemand meer durft te vertrouwen. Wat het allemaal nog veel erger maakt is de verzorging, of beter gezegd het gebrek daaraan. De meeste mensen worden uiteindelijk in een verzorgingstehuis of iets dergelijks opgenomen omdat ze zichzelf niet meer kunnen redden en hun omgeving dat ook niet meer kan. Die verzorging blijkt niet heel uitputtend te zijn. Ongetwijfeld vanwege geldgebrek is er maar weinig tijd voor de patiënten. Vooral als die 'lastig' of 'agressief' worden, proberen te ontsnappen of gewoon zelf wat te eten willen maken. Dit leidt tot opsluiting, medicatie om mensen rustig te houden en andere ellende. Iedereen die te maken heeft met deze ziekte of hierin geïnteresseerd is zou dit boek moeten lezen. Dit geldt zeker ook voor diegene die iets te zeggen hebben over de opvang en behandeling van deze mensen. Zoals politici en ambtenaren die gaan over de verdeling van geld en middelen in de zorg. 20 januari 2006 Auteur: Stella Braam Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar ISBN: 978 90 388 0338 8 naar boven De vrouw en de aapDe aap komt naar Londen. Hij wordt gevangen maar geheim gehouden. Waarom? Wat is het bijzondere van dit dier?De vrouw ontdekt hem en wil het weten. Ze gaat op onderzoek uit en ontdekt zo niet alleen van alles over de aap maar ook over zichzelf. Over vrijheid en gevangen zijn, zelfstandig en afhankelijk zijn. Hoe zit het met het verschil tussen mens en dier, tussen natuur en cultuur? Zijn er eigenlijk wel zulke grote verschillen tussen? Laat je niet afschrikken door dit soort vragen, het boek is niet moeilijk om te lezen, integendeel. De vrouw ontwikkelt zich tot een bewuster persoon, die in staat blijkt van een aap te houden. Maar ook de aap lijkt een groei door te maken. Een band tussen de twee ontstaat eigenlijk vanzelf of heeft de aap hier de hand in? Wat is er toch met die aap? De relatie tussen de twee gaat zelfs heel ver maar zonder dat het op enig moment ranzig of zelfs maar ongeloofwaardig wordt. Het is juist een uitermate komisch verhaal met weliswaar een serieuze ondertoon maar die stoort in het geheel niet. Ik denk zelfs dat mensen die daar niet gevoelig voor zijn het niet eens hoeven te merken. In het verhaal komen nog veel meer figuren voor die allemaal een tikkeltje vreemd zijn maar daardoor - en door de manier van schrijven, het ziet er zo simpel uit - des te geloofwaardiger zijn. Ze worstelen allemaal met hun opvattingen en ze gaan uit van de werkelijkheid zoals zij denken dat die is. En juist daarin vergissen ze zich. De schrijver van Smilla's gevoel voor sneeuw heeft weer een fantastisch boek geschreven. Fantastisch in de meest letterlijke zin van het woord. Is het puur fantasie wat hier staat of zou het ook echt kunnen zijn? Het maakt niet uit. Sprookjes zijn vaak waar. PETER HØEG UITGEVERIJ MEULENHOFF ISBN: 90 290 5313 5 naar boven De wereld en andere plaatsenDe wereld en andere plaatsen is voor zover ik weet de eerste verhalenbundel van Jeanette Winterson. Zij heeft al eerder diverse romans geschreven en ik ben iemand die erg graag deze boeken leest, al moet ik zeggen dat het allesbehalve de makkelijkste literatuur is. Dit zijn meer dan alleen maar zomaar verhaaltjes. Er zit veel verborgen onder de oppervlakte van de tekst. Maar het is niet nodig om dat allemaal precies te begrijpen of zelfs maar te weten. De tekst zoals die er staat is vaak al moeilijk genoeg om gewoon door te kunnen lezen al is het absoluut de moeite waard. De verhalen in deze bundel hebben alle iets bizars, iets onwerkelijks waar het soms maar moeilijk grip op te krijgen is.Een verhaal is daar een goed voorbeeld van en het sprak me aan omdat ik het zo herkenbaar vond. Het gaat over Tom, en zijn buren, en de tuin van zijn buren. Tom woont in een straat waar de mensen hem niet normaal vinden, terwijl hij zich wel zo zou moeten gedragen omdat hij tenslotte een van hen is. Dat vinden zijn buren tenminste. Maar Tom vindt dat hij wel normaal is en zijn buren niet. De buurvrouw doet aan plastic tuinieren en als haar man overlijdt laat zij hem ook plastificeren om in de tuin te zetten. Wat is normaal, wat is echt? Dat zijn een paar van die vragen waar Winterson zich mee bezig houdt. Reken er echter niet op helderheid te krijgen, misschien wel meer inzichten en vragen. JEANETTE WINTERSON UITGEVERIJ CONTACT ISBN: 90 254 2306 X naar boven Surfen op het internetHoewel dit boek stamt uit 1995 en dit in de computerwereld een eeuw geleden is, is het voor Nederlandse begrippen nog niet zo oud. Het is namelijk een Amerikaans boek en daar lopen ze op sommige gebieden nou eenmaal een paar jaar voor op ons. Ik weet zeker dat iedereen die van plan is het net op te surfen heel veel aan dit behoorlijk verbijsterende (voor internet-analfabeten tenminste) boek kan hebben.Het is bijvoorbeeld belangrijk te weten dat er zo iets als een etiquette is op het net. Nu ben ik mij er absoluut van bewust dat etiquette iets is waar van alles op aan te merken is en in het dagelijks leven hou ik mij er zo ver mogelijk van. Maar het unieke van het net is dat er geen regeltjes van 'bovenaf' opgelegd zijn maar dat regels ontstaan zijn door het gebruik van miljoenen mensen die op een of andere manier met elkaar willen communiceren. Dat het inderdaad op een natuurlijke, anarchistische wijze gegroeid is en nog steeds verandert doordat er elk moment een andere samenstelling van personen aan het surfen is. Over samenstellingen gesproken, het internet is een wereld waar lichamen onzichtbaar zijn en dus ook het geslacht van een ander niet te zien is. Nu dacht ik, in al mijn naïviteit, dat er eindelijk een vrijplaats is ontstaan waar je geslacht geen rol speelt. Kwam ik even bedrogen uit! Het blijkt zo te zijn dat als je kenbaar maakt dat je van vrouwelijke kunne bent dat dan meteen alle mannetjes alles vergeten en alleen nog maar willen weten wat je aanhebt en of je een afspraakje met ze wilt. En zoals je in het echte leven nog een uiterlijk kan hebben dat je beschemt tegen al te opdringerige, hitsige mannetjes, zo heb je als vrouw op het net meteen pech. Men wordt niet meer gehinderd door bv. leeftijd of boze blikken van jouw kant maar denkt blijkbaar alleen nog maar: 'Ha een vrouwtje, die moet ik hebben.' Vandaar dus dat veel vrouwen het verzwijgen of gewoon als man surfen. Leuk dat dat kan maar jammer dat dat moet. J.C. HERZ UITGEVERIJ OOIEVAAR ISBN 90 5713 104 8 naar boven Vriendin in comaDe schrijver Douglas Coupland volg ik al sinds ik ‘Generatie X’ van hem heb gelezen. Zijn boeken gaan eigenlijk altijd over een groep mensen, vrienden, en hoe hun leven verandert dan wel niet verandert. Dit wordt tegen een achtergrond van hedendaagse politieke en maatschappelijke ontwikkelingen gezet. ‘Vriendin in coma’ is ook weer zo’n boek, al is het niet zo dat het erg op een van zijn vorige boeken lijkt. Zoals de titel al zegt raakt de (17-jarige) vriendin - Karen - van de hoofdpersoon in een coma en daar blijft ze achttien jaar in. Ze blijkt net zwanger geworden en haar dochter wordt geboren en groeit dus op met een levenloze moeder.Maar waarom raakt Karen in een coma? Heeft ze daar misschien zelf de hand in gehad? De ik-figuur vindt een raar briefje dat daar op zou kunnen wijzen. Hij gaat op zoek naar het waarom en er blijkt een diepere bedoeling achter te liggen. Het heeft te maken met het einde van de wereld en hoe dat voorkomen zou kunnen worden. Hier moeten offers voor gebracht worden, zoals deze coma er een van is. Het boek is vlot te lezen en met veel (zwarte) humor geschreven. Ondanks dat de dingen die er in gebeuren op zich niet erg geloofwaardig lijken te zijn, worden ze in dit boek toch heel aannemelijk gebracht. Het verhaal sleept je vanzelf in een sneltreinvaart mee omdat je gewoon per se wilt weten hoe het verder gaat en misschien wel omdat je graag wil weten of de wereld te redden is en wat er dan mis zou zijn. Kortom een boek voor iedereen die van spannende, vlotte boeken houdt en die niet bang is voor misschien een wat verheven of wellicht zelfs ietwat onrealistische visie op de wereld anno nu en in de toekomst. p.s. Als er iemand is die nog een exemplaar van ‘De shampoo planeet’ over heeft houd ik me graag aanbevolen. DOUGLAS COUPLAND MEULENHOFF ISBN 90 290 5689 4 naar boven |
zoeken op titel of auteur zoeken op titel-Dagboek, een roman-De literaire kring -De rokken van de ui -De vrouw en de aap -De wereld en andere plaatsen -De Zwerm -En knielde voor hem neer -Een pleidooi voor echt eten -Globalia -Hap Slik Weg -Het plan voor volledige werkgelegenheid -Het wonderbaarlijke leven van de Thunderbolt Kid -Ik heb alzheimer -Joe Speedboot -Leve de vrijheid -Otrobanda -Popmuziek uit Sexbierumerveen -Prep -Probeer het mortuarium -Skinny Bitch -Slow -Stem uit duizenden -Surfen op het internet -Vegan Freak -Villa Volta -Vriendin in coma -Was ik hier maar nooit gaan wonen -Water voor de olifanten -Wees genadig
Braam, Stella |